We hadden de bedoeling om deze winter al een stal te zetten, maar zo langzamerhand beginnen we in te zien dat dat er deze winter wellicht nog niet van zal komen. In plaats daarvan hebben we dan maar de toekomstige stal op het grondplan van onze tuin getekend, en proberen we gaandeweg de stukken rónd die stal tot een volwaardige tuin in te kleden. Zoals gezegd, ‘t is nog magertjes gesteld met onze ecologische rijkdom op dit ogenblik, en in onze toekomstplannen proberen we daarom zoveel mogelijk verschillende habitatjes te voorzien waar telkens weer andere dieren van kunnen genieten. Ons idee was om daarom ook eens een perk met siergrassen aan te planten. Dat moet toch aan heel wat insectenbehoeften tegemoet komen èn het is met al dat gewuif van pluimen ook nog mooi om te zien. We hadden bovendien een leuk plekje in gedachten, ergens in het midden van de tuin, en diep gelegen, waardoor je vanuit het huis nog net het wuiven van de pluimen in het zonlicht zou moeten zien; leuk toch?
Edoch en helaas: als ik siergras zeg, dan durf ik er goud om te verwedden dat je onbewust een beeld in je geest hebt opgeroepen van een groen polvormig gras met hoge, dikke witte pluimen. Je hebt dat ooit gezien in een voortuin van een modern huis met laag dak, centraal tegen een brede voordeur (mat glas?), met ervoor een ander gras dat wat lager is en bruingrijze pluimpjes heeft, en dat alles tegen de achtergrond van de hortensia Annabel. Niet?
Dat bekende gras is pampasgras. En zijn onmiddellijke vriendje heet prachtriet. Beide soorten zijn groot, bijzonder geliefd in de ietwat grotere tuinen èn zo uitheems als de pest. Net als bamboe komen de meeste soorten namelijk uit het Oosten, hoewel ook uit Zuid-Amerika (pampasgras) of Afrika (lampepoetsersgras). Bij de zoektocht naar ecologisch verantwoorde grassen kom je al snel bij, nu ja, weidegras, zeg maar. Het type wild gazon, onafgereden boordjes, stugge duinbegroeiing, kortom: mens die zijn tuin niet onderhoudt
. En zie je jezelf al gestreepte witbol aanplanten omdat het inheems is? Ik niet.
Uiteindelijk heb ik toch een lijstje samengesteld van wat volgens mij leuke grassen voor een ecologische siertuin kunnen zijn. Ze hebben niet allemaal dezelfde variaties in hoogte als de uitheemse grassen (wat de populariteit van die soorten natuurlijk verklaart), ze behoren misschien niet allemaal tot de grassenfamilie (maar who cares?), en evenmin hebben ze allemaal dezelfde mooi herfsttooi, maar dat moet dan maar gecompenseerd worden met andere plantensoorten. Mijn lijstje met suggesties:
- Smele (bochtige of ruwe smele), waardplaats voor microvlinders
- Glanshaver (Frans raaigras), iets minder mijn favoriet
- Zegge: bestaat in zeer veel soorten, en zeer geschikt voor natte grond.
- Pijpenstrootje: een kleintje, maar een goede waardplaats voor rupsen, rietvink, bont dikkopje en nog heel wat moois
- Pitrus, bij ons als ‘biezen’ gekend
- grote of gewone veldbies, heel sierlijk, en op de rode lijst!
- bosstruisriet (eindelijk eens een hoog gras)
- knikkend parelgras
- rietgras
Om het allemaal wat meer diepte en vorm te geven, zou ik het willen combineren met Eupatorium, grote graslelie, peen en verbena. Het geheel zou er dan toch een beetje als een siergrassenperk moeten uitzien, en niet zozeer als een stuk dat we dringend eens moeten afrijden
Nog meer onprofessionele informatie over de ecologische siertuin:
Deel 1: Diep nadenken
Deel 2: De binnentuin
Deel 3: Borders
Deel 4: De schaduwtuin








En de thuiskomst, zo na 2 weken hoogzomer? Ach, dat was eigenlijk nog zo slecht niet. Na een zomer als de onze brengt de herfst in zekere zin een aangename rust teweeg. We genieten van de eerste bladeren in het gras, de langzaam aanzwellende geur van rottend hout en bladeren, en daarbij dan nog het knetterend haardvuur en de eerste stoofpotjes waarvan de geuren weer geleidelijk in de muren kunnen trekken. En mochten we het toch eens niet zien zitten, dan hebben we altijd ons souveniertje nog: