Feeds:
Berichten
Reacties

Ik heb hier nog maar halvelings aan boekrecensies gedaan, terwijl ik initieel nochtans van plan was daar de core-(non-)business van deze blog van te maken. Niet dus. En ook vandaag maar een halvelingse. Maar toch!

Een tijdje geleden vroeg meneer natuurlijk-rijk of we nu allemaal alle boekjes van collega-bloggers en collega-moestuiniers moeten kopen. En ik zei: “ik vind van wel” :-). Ik vind dat ook. Collega-bloggers en -moestuiniers moet je steunen. Zeker als ze pas beginnen. Of als ze er een levensvervulling in hebben of zoeken. Nu zijn Dorien/Jonge Sla en MmeZsazsa (10 000 volgers op facebook! 10 000?!!)  natuurlijk bezwaarlijk nog beginners te noemen, en steun is er alom. Maar toch!

Dus ik kocht de Moestuin van Mme Zsazsa, inlcusief recepten van Dorien, en las, zag en overwon de talrijke blzn. in een wip. Een aanradertje, dames en heren, en waarom dat zo is, hebben anderen al beter gezegd dan ik dat zelf kan. Ik kan alleen hoogstpersoonlijk meedelen wat dit boek voor mij beter maakte dan de andere moestuinboeken:

 

1) De stijl: lay-out zowel als tekststijl zijn anders, luchtiger, kortom: een opluchting. Informatief, maar zonder de wurggreep van een overdaad aan pseudo-academische encyclopedie-taal; hier en daar een grapje of een vleugje ironie, nergens mislukte grapjes.

2)Het papier: echt schoon papier. Jaja, beroepsmisvorming. Maar het goede papier.

3) De moestuininfo: behalve het begrijpelijk meegeven van de wisselteeltinformatie, neemt Mme Zsazsa ook voldoende de tijd om het hele schema theoretisch onderbouwd te doorbreken. En dat gaf voor mijn nog niet zo geïnformeerde geest heel wat nieuwigheden mee. Ik som ze niet allemaal op – anders koopt u het boek niet meer – maar om je een beeld te geven toch enkele voorbeelden:

- combinatieteelt van maïs en staakbonen is niet alleen een gemak voor de boon (ze kan via de mais omhoog), maar geeft je ook een beter gebruik van ruimte (normaal groeien bonen in het peulenperk en de grond tussen de mais is anders toch maar leeg), èn een meer gespreide oogst (staakbonen zijn later klaar dan struikbonen)

- er is vanalles dat je op je kolenperk kan zetten vooraleer er kolen zijn (voorbeelden in het boek)

- sommige groenten kunnen in theorie niet samen, maar als je goed nadenkt, zullen de eerste oogstklaar zijn op het moment dat de andere net ruimte beginnen nodig hebben. Dus je kunt ze in praktijk gerust heel dicht bij mekaar zaaien/planten (voorbeelden in het boek)

- en in de lijn van dit laatste geeft Mme Zsazsa eigenlijk bijzonder veel info over hoe je oogst kan spreiden ver buiten wat de zaaischema’s in klassieke boeken aangeven. Ik heb plots het gevoel dat ik uit mijn mini-moestuintje dubbel zo veel zal kunnen halen als wat andere gidsen en zaadpakjes mij voorschrijven. En vooral: dat het min of meer moet lukken om die ellendige alles-smaakt-naar-’uit-de-diepviers’-periode zo kort mogelijk te houden.  Verfrissend! Verademend! Knap!

4) De recepten: ik weet het, als je niet gewoon bent vegetarisch te koken, dan heb je de helft van de ingrediënten niet alleen niet in huis, maar weet je meestal ook niet wat ze zijn, laat staan hoe ze smaken. Maar vergeet niet: al deze recepten zijn uitgebreid getest. Dus ga één keer naar de winkel om al het onbekende in te slaan, en waag het erop. Maar bovenal, bovenal, en dat is werkelijk de schitterendste vondst ooit, staat bij al deze recepten a) of je ze van de dag voordien al kunt maken (of welke delen ervan) en b) of ze ook de volgende dag nog lekker zijn. (Neen, a en b zijn echt niet noodzakelijk hetzelfde.) Ik ben werkelijk totaal verrukt van dit idee. Hoe vriendelijk voor de kok! Voor het gezin! Vanaf nu moeten alle kookboeken gewoon zo opgebouwd zijn, vind ik. Want zo’n 30-minuten recepten van Jamie zijn wel superlekker, haalbaar na school- en werkdag, èn effectief in 30 minuten klaar te maken, maar het blijft een hyperportie turbokoken, waarna je met natte plekken onder je oksels aan tafel neerstort. Terwijl hier, o heil, alle liefde voor de kokende medemens die op de ochtend van een feestje wakker wordt en de lippen in een tevreden: ‘o, alles staat al versgemaakt klaar in de berging’-glimlach krult. Heil aan Dorien!

Dus, dames en heren, een boek dat ook u moet kopen. Absoluut.

U zegt? Dat een recensie ook altijd kritiek heeft? Wel ja, eentje dan: er wordt nergens (of maar weinig) over geld gerept. Ik besef goed dat een boek over zuinig moestuinieren niet aantrekkelijk is, maar er is een niet-uitzetbare knop in mezelf die altijd aan de mensen met een laag inkomen denkt, en in gedachten die potaarde, die potjes, de compost, de zaden, de serre, het gereedschap, enz. samen zit te tellen. Toegegeven, ook Mme Zsazsa verwijst naar de kringwinkel voor potten en het containerpark of wc-rollen voor kiemplantjes, maar er zitten nog veel verscholen kosten in. Ik zou er dus een blad hebben bijgestoken met alle benodigdheden voor een moestuin, en vervolgens de opties waar je ze allemaal kunt kopen/vinden/ruilen. In het kader van kringloopwerken, transitië enzo. Het zou een beeld geven, denk ik dan, van minimale en maximale onkosten, waaruit mensen naar vermogen of wens zelf kunnen kiezen.

Desalniettemin en toch absoluut: kopen dat boek!

 

Het zouden er twaalf zijn. Om en bij. Twaalf omsloten jaren, waarin we geen van beide de ander hebben opgezocht. Geen van beide de ander hebben ontvlucht. Twaalf verstreken jaren, zonder woorden, zonder brieven, zonder handdruk of gedeelde blik.

We houden ons op in het schemerduister van elkaars bestaan. Hangen deinend van voorbije jaren in de banden en kluwens van gemeenschappelijke vrienden en gedeelde relaties. Alles wijkt. Er zijn alleen foto’s die ons en de tijd halsstarrig samen houden en van waaruit we met versteende blikken toekijken op de brokstukken en fragmenten van herinnering.  Soms neem ik brokstukken op. Bevoel met mijn handen de talrijke nerven waarin ons leven zich lijdzaam heeft afgedrukt, soms door het gaan van jaren glad geworden; soms met scherpe randen van pijn. Soms strek ik mijn handen uit tot in het kielzog van zijn leven , en laat er zonder omkijken onbestemde felicitaties, zonnige groeten en kerstwensen vallen. Dan weer gooit hij een wens voor mijn verjaardag als een kiezel tegen mijn raam. Nog voor ik kan opstaan en de gordijnen kan openen, zijn zijn voetsporen al weer verdwenen, en de kiezel onvindbaar, terwijl de tijd zich nogmaals zuchtend omdraait in haar warme nest . Alleen de onbestemde resten van een gedeeld verleden houden ons als een onzichtbare wortelstok bijeen, met alle vrijheid om bovengronds een eigen weg te gaan en uit te groeien tot een leven dat schijnbaar niets meer van het andere heeft.

Hij zou bij me langskomen vandaag. En er is niets wat in die woorden verscholen ligt dat blijk geeft van twaalf jaren stilte. Waar het ene verleden ons ontglipt, houdt het andere zich voor altijd op in de kieren van ons bestaan, plakt het aan de huid, ademt het mee met elke stap die we er verder weg van denken te stappen. Terwijl we al die tijd ter plaatse blijven. Alsof niet wij de tijd doorstaan, maar het de dingen zelf zijn die beslissen om bij ons te blijven of van ons weg te gaan naar een toekomst die we bij gebrek aan kennis verleden noemen. Er is geen terugkomen aan zijn komst vandaag. Wij waren al die tijd, samen, in de onbeweeglijkheid van tijd.

Pas nu, in het terugdenken aan toen, lijkt de tijd haar jaren tussen ons in te schikken. Met elk van haar jaren rekt ze de kloof tussen ons open en stuwt ze ze ongegeneerd vol ballast. Hoezeer ik veranderd zou zijn… Voor hem. Of ook mijn ogen van bij de eerste aanblik van twaalf voorbije jaren zouden getuigen. Of ik nog hetzelfde was als toen, of helemaal niet. Of er jurken en jasjes waren die meer of minder zouden tonen dat de tijd mijn lijf veranderd had. Of hij zou zien wie ik was, of alleen het langzame terugschrijden van jeugd zou zien.  Of ik mooi zou zijn. Voor hem. En of er nog iets zou zijn van toen, of helemaal niets.

Ik schik haren en strijk rokken glad. Kijk mijn schoenen na op sleet en wissel op het ogenblik dat de bel gaat nog een halsketting en oorringen. Ik ga naar de deur met in mijn armen het gewicht van twaalf volle jaren, en het is niet tot voor ik de deur open, en hij daar voor me staat, dat ik die jaren vol in zijn gezicht lijk te gooien. De tijd geeft een ruk aan de lappen van ons leven, die tot dan nog bol en glad in de wind hingen, tot ik op een zee van plooien sta waar ik hopeloos over struikel.

Hoe hij veranderd is. Hoe ik vergeten was hoe groot hij is. De verbazing om mijn verbazing dat hij zoveel ouder geworden is. En hoezeer hij het is.

We weten het niet meer. Of we elkaar vroeger begroetten met een handdruk of een kus. En dus kijken we maar,  naar elkaar, daar bij de deur, naar elkaars ogen, en doen helemaal niets. Zeggen zelfs niet dat het toch lang geleden is. Dat hij in niets veranderd is. Dat hij zo onherroepelijk anders is. En vinden dan rust in gewoontes en routines. Twee mensen in hun dertig, ouder dan wat twaalf jaar geleden was, kabbelend om elkaar heen met vragen en praatjes. We bieden koffie aan en thee, nemen koekjes, halen één keer maar een herinnering op, en praten verder over al wat nieuw is in onze levens. We praten. We lachen. We stellen vragen en weten wat het antwoord zal zijn. De tijd maakt haar kloven schoon van ballast, likt haar wonden, en maakt alles rond terwijl haar golven de scherpen randen polijsten uit de kieren van de tijden van afwezigheid. En er is niets aan jou, mijn vriend, dat niet is als toen. Er is niets aan mij dat nog weet of je huid toen anders was, je ogen harder, je mond nog steeds afwachtend en zacht verglijdend in milde ironie. En ik denk, mijn vriend, ik hunker in gedachten: vraag het me. Vraag me of ik ooit van jou gehouden heb. Vraag me of ik het heb gevoeld, wat jij altijd voor mij voelde. Laat me één keer zeggen: ja’. Laat me zeggen ‘ja’, ik hield van je. Er was alleen maar houden van. Laat mij vertellen hoezeer ik wenste dat ik je ogen van zoveel dichter had gezien. Dat ik je lippen één keer had beroerd. Eén keer maar. Om dan af te dwalen langs je huid, je hals, de kraag van je hemd, de geur van linnen en huid, de huid van je armen, die ik als eerste van je zag toen je in de schaduw van de wilde kastanjes je hemdsmouwen over de aderende meanders van je pezige onderarm oprolde. Hoe je toen zonder de minste zin om interesse te tonen naar me opkeek, terwijl je vriendin ons aan elkaar voorstelde. Hoe ik meteen verloren was. En van je hield. En nooit meer kon ophouden van je te houden.

Ook toen al stuwde de tijd haar golven om ons heen. Er waren weken, maanden zelfs, dat geen van ons de ander miste. Geliefden kwamen in en uit mijn leven. Ik deelde met hen wat geliefden delen, en er was niets in mij dat jou nog miste. Voor jou en je geliefde lagen stormen op het pad. Jullie pijnigden elkaar afwisselend met aantrekking en afstoting, in lange periodes van alles verterende liefde, en kortere van nijd, afkeer en verdriet. Nooit zochten we troost bij elkaar, maar steeds bij een ander. En toen je eerst omfloerst, en later zonder omwegen vertelde van je liefde voor mij, kon ik alleen maar zwijgen, lachen, afleiding zoeken, zeggen dat je alleen een surrogaat zocht voor de ware die het nu even weer had uitgemaakt en je mij niet nodig had. Heb je ooit, mijn vriend, gemerkt dat ik niet ‘nee’ zei. Dat ik je liefde nooit beantwoord, maar ook nooit afgewezen heb? Dat alles in mij schreeuwde dat ik jou wou, maar het nooit zeggen kon, omdat je geliefde een hartsvriendin was, soms omdat ik zelf een geliefde had, maar altijd omdat we niemand zo hard kunnen kwetsen als onszelf.

Gelukkig zouden we niet geworden zijn, samen. Nu je hier voor me zit, en we praten, en we lachen, weet ik dat vele delen in mezelf hun plaats niet zouden hebben gevonden bij jou. En hoe vele delen van jou ondraaglijk zouden geweest zijn voor mij. Maar de hunker houdt niet op door wat het hoofd ervan weet. Daarom wil ik dat je het vraagt. Dat ik het één keer maar kan zeggen, dat ik wou dat ik het één keer had gezegd, toen, in die andere tijd van samen zijn, en dat we één keer als geliefden het bed hadden gedeeld, en ik met mijn huid en handen tot onder het hemd gekomen was dat je nu in de zetel voor me langzaam tot je ellebogen oprolt.

We zeggen niets.

 

 

 

Leven

De moestuin…

DSC_1363[1]komt tot leven.

DSC_1345[1] DSC_1347[1] DSC_1344[1]De wortels, venkel, uien en sjalotten geven een maand na zaaien/planten nog altijd geen krimp, en er ligt schandalig veel worteldoek onder de schorspaadjes. Maar dat trekken we ons niet aan.

De kinderen en hun zandbak…

DSC_1360[1]komen tot leven.

De kapster die ik vandaag voor het eerst in vier jaar nog eens bezocht ruïneerde hun kapsel en maakte er onherkenbare kindertjes van. Maar dat proberen we te negeren.

Het kweekschuurtje…

DSC_1351[1] DSC_1352[1]komt tot leven. Ik heb veel te veel gezaaid, de maïs veel te vroeg gezaaid (ze piept al boven), meer bloemen gezaaid dan ik ooit zal kunnen planten, en het is er eigenlijk veel te koud. Maar dat trekken we ons niet aan.

Het gazon, mijn beste Fruitberg, …

DSC_1368[1]komt tot leven. De helft ervan is verzopen door een overdaad aan ondergrondse bronnen en de andere helft is tot golfterrein verworden dankzij de capriolen van een koe. Maar dat trekken we ons niet aan.

 

Want, mijn beste, het leven is mooi op dagen als deze. Met uitzondering van kapsters dan. Mijn god, wat kan ik kapsters gigantisch verwensen…

‘Donderdag neem je best een snipperdag’, zei Frank vorige week, ‘want het wordt wel 18°C en vanaf vrijdag wordt het nat en koud.’

Ik doe altijd braaf wat Frank zegt. En was thuis op een heerlijk mooie dag (los van de wind dan, maar dat gaf niet). Die vrije dag kwam bovendien zeer goed uit, want op woensdag brachten mijn ouders mij een bezoekje. Zij zijn ondertussen op een leeftijd dat ze beginnen denken aan het afbouwen van borders. En dat resulteerde in de volgende gift:

DSC_1312[1]

Ik kon er een compleet verwilderd stukje mee heraanleggen (waar meteen ook wat nieuwe teelaarde mee de grond inging, want de stenige zandgrond (een rest van de verbouwingen) daar was één van de oorzaken van de verwildering (de andere oorzaak is uiteraard ondergetekende).

DSC_1311[1]

Voor de rest van de planten moest ruimte worden bijgemaakt. Dat plannetje rijpte al langer. We hebben in onze tuin heel veel in de lengterichting aangeplant, om het uitzicht niet in de weg te zitten. Maar dat maakt dat de tuin ook heel open is. Vorig jaar ging ik met mijn border al een klein metertje roekeloos de breedte in (remember meneer onderdeappelboom en zijn out-of-the-border-thinking). Dit keer besloot ik alles nog een meter (rondomrond) te vergroten. Wat meer struiken, wat hoge planten, en in het algemeen een dwarsborder in de tuin, om een meer warm, omsloten gevoel te geven als we vanuit het huis de tuin in kijken.

Maar afplaggen, dat is een karwei. Vind ik toch, met mijn ongetwijfeld ondermaatse armspieren. Meneer onderdeappelboom deed mij daarom iets cadeau. Een afplagding, zeg maar, dat goed paste bij mijn eerder al gekochte properemensending.

DSC_1328[1]Ik begon heel ijverig met het properemensending. Daarmee stak ik lange lijnen uit, evenwijdig met elkaar.

DSC_1327[1]Daarna nam ik het afplagding. Plaatste het voor me. Probeerde het als een spade in de grond te krijgen. Tiens, dat ging niet. Andersom. Ook niet. Tiens juist, hoe gebruik je dat eigenlijk? Ik weet nog steeds niet of ik het gebruikte zoals het moet, maar ik kreeg de ingeving het op ‘zeise wijs’ te hanteren. Met zwaaitjes dus, van rechts naar links. En dat werkte wonderwel.

DSC_1329[1]De graspollen rollen er als zoden af, als het ware. Supersimpel. Maar van het resultaat vergat ik helaas een foto te nemen :-)

Maar er was allerlei ander moois te zien. De eerste clematis van het jaar bijvoorbeeld.

DSC_1322[1]En een bosanemoontje!

DSC_1324[1]‘s Middag testte ik mijn tafeltje uit, in goed gezelschap uiteraard…

DSC_1314[1]En van daaruit had ik het prachtigste uitzicht.

DSC_1317[1]

Op speed

Ik was twee dagen weg voor het werk. Twee dagjes en een overnachting. En in die minimumtijd was de natuur ontploft.

BOEM

Alles wat ik zondag nog fotografeerde als zijnde ‘in knop’, bleek woensdag quasi volledig in bloei te staan.

DSC_1276[1]

DSC_1283[1]

DSC_1286[1]

De paarse krokussen hebben nog nooit zo kort gebloeid. Ze liggen helemaal uitgeput van hun turbobloei plat in het gras. Alleen de gele krokusjes staan er nu nog mooi bij.

DSC_1281[1]

De kleine narcissen staan volledig in bloei…

DSC_1282[1]

En ook de trompetnarcissen zijn al daar…

DSC_1288[1]

Meneer onderdeappelboom was ook op speed. Terwijl ik zondag nog vertrok alsof er opnieuw een verbouwingswerkje aan de gang was…

DSC_1274[1]

… had ik bij thuiskomst een volledige aardbeienplantage.

DSC_1275[1]

Zal het een goed idee blijken, zo in die stenen? Ja en nee. Het is arbeidsarm, gemakkelijk, en goed om de oogst droog te houden. Vooral het eerste maakt het voor ons de evidente keuze. Aardbeien houden ook niet van droge voeten, dus als het een seizoen vol regen wordt, hebben wij een streepje voor. Maar vanzelfsprekend: als het een droog seizoen wordt, dan hebben wij doordroogde aardbeienplantjes. Wel, we zien wel…

Na de noeste arbeid van mijn echtgenoot, moest ik zelf ook aan de slag natuurlijk. Een koppel op speed, zeg maar :-) Maar ik heb meer talent voor het simpele werk: een klimraam voor de erwtjes, insectenhuisjes, het eerste zaaiwerk, enz.

DSC_1293[1]

En verder: It is a truth universally acknowledged that a woman in posession of a large garden is in want of a pallet…

Zo op een dag op het werk, toen de server plat viel en ik rondstarend naar al het geflikker en de lampjes in de kelder besefte dat ik begot niet meer wist waarop ik moest drukken om hem te herstarten; toen dus, viel mijn oog op een schoon palletje. Ik zag er meteen een tafeltje in. En nu weet ik ondertussen wel dat mijn dromen op vlak van schrijnwerkerij doorgaans een pak indrukwekkender zijn dan mijn talenten ter zaken, maar met de restjes hout in de garage en een paar vijzen lijkt het al bij al toch op een tafeltje. Goed genoeg voor de moestuin in elk geval.

DSC_1279[1]

Moestuin Wim zegt dat je in de moestuin altijd ook plaats moet maken voor een plaatsje om te zitten. En als Wim dat zegt, moet je dat doen. Bij deze is er het pallettentafeltje en een oude stoel. En heel veel worteldoek. Waar nog schors op komt. En waar ik wel erg beschaamd om ben. Maar het is niet anders. Zonder schors eronder krijgen wij dat niet onderhouden…

En in alle drukte vergat ik ook nog dat ergens eind februari er een blogverjaardagje was. En dus nam ik mijn altijd-op-dezelfde-plaats-foto vandaag pas; zo’n twee weken te laat. Toch een heel verschil met vorige edities

DSC_1294[1]

Zelfs al was er weinig tuintijd, het was van die tijd die voelt als een eindeloze zonnekuur, inclusief slechte foto’s (wie steekt tijd in diafragma als je ook in de aarde kunt wroeten?!)

DSC_1231[1]

DSC_1237[1]

DSC_1241[1]

DSC_1249[1]

DSC_1254[1]

DSC_1259[1]

DSC_1262[1]

DSC_1264[1]

DSC_1267[1]

DSC_1272[1]

DSC_1270[1]

Het begon allemaal met een briefje waarop 17 verschillende godsdiensten en levensstijlen waren vermeld. Of we er eentje van konden aanduiden, dan zou ons kind dat volgen op school. Het vak ‘levensbeschouwing’ met andere woorden. Onze kinderen mochten kiezen van ons, uit wat kinderen in West-Europa doorgaans kiezen: godsdienst of zedenleer. En godsdienst, in het geval van Vlaanderen, zijnde katholicisme. Ze kozen voor dat laatste; en ik was daar niet eens echt tegen. In een maatschappij die doordrongen is van haar katholieke oorsprong, vind ik het raadzaam dat ze ook iets leren over die oorsprong. Ken uw bronnen, en reflecteer daarna, weetuwel? Ze mogen van mij weten waarom ze thuis zijn met Pasen, en chrysanten kopen op 2 november. Waarom er zoveel kerken en kapelletjes zijn, wat het verhaal van Job zo mooi maakt, hoe dat zat met die wijn en dat water, die vissen en dat brood. Waarom de grootouders denken zoals ze denken, waar misschien het schuldgevoel vandaan komt. En later pas al die andere mogelijkheden, die evenwaardige keuzes zijn. Godsdienst dus. En bijgevolg: communie.

Dat laatste valt al wat meer tegen. Dat hele idee van de eerste hostie en het maagdelijk zieltje valt al wat moeilijker te rijmen met mijn geest en hoe die over mens en menszijn denkt. Maar goed, de kinderen hebben mogen kiezen, dus wij moeten daarin meegaan, vind ik dan. Anders is het maar een nepkeuze. Bijgevolg gaan wij naar de communievoorbereiding en de missen die eraan vooraf gaan. Ik zing braaf mee met alle liederen die ik nog uit mijn jeugdorkestentijd ken, ik trek in het geniep mijn mond wagenwijd open om de kinderen de hostie te laten zien, en meneer pastoor toont op het eind van de eucharistieviering een powerpointpresentatie. Jawel, u leest het goed. En daarin viel op te merken, in beeld en bijhorende uitleg, dat communiekindertjes liefst niet met al te felle kleurtjes in de kerk verschijnen. Wit bijvoorbeeld, was een goede optie. En onze dochter, die er doorgaans nochtans niet mee inzit om tegen onze wil in te gaan, stond meteen paraat om te doen wat ze moest doen: zich in het wit hijsen…

Maar dat was dan weer buiten de moeder gerekend. Wit? Waarom? Van maagdelijkheid? Van puurheid? Ik laat u de argumentatie achterwege, maar laat dat toch één van de kenmerken van het katholicisme zijn die ik ietsie moeilijker verteerbaar acht. Maar goed, het kind moet nu ook weer niet opvallen (dan hadden we ze maar tot zedenleer moeten verplichten) dus ik besloot tot een pastelletje bij wijze van compromis. (niet zonder schuldgevoel en twijfeld overigens). En ging op zoek. En vond niets. Want nu moet u maar eens in google pictures de zoekterm ‘jurk communie’ intikken. Niet verschieten. U bent heus in 2014! En tik nu eens ‘lentefeest jurk’ in… Jawel, de kleuren springen u tegemoet! de naaipatronen eveneens, want lentefeestmoeders zijn blijkbaar allen retro en creatief. En blijkbaar is er behalve wit en knalrood zowat niets te vinden dat u uw dochter kunt aantrekken. En aldus besloot ik dan ook maar zelf een jurkje te naaien.

Nu is naaien niet gemakkelijk. Maar ik verkoos dat te negeren. Ik keek het wereldwijde web rond en vond dit model naar mijn goesting. Ik leerde dat je zelf patronen kan maken. Hoe dat zit met beleg. Met dat strikje op de schouder. Hoe dat moet met paspelband. En tot slot de Engelse naad.

Ondanks al die schitterende info, slaag ik er nog in het merendeel te verprutsen. Patronen blijk ik zelden op de correcte maat te tekenen, maar een paar millimeter daaromtrent. (Stik op 6 mm, las ik ergens. ZES! Ik vind het al schitterend als ik op ongeveer een rechte lijn ergens tussen 1 en 1,5 cm blijf…) Beleg en voorpand komen van hetzelfde patroon, maar zijn in praktijk beduidend verschillend van model als ik ze teken en knip. Mijn Engelse naad vertoont flappen, mijn okselgaten neepjes, mijn zoom lijkt wel van lood en dat strikje op de schouder… ah nee, dat lukt nu eigenlijk wel. Met andere woorden: ik kan dat dus eigenlijk niet, naaien. Ik ben daar veeeeeeeeeeeeels te slordig en onnauwkeurig voor. Ik snap ook niet waarom die voet waarmee je je machine aandrijft aan zo’n ongelukkig kort koordje hangt en zo licht is. Het merendeel van de tijd shot ik dat ding gewoon van onder tafel uit ipv erop te duwen, ben ik het kwijt, of blijkt het achterstevoren gekeerd. En andere keren ben ik er weer per ongeluk op aan het duwen, op momenten dat het niet mag (als ik de draad in de naald probeer te krijgen, bijvoorbeeld…). En verder ben ik bang om iets te maken dat te klein blijkt en maak ik dus alles veel te groot. Al een geluk dat ik probeerstof voor een probeerkleedje had gekocht. U mag het zowaar zien, hieronder. Maar ik geef niet op. Het patroon nauwkeuriger, het lijfje korter, de breedte smaller, de lendenband ronder en die vervloekte paspelband waar hij moet zitten, ipv zo wiebelwiebel rondomrond. En dat alles dan ook nauwkeuriger, passender, professioneler. In sommige Evident Onwaarschijnlijke Zaken moet je gewoon domweg geloven :-)

DSC_1204[1]

DSC_1205[1]

DSC_1200[1]

DSC_1212[1]

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 39 andere volgers