Feeds:
Berichten
Reacties

Wanneer we samen naar Brussel treinen, plachten mevrouw Buikberg en ik wel eens onze moestuinoogst te vergelijken. De conclusies daarvan zijn simpel: Ik ben altijd eerst. En zij hebben altijd meer.

Dit jaar zeg ik er telkens bij: “Ik weet dat het niet waarschijnlijk is, maar ik heb toch de indruk dat wij veel meer oogst hebben met die verhoogde bakken dan vroeger, gewoon op de grond.” En ik zeg er dan bij: “Ik ga dat toch eens bijhouden en er eens een stukje over bloggen.”. Dat bloggen kwam er natuurlijk niet van, en dat bijhouden ook niet al te precies. Maar toch wil ik voor de geïnteresseerde amateur op basis van de ruwe schattingen van mijn versleten olifantengeheugen eens op een rijtje zetten wat er precies inging, en hoeveel eruit kwam.

1. AANLEG VAN DE VERHOOGDE MOESTUIN

- We kozen voor 6 bedden van 1,20 op 2 m. Telkens twee latten hoog (ongeveer 40-50 cm).

- In totaal ging er ongeveer 6 m³ teelaarde in (die erg slecht bleek), en een heleboel kruiwagens compost van onze vaste leverancier (Van Gansewinkel).

- In totaal dus  14.4 m² moestuin, zonder de plaats voor courgetten, pompoenen en tomaten.

DSC_1270[1]

- Want: pompoenen en courgetten gingen in de schorsvlakte naast de moestuin, en de tomaten in een bak met het overschot van aarde, zonder compost.

- Ook aardbeien reken ik hier niet bij. Die kregen een vaste standplaats in ruwbouwstenen.

DSC_1275[1]

2. ZAAI EN AANPLANT, eerste lichting (maart- begin april)

- Wortelgewassen: rondomrond uitjes. Twee rijtjes sjalotten. Eén rij pastinaak. Drie rijen wortels (gele en oranje). Extra gezaaide sjalotjes. Twee rijtjes venkel.

- Vruchtgewassen: Maïs. 12 stuks.

- Bladgewassen: twee rijtjes spinazie, wat soorten sla, en veel rijen radijzen, om de één à twee weken geoogst en terug aangevuld.

- Koolgewassen:  Drie rijen rode biet. Eén rij veelkleurige snijbiet.  Rucola.

- Peulgewassen: Rijtje peultjes, rijtje erwtjes. Nog wat sla en radijsjes.

- Aardappelen. 6 rode en 6 gewone pootaardappeltjes.

DSC_1351[1]DSC_1344[1]

3. ZAAI EN AANPLANT, tweede lichting (zo omtrent 15 mei)

- Wortelgewassen: nog twee rijtjes wortels. Sjalotjes opnieuw proberen zaaien.

- Vruchtgewassen: klimbonen en één pompoenplant toegevoegd (de drie zusters) en 3 tomatenplanten die ik teveel had.

DSC_0539[1]

- Bladgewassen: andere sla, nog eens spinazie, veel radijzen, ergens ook selder geloof ik, enz.

- Koolgewassen: Uitplant van de voorgezaaide brocoli en bloemkoolplantjes. Van elk 4. Nog een rijtje rode biet erbij. Tweede keer rucola want de eerste keer leek verdwenen.

- Peulgewassen: bonen gezaaid. Nog peultjes proberen bijzaaien omdat de vorige het niet goed deden. De erwten ook niet eigenlijk. En ook hier verder nog sla en radijzen.

- Aardappelen: één keer ophogen en de afrikaantjes water geven :-)

- Buiten de bakken: uitplant (na zelf zaaien) van 4 komkommerplanten, 3 pompoenplanten en 3 courgettes. Twee weken later alles opgegeten door de eekhoorn, en dan opnieuw 4 komkommers, 2 pompoenen en 2 courgettes uitgeplant. Nieuw eekhoornbanket. Alleen één komkommer, één courgette en één pompoen overleefden het. Dan maar nog 2 courgetteplanten bijgekocht in den boerenbond. Van dan af blezen ze in leven.

- In de tomatenbak: een tiental soorten tomaatjes, vooraf in huis opgekweekt.

DSC_0402[1]

DSC_0405[1]

4. ALLERLAATSTE ZAAI EN AANPLANT (1 juli, en zelfs nog op 1 augustus, maar alles kleine hoeveelheden)

- Wortelgewassen: niets meer

- Vruchtgewassen: niets meer

- Bladgewassen: knolselder gezet (foute plek wellicht), nieuwe spinazie en sla

- Koolgewassen: Bloemkolen verwijderd, broccolis maken nieuwe stronken aan en worden groot.

DSC_0709

- Peulgewassen: extra bonen gezaaid, nog wat worteltjes gezaaid.

- Aardappelen: allemaal geoogst. Op die plaats enkele rode kolen, bloemkooltjes en witloofplantjes vanuit de boerenbond geplant (ook foute plek, maar het was haast haast voor we een maand op reis vertrokken).

DSC_0536[1]

5. DE OOGST

DSC_0964

- Wortelgewassen: twee maanden uien uit eigen tuin gegeten, de hele zomer lang overal sjalotten bij, 5 grote porties wortels in de diepvries en ook zo’n 5-6 keer ruime portie verse wortelen gegeten. Van de pastinaak en de laatste wortelen een voorraad pastinaak-wortelsoep gemaakt (de lekkerste soep ter wereld, met wat rozemarijn, en veel verse dragon uit de tuin, en een ruime draai aan de pepermolen), en de rest van de pastinaak in zes te grote porties in de diepvries. Gezaaide sjalotjes: geen oogst. Venkel: een paar ovenschotels en wat venkelsoep. Regelmatig ook wat wortels en uien weggegeven.

DSC_0969

- Vruchtgewassen: een zestal lekkere maïsstronken, maar net op oogsttijd begon het te regenen en de 8 andere die we lieten hangen voor een volgende keer beschimmelden jammer genoeg. Klimbonen: veel geklim, weinig boon. Een halve portie dus misschien. de pompoenplant: 20 butternuts, waarvan 8 grote en 2 kleinere oogstbaar, de rest te groen of te klein. Tomatenplanen: de ziekte.

DSC_0963

- Bladgewassen: sla à volonté, veel uitgedeeld, nooit tekort gehad. Radijsjes zoveel als we wilden en ook nog uitgedeeld. Een keer op 4 spinazie gegeten, een portie of 6 de diepvries in. De knolselders zullen kleine knolletjes zijn, maar zullen oogstbaar zijn.

DSC_0543[1]

- Koolgewassen: 4 perfecte bloemkolen. Eindeloze hoeveelheden perfecte rode biet. Al 10 keer snijbietquiche gemaakt (onze voorkeurversie met weinig room en maar twee eitjes) en evenzoveel ingevroren (eigenlijk het enige dat ik met snijbiet maak, omdat het samen met okkernoten zo heerlijk is). En de broccoli, daar bleek de tip uit het boek van Madame Zsazsa goud waard: dat maakt inderdaad telkens opnieuw broccoli aan. Kleintjes weliswaar, maar je blijft gewoon oogsten. We hebben van juni tot nu zeker twee keer per maand broccoli gegeten. Enkele keren ook rucola gegeten, maar dan doorgeschoten en nieuwe vergeten zaaien.

- Peulgewassen: we hebben erwtjes en peultjes gegeten, maar het was helemaal geen mega-oogst; de planten wilden niet goed groeien. De boontjes waren wel talrijk, en in diverse kleuren en smaken. Laat ons zeggen toch zeker 10 porties, en er zitten er nog wat aan te komen.

DSC_0638[1]

- Aardappelen: Ik heb ze niet gewogen, maar aan elke plant kwamen toch zeker 8 patatten, goed voor toch zeker 2 kg, denk ik. Dat maakt 24 kg patatten, als ik juist inschat. ondertussen aten we ook al drie bloemkooltjes van dit bed, en zijn 2 van de vier rode kolen mooi dik aan het worden. De andere twee willen niet zo goed kroppen. De witloofplantjes moeten we nu oogsten en binnenkort inkuilen.

- Courgetteplanten: gemiddeld 30 courgetten per plant. ECHT WAAR. Maal drie dus… we hebben er véél weggegeven :-) En meneer onderdeappelboom heeft al echt elke woensdag een nieuw recept bedacht met courgette. De dochter kijkt nu op woensdag naar haar bord, zwijgt, en vraagt vervolgens ernstig:’Papa, hoe lang groeien courgetten?’. Nochtans, al veel lekkers gegeten!

- Komkommerplanten: zo’n 40 kleine komkommertjes (in open lucht dus).

- De andere pompoenplant: helemaal niks.

- De tomaten: allemaal de ziekte gekregen, maar toch een zomer en nazomer lang tomaten gegeten, tomatensoep gemaakt, in spaghetti gedraaid, weggegeven, enz.

DSC_0968

En dus vind ik dat veel oogst voor toch een kleine moestuin. Het weer zat erg mee natuurlijk, dat ontken ik niet. Maar toch een schijnbaar grotere opbrengst dan dezelfde oppervlakte plat op de grond. Misschien omdat je meer tot op de rand zaait? Of toch omdat de doorlaatbaarheid en luchtigheid van de grond beter is?

DSC_0555

Misschien denk je dat we nu gaan uitbreiden, maar dat is niet het geval. Eigen oogst vraagt toch meer werk aan schoonmaken dan wat je in de winkel koopt, en bovendien is het vaak op hetzelfde moment klaar, waardoor je dan plots een doos vol met aarde beplakte oogst in de keuken hebt die je maar moet zien te verwerken. We hebben sinds juni elk weekend uit eigen tuin gegeten en sinds half augustus erg druk geweest met het verwerken van al die oogst. Meer tijd hebben we niet, en dus is het goed zoals het is. We hadden uiteindelijk ook nog de bessen, waar we dit jaar echt vele tientallen kilo’s richting huis en diepvries droegen. En ik had genoeg om regelmatig eens een pakketje oogst te maken voor vrienden en (vooral) de ouders van mevrouw onderdeappelboom, ter vervanging van de klassieke fles wijn. En dat weggeven, dat doen we nog het liefst van al.

DSC_0942

Zondag viel ons kleinste appeltje op zijn poep (zijn achterwerk, voor de Nederlanders onder u). Van een trapje. Op de boord van een volgend trapje. Van steen.

Hij brulde het huis bij elkaar, en dat doet hij normaal niet als hij valt. Vele momenten van troost later was er nog steeds af en toe een nasnik. Hij wandelde en zat weer, maar het was duidelijk dat hij zich wel heel erg bezeerd had, en de hele dag lang liep hij zielig met zijn handje op zijn poep rond en kwam hij regelmatig een beetje treuren dat het pijn deed.

Op maandagmorgen was hij weer behoorlijk ok. Geen redenen zichtbaar om naar ziekenhuis of dokter te rijden. En ‘s avonds holde hij alweer over de speelplaats en kwam hij zelf vertellen dat het maar een heel klein beetje meer pijn deed. Oef.

Op dinsdagavond hebben de oudste onderdeappelboompjes zwemles. Het kleinste appeltje brengt ze samen met meneer of mevrouw onderdeappelboom naar de les, en sleurt dan de ouder in kwestie gedecideerd naar het speelpleintje ernaast waar hij netjes een parcours uitstippelt waarbij hij elk speeltuig één keer uitprobeert. Gisteren besloot hij met de schommel te beginnen. En viel er prompt af. Op zijn poep…

Mijn pogingen om zijn gebrul te troosten (aaike, knuffeltje) of af te leiden (kijk, nog een glijbaan! Kom, we gaan naar de eendjes. Of nee, kastanjes rapen!) mislukten behoorlijk, waardoor ik overging tot fase 3: omkopen. ‘Weet je wat,’ zei ik, ‘we gaan in de cafetaria een chocomelkje drinken tot broer en zus klaar zijn met zwemmen.’ ‘Ja,’ snikte hij. ‘Maar dan wel een fristi.’

Met mijn opgebeurd kind zat ik verwachtingsvol aan het tafeltje, vouwde de drankenkaart open, en bedacht dan plots dat ik geen geld bij had. ‘Jammer,’ zei de uitbater. ‘maar we hebben geen bankcontact.’ Waarop mijn opgebeurd kind uiteraard in nieuw snikken uitbarste. Nu begrijp ik natuurlijk dat een cafetaria-uitbater niet zomaar gratis drank kan uitdelen, maar anderzijds: op dat uur is er alleen zwemles; het zwembad is verder gesloten. Alle ouders in de cafetaria zijn dus ouders van kinderen van de zwemclub. En met z’n allen zitten of passeren we daar elke week. Het zou niet zo moeilijk geweest zijn om die huilende peuter te troosten met een drankje en ervan uit te gaan dat ik daar volgende week (zoals elke week) opnieuw zou passeren, mèt geld. Maar niet dus. In plaats daarvan nam ik een snotterende zielepoot op mijn arm terug mee de cafetaria uit, waarna we het komend half uur doorkwamen met tien keer de lift op en af te nemen, en te kijken naar andere sportclubs in de daarrond liggende zalen.

Vandaag was woensdag, en op woensdag heeft de oudste zoon onderdeappelboom badminton in de sportzaal bij het zwembad, en dus ook bij diezelfde cafetaria. Terwijl hij badmintont, ga ik lopen.  Na mijn toertjes in het park, wacht ik hem op bij de zaal met een drankje in mijn hand. Bij het buitenkomen uit de zaal, zegt hij ‘hoi’ en gritst het drankje uit mijn hand. ‘Was het tof?’ vraag ik. ‘Ja’ zegt hij dan. ‘Ben jij weer gaan lopen?’ ‘Ja’, zeg ik. ‘Lekker drankje’, zegt hij dan.

Soms zegt hij ook wel meer. Vorige week bijvoorbeeld, zei hij ‘ja, het was tof, ze houden geen rekening meer met me.’ Dat is belangrijk, voor een 7-jarige. Rekening houden doe je met kleine ukkepukjes waarmee je voorzichtig moet zijn. Pluimen naast je tegen de grond zien kwakken terwijl een grote knaap aan de andere kant van het net staat te grijnzen en je leraar tegen je roept: ‘komaan, terugmeppen, je kan het, geen genade!’ betekent dat je officieel groot bent.Heel belangrijk dus voor de zoon, dat er geen rekening met hem wordt gehouden. En nog een week eerder zei hij: ‘ja, ‘t was tof, maar weet je, mama, het gaat niet goed met de ijsberen.’ ‘O’, zei ik, ‘is dat zo?’. ‘Ja’, zei de zoon, ‘dat komt door dat gat. Ik ga je dat eens uitleggen.’

Maar goed, dat drankje dus, en die cafetaria. Vandaag, na het lopen, nam ik een briefje van 20 euro dat ik speciaal voor dit doel deze middag al in Leuven uit een automaat had gehaald. Met dat briefje ging ik naar de cafetaria. ‘Wat mag het zijn?’, vroeg de uitbater van gisteren. ‘Kan u dit wisselen?’ vroeg ik, ‘naar muntgeld?’. Dat deed hij. En vervolgens stapte ik de cafetaria uit. Naar de drankautomaten verderop in de sporthal. En ik haalde dààr ons gedeelde sportdrankje uit.

Gho dat deed deugd.

En zeg nu niet dat zij die drankautomaten wellicht ook uitbaten. Dat doet er niet toe. Nèm.

Ooit kreeg ik dit receptje van mijn nonkel. Niet van mijn oom. Omen wonen in Nederland. Deze nonkel woonde zoals ikzelf in West-Vlaanderen en had bij mijn weten hoegenaamd niets met vegetarisch eten en al evenmin iets met tijdschriften. En toch gaf hij me op een dag een knipsel uit een tijdschrift, met een vegetarisch italiaans menu erin. Dat kan ik alleen maar als ‘echt lief’ bestempelen, is het niet?

Het recept zelf is niet wat een Vlaming met Italiaans associeert. Er komt, bijvoorbeeld, geen tomaat aan te pas. En het is iets met aardappelen. En ook met pasta. En de combinatie pasta en aardappel is voor een Italiaan heel normaal want een patat is voor hen een groente zoals de andere groenten. Deze pasta is ook echt Italiaans omdat ze gebaseerd is op seizoensgroenten (boontjes en aardappelen). Omdat de saus gebaseerd is op kookvocht (allemaal goed afgieten, leren wij hier; maar niets daarvan in Italië). En omdat het puur en simpel is en smaakt. Zoals La Cucina Povera in Italië wel vaker doet: verbluffend simpel en smakelijk.

De ingrediënten moet je zelf wat aanpassen naargelang je goesting, je oogst, en de inspiratie van het moment. Ik geef maar een voorbeeld hier:
DSC_0552[1]

Snijd 4-5 grote aardappelen in kleine stukjes. Als je dit op het einde van de zomer maakt, laat dan gerust de schil er nog aan.

Neem een ruime oogst snijbonen of andere bonen en snijd die in grove stukken.

Neem pasta voor ongeveer 3 personen (hoewel je nu voor 4-5 personen aan het koken bent). Bij voorkeur tagliatelli (maar op mijn foto zijn het verschillende restjes die allemaal eens op moesten raken).

Als alles gaar is, giet dan eerst een soepkom vol kookvocht en giet dan pas de rest af. Meng onder het kookvocht een potje groene pesto.

Ondertussen heb je al een pan op het nog warme vuur gezet. Schroei daarin heel kort de pijnboompitten, zet het vuur lager en kieper er het groenten-pastamengsel bij. Overgiet met de soepkom pesto.

Meng goed. Serveer meteen en bedien jezelf royaal van schilfers parmezan.

En volg het recept ook niet te nauw. Pijnboompitten kunnen noten worden, misschien past er zelfs een stukje knapperige courgette bij, enz. Maar kook niet te lang; daarmee staat en valt de smaak.

Breng water aan de kook en kieper er alle ingrediënten in, de pasta bovenaan. Laat 10 minuten koken. Smakelijk!

Zei ik al dat het smakelijk was?

Meestal onstaat er tussen mezelf en het onkruid in de loop van de maand augustus een officieus staakt-het-vuren. Het onkruid, van zijn kant, belaagt me niet meer zo talrijk en overmoeibaar, en ik, van mijn kant, laat datgene wat toch opkomt vreedzaam staan. Omdat het herfst wordt, en bijna winter. Omdat ik al 6 maanden aan het tuinieren ben en zin heb om aan de 6 maanden niet-tuinieren te beginnen. Omdat ik gigantisch lui ben uiteraard, zoals de ecologische tuinier betaamt.

Maar dit jaar zijn we de kluts kwijt, mijn onkruid en ik. Begin augustus stonden de anemonen en sedums erbij alsof het september was, en leek ook het onkruid te vinden dat we vroegtijdig vreedzaam gingen samen leven. Mij was dat goed. Maar begin september besloten de weergoden nog wat zomer over ons heen te gooien, en toen ging de regelmaat der natuur op z’n bek. Planten die in herfsttooi kwamen, doen daar mee verder, maar andere planten, die gewoon aan stilletjes verdwijnen hadden gedacht, kregen de indruk dat de lente onverwacht vroeg is dit jaar, en zijn dus aan een derde bloei begonnen. En toen liet ook het onkruid zich niet kennen uiteraard. En mevrouw onderdeappelboom evenmin.

Voor het eerst ben ik begin september dus tegen hele stroken gras, distels (distels, distels!) en allerlei ander onheil aan het vechten. En ik knip oude bloemen af, omdat ze de bloemen die nog mooi staan anders zo lelijk maken. Dat is fel tegen mijn principes, maar als de weergoden daartegen mogen ingaan, dan ik ook. Ondertussen is het merendeel van de tuin in netjes opgeruimde zomerse herfsttooi.

DSC_0701

DSC_0721

DSC_0724

Op die laatste foto valt nog behoorlijk wat onkruid te ontdekken, maar we werden even opgehouden door wat ik naast die losliggende kasseien vond.

DSC_0711

Die vangst moest uiteraard door menig kinderhandje worden gedeeld.

DSC_0719

Als wiki mij niet in de steek laten, vonden we een gewone watersalamander en twee alpenwatersalamanders.

DSC_0712

Ze werden uiteraard netjes terug op hun vindplaats gezet.

Daarna moest ik alleen nog mijn kruiwagen leegmaken. Hebben jullie dat ook, dat je maar werkt en werkt, en beseft dat je de kruiwagen eens zal moeten leegmaken, maar ach, dat is zo’n tijdverlies, nog dat ene onkruidje eerst, en misschien ook dat nog, en dat, en voor je het weet eindig je met een kruiwagen waarvan je weet dat je geen stap vooruit zal raken zonder dat minstens de helft er links of rechts integraal van valt.

DSC_0696

Na de opruimwerken, lag de tuin er properkes bij, en waren de kinderen verdwenen.
DSC_0725

Zolang er frambozen groeien, weten we echter waar we moeten zoeken

DSC_0726

Blijkbaar maakt ons bessenpark met grassenborder eindelijk zijn doel als verstopplek waar; en zo zien we het graag!
DSC_0727

Oooooh, een geel kwikstaartje! dacht ik.
DSC_0584

Google pictures betwijfelt dat een beetje. Daar hebben gele kwikstaarten mezenkoppekes. Dat van mij heeft meer een kwikstaartkoppeke.

Kwikstaart

Toch denk ik dat het een geel kwikstaartje is. Ik dacht natuurlijk ook al aan zeldzaam enzo, maar ook daar ben ik fout, al spreekt wiki toch van ‘minder frequent dan vroeger’. Maar vroeger heb ik dit mooie beestje ook nooit gezien hoor.

(foto’s doorheen autoruit, waar ik compleet toevallig het fototoestel bijhad).

Het is de tijd van de kikkers. Of misschien niet zozeer de tijd, maar wel de klimaatgesteldheid ervan. Een uitermate kikkerig weer, om precies te zijn. Er is zoveel regen gevallen dat het gazon één grote amfibiënvlakte geworden lijkt. Van zodra ik er een stap in zet, creëer ik een poeltje. En toen ik daarnet met de grasmachine kwam aangezet, sprongen tientallen kikkertjes angstig weg langs de lange sloten die de wielen van de maaier teweeg brachten.

Voor de kinderen is het dolle pret. Het vangen van de kikkers in de eerste plaats, en moeder die meerdere keren frontaal in het gras kwakt (en de kikker dan toch nog mist) niet in het minst. Met het gebruikelijke vrolijke gegil gingen de kikkertjes van kinderhand tot kinderhand. Na een bezoek aan de handjes van het kleinste appeltje, sprong er een kikkertje met een pootje minder terug in het gras. Moeder onderdeappelboom stond nogal bedremmeld te kijken, maar probeerde zichzelf te troosten dat je niet aan natuureducatie kunt doen zonder een accidentje af en toe. En het was toch maar een gezellig gezinsmomentje geweest. Quality-time, als het ware. Zij het niet voor de kikker…

Er zijn nog wel meer beestjes in het gras. Tijdens het grasmaaien ben ik behalve door ondergrondse stromen ook menig keer stilgevallen door maar halfondergrondse woelmuisgangen en heel wat bovengrondse mollenhopen. Meneer onderdeappelboom was in het voorjaar, na het grasmaaien, al eens binnen gekomen met de boodschap dat het hier en nu gedaan was met het ecologisch dulden van mollen en muizen, en kocht terstond een hele reeks vallen en life-traps. Omwille van mijn ontdane blik heeft hij ze tijdens het voorjaar maar één keer gebruikt (wat is hij toch geweldig hé :-)), maar toen ik daarnet voor de twaalfde keer mijn arm uit de kom trok om de grasmaaier opnieuw aan te trekken, begon ik toch wel sympathie te krijgen voor het jaag-op-de-mol-scenario.

Nu hebben we al een paar keer overwogen om een kat te nemen. Maar goed, uiteindelijk is dat toch een soort van huurling inschakelen voor een moord die je zelf niet durft plegen, niet? Bovendien: onze ervaringen met pluis zijn niet goed. Los van de kikkers, verdwenen de afgelopen weken maar liefst 12 pluizige eenden- en kippenkuikens van divers formaat in de bek van vos of steenmarter. En dan moet het ‘wild’ seizoen nog beginnen. We durven het eerlijk gezegd geen enkel dier meer aandoen om op onze grond te komen wonen. En we weten ook niet goed hoe dat gaat met een kat. Hoe je ze aan je huis bindt en toch enigszins ‘wild’ houdt.

Zegt u eens, vriendelijke lezer, hoe pakt u dat aan, met mollen, muizen, pluis en katten?

 

Ze draagt een kniehoge, diepbruine katoenen jurk, met onderaan en om de heupen een strookje etnische print. Haar haren hangen los en zijn geknipt in een pony tot precies op de wenkbrauwen. Haar gezicht vertoont enkele sproetjes en een mooi verzorgd gebit. Ze loopt op een soort schijnbaar orthopedische, maar fleurig gekleurde sandalen. Er rijzen bruine, gladgeschoren benen uit de sandalen, en haar tenen zijn rood gelakt. Als het straks kouder wordt, zal ze onder diezelfde jurk een groene panty aantrekken en er donkerbruine laarzen bij dragen; om haar hals en schouders komt dan een in dikke wol gebreide sjaal; breed, lang en nonchalant. Rond haar vinger zit een ring met opvallende, matte steen.

Aan haar schouder hangt een klein, okergeel tasje en om haar andere arm heeft ze een grote tas in lapjesstof. Haar kinderen heten Myrthe, Warre of Luna. Het zijn er hoogstwaarschijnlijk drie. Ze spreekt hen helder, beslist, liefdevol en vooral erg pedagogisch toe. Van het soort pedagogisch dat luid genoeg wordt uitgesproken zodat iedereen in de buurt er in één moeite door ook maar meteen beter van zou worden. En gemengd met heel veel ‘schatteke’.

Haar kinderen komen net als de anderen uit de zwemles. Hun zwembrilletjes hebben als enige felle kleurtjes of de vorm van een kikkertje om het glas. Op de zwempakjes- en broekjes staat bollen, strepen, visjes of bloemen in vrolijke tinten. Geen speedo, adidas, of namaaksportmerk te zien. Geen donkerblauw of zwart.

De kindjes worden in hun kleren geholpen. Stiekem vind ik het mooie kleren en ik piep in afwezigheid van de moeder dan ook snel eens op de labeltjes. Ik onthoud de merken in mijn hoofd, en zoek ze ‘s avonds snel op op 2dehands en kapaza. Ik ontdek dat ze 20 euro per stuk kosten. Tweedehands! Van de baby’tjes kan ik de merken niet. Maar bijna altijd staan er appeltjes op.

Na het zwemmen stappen moeder en kinderen naar hun auto. Een eerder compacte wagen wellicht. Of veeleer nog type Citroën Berlingo. Er staan autostoelen in met een zachtblauwe of muntgroene hoes erover van weeral een merk dat op 2dehands nog tientallen euro’s kost. Ze zetten kapitein Winokio op en rijden nog snel naar de Bioshop of Delhaize. Behalve zwemmen, gaan ze straks ook muziek, woord of dans volgen. Tennis, badminton of volleybal hoogstwaarschijnlijk niet. Ze gaan wel naar de chiro, maar niet naar Plopsaland. De moeder heeft brooddozen met diertjes erop voor hen gekocht, en ze drinken uit herbruikbare drinkbekers. Het plastic ervan is uiteraard gespeend van gevaarlijke stoffen, en ook hun kleding is bijna altijd bio, maar komt zeker en vast van een trendy webshop of een stockverkoop in Antwerpen.

Ik heb de vrouw hierboven nog nooit ontmoet. En ik heb haar ook al honderden keren ontmoet. Ze bestaat niet echt, maar ze bestaat toch wel in heel veel varianten. Ze is een fenomeen dat steeds vaker en in grote getale opduikt. Met die anderen houdt ze overigens vriendinnenweekends en gaat ze één keer per jaar uit de bol op de Gentse Feesten in een witte halterjurk met rode kersen. Hun mannen kunnen het redelijk met elkaar vinden. Ze dragen bijna nooit een jeansbroek en houden van kleurige hemden, T-shirts, longsleeves en gebreide pullen. Ze hebben zelden een zwarte bles, maar eerder een warrige haardos. Ze fietsen veel. Laten soms hun baard enkele dagen staan en dan weer niet. Een aktetas willen ze niet, maar zo’n brede mannentas op de heup met riem over de schouder wordt sterk gewaardeerd. Ze zijn erg betrokken bij kind en huishouden. Ze heten Ward, Pieter of Wannes. Ik heb hen ook nog nooit ontmoet en zie hen overal.

Het zijn zeker en vast lieve, moderne, groengezinde mensen. Ik heb absoluut veel aspecten met hen gemeen en moet dus niet doen alsof het helemaal over een ander soort mensen gaat.

Maar toch, die enorme massa van allemaal mensen van datzelfde type, dure groen, waar nooit eens een variant of uitzondering op zit… ziet u die ook? Is dat niet beangstigend? Of gewoon cool? Trendy?

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 44 andere volgers