Zo bedenkelijk als de oudste zoon keek, zo verheugd keek mevrouw onderdeappelboom bij het in ontvangst nemen van deze gieter. Tante Tuindame was al geruime tijd op zoek naar een origineel geboortegeschenk, en vroeg uiteindelijk of ik blij zou zijn met haar gieter. Daarbij trok ik geen bedenkelijke blik van verbazing, want ik wist goed genoeg dat ze geen plastic exemplaar bedoelde. De gieter in kwestie is een erfstuk dat mijn tante, zelf 75, kreeg van haar even oude vriendin, die de gieter op haar beurt van haar grootvader erfde. Telde je in gedachten mee? We zitten al snel in 1800!
In een oude aflevering van het tijdschrift ‘De Tuin van Eden’ staat te lezen dat gieters in de 18de eeuw gemaakt werder van koper, en vanaf de 19de eeuw van goedkopere materialen zoals zink en ijzer. Nu ben ik niet goed in metalen, maar onze gieter lijkt groen uit te slaan, en is dus vermoedelijk van koper? Maar al was hij van zink: oud is hij, en een erfstuk dus bovendien.
Nog meer interessante weetjes uit het Eden-tijdschrift: gieters zijn zo oud als de oude grieken, en hebben in tal van vormen bestaan. Van lederen veldfles, over terracotta sproeipot tot hedendaagse gieter heeft het sproeivat een hele weg afgelegd. De kruik gaat zo lang te water tot hij breekt, en de gieter bleef zo lang gieten tot hij door corrosie niet meer bruikbaar werd. Dan werd de gieter gewoon gesmolten om opnieuw te worden gevormd. En om die reden zijn er ook maar heel weinig oude gieters meer beschikbaar.
Waarom in de loop van de tijd de twee oren vervangen zijn door één begrijp ik dan weer niet. Volgens Eden dienden de oren vooral om de gieter op die manier met twee handen onder water te kunnen houden, waardoor hij sneller vol loopt. Maar ook om goed gedoseerd te gieten zijn die twee oren bijzonder handig. Een gat in de markt dus, als het ware…
Wat ik ook niet begrijp is hoe de gieter in onze Nederlandse taal in twee vrij tegengestelde uitdrukkingen figureert: ‘Zo trots als een gieter’ en ‘afgaan als een gieter’. Maar dit natuurlijk terzijde…
En aldus zijn wij heel blij met dit geboortegeschenk, al lijkt de kans klein dat ik er ooit echt mee ga gieten. Blijft de beteuterde blik van de oudste zoon bij het zien van zijn moeders nieuwste aanwinst. Meneer onderdeappelboom besloot te hulp te schieten, en gaf zoontje onderdeappelboom een lesje in antiek.
“Kijk jongen,” zei hij. ‘Soms kopen wij nieuwe dingen. Na een tijdje gaan die kapot, of worden ze oud en versleten, en dan vinden wij ze niet meer leuk of niet meer mooi. Maar soms zijn de dingen niet een klein beetje, maar zo ontzettend oud dat ze weer mooi worden.”
“Ah,” zei de zoon nadenkend.
“En wanneer gaat deze dan mooi worden?”