Feeds:
Berichten
Reacties

We zijn veilig terug thuis aangekomen. En dat ‘veilig’ was voor één keer niet zomaar een woord, maar een hoop en een gedachte die niet alleen onze gedachten, maar ook die van heel wat vrienden en familie blijkbaar heeft gekleurd. Veilig aankomen was tijdens de periode dat we in China bleven jammer genoeg niet voor iedereen een evidentie, en we hebben de 24 uren onderweg naar huis (vertraging – annulatie -vertraging – geen bagage) in vliegtuigen en op luchthavens dan ook zonder enig gemor doorstaan (alsook de kinderen die het fantastisch deden, zo 24 uur zonder slaap, inclusief jetlag). Wij kwamen aan, en we zijn daar zeer dankbaar om.

Het reisverslag over China zal ik in uitgebreidere versie nog verder zetten op onderdeappelboomgaatopreis.wordpress.com, en in korte versie volgt hier nog wel een samenvatting. Maar velen onder jullie zijn nieuwsgierig naar het huisruilconcept op zich. En of ons huis er nog wel stond bij thuiskomst :-)  Laat ons jullie geruststellen: het huis stond er nog, en we zijn helemaal weg van huisruil!

Om te beginnen zijn er de kleine attenties die aankomen in een ander, echt huis zo aangenaam maken: er staat een welkomstdrankje en toebehoren op tafel (bij ons zowel als bij hen), overal hangen post-itje om je de weg te wijzen (met af en toe een grapje), er zijn briefjes en foldertjes met uitleg over leuke resto’s en wandelingen die alleen bewoners echt kennen, enz. Onze ruilfamilie had ook inspanningen geleverd om een fiets met kinderzitje voor ons op te snorren, en had gratis toegang tot het nabije zwembad voor ons geregeld. Wij hadden op onze beurt voor hen al resto’s gereserveerd en matrassen klaar gelegd voor vrienden die op bezoek kwamen. Het voelt alsof je door iemand wordt ontvangen, ook al is die iemand op dat ogenblik in een ander (jouw) huis.

Het was duidelijk dat we allebei erg nieuwsgierig waren naar elkaars ervaringen. Het eerste mailtje met ‘wat een heerlijke plek!’ kwam als een grote geruststelling, en de hele reis lang konden we het niet laten om bijna om de twee dagen te mailen naar elkaar met de vraag welke uitstappen gemaakt waren, hoe het weer was,  enz.  Onze huisruilers hadden helaas zeer veel regen te verwerken bij ons, maar blijkbaar vonden ze het toch erg gezellig en leefden ze zich uit met de oogst uit de tuin. Bij thuiskomst vonden we zelfs een briefje op tafel met de boodschap dat ze uit dank voor al die bessen waarmee ze zoveel gekookt en gebakken hadden, ook voor ons een zwarte-bessen-taart hadden gebakken die we in de diepvries konden vinden! (we moeten ze nog proeven :-)) En ook wij lieten bloemen en wat attenties voor hen achter op de keukentafel.

Er is inderdaad een ongelukje gebeurd toen ze bij ons waren. Maar het is niets ergs, en ze hebben het ook meteen gemeld. Wij hebben op onze beurt twee glazen gebroken bij hen. Maar wij vonden van elkaar dat dat erbij hoort en nu eenmaal kan gebeuren. Met een gek soort vanzelfsprekendheid bleken we het ook eens over wat je uit elkaars huishouden kan gebruiken: een pot choco mag je verder leegeten, wc-papier of waspoeder moet je voor die korte periode niet gaan kopen, maar als je een volledig pak bloem of cornflakes gebruikt, vul je dat weer aan. Zowel bij hen als bij ons was er ook wat overschot aan voedingsmiddelen, dus die laat je dan ook gewoon voor elkaar achter.

En los van het praktische aspect, is het mooiste van huisruil misschien wel dat je niet alleen een land bezoekt, maar ook iets leert over wonen in dat land. Het zijn als het ware twee reizen in één: China bezoeken enerzijds, en wonen als een expat in Beijing anderzijds. Huisruil is daardoor op een eigen wijze heel intiem. Een intimiteit die voorbij de onderbroeken in de schuif gaat (ik heb, in alle eerlijkheid, geen kast opengetrokken en geen blad gelezen van wat op de bureau lag), die ver voorbij de woorden gaat waarmee je het huis kan beschrijven, en niet ligt in geheimen die je ontdekt, maar wel ligt in het – heel kort – delen van elkaars leven, door het delen van elkaars huis.  Wij zijn alvast naar huis gegaan met het gevoel dat we twee reizen hebben mogen maken deze zomer, en missen het daardoor des te harder. Want ja, China was fantastisch!

En de tuin, daar kom ik ook nog op terug, want daar is nu nog wat werk aan :-)

 

 

Verrassend, wat zo’n kleine moestuin allemaal voortbrengt

DSC_0638[1]

DSC_0646[1]

Ik moet eens de totale oppervlakte gaan berekenen, en zo goed mogelijk bijhouden wat er allemaal uitkomt; zodat andere moestuinierders ook een idee krijgen. Ik heb in elk geval het gevoel: veel meer dan dezelfde oppervlakte NIET in bakken. En daar moet ik eens over gaan nadenken, hoe dat zo komt :-)

Over de bessen hebben we evenmin te klagen. Na de frambozenstroom zitten we nu in de zwarte- en jostabessenberg, en gaan we langzamerhand over naar de trosbessenregen. En zelfs de eerste blauwbessen zijn klaar.

DSC_0641[1]

En ik weet dat bovenstaande foto niet zonnig is, maar ik vind hem mooi. Niet omwille van techniek, maar door het licht. Ik vind hem een beetje Vermeer, een beetje Van Dijck, een beetje schilders van toen, en de bessen en kleuren doen mij denken aan 17de eeuwse jurken. En ik ben gek op oude jurken :-)

 

Over de borders wil ik eigenlijk ook niet klagen.

DSC_0653[1]

DSC_0654[1]

DSC_0656[1]

DSC_0657[1]

DSC_0658[1]

Al zullen het nu ons huisruilers zijn die er verder van genieten. Enfin, ik hoop dat ze ervan zullen genieten. Ze leken alvast erg blij om fruit en groenten te kunnen oogsten. We duimen. en we zingen: ‘Of had u nog iets anders soms gewenst?’

Ik laat nog één keer hier weten dat er reisinfo bijgekomen is op de reissatellietblog; daarna zal ik het alleen nog daar posten.

De satelliet-website is een feit. Vanaf nu enerveer ik u alleen nog onrechtstreeks met reisverslagen, via onderdeappelboomgaatopreis.wordpress.com.  (Dit is eigenlijk vooral in het kader van reiswebsites die graag een link willen maken naar het reisverslag, maar dat moeilijk kunnen als het verborgen zit onder tuinvreugde en – perikelen).

 

En bij het lanceren van de satelliet, lanceer ik ook maar meteen de nieuwe gravatar. Ilse van Mirna Photography en ik hebben ons goed geamuseerd toen we deze bedachten, met het oog op mijn blog. Nogmaals dank Ilse!

10255245_10152141894440889_722224751_n

“Ik ben zo’n vermoeiend type dat de hele dag moet roepen hoe mooi en prachtig alles is, en aangezien wij beiden vrijwel hetzelfde mooi of lelijk vinden, kunnen we – mits ik op gezette tijden mijn mond houd – heel aardig samen reizen.”

Het is één van de eerste zinnen uit het boek dat meneer onderdeappelboom mij aanreikte, en ik was meteen verkocht. Meneer onderdeappelboom bezit de hele reeks ‘in een rugzak’ van Dolf De Vries, en het boek ‘China in een rugzak’ bleek hij al in 1991 gekocht te hebben. Dat is maar liefst 23 jaar geleden!! Ik verzeker je, meneer onderdeappelboom was toen nog behoorlijk piep, maar blijkbaar toch al helemaal in de ban van reizen. Of van Dolf de Vries. Dat kan, want zijn reisboeken lezen dan ook niet als reisgidsen, maar als boeken over ‘wat is dat om op reis te gaan?’. Als je ook maar enigszins van reizen houdt, en lang of kort geleden nog de rugzak omgegespt hebt om (meer of minder) verre reizen te maken, dan raad ik je ‘China in een rugzak’ zeker aan. Je krijgt er geen precies beeld bij van de omgeving, kostprijs, of goede hotels, maar wel portretten van verschillende types reizigers en mensen, een inkijk in het wel en wee van rugzakreizen, en een ontwapende zelfkritiek van een auteur die van zodra hij ernaar neigt de pedante Hollander uit te hangen zichzelf meteen tot de orde roept. Je moet er niets van China voor kennen, en zelfs geen wens hebben om China te leren kennen (al gebeurt dat gaandeweg wel). Op de bekende bol-website krijg je bovendien gratis 10 bladzijden inkijkexemplaar.

Na de zoete inleiding was het tijd voor het echte werk: de lonely planet uiteraard, al was het maar voor de correcte info over bustijden en treinprijzen die je erin vindt (wat handig zou kunnen zijn in een land waarvan niet alleen de taal, maar ook de cijfers en letters volstrekt nietszeggend zullen zijn voor ons).  Lonely Planet kan haar correcte up-to-date info garanderen omdat ze niet alleen betrouwbare auteurs ter plaatse stuurt, maar ook vertrouwt op de commentaren van al even betrouwbare reizigers. Toen wij in Bangladesh waren, noteerden we nauwgezet alle moeilijk te verkrijgen info over de grensovergangen met India, en stuurden die daarna ter correctie aan de redactie. Onze aanpassingen werden in de nieuwe editie opgenomen, en als dank mochten we een gratis Lonely Planet uitkiezen. Dat was bij deze geregeld :-)

De bib bracht ons nog wat specifieke gidsen over Beijing, en vervolgens was het tijd om aan de kindjes te denken. Het eerste boekje, dat ik leerde kennen via de website ‘verre reizen met kinderen‘, is ‘ikke gaat vliegen’. Ook hier biedt bol een inkijkexemplaar. Het is een boekje op maat van peuters en kleuters, en ons kleinste appeltje vindt het geweldig. Na het verhaaltje één keer aanhoort te hebben, vertelt hij het nu elke avond aan ons. Bij de eerste bladzijde, waar ikke thuis in haar tuintje staat, vertelt hij steevast: ‘eerst moet je door het stro stappen’. Hij is ondertussen ook overtuigd dat hij een taartje zal krijgen op het vliegtuig èn dat iedereen in de vertrekhal met mondhoeken tot op zijn schoenzolen zal staan van het lange wachten.

Voor de groteren is er het boek ‘In een land hier ver vandaan‘. (jawel, inkijkexemplaar). Het is een sprookjesboek, maar dan eentje waarbij elk sprookje onopvallend ingaat op een stukje geschiedenis: of het nu Machu Pichu of het terracotta-leger is, in het boek wordt het verteld als een sprookje van een drietal bladzijden; ideaal om voor te lezen voor het slapengaan. De oudste onderdeappelboompjes kunnen er alvast geen genoeg van krijgen.

Maar ook voor kinderen bestaat ‘het echte werk': de lonely-planet-reeks ‘verboden voor ouders‘. Het is niet wat ik voor ogen heb als de ideale reisgids voor kinderen, maar de schreeuwerige prentjes trekken de aandacht, en weken vragen en verhalen los. En dat is natuurlijk nooit slecht.

En dan zijn er natuurlijk de reisromans. Boeken door Chinese auteurs, boeken over China, boeken om mee te nemen naar China. Voor de kleintjes kochten we heimelijk wat boekjes-op-maat die we zullen bovenhalen als er verveling opduikt, zelf lieten we ons in de reisboekhandel De Pauw Huilt, en Les Lettres de Chine aanraden. Die eerste gaat mee om op reis te lezen, die laatste las ik ondertussen al in vertaling. De auteur is Victor Segalen, een Franse arts die in 1908 naar China reist. Een half jaar later reist zijn vrouw hem achterna, en ze blijven er 7 jaar wonen, tot Segalen verneemt dat de eerste wereldoorlog is uitgebarsten, en ze naar Europa terugkeren. Segalen gaat zelfs aan het Vlaamse front werken! De brieven zijn enkel deze die hij aan zijn vrouw stuurt. Ze zijn merkwaardig modern en sensueel, afgewisseld met te informatief en irritant, waarna weer grappig, intrigerend, heerlijk en vervelend. Ze bieden een kijk op een land dat in 100 jaar tijd een evolutie van 1000 jaar heeft afgelegd (de verboden stad was nog verboden toen Segalen in Peking woonde!), een man die met een moderne visie op erfgoed een vrijwel onbekend land heeft ontdekt (hoewel hij er niet voor terugdeinst ergens halverwege een boeddha te onthoofden), en tezelfdertijd een vleugje bourgeois van voor de wereldoorlogen toont (zelfs op bergpassen in China).  Zeer aan te raden.

En verder kan ik nog heel veel leestips gebruiken (niet over China, gewoon om mee te nemen is goed) èn begint dit wel ver af te wijken van een tuinblog, waardoor ik de reisstukjes misschien eens in een satelliet moet gaan steken…

Voormiddag

DSC_0578[1]

Middag

DSC_0594[1]

Namiddag

DSC_0578[1]

Mijn ouders hadden deze bloempjes in een bak in het verdiept terras toen ik een kind was. Enkele jaren maar. En ik was razend toen ze weggingen, omdat mijn mama wel eens wat anders wou. Bijkbaar waren dat mijn absolute lievelingsbloemen. En afgelopen voorjaar zag ik een zakje zaad bij de aveve, en besloot ik prompt ze te zaaien. Dat is blijkbaar wel gelukt, en nu staar ik samen met de kinderen gefacineerd naar hun biologische klok. Licht bewolkt of zonnig: alleen rond de middag gaan de bloemetjes open. Ondertussen leerde ik dat ze ook eetbaar zijn, en dat sommigen ze ‘ijsbloemen’ noemen. Kijk daarvoor maar eens naar deze foto (met warempel bewust schijnbaar foute focus!)

DSC_0597[1]

En of ik ze nog mooi vind? Geen idee; daarvoor zitten ze teveel vol nostalgie.  Maar als het enigszins kan, neem ik er zaad van, en zaai ik ze vanaf nu elk jaar!

En zoals dus gezegd: ‘een week later konden we ruilen met Barcelona,  Portugal, Noorwegen, Denemarken, Ijsland, Canada (2x), Amerika (3x) en met een Hollands gezin. En in de weken die erop volgden kregen we alsnog verzoekjes (dus geen antwoord op onze vraag, maar op hun initiatief) voor huisruil met mensen uit Frankrijk, voor weekendjes of paasvakantie in Nederland, en zelfs een familie uit hartje Parijs die hun kersttijd wel eens buiten de stad wilde doorbrengen. Dus restte ons niets anders dan wat conversaties op te starten, en uiteindelijk te kiezen…’ (zie het eerste stukje)

Meneer onderdeappelboom nam de honneurs waar, terwijl ik weer even in het werkleven verdronk. Maar we overlegden wel: Berkeley werd afgeschreven wegens teveel zand, Barcelona omdat het een appartement bleek, Ijsland wegens te koud, en Noorwegen wegens ook wel heel ver weg van Oslo. Bleven toch nog een aantal aantrekkelijke alternatieven over. Portugal leek mij meteen een fantastische plek, maar ook Denemarken had zijn aantrekkingskracht. En het hield niet op: de Hollandse familie bleek namelijk helemaal niet meer in Nederland te wonen. Ze bleken expats. In China!

Ik moest uiteraard even lachen, toen meneer onderdeappelboom zei dat we naar China konden als we wilden. En ook Australië dook plots op. Maar dat zou uiteraard niet alleen helemaal ingaan tegen het oorspronkelijke idee van ‘laat het iets goedkoper zijn dan Italië’, maar bovendien was het ook heel ver vliegen èn was het misschien lang zo ecologisch niet (daarover later meer). Los daarvan: hoewel ik (samen met meneer onderdeappelboom) altijd de eerste ben om te zeggen dat we onze vroegere rugzakreizen zo missen, dat we zo graag nog een stuk van de wereld willen zien, dat we het immens belangrijk vinden om onze kinderen andere werelddelen te tonen om hen begrip, verdraagzaamheid en bewustzijn mee te geven, om hen te tonen hoeveel mogelijkheden van leven er zijn,… ondanks dit alles, spreekt het voor zich dat je dat niet doet op een ogenblik dat de oudste kindjes 7 zijn en de jongste pas 3. Integendeel: de gedachte alleen al deed mij kokhalzen van angst. Op deze leeftijd zet ik mijn kroost het liefst op een stoeltje héél dicht bij mezelf, beschut door liefhebbende armen, en tegen het zachte kussen van (het minieme beetje dat overschiet van) moeders boezem. En wil ik  NIET op een verre reis. Laat staan een ander, weinig bezocht continent. Angst! En principes over ver reizen met de kinderen? Geen één! Allemaal weg!

Daarom dat ik dan ook tegen meneer onderdeappelboom zei: ‘Ok, mail jij maar verder met iedereen; we zien wel wat ervan komt’.

Ook met angstzweet in de handen kan een mens vooruit…

Terwijl wij in ons gezin de voor en tegens afwogen, deden de kandidaat-ruilgezinnen hetzelfde. En ze waren enthousiast. Allemaal. En dus zei meneer onderdeappelboom: ‘We moeten eens gaan beslissen…’

Natuurlijk waren de opties al voortdurend de reveu gepasseerd in ons hoofd. Hadden we de prentjes van de mogelijke huizen bekeken en aan onze kinderen getoond. Natuurlijk was ik ook alweer helemaal gecharmeerd omdat één van de gezinnen ook een tweeling heeft, en dan nog een derde kindje (= idiote tweelingmama-emotie). (Eén van de basistips bij huisruil is overigens: ruil met een gezin dat in dezelfde levensfase is als jij; dan passen jullie huizen wellicht goed bij elkaar, en heb je – mogelijks – ook begrip voor puzzelstukken die in een zetel opduiken of dergelijke meer).

En ja, toen,… toen begonnen we China zo gek niet meer te vinden. Enfin, nog steeds verschrikkelijk gek. Ondraaglijk beangstigend. Maar anderzijds: het leven in een expatwijk, het soort van ‘bubble’ die we anders koste wat het kost zouden vermijden, is misschien toch wel de ideale tussenweg om voor het eerst met kinderen naar een ander continent te trekken. Blijkt de andere cultuur te shockerend, is er behoefte aan rust, dan is er het huis en de wijk om ons in terug te trekken. En hoe vaak zouden we zo’n kans nog krijgen?

En aldus gebeurde het dat meneer onderdeappelboom op een vroege ochtend in de niet-zo-winterse februarimaand naar de Connections-shop op Zaventem trok, en terugkwam met vijf retourtickets Brussel-Beijing…

 

Lees ook het eerste bericht over Huisruil in het algemeen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 39 andere volgers