Ten huize onderdeappelboom werd reikhalzend uitgekeken naar de sneeuw. Vrijdag rond 15u vernamen we dat het in West-Vlaanderen al aan het sneeuwen was, en op verzoek van de onderdeappelboompjes, beloofde oma om de sneeuwvlokken samen met opa in onze richting te blazen.
En jawel, nauwelijks een kwartier later viel ook uit onze lucht het eerste pluizige wit. Met luide kreten moedigden we de wolken aan, en weldra was een heuse sneeuwbui ons deel. “De tafel is al wit”, schreeuwden de onderdeappelboompjes! “De sneeuw blijft liggen op het gras!”. En toen het korte tijd later donker was, konden ze naar bed met de opwindende gedachte dat er een weekend lang in de sneeuw zou kunnen worden geravot.
Dat de sneeuw de volgende ochtend allerminst bleek te plakken (ze viel integendeel als poedersuiker tussen je vingers door) kon hen allerminst teleurstellen. Want behalve sneeuw, was er immers ook ijs!
“Je kunt altijd eens navragen bij de provincie waar je kunt gaan schaatsen”, wist men de avond tevoren te melden in het Journaal. Maar daar moesten wij eens goed mee lachen. Wij hebben immers dit:
Met een trekker en een schuurborstel trokken we het ijs op en na een dik uur joelen, glijden en op het ijs smakken (tedoemme, ik was vergeten hoe hard dat is), hadden we al dit:
Verder werd de vijver niet open gemaakt, want ondanks de lage temperaturen, blijven de ondergrondse bronnen de vijver voeden, en rond deze plaats is het water nog open. Hoewel we wellicht niet verder dan onze knieën in het water zouden zitten als we door het ijs zouden zakken, willen we dat risico toch liever niet nemen.
En aldus werden stoeltjes aangesleept. Werd er gegleden, geduwd en ‘geschaatst’. Echt schaatsen was dat niet, maar de beweging komt er langzaamaan in. Volgend jaar moeten we toch eens uitkijken voor schaatsen, want in hun Gentse periode waren meneer en mevrouw onderdeappelboom verslingerd aan de schaatspiste, en we willen het de kleine onderdeappelboompjes uiteraard graag leren.
Later trokken we er nog met de slede op uit en ontdekten een helling in de tuin die net steil genoeg bleek om er zonder hulp vanaf te glijden. Alleen moest mevrouw onderdeappelboom dan na het afduwen wel als een idioot achter de slee aanrennen en hem voorbij steken om de sleeënde kindjes te stoppen vooraleer ze in de takkenhoop beneden vlogen. En dan gingen we ook nog eens terug naar de vijver. Glijden, slieren, en kjken door het ijs (eat this, Bart
)
En zo kwamen wij na een weekend vol sneeuwpret uitgeput terug binnen. Werd er hete chocolademelk gemaakt. En moesten er voetjes worden opgewarmd.


Klinkt heerlijk!
zotjes, een eigen schaatsbaan in den hof!!! ik wou dat ‘k uw buurmeisje was
Haha, en jij genoeg conditietraining gehad
. Blij dat Linde even mee van de sleepret mocht genieten!
Wow! een schaatsbaan! en een helling waar je zonder duwen afkan! Die kleine appelpitjes zullen wel gelukkig zijn
Dat zag er leuk uit! Leuke wintertafrelen! Die kleine onderdeappelboompjes een heel winterland voor hun alleen, super!
Mooie beelden!
Sindsdien waag ik me niet meer op glad ijs.
Ik ben tijdens het ‘slieren’ eens op mijn achterhoofd gevallen. Naar verluidt is dat nooit meer goedgekomen, doch hou het stil.
En dan allemaal zalig rode wangen en handen rond een warme mok
Ik vind mevrouw onderdeappelboom fantastisch!
Het mooie verhaal trouwens ook.
Natuurlijk-rijk: was het ook!

Hilda: altijd welkom
Buikberg: hoog tijd ook dat er weer wat beweging in dat vege lijf van mij komt!
De biodiverse en Ilse: ze vinden dat normaal, denk ik… Maar ze hadden wel een heerlijke tijd!
Menck: de oudste zoon is meermaals op het ijs gesmakt en gaf geen krimp. Bewondering!
Tijdtussendoor: ja, handjes warmen!
Chelone: huh, ben ik fantastisch? Dat wist ik niet hoor. Maar ik zal het snel eens uitprinten zodat het zwart op wit staat!