Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Allerlei’ Categorie

Ik heb hier nog maar halvelings aan boekrecensies gedaan, terwijl ik initieel nochtans van plan was daar de core-(non-)business van deze blog van te maken. Niet dus. En ook vandaag maar een halvelingse. Maar toch!

Een tijdje geleden vroeg meneer natuurlijk-rijk of we nu allemaal alle boekjes van collega-bloggers en collega-moestuiniers moeten kopen. En ik zei: “ik vind van wel” :-). Ik vind dat ook. Collega-bloggers en -moestuiniers moet je steunen. Zeker als ze pas beginnen. Of als ze er een levensvervulling in hebben of zoeken. Nu zijn Dorien/Jonge Sla en MmeZsazsa (10 000 volgers op facebook! 10 000?!!)  natuurlijk bezwaarlijk nog beginners te noemen, en steun is er alom. Maar toch!

Dus ik kocht de Moestuin van Mme Zsazsa, inlcusief recepten van Dorien, en las, zag en overwon de talrijke blzn. in een wip. Een aanradertje, dames en heren, en waarom dat zo is, hebben anderen al beter gezegd dan ik dat zelf kan. Ik kan alleen hoogstpersoonlijk meedelen wat dit boek voor mij beter maakte dan de andere moestuinboeken:

 

1) De stijl: lay-out zowel als tekststijl zijn anders, luchtiger, kortom: een opluchting. Informatief, maar zonder de wurggreep van een overdaad aan pseudo-academische encyclopedie-taal; hier en daar een grapje of een vleugje ironie, nergens mislukte grapjes.

2)Het papier: echt schoon papier. Jaja, beroepsmisvorming. Maar het goede papier.

3) De moestuininfo: behalve het begrijpelijk meegeven van de wisselteeltinformatie, neemt Mme Zsazsa ook voldoende de tijd om het hele schema theoretisch onderbouwd te doorbreken. En dat gaf voor mijn nog niet zo geïnformeerde geest heel wat nieuwigheden mee. Ik som ze niet allemaal op – anders koopt u het boek niet meer – maar om je een beeld te geven toch enkele voorbeelden:

- combinatieteelt van maïs en staakbonen is niet alleen een gemak voor de boon (ze kan via de mais omhoog), maar geeft je ook een beter gebruik van ruimte (normaal groeien bonen in het peulenperk en de grond tussen de mais is anders toch maar leeg), èn een meer gespreide oogst (staakbonen zijn later klaar dan struikbonen)

- er is vanalles dat je op je kolenperk kan zetten vooraleer er kolen zijn (voorbeelden in het boek)

- sommige groenten kunnen in theorie niet samen, maar als je goed nadenkt, zullen de eerste oogstklaar zijn op het moment dat de andere net ruimte beginnen nodig hebben. Dus je kunt ze in praktijk gerust heel dicht bij mekaar zaaien/planten (voorbeelden in het boek)

- en in de lijn van dit laatste geeft Mme Zsazsa eigenlijk bijzonder veel info over hoe je oogst kan spreiden ver buiten wat de zaaischema’s in klassieke boeken aangeven. Ik heb plots het gevoel dat ik uit mijn mini-moestuintje dubbel zo veel zal kunnen halen als wat andere gidsen en zaadpakjes mij voorschrijven. En vooral: dat het min of meer moet lukken om die ellendige alles-smaakt-naar-’uit-de-diepviers’-periode zo kort mogelijk te houden.  Verfrissend! Verademend! Knap!

4) De recepten: ik weet het, als je niet gewoon bent vegetarisch te koken, dan heb je de helft van de ingrediënten niet alleen niet in huis, maar weet je meestal ook niet wat ze zijn, laat staan hoe ze smaken. Maar vergeet niet: al deze recepten zijn uitgebreid getest. Dus ga één keer naar de winkel om al het onbekende in te slaan, en waag het erop. Maar bovenal, bovenal, en dat is werkelijk de schitterendste vondst ooit, staat bij al deze recepten a) of je ze van de dag voordien al kunt maken (of welke delen ervan) en b) of ze ook de volgende dag nog lekker zijn. (Neen, a en b zijn echt niet noodzakelijk hetzelfde.) Ik ben werkelijk totaal verrukt van dit idee. Hoe vriendelijk voor de kok! Voor het gezin! Vanaf nu moeten alle kookboeken gewoon zo opgebouwd zijn, vind ik. Want zo’n 30-minuten recepten van Jamie zijn wel superlekker, haalbaar na school- en werkdag, èn effectief in 30 minuten klaar te maken, maar het blijft een hyperportie turbokoken, waarna je met natte plekken onder je oksels aan tafel neerstort. Terwijl hier, o heil, alle liefde voor de kokende medemens die op de ochtend van een feestje wakker wordt en de lippen in een tevreden: ‘o, alles staat al versgemaakt klaar in de berging’-glimlach krult. Heil aan Dorien!

Dus, dames en heren, een boek dat ook u moet kopen. Absoluut.

U zegt? Dat een recensie ook altijd kritiek heeft? Wel ja, eentje dan: er wordt nergens (of maar weinig) over geld gerept. Ik besef goed dat een boek over zuinig moestuinieren niet aantrekkelijk is, maar er is een niet-uitzetbare knop in mezelf die altijd aan de mensen met een laag inkomen denkt, en in gedachten die potaarde, die potjes, de compost, de zaden, de serre, het gereedschap, enz. samen zit te tellen. Toegegeven, ook Mme Zsazsa verwijst naar de kringwinkel voor potten en het containerpark of wc-rollen voor kiemplantjes, maar er zitten nog veel verscholen kosten in. Ik zou er dus een blad hebben bijgestoken met alle benodigdheden voor een moestuin, en vervolgens de opties waar je ze allemaal kunt kopen/vinden/ruilen. In het kader van kringloopwerken, transitië enzo. Het zou een beeld geven, denk ik dan, van minimale en maximale onkosten, waaruit mensen naar vermogen of wens zelf kunnen kiezen.

Desalniettemin en toch absoluut: kopen dat boek!

 

Read Full Post »

Ook een soort gedichtendag

Ik zag hoe vandaag zestig jonge boompjes in onze straat werden aangeplant.
Zestig boompjes! Terwijl er toch al vijftig stonden…

We wonen in een lange straat. Dat wel. Maar toch: vijftig boompjes, en nog eens zestig erbij! Allemaal rode meidoornbomen en gelderse roos, geloof ik. Honderdentien in totaal…

We wonen in een laan nu! En dat voelt bijna als een gedichtje…

Read Full Post »

Liebster lieber nicht oder doch

De Liebster-award gaat rond. Eigenlijk weet ik nog altijd niet wat die precies inhoudt, maar ik weet wel wat je ermee moet doen: 11 random feiten vertellen over jezelf, en 11 vragen beantwoorden van degene die je heeft genomineerd. Dat was in mijn geval atijdplaatsaantafel; reden genoeg om aan dit stokje gehoor te geven! Bedankt ervoor, en huppakee dan maar:

De 11 random feiten:

1. Ik praat niet graag over mezelf. Goed begin, nietwaar? Schrijven gaat gelukkig beter. Praten eindigt meestal in gestotter en vriendelijke mensen die mij hoopvol zitten aan te kijken alsof ik ooit nog de clou ga geven van wat ik probeer te vertellen maar eigenlijk te beschaamd voor ben.

2. Ik ben 1,69 meter, weeg momenteel 55 kg, voor de zwangerschappen 60 en erna ooit 52.1. Mag ik Eddy bij deze bedanken voor zijn bijzonder knapperige frietjes?

3. Ik heb filosofie gestudeerd. En nog iets germaanse-achtigs daarna. Ik ben een hele zomer in Engeland au pair geweest om zeker te zijn dat ik echt filosofie wou studeren. Toen ik mijn studiekeuze aankondigde, was de gemiddelde reactie: ‘Oh, ik wist niet dat je ambitie had om in de aldi te gaan werken?’ Alleen mijn ouders vonden het een prima keuze. En mijn leraar wiskunde ook.

4. Over wiskunde gesproken: ik haalde regelmatig 100% voor (9u/week) wiskunde. Nu weet ik zelfs het verschil tussen sinus en cosinus niet meer. En dan denk ik vaak: wat meet de school eigenlijk? Wat meet IQ eigenlijk? Niet de intelligentie, vrees ik.

5. Ik was mijn haar met Ultra Doux Camille. Ik weet zeker dat u dat altijd al wou weten.

6. Slagroom is voor mij een dessert. Ik weet dat ik daarvoor eerst een ijsje hoor te bestellen, maar voor mij is dat eigenlijk overbodig. Slagroom zou best als dusdanig op de kaart mogen staan.

7. Ik zie mijn echtgenoot verschrikkelijk graag. Voilà.

8. Ik zie mijn kinderen eveneens ongelooflijk graag. ‘Wie had gedacht dat zij ooit zo zou gaan moederen’, hoor ik wel eens over mij. Ik ben dan ook een ongelooflijke moederkloekcarrièrmadame.

9. Ik ben bang van the X-files. Ik durf daar echt niet naar kijken. Laat staan naar iets dat nog griezeliger is.

10. Ik lees heel graag Dag Allemaal. Tijdens de examens, op kot (lees je nog mee, Inge?) durfden we elkaar zelfs, ter ontspanning tijdens het blokken, opvragen uit Dag Allemaal. We waren daar allemaal cum laude in geslaagd.

 

En dan de 11 vragen die ik van anomama kreeg:

1. Waarom startte je deze blog?

Een vriend, wiens afwezigheid ik nog steeds betreur, maakte mij attent op Eigenwijze Tuin. Ik besefte toen pas wat dat was, een blog. Ik was meteen gigantisch onder de indruk van die blog; ben toen hele jaren door gaan nalezen. En ik dacht ook vrijwel onmiddellijk: yes! een kanaal om te schrijven! En ik probeerde het. Achteraf beschouwd een vlaag van zinsverbijstering, want normaal gezien zou ik mij eerder afvragen of ik dit wel kan; wie er op zit te wachten; enz.

2. Wat was de mooiste dag uit je leven (tot nu toe)?

Bevallen, zonder enige twijfel, en met excuus aan het huwelijksfeest, de kleine prachtige momenten, enzovoort, maar niets kan op tegen bevallen. Dat is natuurlijk niet één dag, maar eigenlijk twee dagen. En ik besef voor driehonderdduizend procent dat ik mij zeer gelukkig moet prijzen dat ik dit kan zeggen. Vlotte bevallingen met gezonde kindjes tot gevolg zijn ongetwijfeld de hoofdvoorwaarde om aan bevallingen een mooie herinnering over te houden. Ik heb het geluk daarvan te hebben mogen proeven. Met een tweelingbevalling met min of meer verplichte epidurale nochtans (ingeleid op 40 weken en één dag, begonnen om 8u, het eerste kindje rond 13u en het tweede, na een bijzonder grote beproeving (in films mag een vrouw in de kussens neerzakken hé, nadat het kindje geboren is; ik was dus niet voorbereid op de inspanning van nog een tweede kindje en de echtgenoot evenmin die daar met een baby in zijn handen op zijn vrouw stond te kijken die opnieuw begon te bevallen), het tweede kindje dus een kwartiertje later) en dan de tweede bevalling van de jongste, in speedtempo, vrijwel op mijn eentje, met de laatste fase onder water. Ja, ik wil het meteen opnieuw doen. Die kracht! Die energie! Die zen! Zwanger zijn is ook heel mooi hoor. Maar die misselijkheid! Die vermoeidheid! En het duurt zo lang :-)

3. Wat deed je ontiegelijk veel verdriet?

Zeer veel zaken. Maar verdriet is niet te vergelijken. Het recentste doet meestal het meeste pijn. En ik ben nogal geneigd bewust te vergeten.

4. Wat zou je nog graag verwezenlijken in je leven?

Ik zou graag te weten komen of ik echt goed schrijf of alleen maar omgeven ben door ongelooflijk vriendelijke mensen.

5. Als je één ding mocht weten uit je toekomst, wat zou je dan willen weten?

dat vorige

6. Waar staat je computer waaraan je blogt?

Op mijn schoot. Voor de rest wisselvallig.

7. Volgen er veel mensen die je kent uit het dagelijkse leven je blog?

Bijna allemaal denk ik. Vreemd. Mooi ook. Vooral dat mooie eraan is zo vreemd.

8. Wat zou je willen veranderen in je leven?

Niets. Als ik zou weten wat ik zou willen veranderen, zou ik het meteen moeten doen toch, in zekere zin?

9. Wat zijn je 3 beste eigenschappen?

Ik weet niet of ik die heb. Ik kan mensen bijzonder graag zien. Ik verwacht maar weinig van hen naar mij toe. En ik heb zelden of nooit de neiging iemand te willen veranderen, zelfs niet in de kleinste details. Aanvaarden wie een ander is, vind ik voor iedereen veel gemakkelijker. Ik hoop dat dat hen en mij gelukkig kan maken. Meer moet dat niet zijn.

10. Waarvoor ben je bang?

Van verschrikkelijk veel. Moedig zijn is dan ook niet ‘van niets bang zijn’. Moedig zijn is doorgaan terwijl je doodsbang bent.

11. Welk seizoen verkies je en waarom?

De lente: propere tuin zonder al te veel inspanningen en tijdsbesteding (die ik niet heb) ;-)

 

En nu mag ik zelf ook nog mensen nomineren! Ik weet niet of daar regels voor zijn, maar ik wil mijn hele bloglist wel eens 11 random feiten over zichzelf horen geven, en de volgende 11 vragen zien beantwoorden:

1. Restaurant of thuis, en waarom?

2. Als je een standstuintje kreeg van 20 m², wat zou je erin zetten?

3. Voorjaarsbloeier of vaste plant met bloei in de zomer?

4. Heb je kinderen, en waarom?

5. Je wordt verplicht om met kerst enkele mensen uit te nodigen die je nog niet kent. Wie nodig je uit?

6. India, Rusland, Groenland of Argentinië?

7. Hoe belangrijk is bloggen voor je?

8. Je mag reïncarneren in het verleden. Voor welke historische periode kies je?

9. Favoriete boek?

10. Favoriete recept?

11. Je bent deze vragen aan het beantwoorden. Waarom eigenlijk?

Dus start maar, muggenbeet, eigenwijze tuin, boerenerf, buikberg, natuurlijk-rijk, biodiverse tuinier, huis met tuin, Menck, Spinrag, enz.

En bedankt, altijdplaatsaantafel!

Read Full Post »

Bloggen tegen onrecht

Hoe een mens zo nog eens aan het bloggen slaat, zonder dat er een eigenwijze vermaning aan voorafgaat? Wel, door een verkoper van elvelvelf bijvoorbeeld.

We schrijven zondagavond, voor het eerst vrij koud, en bovenal nat, wisselend tussen druilerig en buitengewoon doornat. De bel is net hersteld èn ik hoor hem (beide vrij uniek ten huize onderdeappelboom), waardoor de voordeur zowaar geopend wordt voor een zich verontschuldigende jonge man (zondagavond enzo) die met een doosje 11.11.11-kaartjes zijn ronde aan het doen is. Als wij cash geld in huis hebben (zelden) en de verkoper aan de deur (talrijk) een enigszins aannemelijk project voorstelt (neen, carnavalisten, uw feestje hebben we tot nog toe niet gesteund), dan zeggen wij nooit neen, dus de verkoper werd binnen gevraagd terwijl ik ging zoeken waar ik dat cash geld nu ook al weer had gelegd. Kaartjes gekocht, kindjes gezwaaid, en wij terug richting voordeur. Waar die verkoper plots zegt:

“Het is misschien raar om te zeggen, maar ik passeerde hier gisteren ook al bij daglicht, en u heeft een mooie tuin…

… mevrouw onderdeappelboom.”

Ik schrok, geloof ik. En ik dacht meteen ook: ai nee, mijn haar ziet er niet uit! Ik heb mijn bril op en die is nog vuil ook! Ik heb mijn slechte kleren aan! Heb ik domme dingen gezegd? Was de vloer wel proper????  Gelukkig stond er een deftige maaltijd op tafel, waren de kindjes vrolijk, het stoofje aan het knetteren, de geur van warm eten in huis. (Een niet te onderschatten verschil met enkele uren daarvoor toen er een kom soep over de hele tafel en vloer was omgekieperd, de zoon een tand van zijn zus uitklopte, de jongste meeschreeuwde omdat we hem zijn tuutje aan het afleren waren en hij toch al enkele uren zin had in wenen, de echtgenoot verdwaald en onbereikbaar in een bos zat en ik – vanzelfsprekend – ijzig kalm bleef (ahum, moet u nog vragen waarom mijn haar er niet uitzag?)).

Maar de man aan de deur bleek/blijkt zowaar bijna in onze straat te wonen (het is een erg lange straat), met een huis dat ik na enige uitleg kon aanwijzen als het huis waarvan ik (heus echt waar!) nog maar kort geleden tegen meneer onderdeappelboom zei: “die hebben daar echt een leuke tuin gemaakt; overal perfect de juiste plant en de juiste boom op de juiste plaats. En ze hebben ook met kastanjehout mooie perkjes gemaakt in hun tuin, veel beter dan ik.”

Gewoon een buurman dus eigenlijk. Maar toch ook een beetje dit gevoel. En nu even zwaaien naar de buurman, die blijkbaar meeleest :-)

Read Full Post »

Ondertussen schurkt de kilte zich onvermoeid tegen de gevel aan om de haren in onze nek rechtop te strijken en de blote huid van onze enkels in haar vochtige greep te houden.

Om zich te verweven met onze levens zoals wij hier nu staan, ikzelf bij het venster, en Wouter, achter me, bij het fornuis en zijn dagelijkse orde van boterhammen, koffie en fruit.

In zijn onvermogen om mijn leven naar een structuur te modelleren, houdt hij steeds driftiger aan het ritme van de ochtend vast. Onvermoeibaar perst hij dagelijks de roze pompelmoezen lam, jaagt de geur van verse koffie door het huis en dwingt ons leven in de goede banen die tussen het vaste patroon van borden en kopjes op tafel verschijnen.

“Kom je?” vraagt hij blij, maar in het schrapen van zijn keel hoor ik zijn ongemak om mijn zwijgen.

“Er is vers rozijnenbrood, dat rooster je graag.” En hij glimlacht terwijl ik hem voel schrikken om het immense lawaai dat zelfs het openen van een botervlootje in de stilte van de morgen schijnt te zijn.

De kilte in ons huis eet mee aan ons ontbijt.

“Kom je?” vraagt hij weer. En ik zeg “ja, ik kom”, maar blijf hier staan.

Mijn ogen lopen vast in het glas. De mist kijkt bij me binnen.

“Rozijnenbrood, dat rooster je graag.” Elke gewoonte, elke voorkeur die ik had, wordt door Wouter voor me opgediept en liefdevol om mijn schouders gehangen tot ik weer ben aangekleed tot de vrouw die ik was. Met het gewicht van deze verloren eigenschappen om mijn lijf zal ik volgens hem weer buiten kunnen gaan en het ritme van mijn leven hervinden.

Maar terwijl Wouter vooruit gaat, probeer ik alleen maar vast te houden. De overvloed van een verleden in een veelvoud van beelden te vangen. Maar hoe precies ik ook probeer de trekken van een gezicht te zien, ik krijg alleen een kort zicht, als het perkament dat uiteenvalt wanneer het in het licht wordt gebracht.

Het aangezicht van de mensen die ik liefheb, wordt van alle beelden nog het meest belaagd. Ogen krijg ik niet meer voor de geest gehaald, lijnen van lippen vervagen. Er is geen fotografie van de herinnering, geen album van in plaatjes vastgelopen ogenblikken dat ik naar hartenlust kan openen. Er zijn alleen maar vage beelden die kraken als de verkreukelde foto’s die uit de was worden opgediept en na het drogen wanhopig platgestreken worden. De scherpe lijnen laten los. Ogen en schouders vallen in dikke korrels van het blad. De fotografie van mijn herinneren is vooral de vergeten fotografie van het oude perkament dat voor je ogen verdwijnt van zodra je de flits opzet.

Nu mijn beelden vervagen, zijn de woorden wat rest. Als de frasen van een onhoudbare melodie zitten ze elke gedachte op de hielen, hakken ze op al mijn herinneringen in.

“Zuster Anna, ziet ge ze nog niet komen?”

Ik zou willen vasthouden, hoe ze daar zat. Hoe ze heel even vanonder haar wimpers naar me keek en haar glimlach in het zachte dons op haar wangen bleef hangen. Maar haar gezicht glipt door mijn vingers heen en al wat rest is de klank van haar stem.

“Zuster Anna, ziet ge ze nog niet komen?”

In hun vaste patroon van regelmaat en liefde zijn haar woorden ternauwernood ontkomen aan de wrede erosie die zich in mijn herinnering heeft vastgezet.

“Anna, ik heb koffie voor je geschonken.”

Read Full Post »

Overweging tot lezersbrief

De eerste deelreportage van Koppen gisteren stelde een nijpend probleem aan de kaak: de nood aan kinderopvang, bij tweeverdieners in het bijzonder, maar bij jonge ouders in het algemeen. Fijn dat dit wordt getoond.

Merkwaardigerwijs, echter, zag Koppen een noodzakelijk en oorzakelijk verband tussen de stijgende pensioenleeftijd in ons land, en de toenemende nood aan opvang. Dat grootouders kinderen opvangen, was blijkbaar een premisse die niet moet worden betwijfeld. En tweede schijnbare premisse: als die grootouders de kinderen niet meer kunnen opvangen omdat ze zelf nog aan het werk zijn, dan moeten we andere opvang creëren.

Maar is die opvang door grootouders wel zo vanzelfsprekend? Niet weinig grootouders zijn vragende partij om hun kleinkinderen op te vangen. Toch geldt dit niet voor alle grootouders. Sommigen zijn moe. Anderen hadden misschien op een andere manier van hun pensioen willen genieten. Nog weer anderen wonen te ver, zijn misschien te oud, zijn om andere redenen niet aanwezig. En geheel en al persoonlijk kan ik mij ook niet voorstellen dat wanneer ik op mijn 65ste de ratrace van werk, carrière, opvoeding en hobby’s eindelijk overleefd zal hebben (op al deze vlakken is excelleren het codewoord), dat ik dan zal juichen wanneer mijn kinderen mij vragen: ‘Ma, pa, kunnen jullie vanaf nu de jongste op maandag naar de crèche brengen, de oudste op dinsdag en donderdag ophalen op school, hen op woensdag naar tekenles brengen, opvangen tijdens de pedagogische studiedagen, hen een week bij je thuis nemen met Pasen en liefst ook toch meerdere dagen in het groot verlof, en o ja, vanzelfsprekend ook in nood als ze ziek zijn bijvoorbeeld?”. Ik vrees dat een diepe zucht en enig rologen hun deel zal zijn. En waarom zou dat onterecht zijn? Mag een maatschappij die door de structuren van haar systeem (schooluren zijn niet afgestemd op werkuren, de verlofdagen van scholen overstijgen aanzienlijk die van het werkleven, enz.) de noodzaak aan kinderopvang creëert ervan uitgaan dat de mensen die reeds 40 jaar hebben bijgedragen tot het systeem, nu ook nog eens het gat van die kinderopvang gaan vullen?

Wat me tot de tweede premisse brengt: als ouders meer moeten werken dan hun kind op school is of in de opvang, waarom wordt dan alleen het aspect opvang onder de loep genomen? Misschien is het toch ook mogelijk om eens na te denken over de redenen van die noodzaak tot opvang. En misschien kan er dan eens worden nagedacht over ‘anders’ werken, in plaats van meer of minder. De 40-uren week bijvoorbeeld, schijnt onwrikbaar over 5 werkdagen te moeten worden gespreid. Stel dat er een mogelijkheid bestaat om die 40 uren over 4 dagen te spreiden, dan hebben beide partners elk één vrije dag per week waarin het kind niet naar de creche moet. Of, misschien haalbaarder voor schoolgaande jeugd, het omgekeerde: laat ouders hun vier-vijfde week over 5 dagen spreiden. Hier en daar bestaat deze optie ‘schoolurenweek’ al, maar het is zeker geen standaard mogelijkheid van het systeem. En precies het feit dat het geen standaard is, maakt dat kiezen voor een 4/5de job voor vrouwen een beetje, maar voor mannen vooral als een zelfgerichte kaakslag wordt gezien. Als het moedwillig kiezen voor het einde van een carrière. Terwijl niet alleen de mensen die willen stijgen op de werkladder opvangproblemen hebben. Ook wie een standaard kantoorjob heeft zonder wens tot opklimmen, of wie in een ploegensysteem werkt, in de zorgsector, enz. moet goochelen met schooluren, sluitingsdagen van opvang èn – bovenal, maar niet genoemd – zijn persoonlijk geluk. Want al geeft zo’n job en de zelfontplooiing die ermee gepaard gaat inderdaad bijzonder veel voldoening, het feit dat je kind eeuwig gedoemd is tot voor- en naschoolse opvang (al dan niet door oma en opa) stemt, zeker in de eerste jaren, maar zelden tot tevredenheid. Bij dit alles hebben we het dan nog niet eens over de kosten gehad (ook na terugbetaling via de belastingen voor veel gezinnen een zware dobber) en de moeilijkheden voor opvangouders zelf (hun statuut, hun verloning, enz.).

Een lezersreactie is te beperkt om alle nuances op te vangen. En het aanbieden van meer flexibiliteit in de spreiding van de uren waarop je presteert voor je werkgever (thuiswerk en telewerk heb ik nog niet eens genoemd) is evenmin in alle het juiste antwoord op de vraag. Maar het zou al te gek zijn om niet minsten de paar mogelijkheden tot verbetering die er zijn niet onder de loep te nemen en kinderen nog meer en langer in de opvang te dwingen, als was het vanzelfsprekend.

Read Full Post »

De werkdag

Het mooie aan een lange vakantie is dat je in een staat van tijdloosheid geraakt. Ontbijten en avondmalen zijn niet meer aan uren gebonden; uren maken plaats voor het meten van warmte en de plaats van de zon; namen van de dagen worden genoegzaam vergeten, en weken worden wezenlijk eindeloos. Maar vakanties eindigen. Altijd. Ooit. Zo ook voor ons, op zondagavond rond 23u waarop we agenda’s openden, noodgedwongen in mailboxen piepten, en de komende week verdeelden in shiften voor hem en voor haar. Behalve het groot verlof zijn ook het aantal dagen waarop je kinderen in de vakantie van hot naar her moet sleuren in een poging om eind augustus een staat van ontspannenheid te bereiken redelijk eindeloos. Maar onze zaakjes waren geregeld: het kleinste appeltje kon terug naar de onthaalmoeder, en de oudste onderdeappelboompjes waren bij de grootouders langs mijn kant ondergebracht. Op dinsdagavond zou ik ze daar ophalen en op woensdagochtend zou meneer onderdeappelboom hen doorvoeren naar de grootouders langs zijn kant. Zo was de week waarin onze provinciestad geen opvang organiseert wegens kermisweek toch overbrugd.

Maadagochtend, 4u, worden we wakker gebeld. Oma laat weten dat dochter onderdeappelboom een astma-aanval heeft (het is niet echt astma, maar laat het ons daarop houden) en is een beetje ongerust. Ik probeer gerust te stellen, geef uitleg over puffer en aerosol, en ben verrassend goed in druppels, mg en namen van medicijnen voor slecht 4,5 uur slaap op de teller. Oma belooft terug te bellen als ze ongerust blijft, wat een slechte afspraak is van mij, want zo blijf ik liggen wachten op een telefoontje dat niet komt.  Als ik tegen 5u toch in slaap dreig te vallen, begint de gsm van meneer onderdeappelboom op de vensterbank te dansen; een geheel eigen manier van wekker zetten die perfect werkt (al overweeg ik hem zo’n appje cadeau te doen waarbij je eerst een wiskundig raadsel moet beantwoorden voor hij stopt met rinkelen :-)).  Eén van ons beiden begint de werkdag altijd zo vroeg mogelijk en werkt dan bijvoorbeeld van 7u tot 15u30, om tegen 16u30 aan de schoolpoort te kunnen staan. De ander brengt de kinderen tegen 8u30 naar school, en werkt dan van pakweg 10u tot 18u30. Ja, de kinderen zien mijn echtgenoot vaker dan ikzelf, maar in ruil daarvoor moeten ze maar minimaal naar de buitenschoolse opvang, een fantastische maar tezelfdertijd door mijn moederkloekenhart verwenste uitvinding.

Aldus raakt iedereen uiteindelijk op zijn werk en bij de onthaalmoeder en begin ik tegen 10u met het wegwerken van 500 maitljes, peanuts tegenover andere jaren; ik heb duidelijk verlof genomen op een ogenblik dat de rest van de wereld dat ook deed. Om 12u en om 14u blijk ik een vergadering te hebben. Vergaderingen zijn bijna dagelijkse kost voor het werk dat ik doe. Het nadeel is dat ze meestal tot nog meer gemail leiden; het voordeel ervan dat ze ook al eens tot beslissingen leiden. In het algemeen zijn er twee types vergaderingen: deze waarbij alles perfect is voorbereid, het verslag nauwelijks van de eerder opgemaakte agenda verschilt, en heel veel knopen worden doorgehakt. In het andere type vergadering hangt één en ander af van de inspiratie van het moment en is een resultaat veel minder gegarandeerd. Maar die tweede categorie is vaak wel leuker om bij te wonen. Gelukkig krijg ik van elk type vergadering één vandaag. De eerste efficiënt, de tweede met meer horten en stoten richting beslissing. Wat ikzelf voor zo’n vergadering doe, hangt sterk af van de voorzitter van de vergadering waar ik mee samenwerk. Er zijn vergaderingen waarbij ik nauwelijks meer doe dan notities nemen, andere waarbij ik regelmatig geconsulteerd wordt, en nog andere waarbij ik zelf quasi de leiding heb. En zo hoort het ook: ik werk dan wel voor de academische wereld, maar behoor er niet toe. De kennis en ervaring zit bij de academici zelf. Mijn taak is alleen om op te volgen, coherentie te verzekeren, en vragen te stellen: ‘weten jullie dat daar ook al zo’n initiatief bestaat?’ ‘heb je rekening gehouden met het feit dat je hier een eerdere beslissing tegenspreekt?’ ‘zouden die punten niet ook behandeld moeten worden,’ ‘wat vind je van dit en dit alternatief’, enz. De beslissingen zijn hun beslissingen, maar vanop de zijlijn zie je de dingen anders dan de mensen die er midden in staan, en dat blijkt vaak erg nuttig.

Ergens tussen vergadering 1 en 2 in (waarop ik overigens wonderwel wakker blijf ondanks de weinige uren slaap) is er een sms. De onthaalmama blijkt onverwacht ziek geworden te zijn en moet de opvang voor de rest van de week sluiten! Ik sms meteen de echtgenoot: ‘bel babysit voor di-woe-do – uitleg volgt’. Een minuut later een sms van de echtgenoot: ‘ze kan niet’. Sms terug: ‘zoek oplossing voor morgen aub – ben in verg’. Mijn gesms zal geen bijster professionele indruk geven, maar de deelnemers aan de vergadering zijn in een overleg gewikkeld waarin ik moeilijk kan onderbreken om te zeggen dat mijn jongste zoon geen opvang heeft morgen.  Dan een sms van meneer onderdeappelboom terug: ‘mijn pa komt morgen’. Dat dan toch al! (Later blijkt dat we geen andere opvang voor de andere dagen vinden, en moeten we beiden elk een dag spoedverlof aanvragen; nooit leuk, al raken onze tomaten dan eens opgebonden en de bessen gesnoeid).

Tegen 17u30 ben ik al 400 mails door (geen rekening houdend met de 30 nieuwe die erbij gekomen zijn – de hele wereld is ook terug uit verlof nu…). Dat is het voordeel als je achterloopt met e-mailverkeer: op den duur beantwoorden de berichten zichzelf wel :-) Oma antwoordt ook nog eens op mijn sms dat alles weer ok is met de dochter.

Op automatische piloot rijd ik van het werk rechtstreeks naar het stadpark/bos en loop daar tot mijn verbazing voor het eerst drie toertjes ipv de gebruikelijke twee. Meteen een kwartier extra gelopen (en ik houd sindsdien de 3 toeren met gemak vol :-)), en dat ondanks de weinige slaap en het ongezonde eten (lees: een twix en een doosje cecemel) dat ik om 16u nog naar binnen gooide! Maar het lopen doet goed . Het is dé plek waarop ik de dingen kan overdenken en waar de meeste tekstjes vorm krijgen. Hoe lang ze ook zijn, na een avondje joggen krijg ik ze probleemloos op papier.

Wanneer ik iets na 20u thuis kom, blijkt het jongste appeltje nog stralend wakker. Dus lezen we na mijn douche nog even boekjes en maken we puzzeltjes, steken we een paar ikea-schuifjes in elkaar voor het bureautje van dochter onderdeappelboom, profiteren een beetje van de exclusieve aandacht (hij dan :-) ) terwijl broer en zus er eens niet zijn, en wanneer het kleinste appeltje om 21u uiteindelijk besluit naar zijn bedje te willen, ploffen we in de zetel en beseffen plots: honger! Geen van beide heeft ook nog maar de geringste zin om eten te maken, maar gelukkig biedt onze diepvries standaard plaats voor het weldadige koninkrijk van dokter Oetker. Dat ook ons flessenwater op blijkt te zijn, is evenmin een probleem: de gedeelde karmeliet smaakt uitstekend. We passen onze weekplannen nog eens aan de nieuwe omstandigheden aan, beantwoorden allebei enkele mailtjes, en struinen tot slot nog eens door facebook en de standaard online. We verzaken ostentatief aan de lonkende mand was (strijk mij! strijk mij!,), het gazon (ik ben veel te lang!) en de vloer (red mij snel met een schuurborstel of dweil!). De overgang van vakantie naar werkleven moet nu ook weer niet al te heftig zijn. Of was het dat al?

En dan is het weeral 23u, moet de broodmachine worden ingesteld, vaatwas uit en ingeladen  (nachttarief bij ons),  en ontbijttafel klaar gezet (binnenkort ook weer boekentassen en brooddozen klaar zetten, zwemkalender checken, turnpantoffels kwijt zijn, en zien of er geen briefjes opduiken met ‘u mag morgen een klein plat kussentje meegeven’…) en tot slot: de wekker gezet. Om 5u50. Morgen is het mijn beurt om vroeg te beginnen werken.

Deze ‘werkdag’ kadert zowaar in een idee voor mijn echte werk. Dit is een test: heeft iemand er iets aan te lezen hoe andermans dag eruitziet? Is dat niet oeverloos saai? Zijn er dingen die er teveel of te weinig in staan? Krijg je zin om zelf ook eens je werkdag neer te pennen? Alle reacties van harte welkom!

Read Full Post »

Terugblik vanaf dag 15

Frankrijk dus. Nog maar eens. Maar elk stukje Frankrijk verschilt als een ander land van het vorige, waardoor niets de met Frankrijk vervlochten Belg ervan weerhoudt jaarlijks dezelfde rit naar hetzelfde buurland te ondernemen. Min of meer toch.

In het concrete geval van onze reisbestemming dit jaar, verschilde onze reisbestemming van de vorige in het feit dat er geen reisgids van bleek te bestaan. En ook in het feit dat we ons daar niet bewust van waren. Terwijl reisvoorbereidingen andere jaren bestonden uit tergend traag aftellen en watertandend virtueel prospectie doen van toekomstig geluk in de vorm van kastelen, steden, rivieren en andere toeristische en kunsthistorische trekpleisters volgens Michelin of Routard, waren we nu in een fase waarin Werk het enige woord was dat ons leven vorm gaf. En Gezin natuurlijk. En de per definitie onmogelijke combinatie ervan. Aldus stelden we pas op vrijdagmiddag vast dat er in heel ons provinciestadje geen reisgids over het gebied te vinden was (met uitzondering van 3 blz. in de groene Michelin) en ontdekten we op de daaropvolgende zaterdagochtend om 3u40 in de wagen dat onze bestemming op 6 uur en 30 minuten rijden lag. Tot zover de voorbereiding.

Onze bestemming: de Charentes. Ergens ter hoogte van Poitiers. Poitiers? O ja wacht eens, iets van de slag bij Potiers ofzo. Van Clovis? Of de middeleeuwen? Ja daaromtrent zo. En sindsdien niet meer veranderd. Aldus dat dachten wij toen we de ‘oprit’ van ons vakantiehuisje op reden:

DSC_0625

Een prachtig zeventiende-eeuws domein, volledig verscholen in een bos (dat deel uitmaakt van het domein!). Een tiental huisjes in totaal, waarvan twee voor de bewoners, drie voor huurders, en de rest als schuur, opslagplaats, met een schijnbaar oeroude kar erin, enz. Dat we naar iets ouds gingen, dat wisten we. Ik verklap u zonder blikken of blozen dat wij schandalig veel geld aan vakanties besteden. Wij hebben na jaren van luxeloos kamperen een onaanvaardbare behoefte aan enige luxe op vakantie. Wij vinden ons werkleven bij momenten lastig. Daarmee dat onze vakantie dat niet ook moet zijn. En we zien het hele jaar door al zoveel volk; laat ons in onze vakantie dan aub een beetje alleen zijn. De normen zijn dus de volgende: enigszins charmant huisje, geen zicht op andere bewoners, wel een minimum aantal andere bewoners zodat de kinderen eventueel een speelkameraadje hebben, bij voorkeur goedgekeurd op zoover.nl, een gedeeld zwembad voor 4-5 gezinnen, en voorzien van minimum 2 slaapkamers (of een slaapkamer en een bed in de living voor de ouders). Jawel, dat gaat al vlug over zoveel geld dat we het niet luidop durven zeggen. Ik ben beschaamd ja. En u wordt ook even stil hiervan. Zo zij het.

Maar terug naar het begin: hoewel we vooraf dus wisten dat we naar een oud huisje gingen, kon niets ons voorbereiden op de sfeer die het domein en de streek ons te bieden hadden. Niet alleen in de stenen van het huis, maar ook in de wegjes, de velden en de bossen leek het leven uit de jaren 1700 verstild in het stof achtergebleven te zijn. Ons huisje had (achterliggend aan de modernisering) nog de structuur van een open plaats met haard, een stal en een bijkeuken. Vanuit het woonkamertje zagen we zo de meid uit de bijkeuken binnenstappen om een verse hesp boven de haard te hangen. De velden waren kleine lappen gerooid bos, om vee en zichzelf van voeder te voorzien. Letterlijk het hele land (= de regio) is een weggeknipt bestaan van lappen en repen landbouwgrond uit een eindeloos woud, met wegen waarvan je zelden het einde ziet, en steden die vanzelf op een aantal dagreizen ipv een aantal kilometer lijken te liggen. Was er uit het bos een vazal gestapt met robijnrode mantel en fluwelen onderbroek, we hadden hem zonder enige verbazing de hand geschud en vervolgens plechtstatig met de hand op het hart gezegd: ‘Voor vriend en vaderland, de weg is veilig’.

Dat veilig was ook waar. Met uitzondering van de everzwijnen op de invalsweg naar ons huisje. De herten die ‘s morgens tot bij het zwembad kwamen gesprongen. De valk en buizerd die boven ons cirkelden. De grote vos die ons ‘s ochtends recht in de ogen keek. De vlinders die in zo’n grote getale rond gras en bloemen zwermden dat je er bijna over struikelt. En de konijnen en de haas en de eekhoorn. Maar geen mens te vrezen nee. Er is zo weinig bevolking dat bijna geen enkele straat een naam draagt. Er staan bordjes richting ‘lieu dit Les rabauds’ of andere ‘lieux dits’, en in de dorpjes heten de straten ‘route naar Puye’, ‘route naar Saint-Pierre’. Eenvoud, beste man.

Cultuur dan. Wel, niet echt nee. (de Fransen en de reisgids vinden van wel :-)) Bijzonder stemmige dorpjes. Prachtige rivieren. Een kasteel of een abdij hier en daar (met, dat moet gezegd, uitzonderlijke fresco’s die zeer seculier (want ook heel oud en afgelegen) aandoen). En soms zelfs eens een park of soortement tuin. Foucault, Descartes en Richelieu hebben de streek gefrequenteerd. Maar een held die erin slaagt daar een overblijfsel van te vinden.  Geen grote steden en musea dus. Maar het stoorde niet. Toch niet voor de twee weken dat we daar waren, want daarin herkregen we de broodnodige rust. Het had niet langer moeten duren, nee, want eens uitgerust groeide de behoefte aan cultuur. Maar zoals het was, was het prima. En zelfs een aanrader.

DSC_0491

DSC_0495

DSC_0612

DSC_0635

DSC_0404

DSC_0007

DSC_0100 (2)

DSC_0243 (2)

DSC_0512

 

Read Full Post »

Dag 13 en 14

waarop de jonge James Dean zijn ros aanschouwde

DSC_0388en mevrouw onderdeappelboom haar feilloze instinct om overal ter wereld Engelse dametjes te vinden weer eens tentoonspreidde

DSC_0550Er was ook nog iets met inpakken geloof ik. Zucht…

Read Full Post »

Dag 11 en 12

Op dag 11 werd het weer langzamerhand wat dreigend

DSC_0095en maakten we het ‘s avonds, bij kletterend onweer, zo gezellig dat de oudste zoon onderdeappelboom spontaan ‘zalig kerstfeest’ zei

DSC_0241Dag 12 was al even fantastisch rotweer, waardoor we een lange rit naar het walhalla der kastelen ondernamen

DSC_0371Op de imposante wenteltrap mochten we jonkvrouw Della Pomma ontmoeten

dochterbewerktDe graaf, Maestro Du l’Arbre della Pomma, en de gravin, mevrouw della Pomma, née Du Chasse de Flandre, waren naar verluidt druk doende met hun andere, vanzelfsprekend talrijke en rijkelijk van zonen gespijsde kroost.

Het mag toch beter weer zijn, morgen.

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 38 andere volgers