Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Allerlei’ Category

Ik laat nog één keer hier weten dat er reisinfo bijgekomen is op de reissatellietblog; daarna zal ik het alleen nog daar posten.

Read Full Post »

Satelliet Suzy

De satelliet-website is een feit. Vanaf nu enerveer ik u alleen nog onrechtstreeks met reisverslagen, via onderdeappelboomgaatopreis.wordpress.com.  (Dit is eigenlijk vooral in het kader van reiswebsites die graag een link willen maken naar het reisverslag, maar dat moeilijk kunnen als het verborgen zit onder tuinvreugde en – perikelen).

 

En bij het lanceren van de satelliet, lanceer ik ook maar meteen de nieuwe gravatar. Ilse van Mirna Photography en ik hebben ons goed geamuseerd toen we deze bedachten, met het oog op mijn blog. Nogmaals dank Ilse!

10255245_10152141894440889_722224751_n

Read Full Post »

“Ik ben zo’n vermoeiend type dat de hele dag moet roepen hoe mooi en prachtig alles is, en aangezien wij beiden vrijwel hetzelfde mooi of lelijk vinden, kunnen we – mits ik op gezette tijden mijn mond houd – heel aardig samen reizen.”

Het is één van de eerste zinnen uit het boek dat meneer onderdeappelboom mij aanreikte, en ik was meteen verkocht. Meneer onderdeappelboom bezit de hele reeks ‘in een rugzak’ van Dolf De Vries, en het boek ‘China in een rugzak’ bleek hij al in 1991 gekocht te hebben. Dat is maar liefst 23 jaar geleden!! Ik verzeker je, meneer onderdeappelboom was toen nog behoorlijk piep, maar blijkbaar toch al helemaal in de ban van reizen. Of van Dolf de Vries. Dat kan, want zijn reisboeken lezen dan ook niet als reisgidsen, maar als boeken over ‘wat is dat om op reis te gaan?’. Als je ook maar enigszins van reizen houdt, en lang of kort geleden nog de rugzak omgegespt hebt om (meer of minder) verre reizen te maken, dan raad ik je ‘China in een rugzak’ zeker aan. Je krijgt er geen precies beeld bij van de omgeving, kostprijs, of goede hotels, maar wel portretten van verschillende types reizigers en mensen, een inkijk in het wel en wee van rugzakreizen, en een ontwapende zelfkritiek van een auteur die van zodra hij ernaar neigt de pedante Hollander uit te hangen zichzelf meteen tot de orde roept. Je moet er niets van China voor kennen, en zelfs geen wens hebben om China te leren kennen (al gebeurt dat gaandeweg wel). Op de bekende bol-website krijg je bovendien gratis 10 bladzijden inkijkexemplaar.

Na de zoete inleiding was het tijd voor het echte werk: de lonely planet uiteraard, al was het maar voor de correcte info over bustijden en treinprijzen die je erin vindt (wat handig zou kunnen zijn in een land waarvan niet alleen de taal, maar ook de cijfers en letters volstrekt nietszeggend zullen zijn voor ons).  Lonely Planet kan haar correcte up-to-date info garanderen omdat ze niet alleen betrouwbare auteurs ter plaatse stuurt, maar ook vertrouwt op de commentaren van al even betrouwbare reizigers. Toen wij in Bangladesh waren, noteerden we nauwgezet alle moeilijk te verkrijgen info over de grensovergangen met India, en stuurden die daarna ter correctie aan de redactie. Onze aanpassingen werden in de nieuwe editie opgenomen, en als dank mochten we een gratis Lonely Planet uitkiezen. Dat was bij deze geregeld :-)

De bib bracht ons nog wat specifieke gidsen over Beijing, en vervolgens was het tijd om aan de kindjes te denken. Het eerste boekje, dat ik leerde kennen via de website ‘verre reizen met kinderen‘, is ‘ikke gaat vliegen’. Ook hier biedt bol een inkijkexemplaar. Het is een boekje op maat van peuters en kleuters, en ons kleinste appeltje vindt het geweldig. Na het verhaaltje één keer aanhoort te hebben, vertelt hij het nu elke avond aan ons. Bij de eerste bladzijde, waar ikke thuis in haar tuintje staat, vertelt hij steevast: ‘eerst moet je door het stro stappen’. Hij is ondertussen ook overtuigd dat hij een taartje zal krijgen op het vliegtuig èn dat iedereen in de vertrekhal met mondhoeken tot op zijn schoenzolen zal staan van het lange wachten.

Voor de groteren is er het boek ‘In een land hier ver vandaan‘. (jawel, inkijkexemplaar). Het is een sprookjesboek, maar dan eentje waarbij elk sprookje onopvallend ingaat op een stukje geschiedenis: of het nu Machu Pichu of het terracotta-leger is, in het boek wordt het verteld als een sprookje van een drietal bladzijden; ideaal om voor te lezen voor het slapengaan. De oudste onderdeappelboompjes kunnen er alvast geen genoeg van krijgen.

Maar ook voor kinderen bestaat ‘het echte werk': de lonely-planet-reeks ‘verboden voor ouders‘. Het is niet wat ik voor ogen heb als de ideale reisgids voor kinderen, maar de schreeuwerige prentjes trekken de aandacht, en weken vragen en verhalen los. En dat is natuurlijk nooit slecht.

En dan zijn er natuurlijk de reisromans. Boeken door Chinese auteurs, boeken over China, boeken om mee te nemen naar China. Voor de kleintjes kochten we heimelijk wat boekjes-op-maat die we zullen bovenhalen als er verveling opduikt, zelf lieten we ons in de reisboekhandel De Pauw Huilt, en Les Lettres de Chine aanraden. Die eerste gaat mee om op reis te lezen, die laatste las ik ondertussen al in vertaling. De auteur is Victor Segalen, een Franse arts die in 1908 naar China reist. Een half jaar later reist zijn vrouw hem achterna, en ze blijven er 7 jaar wonen, tot Segalen verneemt dat de eerste wereldoorlog is uitgebarsten, en ze naar Europa terugkeren. Segalen gaat zelfs aan het Vlaamse front werken! De brieven zijn enkel deze die hij aan zijn vrouw stuurt. Ze zijn merkwaardig modern en sensueel, afgewisseld met te informatief en irritant, waarna weer grappig, intrigerend, heerlijk en vervelend. Ze bieden een kijk op een land dat in 100 jaar tijd een evolutie van 1000 jaar heeft afgelegd (de verboden stad was nog verboden toen Segalen in Peking woonde!), een man die met een moderne visie op erfgoed een vrijwel onbekend land heeft ontdekt (hoewel hij er niet voor terugdeinst ergens halverwege een boeddha te onthoofden), en tezelfdertijd een vleugje bourgeois van voor de wereldoorlogen toont (zelfs op bergpassen in China).  Zeer aan te raden.

En verder kan ik nog heel veel leestips gebruiken (niet over China, gewoon om mee te nemen is goed) èn begint dit wel ver af te wijken van een tuinblog, waardoor ik de reisstukjes misschien eens in een satelliet moet gaan steken…

Read Full Post »

Huisruil: de keuze

En zoals dus gezegd: ‘een week later konden we ruilen met Barcelona,  Portugal, Noorwegen, Denemarken, Ijsland, Canada (2x), Amerika (3x) en met een Hollands gezin. En in de weken die erop volgden kregen we alsnog verzoekjes (dus geen antwoord op onze vraag, maar op hun initiatief) voor huisruil met mensen uit Frankrijk, voor weekendjes of paasvakantie in Nederland, en zelfs een familie uit hartje Parijs die hun kersttijd wel eens buiten de stad wilde doorbrengen. Dus restte ons niets anders dan wat conversaties op te starten, en uiteindelijk te kiezen…’ (zie het eerste stukje)

Meneer onderdeappelboom nam de honneurs waar, terwijl ik weer even in het werkleven verdronk. Maar we overlegden wel: Berkeley werd afgeschreven wegens teveel zand, Barcelona omdat het een appartement bleek, Ijsland wegens te koud, en Noorwegen wegens ook wel heel ver weg van Oslo. Bleven toch nog een aantal aantrekkelijke alternatieven over. Portugal leek mij meteen een fantastische plek, maar ook Denemarken had zijn aantrekkingskracht. En het hield niet op: de Hollandse familie bleek namelijk helemaal niet meer in Nederland te wonen. Ze bleken expats. In China!

Ik moest uiteraard even lachen, toen meneer onderdeappelboom zei dat we naar China konden als we wilden. En ook Australië dook plots op. Maar dat zou uiteraard niet alleen helemaal ingaan tegen het oorspronkelijke idee van ‘laat het iets goedkoper zijn dan Italië’, maar bovendien was het ook heel ver vliegen èn was het misschien lang zo ecologisch niet (daarover later meer). Los daarvan: hoewel ik (samen met meneer onderdeappelboom) altijd de eerste ben om te zeggen dat we onze vroegere rugzakreizen zo missen, dat we zo graag nog een stuk van de wereld willen zien, dat we het immens belangrijk vinden om onze kinderen andere werelddelen te tonen om hen begrip, verdraagzaamheid en bewustzijn mee te geven, om hen te tonen hoeveel mogelijkheden van leven er zijn,… ondanks dit alles, spreekt het voor zich dat je dat niet doet op een ogenblik dat de oudste kindjes 7 zijn en de jongste pas 3. Integendeel: de gedachte alleen al deed mij kokhalzen van angst. Op deze leeftijd zet ik mijn kroost het liefst op een stoeltje héél dicht bij mezelf, beschut door liefhebbende armen, en tegen het zachte kussen van (het minieme beetje dat overschiet van) moeders boezem. En wil ik  NIET op een verre reis. Laat staan een ander, weinig bezocht continent. Angst! En principes over ver reizen met de kinderen? Geen één! Allemaal weg!

Daarom dat ik dan ook tegen meneer onderdeappelboom zei: ‘Ok, mail jij maar verder met iedereen; we zien wel wat ervan komt’.

Ook met angstzweet in de handen kan een mens vooruit…

Terwijl wij in ons gezin de voor en tegens afwogen, deden de kandidaat-ruilgezinnen hetzelfde. En ze waren enthousiast. Allemaal. En dus zei meneer onderdeappelboom: ‘We moeten eens gaan beslissen…’

Natuurlijk waren de opties al voortdurend de reveu gepasseerd in ons hoofd. Hadden we de prentjes van de mogelijke huizen bekeken en aan onze kinderen getoond. Natuurlijk was ik ook alweer helemaal gecharmeerd omdat één van de gezinnen ook een tweeling heeft, en dan nog een derde kindje (= idiote tweelingmama-emotie). (Eén van de basistips bij huisruil is overigens: ruil met een gezin dat in dezelfde levensfase is als jij; dan passen jullie huizen wellicht goed bij elkaar, en heb je – mogelijks – ook begrip voor puzzelstukken die in een zetel opduiken of dergelijke meer).

En ja, toen,… toen begonnen we China zo gek niet meer te vinden. Enfin, nog steeds verschrikkelijk gek. Ondraaglijk beangstigend. Maar anderzijds: het leven in een expatwijk, het soort van ‘bubble’ die we anders koste wat het kost zouden vermijden, is misschien toch wel de ideale tussenweg om voor het eerst met kinderen naar een ander continent te trekken. Blijkt de andere cultuur te shockerend, is er behoefte aan rust, dan is er het huis en de wijk om ons in terug te trekken. En hoe vaak zouden we zo’n kans nog krijgen?

En aldus gebeurde het dat meneer onderdeappelboom op een vroege ochtend in de niet-zo-winterse februarimaand naar de Connections-shop op Zaventem trok, en terugkwam met vijf retourtickets Brussel-Beijing…

 

Lees ook het eerste bericht over Huisruil in het algemeen.

Read Full Post »

Terwijl de regen buiten de frele rozen geselt en de pioenen tot tegen het gazon knalt, terwijl ik me zorgen maak over hoog bezoek van komend weekend dat meer van tuinen en natuur weet dan ik, terwijl ik graag wat bloemen zou gaan fotograferen om het gebrek aan respons op mijn communieberichten goed te maken(;-) ), terwijl ik aan mijn kroost denk die ik veel te licht heb aangekleed waardoor ze nu bibberend de schoolreis doorstaan, terwijl en doorheen dit alles: denk ik aan vakantie. En u misschien ook? U zou het in elk geval moeten doen.

Op deze blog kon je al enkele uitstapjes naar Frankrijk volgen (hier zo en hier ook). (En als je een heel geduldige lezer bent, heb je misschien ook ooit gelezen over rugzakreizen lang geleden.)  In totaal gingen we, sinds de geboorte van de drie kleine appeltjes, al vier keer  naar Frankrijk. En plots was het genoeg geweest. De rugzak afzweren, tot daar aan toe. Voorzichtjes in de buurt blijven: ook goed. Maar wéér naar Frankrijk. Nee, dat mocht – bijvoorbeeld – ook wel eens Italië zijn.

Mevrouw onderdeappelboom toog aan het zoeken, en bracht meneer onderdeappelboom het verdict: ‘amai, dat is wel duur’. Want we wilden uiteraard naar Toscane. En mevrouw onderdeappelboom liet haar oog vallen op een ecologische agriturismo. En als we met het vliegtuig zouden gaan, dan zouden we ook nog een auto moeten huren. En Toscane op zich is ook nog eens zeer duur… We zouden nauwelijks moeite moeten doen om 3000 euro uit te geven, en het zou niet verbazend zijn als het eindbedrag, inclusief maaltijden, nog hoger zou zijn.  ‘Amai’, zei meneer onderdeappelboom. ‘Dat valt tegen.’

En aldus kwam ik ertoe te zeggen wat ik al een tijdje dacht. Wat weinig mensen lijken te doen. Wat zo iets voor halfgaargroene types lijkt te zijn met lak aan luxe en persoonlijk bezit. Enfin, zo helemaal niets voor wij halfgroene tussenintypes.

Maar ik zei: ‘Huisruil’.

Meneer onderdeappelboom keek terug. Het was enkele minuten erg stil.

‘Goed’, zei hij toen. ‘Regel het maar’.  (dat laatste is niet gemakzuchtig, wij nemen ‘taken’ om de beurt voor onze rekening, want we hebben gemerkt dat van gezamenlijk overleg ons hoofd ontploft, en zo moeten we altijd maar aan de helft van de dingen denken :-)).

1. Waarom huisruil?

Er zijn vier goede redenen voor huisruil:

1. Het is goedkoop: je moet ter plaatse immers geen vakantiehuis huren

2. Je moet minder meezeulen dan bij kamperen: inboedel, speelgoed, fietsen: het is er meestal allemaal al.

3. De titel van dit stuk en voor veel mensen de voornaamste reden: het is ecologisch.  Want hoe gek is het immers om (bijvoorbeeld) in Zuid-Frankrijk een vakantiepark te gaan bouwen voor toeristen uit Nederland, en in Nederland één voor toeristen uit Frankrijk, terwijl de huizen van die toeristen in kwestie gewoon leeg staan? Wat een verspilling! (Temeer daar vakantieparken eerder bij uitzondering dan bij regel volgens ecologische principes worden gebouwd).

4. Terwijl je weg bent, is er ook iemand die voor jouw huis zorgt. Dat is erg veilig in termen van diefstalbeveiliging, en op de koop toe wordt je gras afgereden, krijgen de kippen te eten, en worden de kamerplanten van een geut water voorzien.

 

2. De risico’s van huisruil (en de tegenargumenten)

Maar uiteraard: zeg tegen om het even wie dat je gaat reizen met huisruil, en je krijgt standaard de retourvraag: ‘Oei, vertrouw je dat wel?. (ok, heel soms is er ook positieve respons, maar die is zeldzaam :-))

Huisruil is inderdaad ten dele een kwestie van vertrouwen. Je moet ervan uitgaan dat het andere gezin zich in jouw huis gedraagt. Dat het zich aan afspraken houdt.  Het goede is echter: dat gezin in jouw huis kijkt met dezelfde angst en vertrouwen naar wat jij in hun huis uitspookt. En het feit dat je tegelijk elkaars huis bezet, houdt het respect wonderbaarlijk in evenwicht.

Ervaren huisruilers zullen zeggen dat huisruilfamilies simpelweg niet het soort mensen zijn dat verkeerde dingen doet. Dat het typisch mensen zijn met veel respect voor elkaar en elkaars eigendom, natuur, dieren, enz. Persoonlijk heb ik daar niet veel aan, aan zo van die door huisruilers zelf uitgesproken wat-zijn-we-lief-boodschappen. Eerder word ik er zelfs ongerust van. Maar er is gelukkig ook  steeds meer onafhankelijk onderzoek naar huisruil. Daaruit blijkt niet alleen dat het aantal huisruilers het laatste decennium met rasse schreden is toegenomen (door de opkomst van internet uiteraard), maar ook dat een ruime 98% van de huisruilers uitermate tevreden is, en elke tevreden huisruiler een lange aaneenrijging van meerder huisruilen start na de eerste. Het kleine aantal mensen dat niet tevreden is, is ontevreden omdat de huisruil niet doorgegaan is. Dat is inderdaad het grootste risico: als het gezin van het huis waar je heen wil de dag voor vertrek beslist toch niet op reis te gaan, dan is er erg weinig wat je daaraan kan doen.

Een andere angst is diefstal: wat als ze je huis leegroven? Welnu, dan is de kans vrij groot dat je meteen weet wie de dader is en je die met naam en adres kan aanwijzen (dit is een punt waarop ik straks terugkomt: vraag altijd een kopie van hun identiteitskaart). Daarnaast: als je ruilt met mensen op vliegafstand, is de kans op diefstal minimaal (of dacht je dat je met een flatscreen zonder doos of aankoopbewijs door de douane raakt?).  Het enige echt reële risico is vandalisme: als zij zin hebben om een pot roze verf tegen je keuken aan te gooien, dan kunnen ze dat. En zoiets bij thuiskomst ontdekken moet zeer erg zijn. Maar ook hier geldt: je weet wie het gedaan heeft, en (zie verderop) je bent ertegen verzekerd.

En dan de laatste angst: wat met privacy? Wel, als je teveel gehecht bent aan privacy, dan begin je er beter niet aan. Je moet het inderdaad kunnen verdragen dat andere mensen in jouw huis lopen, in je zetel zitten en in je bed liggen. Onze kleine appeltjes waren daar eerst wat ongelukkig over: ‘gaan zij dan met mijn speelgoed spelen?’ Maar wij vinden het belangrijk dat ze niet te gehecht zijn aan materiële zaken en bereid zijn te delen. Het antwoord: ‘Ja, en jij met hun spelletjes’ deed verder ook wonderen :-). Voor de rest: ik vind het een fijn idee dat andere mensen van mijn huis kunnen genieten als ik er niet ben; dat het een ruimer doel dient, als het ware. Ik ga er ook van uit dat hun onderbroeken eruit zien als de mijne, en elk huis zijn rommelkot heeft. En van alles wat je niet wil dat ze het zien: steek die in een doos, en breng de doos naar familie of vrienden.

 

3. De beveiliging

Zoals gezegd: al te zweverig en vol vertrouwen moet het nu ook weer niet zijn. Documenten is wat je nodig hebt. Om te beginnen:

- DE INSCHRIJVING: alle huisruilwebsites werken met betalende inschrijving. Dat is meestal ongeveer 200 euro per jaar. Dat is niet niets, maar het brengt een veilige preselectie met zich mee: niemand gaat zich voor de lol inschrijven; en een nepprofiel aanmaken voor 200 euro, dat is ook al wat vergezocht. Daarnaast moet je betalen met visa. Daar zit normaal een identiteitskaart aan vast. Bij inschrijving worden dergelijke gegevens ook gevraagd. Hoewel je die van je kandidaat-huisruiler zelf niet kan zien, kan je wel aan de moderator van de website vragen te checken of de persoon in kwestie effectief bestaat.

- HET HUISRUILCONTRACT: stel altijd een contract op. Ook hier geven de websites vaak voorbeelden. Zorg er altijd voor dat alle identiteitsgegevens en de correcte data erin staan, en voeg er rubrieken aan toe die je nodig acht (bijvoorbeeld: mogen ze je handdoeken gebruiken, of moeten ze die zelf meebrengen, wat met het gebruik van de vaste telefoon, van wie krijgen ze een sleutel, enz.) Vraag daarnaast altijd om aan het contract een kopie van het internationaal paspoort toe te voegen, en eventueel een kopie van de vluchtreservatie. Probeer vooraf echt zoveel mogelijk te mailen, eventueel te skypen of facebooken of chatten, enz. zodat je je zoveel mogelijk op je gemak voelt, en alle kleine dingen besproken hebt.

- DE VERZEKERING: de banken springen op de kar van de stijgende populariteit van huisruil. KBC biedt haar eigen huisruilverzekering aan, Belfius heeft modules in de familiale verzekering hiervoor, enz. Informeer je hierover dus bij je bank.

- DE AUTO: ook voor de auto wordt vaak een ruilovereenkomst gesloten. Maak ook hier een contract op en spreek de verzekering aan. Je hebt het in een mum van tijd geregeld, en kan op je nieuwe vakantieadres zo in hun auto stappen.

 

4. Kies een website

Toen ik al het bovenstaande uitgevogeld had, was het tijd om er echt aan te beginnen. Er blijken heel wat websites te bestaan, en ik heb over geen enkele klachten gevonden. Taxistop, home-exchange en Homelink International zijn de bekendste, maar er zijn er ook nog andere. Bekijk een beetje waar je eventueel heen wil. Sommige websites hebben iets meer aanbiedingen uit Amerika, andere meer uit het Oostblok, enz.

Op een huisruilwebsite moet je niet discreet doen. Veel foto’s, van alle kamers van het huis, van de tuin, het vooraanzicht, de omgeving en eentje van jezelf zijn de boodschap. Prijs je huis ook aan. Want dit is wel het ontgoochelende: waar ik van frisgroene vooroordelen vertrok, moest ik gaandeweg ontdekken dat huisruil ook maar een volgend medium is waarop je de aantrekkelijkheid van de woning gaat beoordelen. Een pinterest met immovakantiekantjes als het ware. Twee aanbiedingen uit Frankrijk? Ja, dan krijgt dat huis met royale slaapkamer met uitzicht op de rivier wel voorrang op dat appartementje in de buitenring van Toulouse.  Erg eerlijk voelt dat niet. Ook op huisruil zullen gezinnen met erg kleine behuizing het moeilijk hebben. Tenzij ze in centrum Londen wonen natuurlijk. En dat voelt toch slecht aan, waardoor ik eens moet nadenken of ik er een oplossing voor zie.

Beschrijf ook uitgebreid de omgeving, de faciliteiten, of je auto ter beschikking staat, of je rokers of huisdieren verwelkomt of niet, enz.

 

5. Met wie kan ik ruilen?

Nog zo’n standaardvraag: wie wil in godsnaam huisruilen met een modale gezinswoning in pakweg  Bilzen of Belsele? Veel mensen, zo blijkt. Vooreerst kijk je bij huisruil op een andere manier naar locatie. Als je betaalt voor een vakantiehuis wil je waar voor je geld, en dus liefst iets dichtbij de plaatsen die je wil bezoeken. Bij huisruil kies je in de eerste plaats voor een aangenaam verblijf. Je weet dat je woning ook zo comfortabel zal zijn dat het leuk kan zijn wat tijd ter plaatse door te brengen. Dat je dan 30 minuten ipv 5 minuten moet rijden vooraleer je in Stockholm of Barcelona bent, wat maakt dat dan uit?

Daarnaast, een volledig correct cliché: voor Amerikanen wonen wij allemaal vlakbij Brussel, Parijs èn Berlijn. Afstand doet hen niets; we wonen allemaal ‘in Europe’.  Als je graag eens naar Amerika of Canada wil, dan is huisruil echt wel dé markt.

En dan kan je beginnen. Je stuurt verzoekjes naar mensen en locaties die je interesseren. Je kunt er gerust 10 tegelijk sturen; zoals in mailverkeer is het ook hier zo dat lang niet iedereen antwoordt. En aldus verstuurden wij heel wat verzoekjes naar Italië. Helaas: zowat de hele wereld wil naar Toscane. Dus een huisruiler in Firenze zal in dit geval wellicht toch echt niet naar Wachtebeke of Gullegem willen gaan. Die kiest uit het grandioze aanbod dat hij krijgt iets veel beters. Andere plekken in Italië zijn wel mogelijk, maar het blijft een beetje vechten tegen overaanbod.

Dan maar ‘change of plans’. Als we nu eens naar Zweden zouden gaan? Dat leverde twee soorten antwoorden op. De ene soort zei ‘ thank you for your offer, but we are looking for a place somewhat warmer’. Zoals bijvoorbeeld: Toscane :-). Ok, als ik een Zweed was, dan wou ik ook wel eens naar een warmere plek. En het andere soort antwoord: ‘unfortunately we already made other arrangements’. Slik, we waren te laat! En het was nog maar januari!! Uit deze laatste reeks hielden we er drie over die volgend jaar wel eens opnieuw willen nadenken over een huisruil met ons. En wij waren nog altijd nergens.

En dit hadden we kunnen weten: huisruil werkt moeilijk als je persé naar een bepaalde stad of land wilt. Je moet je eerder openstellen voor wie naar jouw land wil komen (toch als je niet in Firenze woont).  En aldus veranderden we van tactiek, terwijl meneer onderdeappelboom het even van mij overnam. Op de meeste websites kan je namelijk ook zoeken op wie naar België wil komen. Uit die selectie koos meneer onderdeappelboom 20 adresjes waar hij een vrijblijvend mailtje naar toe stuurde. En warempel: een week later konden we ruilen met Barcelona,  Portugal, Noorwegen, Denemarken, Ijsland, Canada (2x), Amerika (3x) en met een Hollands gezin. En in de weken die erop volgden kregen we alsnog verzoekjes (dus geen antwoord op onze vraag, maar op hun initiatief) voor huisruil met mensen uit Frankrijk, voor weekendjes of paasvakantie in Nederland, en zelfs iemand uit hartje Parijs die hun kersttijd wel eens buiten de stad wilden doorbrengen. Dus restte ons niets anders dan wat conversaties op te starten, en uiteindelijk te kiezen…

 

Lees verder: Huisruil, de keuze

 

 

 

Read Full Post »

Ik heb hier nog maar halvelings aan boekrecensies gedaan, terwijl ik initieel nochtans van plan was daar de core-(non-)business van deze blog van te maken. Niet dus. En ook vandaag maar een halvelingse. Maar toch!

Een tijdje geleden vroeg meneer natuurlijk-rijk of we nu allemaal alle boekjes van collega-bloggers en collega-moestuiniers moeten kopen. En ik zei: “ik vind van wel” :-). Ik vind dat ook. Collega-bloggers en -moestuiniers moet je steunen. Zeker als ze pas beginnen. Of als ze er een levensvervulling in hebben of zoeken. Nu zijn Dorien/Jonge Sla en MmeZsazsa (10 000 volgers op facebook! 10 000?!!)  natuurlijk bezwaarlijk nog beginners te noemen, en steun is er alom. Maar toch!

Dus ik kocht de Moestuin van Mme Zsazsa, inlcusief recepten van Dorien, en las, zag en overwon de talrijke blzn. in een wip. Een aanradertje, dames en heren, en waarom dat zo is, hebben anderen al beter gezegd dan ik dat zelf kan. Ik kan alleen hoogstpersoonlijk meedelen wat dit boek voor mij beter maakte dan de andere moestuinboeken:

 

1) De stijl: lay-out zowel als tekststijl zijn anders, luchtiger, kortom: een opluchting. Informatief, maar zonder de wurggreep van een overdaad aan pseudo-academische encyclopedie-taal; hier en daar een grapje of een vleugje ironie, nergens mislukte grapjes.

2)Het papier: echt schoon papier. Jaja, beroepsmisvorming. Maar het goede papier.

3) De moestuininfo: behalve het begrijpelijk meegeven van de wisselteeltinformatie, neemt Mme Zsazsa ook voldoende de tijd om het hele schema theoretisch onderbouwd te doorbreken. En dat gaf voor mijn nog niet zo geïnformeerde geest heel wat nieuwigheden mee. Ik som ze niet allemaal op – anders koopt u het boek niet meer – maar om je een beeld te geven toch enkele voorbeelden:

- combinatieteelt van maïs en staakbonen is niet alleen een gemak voor de boon (ze kan via de mais omhoog), maar geeft je ook een beter gebruik van ruimte (normaal groeien bonen in het peulenperk en de grond tussen de mais is anders toch maar leeg), èn een meer gespreide oogst (staakbonen zijn later klaar dan struikbonen)

- er is vanalles dat je op je kolenperk kan zetten vooraleer er kolen zijn (voorbeelden in het boek)

- sommige groenten kunnen in theorie niet samen, maar als je goed nadenkt, zullen de eerste oogstklaar zijn op het moment dat de andere net ruimte beginnen nodig hebben. Dus je kunt ze in praktijk gerust heel dicht bij mekaar zaaien/planten (voorbeelden in het boek)

- en in de lijn van dit laatste geeft Mme Zsazsa eigenlijk bijzonder veel info over hoe je oogst kan spreiden ver buiten wat de zaaischema’s in klassieke boeken aangeven. Ik heb plots het gevoel dat ik uit mijn mini-moestuintje dubbel zo veel zal kunnen halen als wat andere gidsen en zaadpakjes mij voorschrijven. En vooral: dat het min of meer moet lukken om die ellendige alles-smaakt-naar-‘uit-de-diepviers’-periode zo kort mogelijk te houden.  Verfrissend! Verademend! Knap!

4) De recepten: ik weet het, als je niet gewoon bent vegetarisch te koken, dan heb je de helft van de ingrediënten niet alleen niet in huis, maar weet je meestal ook niet wat ze zijn, laat staan hoe ze smaken. Maar vergeet niet: al deze recepten zijn uitgebreid getest. Dus ga één keer naar de winkel om al het onbekende in te slaan, en waag het erop. Maar bovenal, bovenal, en dat is werkelijk de schitterendste vondst ooit, staat bij al deze recepten a) of je ze van de dag voordien al kunt maken (of welke delen ervan) en b) of ze ook de volgende dag nog lekker zijn. (Neen, a en b zijn echt niet noodzakelijk hetzelfde.) Ik ben werkelijk totaal verrukt van dit idee. Hoe vriendelijk voor de kok! Voor het gezin! Vanaf nu moeten alle kookboeken gewoon zo opgebouwd zijn, vind ik. Want zo’n 30-minuten recepten van Jamie zijn wel superlekker, haalbaar na school- en werkdag, èn effectief in 30 minuten klaar te maken, maar het blijft een hyperportie turbokoken, waarna je met natte plekken onder je oksels aan tafel neerstort. Terwijl hier, o heil, alle liefde voor de kokende medemens die op de ochtend van een feestje wakker wordt en de lippen in een tevreden: ‘o, alles staat al versgemaakt klaar in de berging’-glimlach krult. Heil aan Dorien!

Dus, dames en heren, een boek dat ook u moet kopen. Absoluut.

U zegt? Dat een recensie ook altijd kritiek heeft? Wel ja, eentje dan: er wordt nergens (of maar weinig) over geld gerept. Ik besef goed dat een boek over zuinig moestuinieren niet aantrekkelijk is, maar er is een niet-uitzetbare knop in mezelf die altijd aan de mensen met een laag inkomen denkt, en in gedachten die potaarde, die potjes, de compost, de zaden, de serre, het gereedschap, enz. samen zit te tellen. Toegegeven, ook Mme Zsazsa verwijst naar de kringwinkel voor potten en het containerpark of wc-rollen voor kiemplantjes, maar er zitten nog veel verscholen kosten in. Ik zou er dus een blad hebben bijgestoken met alle benodigdheden voor een moestuin, en vervolgens de opties waar je ze allemaal kunt kopen/vinden/ruilen. In het kader van kringloopwerken, transitië enzo. Het zou een beeld geven, denk ik dan, van minimale en maximale onkosten, waaruit mensen naar vermogen of wens zelf kunnen kiezen.

Desalniettemin en toch absoluut: kopen dat boek!

 

Read Full Post »

Ik zag hoe vandaag zestig jonge boompjes in onze straat werden aangeplant.
Zestig boompjes! Terwijl er toch al vijftig stonden…

We wonen in een lange straat. Dat wel. Maar toch: vijftig boompjes, en nog eens zestig erbij! Allemaal rode meidoornbomen en gelderse roos, geloof ik. Honderdentien in totaal…

We wonen in een laan nu! En dat voelt bijna als een gedichtje…

Read Full Post »

De Liebster-award gaat rond. Eigenlijk weet ik nog altijd niet wat die precies inhoudt, maar ik weet wel wat je ermee moet doen: 11 random feiten vertellen over jezelf, en 11 vragen beantwoorden van degene die je heeft genomineerd. Dat was in mijn geval atijdplaatsaantafel; reden genoeg om aan dit stokje gehoor te geven! Bedankt ervoor, en huppakee dan maar:

De 11 random feiten:

1. Ik praat niet graag over mezelf. Goed begin, nietwaar? Schrijven gaat gelukkig beter. Praten eindigt meestal in gestotter en vriendelijke mensen die mij hoopvol zitten aan te kijken alsof ik ooit nog de clou ga geven van wat ik probeer te vertellen maar eigenlijk te beschaamd voor ben.

2. Ik ben 1,69 meter, weeg momenteel 55 kg, voor de zwangerschappen 60 en erna ooit 52.1. Mag ik Eddy bij deze bedanken voor zijn bijzonder knapperige frietjes?

3. Ik heb filosofie gestudeerd. En nog iets germaanse-achtigs daarna. Ik ben een hele zomer in Engeland au pair geweest om zeker te zijn dat ik echt filosofie wou studeren. Toen ik mijn studiekeuze aankondigde, was de gemiddelde reactie: ‘Oh, ik wist niet dat je ambitie had om in de aldi te gaan werken?’ Alleen mijn ouders vonden het een prima keuze. En mijn leraar wiskunde ook.

4. Over wiskunde gesproken: ik haalde regelmatig 100% voor (9u/week) wiskunde. Nu weet ik zelfs het verschil tussen sinus en cosinus niet meer. En dan denk ik vaak: wat meet de school eigenlijk? Wat meet IQ eigenlijk? Niet de intelligentie, vrees ik.

5. Ik was mijn haar met Ultra Doux Camille. Ik weet zeker dat u dat altijd al wou weten.

6. Slagroom is voor mij een dessert. Ik weet dat ik daarvoor eerst een ijsje hoor te bestellen, maar voor mij is dat eigenlijk overbodig. Slagroom zou best als dusdanig op de kaart mogen staan.

7. Ik zie mijn echtgenoot verschrikkelijk graag. Voilà.

8. Ik zie mijn kinderen eveneens ongelooflijk graag. ‘Wie had gedacht dat zij ooit zo zou gaan moederen’, hoor ik wel eens over mij. Ik ben dan ook een ongelooflijke moederkloekcarrièrmadame.

9. Ik ben bang van the X-files. Ik durf daar echt niet naar kijken. Laat staan naar iets dat nog griezeliger is.

10. Ik lees heel graag Dag Allemaal. Tijdens de examens, op kot (lees je nog mee, Inge?) durfden we elkaar zelfs, ter ontspanning tijdens het blokken, opvragen uit Dag Allemaal. We waren daar allemaal cum laude in geslaagd.

 

En dan de 11 vragen die ik van anomama kreeg:

1. Waarom startte je deze blog?

Een vriend, wiens afwezigheid ik nog steeds betreur, maakte mij attent op Eigenwijze Tuin. Ik besefte toen pas wat dat was, een blog. Ik was meteen gigantisch onder de indruk van die blog; ben toen hele jaren door gaan nalezen. En ik dacht ook vrijwel onmiddellijk: yes! een kanaal om te schrijven! En ik probeerde het. Achteraf beschouwd een vlaag van zinsverbijstering, want normaal gezien zou ik mij eerder afvragen of ik dit wel kan; wie er op zit te wachten; enz.

2. Wat was de mooiste dag uit je leven (tot nu toe)?

Bevallen, zonder enige twijfel, en met excuus aan het huwelijksfeest, de kleine prachtige momenten, enzovoort, maar niets kan op tegen bevallen. Dat is natuurlijk niet één dag, maar eigenlijk twee dagen. En ik besef voor driehonderdduizend procent dat ik mij zeer gelukkig moet prijzen dat ik dit kan zeggen. Vlotte bevallingen met gezonde kindjes tot gevolg zijn ongetwijfeld de hoofdvoorwaarde om aan bevallingen een mooie herinnering over te houden. Ik heb het geluk daarvan te hebben mogen proeven. Met een tweelingbevalling met min of meer verplichte epidurale nochtans (ingeleid op 40 weken en één dag, begonnen om 8u, het eerste kindje rond 13u en het tweede, na een bijzonder grote beproeving (in films mag een vrouw in de kussens neerzakken hé, nadat het kindje geboren is; ik was dus niet voorbereid op de inspanning van nog een tweede kindje en de echtgenoot evenmin die daar met een baby in zijn handen op zijn vrouw stond te kijken die opnieuw begon te bevallen), het tweede kindje dus een kwartiertje later) en dan de tweede bevalling van de jongste, in speedtempo, vrijwel op mijn eentje, met de laatste fase onder water. Ja, ik wil het meteen opnieuw doen. Die kracht! Die energie! Die zen! Zwanger zijn is ook heel mooi hoor. Maar die misselijkheid! Die vermoeidheid! En het duurt zo lang :-)

3. Wat deed je ontiegelijk veel verdriet?

Zeer veel zaken. Maar verdriet is niet te vergelijken. Het recentste doet meestal het meeste pijn. En ik ben nogal geneigd bewust te vergeten.

4. Wat zou je nog graag verwezenlijken in je leven?

Ik zou graag te weten komen of ik echt goed schrijf of alleen maar omgeven ben door ongelooflijk vriendelijke mensen.

5. Als je één ding mocht weten uit je toekomst, wat zou je dan willen weten?

dat vorige

6. Waar staat je computer waaraan je blogt?

Op mijn schoot. Voor de rest wisselvallig.

7. Volgen er veel mensen die je kent uit het dagelijkse leven je blog?

Bijna allemaal denk ik. Vreemd. Mooi ook. Vooral dat mooie eraan is zo vreemd.

8. Wat zou je willen veranderen in je leven?

Niets. Als ik zou weten wat ik zou willen veranderen, zou ik het meteen moeten doen toch, in zekere zin?

9. Wat zijn je 3 beste eigenschappen?

Ik weet niet of ik die heb. Ik kan mensen bijzonder graag zien. Ik verwacht maar weinig van hen naar mij toe. En ik heb zelden of nooit de neiging iemand te willen veranderen, zelfs niet in de kleinste details. Aanvaarden wie een ander is, vind ik voor iedereen veel gemakkelijker. Ik hoop dat dat hen en mij gelukkig kan maken. Meer moet dat niet zijn.

10. Waarvoor ben je bang?

Van verschrikkelijk veel. Moedig zijn is dan ook niet ‘van niets bang zijn’. Moedig zijn is doorgaan terwijl je doodsbang bent.

11. Welk seizoen verkies je en waarom?

De lente: propere tuin zonder al te veel inspanningen en tijdsbesteding (die ik niet heb) ;-)

 

En nu mag ik zelf ook nog mensen nomineren! Ik weet niet of daar regels voor zijn, maar ik wil mijn hele bloglist wel eens 11 random feiten over zichzelf horen geven, en de volgende 11 vragen zien beantwoorden:

1. Restaurant of thuis, en waarom?

2. Als je een standstuintje kreeg van 20 m², wat zou je erin zetten?

3. Voorjaarsbloeier of vaste plant met bloei in de zomer?

4. Heb je kinderen, en waarom?

5. Je wordt verplicht om met kerst enkele mensen uit te nodigen die je nog niet kent. Wie nodig je uit?

6. India, Rusland, Groenland of Argentinië?

7. Hoe belangrijk is bloggen voor je?

8. Je mag reïncarneren in het verleden. Voor welke historische periode kies je?

9. Favoriete boek?

10. Favoriete recept?

11. Je bent deze vragen aan het beantwoorden. Waarom eigenlijk?

Dus start maar, muggenbeet, eigenwijze tuin, boerenerf, buikberg, natuurlijk-rijk, biodiverse tuinier, huis met tuin, Menck, Spinrag, enz.

En bedankt, altijdplaatsaantafel!

Read Full Post »

Bloggen tegen onrecht

Hoe een mens zo nog eens aan het bloggen slaat, zonder dat er een eigenwijze vermaning aan voorafgaat? Wel, door een verkoper van elvelvelf bijvoorbeeld.

We schrijven zondagavond, voor het eerst vrij koud, en bovenal nat, wisselend tussen druilerig en buitengewoon doornat. De bel is net hersteld èn ik hoor hem (beide vrij uniek ten huize onderdeappelboom), waardoor de voordeur zowaar geopend wordt voor een zich verontschuldigende jonge man (zondagavond enzo) die met een doosje 11.11.11-kaartjes zijn ronde aan het doen is. Als wij cash geld in huis hebben (zelden) en de verkoper aan de deur (talrijk) een enigszins aannemelijk project voorstelt (neen, carnavalisten, uw feestje hebben we tot nog toe niet gesteund), dan zeggen wij nooit neen, dus de verkoper werd binnen gevraagd terwijl ik ging zoeken waar ik dat cash geld nu ook al weer had gelegd. Kaartjes gekocht, kindjes gezwaaid, en wij terug richting voordeur. Waar die verkoper plots zegt:

“Het is misschien raar om te zeggen, maar ik passeerde hier gisteren ook al bij daglicht, en u heeft een mooie tuin…

… mevrouw onderdeappelboom.”

Ik schrok, geloof ik. En ik dacht meteen ook: ai nee, mijn haar ziet er niet uit! Ik heb mijn bril op en die is nog vuil ook! Ik heb mijn slechte kleren aan! Heb ik domme dingen gezegd? Was de vloer wel proper????  Gelukkig stond er een deftige maaltijd op tafel, waren de kindjes vrolijk, het stoofje aan het knetteren, de geur van warm eten in huis. (Een niet te onderschatten verschil met enkele uren daarvoor toen er een kom soep over de hele tafel en vloer was omgekieperd, de zoon een tand van zijn zus uitklopte, de jongste meeschreeuwde omdat we hem zijn tuutje aan het afleren waren en hij toch al enkele uren zin had in wenen, de echtgenoot verdwaald en onbereikbaar in een bos zat en ik – vanzelfsprekend – ijzig kalm bleef (ahum, moet u nog vragen waarom mijn haar er niet uitzag?)).

Maar de man aan de deur bleek/blijkt zowaar bijna in onze straat te wonen (het is een erg lange straat), met een huis dat ik na enige uitleg kon aanwijzen als het huis waarvan ik (heus echt waar!) nog maar kort geleden tegen meneer onderdeappelboom zei: “die hebben daar echt een leuke tuin gemaakt; overal perfect de juiste plant en de juiste boom op de juiste plaats. En ze hebben ook met kastanjehout mooie perkjes gemaakt in hun tuin, veel beter dan ik.”

Gewoon een buurman dus eigenlijk. Maar toch ook een beetje dit gevoel. En nu even zwaaien naar de buurman, die blijkbaar meeleest :-)

Read Full Post »

Ondertussen schurkt de kilte zich onvermoeid tegen de gevel aan om de haren in onze nek rechtop te strijken en de blote huid van onze enkels in haar vochtige greep te houden.

Om zich te verweven met onze levens zoals wij hier nu staan, ikzelf bij het venster, en Wouter, achter me, bij het fornuis en zijn dagelijkse orde van boterhammen, koffie en fruit.

In zijn onvermogen om mijn leven naar een structuur te modelleren, houdt hij steeds driftiger aan het ritme van de ochtend vast. Onvermoeibaar perst hij dagelijks de roze pompelmoezen lam, jaagt de geur van verse koffie door het huis en dwingt ons leven in de goede banen die tussen het vaste patroon van borden en kopjes op tafel verschijnen.

“Kom je?” vraagt hij blij, maar in het schrapen van zijn keel hoor ik zijn ongemak om mijn zwijgen.

“Er is vers rozijnenbrood, dat rooster je graag.” En hij glimlacht terwijl ik hem voel schrikken om het immense lawaai dat zelfs het openen van een botervlootje in de stilte van de morgen schijnt te zijn.

De kilte in ons huis eet mee aan ons ontbijt.

“Kom je?” vraagt hij weer. En ik zeg “ja, ik kom”, maar blijf hier staan.

Mijn ogen lopen vast in het glas. De mist kijkt bij me binnen.

“Rozijnenbrood, dat rooster je graag.” Elke gewoonte, elke voorkeur die ik had, wordt door Wouter voor me opgediept en liefdevol om mijn schouders gehangen tot ik weer ben aangekleed tot de vrouw die ik was. Met het gewicht van deze verloren eigenschappen om mijn lijf zal ik volgens hem weer buiten kunnen gaan en het ritme van mijn leven hervinden.

Maar terwijl Wouter vooruit gaat, probeer ik alleen maar vast te houden. De overvloed van een verleden in een veelvoud van beelden te vangen. Maar hoe precies ik ook probeer de trekken van een gezicht te zien, ik krijg alleen een kort zicht, als het perkament dat uiteenvalt wanneer het in het licht wordt gebracht.

Het aangezicht van de mensen die ik liefheb, wordt van alle beelden nog het meest belaagd. Ogen krijg ik niet meer voor de geest gehaald, lijnen van lippen vervagen. Er is geen fotografie van de herinnering, geen album van in plaatjes vastgelopen ogenblikken dat ik naar hartenlust kan openen. Er zijn alleen maar vage beelden die kraken als de verkreukelde foto’s die uit de was worden opgediept en na het drogen wanhopig platgestreken worden. De scherpe lijnen laten los. Ogen en schouders vallen in dikke korrels van het blad. De fotografie van mijn herinneren is vooral de vergeten fotografie van het oude perkament dat voor je ogen verdwijnt van zodra je de flits opzet.

Nu mijn beelden vervagen, zijn de woorden wat rest. Als de frasen van een onhoudbare melodie zitten ze elke gedachte op de hielen, hakken ze op al mijn herinneringen in.

“Zuster Anna, ziet ge ze nog niet komen?”

Ik zou willen vasthouden, hoe ze daar zat. Hoe ze heel even vanonder haar wimpers naar me keek en haar glimlach in het zachte dons op haar wangen bleef hangen. Maar haar gezicht glipt door mijn vingers heen en al wat rest is de klank van haar stem.

“Zuster Anna, ziet ge ze nog niet komen?”

In hun vaste patroon van regelmaat en liefde zijn haar woorden ternauwernood ontkomen aan de wrede erosie die zich in mijn herinnering heeft vastgezet.

“Anna, ik heb koffie voor je geschonken.”

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 39 andere volgers