Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Allerlei’ Categorie

Awelja…

Het schoot me zo net te binnen dat ik een blog heb :-)

En omdat het tevens de eerste dag in weken is dat ik minder dan 10 uur heb gewerkt, zal er hier zowaar een klein stukje worden gepleegd alvorens ‘een blog heb’ verandert in ‘een blog had’.

Bovenstaande schreef ik op 19 maart. Ondertussen, sja, is er iets tussen gekomen zeker? Maar kijk, vandaag had ik al tijd om wafeltjes te bakken en een paastak binnen te halen die eruit ziet als een flauwe grap in kersttijd. Dus ooit, jawel,  komt dat stukje er dat ik op 19 maart gepland had. En al die foto’s die zitten te wachten om een plaats te krijgen. En dat recept en dat naaispul.

Maar nu moet ik avondeten. Smakelijk! En sorry :-(

Read Full Post »

Calvin&Hobbes snowmen

Meer sneeuwpret hier.

Read Full Post »

Een jaartje ouder

Ook blogs worden een jaartje ouder. En bijna was ik het vergeten om mijn elk-jaar-op-dezelfde-plaats-foto te nemen. Ter herinnering: zo was in februari 2009
Een tuindroom, in zijn prille begin

En zo was het vandaag:

DSC_0681

We hadden ook een foto in 2010, en 2011  maar blijkbaar niet in 2012.

Ik vind deze foto’s altijd schrikwekkend kaal en ontzettend weinig gewijzigd ten opzichte van de beginsituatie, maar goed, het is gefotografeerd van boven uit het raam, op een winterdag, dus misschien moet ik de reeks maar eens aanvullen met een zomerse vergelijking :-) En de mol voelt zich er thuis, da’s wel het minste wat je kunt zeggen…

Read Full Post »

Tuinloos tussendoortje

Winter, regen, rugpijn en veroordeeld tot de zetel. Wat zou u dan doen? Ik ben een beetje beginnen dromen van het herinrichten van onze woonkamer. Sja, ik zit hier ook maar hé, in die woonkamer :-) Er is op dit ogenblik een schrijnend tekort aan vakantiesouvenirs en persoonlijke spulletjes in de woonkamer en een overdaad aan rommel die eruit moet. Maar nog ontstellender dan het vaststellen dat de souvenirs ontbreken, is de vaststelling dat wij nog voor het digitale tijdperk op reis gingen! (Althans: voor het tijdperk waarin wij digitaal werden, want de familie onderdeappelboom loopt gewoontegetrouw een beetje achter op de rest van de mensheid :-) ) En ik maak meteen al een fout: we gaan nu ook op reis natuurlijk, en met grote tevredenheid. Maar de grote reizen, de rugzakavonturen, die dateren al van meerdere jaren terug. Ik zeg het zonder heimwee. Maar vanzelfsprekend zijn die reizen wel mooie herinningen en de foto’s een bron van nostalgie. En kijk, nu bleek ik toch ooit drie foto’s te hebben ingescand om mijn toenmalige, tijdelijke kantoortje te verfraaien. En of u dat dan persé ook moet bekijken? Nee hoor, je mag gewoon ook wachten tot volgende week ofzo, als ik weer eens over de tuin begin:-)

Voor de anderen: dit is de eerste foto die ik terugvond:

Bangladesh

Genomen op een perron in Bangladesh, waar meneer onderdeappelboom een voorraad water gaan zoeken was, en ik gewoontegetrouw meteen omringd werd door een dertigtal passanten en veertigtal inderhaast opgetrommelde buren. Van de stationschef moest ik wachten in een afgesloten lokaal voor vrouwen, maar aan dat bevel heb ik gelukkig kunnen weerstaan. Ik vind deze foto nog altijd magisch door ‘de handjes’. Kijk naar het middelste jongetje. Geen van de handen die je rond zijn lijfje ziet zijn zijn handen. Er zijn ook de gezichtjes natuurlijk. De ernst, de verlegenheid en de deugnieterij. En de herinnering hoe de moeder van het tweede jongetje van links mij de huid heeft vol gescholden omdat ik haar kind niet wou meenemen naar Europa, waar het zou kunnen lezen en schrijven. Bangladesh: geen land van extremen, maar een land van één extreem: armoede; gepaard met uitbuiting en natuurrampen. We deden er ongewild mee aan de ramadam, we zagen een verslagen volk in een buitengewone natuur, we dobberden uren in een volgestouwde sloep op de Brahmaputra zonder te weten of we de juiste richting uitgingen (neen, zo bleek later) en vluchtten uiteindelijk toch hongerig en enigszins opgejaagd de grens over naar India, waar we alleen maar binnen werden gelaten mits wat extra centen en de belofte van mevrouw onderdeappelboom om een sigaret te roken (neen, ik rook niet), wat ze daar blijkbaar een fantastisch fenomeen vonden: een vrouw die rookt. En terwijl aan de ene kant van de grens graatmagere jongens bij kapot gereden riksja’s rondhingen, was er aan de andere kant van de grens een marktje van Hindoe-vrouwen, in purperen en bordeau gewaden, met op hun druk geweven vloerkleden hoge torens verse kruiden, thee, honderden vlammetje van olielichtjes. Het contrast…

Nog een fotootje? Welja, deze dan:

scan0007Een enigszins overbelichte foto, maar net op het juiste ogenblik afgedrukt door meneer onderdeappelboom. We waren in Sikkim toen, midden in de Himalay, op de grens van Nepal en Tibet. We ontmoetten er Mister Lama, zoals hij zichzelf noemde; één van de vele gevluchte Tibetanen. Had onder het regime van Engeland nog meegevochten in de tweede wereldoorlog, en bracht nu zijn dagen door met het aanspreken van toeristen. “Ah, the English”, zou hij zeggen. “What a beautiful language! What wonderful words! But what terrible things they do behind these words.” Toch liet hij zich de Engelse luxe van de bergstad Darjeeling bijzonder goed gevallen; één van de vele tegenstrijdigheden in deze grensgebieden. Zo ook de monnik hierboven. We brachten meerdere dagen in boeddhistische kloosters door, dronken er liters chai en jakmelk, volgden de jonge kinderen in spel, slaap en gebed, en werden gevraagd om een tijdje te blijven om les aan hen te geven; filosofie en informatica, dat waren precies de disciplines die ze nodig hadden om zich te verrijken! Toen we buiten de kloostertoegang (weidse vlakten, berglucht, overal bloemen en wapperende gebedsvlaggen) ons reisdagboek bijhielden, kwam een dorpsbewoner op zijn brommertje met wat etenswaren langs. Van zodra hij het klooster binnen was, holde deze man naar buiten, diepte uit de golven van zijn gewaad een mesje op, en begon zich bij de pas aangekomen spiegel te scheren. En meneer onderdeappelboom had dit mooie moment in de gaten :-) .

Tot slot, voor je het helemaal hebt gehad met mijn uitweiding, nog de laatste scan:

scan0001Een afschuwelijke foto waarvan ik totaal niet begrijp waarom ik net deze koos uit de talrijke foto’s die we schoten in de Atacamawoestijn. Maar goed, het is de Atacamawoestijn, de droogste woestijn ter wereld, gelegen in het noorden van Chili, en de plek die ons hart veroverde. We doorkruisten bijna het hele land, trokken door overweldigende natuurparken en zagen de pracht van wijnvalleien en de Andes. Maar toch veroverde de Atacama het weekste plekje van onze herinneringsnostalgie. Hoe je als tuinliefhebber kunt houden van een levensloze plaats? Ik vraag het mij ook nog altijd af. Het zal iets te maken hebben met de structuren. De kleurnuances. Hoe het zonlicht valt. En de stilte natuurlijk ook. Om de sterrenhemel niet te vergeten. En er was eveneens, zoals zichtbaar op bovenstaande foto, het spaarzame groen in de oase van San Pedro, waar we veel langer dan voorzien verbleven. Waar het dak van ons restaurant plots in lichterlaaie stond, maar niemand daarom naar buiten rende of stopte met eten. Chili, waar je tijdens elke busreis steevast een griezelfilm te zien krijgt. Waar in het warenhuis iemand bij de bakkerijafdeling staat om de broodjes voor jou in een zakje te doen. Waar Pablo Neruda leefde! Waar ik nu best over zou zwijgen. Mijn pizza is klaar :-)

En u, wat is uw favoriete reis? En durft u nog zonder ecologische gewetensbezwaren het vliegtuig nemen?

Read Full Post »

Gedichtendag

Droom

Er lagen schapen onder de treures

hun wol hing in de bramen het gras

bezaaid met keutels en dotten veel

te zwarte schaduw.

De zomer was te fel

te aangedikt om waar te zijn.

Er stonden sequoia’s

op het achtererf met keizerrijken

in hun naalden; een neolithische overdaad

van gevallen aarden schalen

en overal wol in de goot op

de pannen in de hoeken

binnen achter weggeblazen

vensterglas. Op de overloop

dekens matrassen

stro, en daarop Moeder

in haar oude schort

maar veel te mager.

Ze zag me niet ze mummelde

ik verstond haar

niet. Ze schikte

takken om haar heupen en had

in tijden  haar lokken niet geborsteld.

Ik hoorde haar jongen krijsen

ze hadden honger.

 

Erwin Mortier, Uit één vinger valt men niet. Gedichten bij foto’s van Lieve Blanquaert. De Bezige Bij.

Read Full Post »

De jaarlijkse sneeuw-update

Meestal barsten de blogs bij de eerste sneeuwval vrijwel onmiddellijk van omtermooiste sneeuwfoto’s, maar dit jaar blijkt het maar met mondjesmaat te gaan. Wellicht heeft één en ander te maken met het probleem dat wij eveneens ervaren: je vertrekt (op weekdagen) in het halfduister, en komt thuis in halfduister.Je ziet dus al nauwelijks hoe je tuin er bij ligt in de sneeuw, laat staan dat je er ook nog foto’s van zou kunnen maken. Was ik dan ook even blij toen ik woensdag door omstandigheden kon thuiswerken en na een vroege start (6u30!) mezelf rond 8u30 vijf minuutjes plas-alias-fotopauze kon gunnen en vooral kon zien welk effect de sneeuwbuien van maandagnacht (nog maar zelden vlokken zo talrijk en wild weten vallen op zo’n korte tijd!) hadden gehad.

Net voor de zon opgaat, krijg je een erg blauwig ochtendlicht, dat nog ijziger aandoet dan het volle daglicht (heeft het hiermee te maken dat de uitdrukking ‘water vriest het meest bij het rijzen van de zon’ ook waar blijkt?)

DSC_0506

Als ik toen nog had gehoopt op een smetteloos wit tapijt, was ik goed fout. Velen waren mij immers voor geweest

DSC_0510

en niet alleen vogels en wilde eenden (of welke andere dieren hebben zwemvliesafdrukken in de sneeuw?)…

DSC_0509Ik zag de zon opgaan

DSC_0512En hoe mooi de sneeuw dan verkleurt…

DSC_0519DSC_0520Ik kon gelukkig vaststellen dat de eenden een plekje van de vijver ijsvrij hebben weten te houden

DSC_0515dat de brandganzen op het ijs kunnen lopen

DSC_0513En dat Zem (het was toch Zem?) indertijd gelijk had: de gans heeft de eendjes ‘geadopteerd’ en gaat met hen zwemmen (als de vijver open is, tenminste :-) – - Bedankt Zem!)

DSC_0514Ik genoot natuurlijk ook van de plantjes

DSC_0522

DSC_0531DSC_0527Ik stelde daarbij vast dat ik wel nog wat oefening met mijn verjaardagscadeau voor de boeg heb. Maar dat cadeau kan je op de foto’s niet zien. Het staat er onder.

Donderdagochtend vroren mist en rijm aan, en was de wereld nog mooier. Maar daar nam ik geen foto’s van. De enige foto’s die die dag werden genomen, namen anderen van mij. “Neen, nu kan ik u niets meer bieden,” zei de brancadier peinzend, “je heb het hele assortiment doorlopen”, nadat ik achtereenvolgens foto’s cadeau had gekregen op radiografie, echo en scan. “‘t Is er natuurlijk het weer voor, om te vallen”, zei de echoscopist, “maar toch, u heeft wel erg uw best gedaan om de processi transgressi transversi te breken door van een trapje te struikelen.” (meneer onderdeappelboom stelt voor dat ik in de toekomst altijd de lift neem en mij zo ver mogelijk van trappen vandaan houd…). En ook nog: “Het is natuurlijk ook omdat u zo mager bent. We zien toch dat mensen met een kleine vetreserve beter beschermd zijn en niet zo snel dergelijke breuken oplopen.” Ahaaaaaaaaaaaaa, ziedenuwel! (en verder ben ik natuurlijk niet zo ‘schriklijk’ mager; ik straal natuurlijk als vanouds ;-) ). Wachtend tussen echo en scan bevond ik mij in de wachtzaal tussen drie bejaarden die samen twee armen en drie benen hadden gebroken, en waarvan het gezicht van de ene bejaarde dame op de meeste plekken de kleur van een blauwe pruim benaderde. “Allemaal de schuld van ‘t stad,” vloekte de spoedverpleegkundige. “Je moet volgens de wet je voetpad schoon maken, maar die oude menskes gaan dan plichtsbewust al ‘s morgens vroeg het voetpad op, en dan vallen ze natuurlijk. ‘t Is een schande, die wet!”. Ahaaaaaaaaaaaaaaa, ziedenuookwel! Verder is het gelukkig niet erg. Het enige probleem is dat aan die transgressidingen spieren vasthangen, en elke beweging waarbij ik ze gebruik (de meeste) dus verschrikkelijk pijn doet. Gelukkig is alles ok eens ik zit en iemand een computer of boek op mijn schoot legt!

O ja, net voor ik ging zitten, nam ik nog drie foto’s vanachter glas; dan heb je toch een beetje een idee hoe mooi het is…

DSC_0544

DSC_0546siergras

Read Full Post »

De jaarlijkse sneeuwboodschap

Ze zijn weer op pad, de sneeuwimbecielen. Van zodra het donker plaats maakt voor schemerduister bewapenen ze zich met borstel en schep en werpen ze zich met doodsverachting op het verguisde snuifje sneeuw dat hun gepolijste oprit bedekt. Er wordt geveegd, gekrabd, geschept en geduwd, en behalve oprit moeten zeker ook voetpad en aanpalend stuk van de rijweg bevochten worden. Als autobestuurder moet je deze wegpiraten maar gezien hebben, want hun activiteit heeft voorrang op alles, met of zonder fluo jasje. Wachten tot het drukste verkeer ter hoogte van school- en naar-werk-tijd voorbij is, is evenmin een optie. Stel je voor, o nee, stel je voor, dat manlief straks de brievenbus leeghaalt en wat sneeuw mee naar binnen brengt. Een spatje sneeuw in huis! O gruwel!

Dus rijdt mevrouw onderdeappelboom dezer dagen met ‘phares’ op doorheen de straten van haar dorp, en toetert in de gevaarlijk poetszieke zones waar al menig sneeuwpiraat werd gespot. Stiekem hoopt ze dat er eens eentje op z’n gat zal donderen. Zonder botbreuken of blauwe plekken, maar wel met een welverdiende fifteen minutes of embarrassing fame… Bij onthaalmoeder, bakker en collega’s oefent ze zich in een betekenisloze ‘hmmm’ als uitdrukkingen zoals ‘ ‘t Is toch een vuiligheid hé, die sneeuw’  geuit worden, een beetje op het toontje waarop de buurvrouw eerder al zei: ‘O, een bessenhaag. Dat gaat veel ongedierte aantrekken; de tuinarchitect zei het ook.’

Gelukkig is mijn familie van een heel andere orde dan de gemiddelde mens. Toen mijn verjaardagsfeest gisteren al op zaterdagavond een sneeuwparty bleek te zullen worden, kon ik met zekerheid zeggen dat niemand over de sneeuw zou klagen, met uitzondering van enkele goed te begrijpen bezorgdheden over gladde wegen en heuvels in onze streek. Zondagmorgen had ik nog maar net iedereen gesmst met de boodschap: ‘Velden zijn licht wit, maar straten zijn gestrooid (carnaval…). Veiligste route is wel die langs school kinderen’ toen dit gebeurde:

DSC_0477

En daarop doet mijn familie dan dat:

sneeuw1Dat we allemaal zwarte maskers opzetten, bedoel ik natuurlijk :-)

Na een paar keer af

DSC_0495en op

sneeuw2was de sneeuw voor een groot deel verdwenen en veranderd in een ijstapijt. Daarmee ging het sleeën natuurlijk nog sneller, en al gauw hadden we een route gevonden waarmee je, mits enige hulp in het begin en een aanloopje aan de zijkant razendsnel naar beneden suisde, alleen maar de appelboom moest ontwijken, en (als je geluk had) net voor of (bij pech) in de takkenwal tot stilstand kwam. En nu heb ik al vaak zitten denken hoe ik die immense grasvlakte in het midden zou kunnen doorbreken zonder aan het uitzicht te tornen, maar als het sneeuwt, dan denk ik telkens weer dat het maar goed is dat we onze hoogstpersoonlijke grashelling hebben…

sneeuwrouteO, en al die jaloerse zielen die niet tot de gemiddelde Vlaming behoren en sinds zaterdag aan het hopen zijn op sneeuw: hij is onderweg!

Read Full Post »

Van oud en nieuw enzo

Ik ben een ochtendmens, maar mijn ogen beseffen dat niet. Aan de ontbijttafel zit ik dan ook met dichtgeknepen ogen door mijn sinds lange tijd niet meer voldoende sterke brilglazen naar de wereld te kijken, wachtend op het moment dat er voldoende oppervlakte oog beschikbaar zal zijn om aan lenzen te beginnen (zo tegen een uur of tien). Geheel voorzien van deze wazige omstandigheden, dacht ik al een ochtend of twee dat er toch wel een heel klein ekstertje aan ons vogelvoeder zat te pikken. Op dag drie zag ik plots het licht: het was de bonte specht! Maar die vloog na mijn gelukkige aha-erlebnis van danige schrik natuurlijk meteen weg. Op dag vier zat ik al gewapend met het fototoestel aan het ontbijt, en siste de kinderen toe: ‘Niet bewegen! De specht is daar!’. Waarop zij nieuwsgierig opverend: ‘Waar?’. Wel, daarnet nog op de voederplank, nu daarentegen…Vanaf dag vijf zat ik met mijn hand rond het fototoestel in plaats van rond een kop koffie en had iedereen een duidelijke boodschap meegkregen: Niet bewegen als mama de specht ziet!  (waarop meneer onderdeappelboom: “En roep dan misschien ook niet dat je hem ziet…” ;-) ) Maar ik moest helemaal niet roepen, want hij is al in geen dagen meer te zien… Tot zover de mogelijkheid om jullie eens wat anders dan kool- of staartmezen aan de voederplank te serveren…  Gelukkig zat de boomklever wel stil…

boomklever

En verder kunnen we zo langzamerhand beginnen uitkijken naar het volgende jaar. Het is hier wat stil geweest, de laatste weken, en ik durf niet beloven dat dat meteen veel beter zal worden, begin 2013. De kleinste hummel host vrolijk het huis rond, en we tellen af tot hij even groot zal zijn als hij zich voelt ;-)   De oudste onderdeappelboompjes  zijn gezinsleden met geheel eigen plannen, dromen en wensen geworden, en in de loop van 2013 zal het afschrikwekkende systeem van huiswerk zijn intrede doen, waarover de familie onderdeappelboom gegarandeerd nog menig eitje met het schoolbestuur zal pellen. En wat zal mevrouw onderdeappelboom doen? Meneer onderdeappelboom hartstochtelijk beminnen en de kinderen oneindig zielsgraag zien. Vechten tegen vooringenomenheid, mezelf, de bierkaai en onrechtvaardigheid. Volkomen opgaan in het nieuwe aspect van mijn werk, en me vervolgens doodvermoeid afvragen hoe ik dat werk in godsnaam ooit belangrijk heb kunnen vinden. Dromen van veranderingen in huis en tuin, en bedenken hoe perfect het eigenlijk nu ook wel al is. Kortom: gewoon verder gaan met de tegenstrijdigheid van het leven, en daar onbetamelijk content mee zijn.

En voor u… hoop ik van harte hetzelfde!

koekjes voor het nieuwe jaar

Read Full Post »

Een soort van sprookje

Weet je nog, het berichtje dat ik zo graag wou schrijven maar nog niet mocht schrijven, omdat anderen het eerst moesten schrijven? Dat bericht is ondertussen geschreven! Er is een kindje geboren! Ga alvast naar Buikberg voor uitgebreide felicitaties!

Maar kijk, het mooie aan het bericht van de familie Buikberg, en waarvoor ik nog steeds dankbaar op wolkjes loop, is dat ik er ook mijn eigen verhaal over heb. Niet zomaar een verhaal, maar een sprookje bijna. En zoals je weet, beginnen alle goede sprookjes met ‘er was eens’…

*      *

  *

Er was eens, een middag, enkele weken geleden, waarop mevrouw Buikberg mij opbelde. Of we deze avond al plannen hadden, want Willem had zin om nog eens langs te komen. Dat was een fijne gedachte, en onze plannen bestonden uit niet meer dan pannenkoeken bakken die avond. Dat kon mevrouw Buikberg wel bekoren, en ze besloot prompt nog wat spekjes en room mee te brengen om er een hartige pannenkoek van te maken, en zou in één moeite door een aperitiefhapje verzorgen.

Korte tijd later waren onze kinderen om ter meest speelgoed aan het uitproberen in om ter weinigst tijd en deden wij een poging om dit fenomeen enigszins in goede banen te leiden. De aperitiefhapjes waren heerlijk (maatjes met appeltjes in een curry-yoghurtdressing), de pannenkoeken ook, maar wel schromelijk tekortschietend in aantal, wat we met z’n allen ontkenden door demonstratief nog een halve pannenkoek op tafel te laten liggen die er “nee, echt waar, echt niet meer bij kon”.  En toen lag plots een cadeautje op mijn bord.

Dat was raar. Wij doen helemaal niet aan cadeautjes voor etentjes, want dat is via een gekke gedachtekronkel van onze maatschappij iets wat je doet uit beleefdheid voor mensen die je niet zo vaak ziet, terwijl je bij echte vrienden gewoon af en aan mag lopen om mee te eten zonder cadeautjes. Het recht op onbeleefdheid blijkt dus evenredig met de vriendschap :-)   Maar dat terzijde kreeg ik een cadeautje, en daar zat het volgende in:

DSC_0062

Nu had ik veel sneller bedacht wat dit kon betekenen dan ik het luidop durfde zeggen. Gelukkig was de Goede Fee er ook, en die kwam de boodschap bevestigen: ik mocht meter worden van het nieuwe kindje Buikberg! Alle kabouters in onze tuin kwamen uit hun paddenstoel te voorschijn om mee te juichen, en na enige uitleg begrepen ook de kleine onderdeappelboompjes het verband tussen dat werktuig en het meterschap. Vreugde alom, en dan te bedenken dat we elkaar 4 jaar geleden nog niet kenden en zonder het bloggen zelfs nooit hadden leren kennen! Prompt toverde de Goede Fee iedereen die ooit aan het nut van bloggen had getwijfeld om in een vieze dikke pad. De Boze Fee was gelukkig afwezig, dus kleinste metekindje hoeft zich zelfs helemaal niet te prikken aan een spinnewiel in de toekomst, en evenmin te wachten op een mooie prins.  Hoewel ik haar natuurlijk wel een mooie prins toewens. Of een prinses, mocht dat haar voorkeur blijken te zijn, we gaan daar zeker niet moeilijk over doen.

*      *

  *

Het sprookje is daarmee zelfs nog niet gedaan. Aangezien de familie Buikberg net als wij ver van beide ouders vandaan woont, moest ook een regeling getroffen worden voor Linde wanneer het kleintje zich zou aandienen. Die regeling ging als volgt: mocht de bevalling tijdens de dag beginnen, dan zouden de ouders van meneer Buikberg Linde komen ophalen. Begon het ‘s nachts, dan kon Linde gewoon blijven verder slapen, aangezien het normaal toch een thuisbevalling zou worden. En in nood stond de familie onderdeappelboom klaar, want 8 km afstand is niet zoiets als ‘in een land hier ver ver vandaan’ maar eerder vlakbij elkaar in vlaamse-ardennen-termen.

De nood diende zich in vroege ochtend van 8 december aan in de gedaante van een kapotte babyfoon. Je vrouw bijstaan tijdens de bevalling en tezelfdertijd een oog op je dochter houden, ik wens het niemand toe, en aldus snorde ik ergens tussen 4u30 en 5u richting Buikberg langs de goddank al ontdooide wegen.

Bij binnenkomst mocht ik zowaar even dag zeggen tegen mevrouw Buikberg, die moedig het één en ander aan het verbijten was. Ze was eigenlijk al héél veel aan het verbijten, om nog maar sinds 3u bezig te zijn, vond ik, maar ik wenste haar uiteraard alleen maar met de glimlach wat moed toe en liet haar vervolgens terug in haar concentratie, samen met de vroedvrouw en Willem.

Na afspraak met meneer Buikberg besloten we dat ik bij Linde zou blijven tot die vanzelf wakker werd en dan te zien hoe de zaken stonden. Ik kroop bij haar in bed, en werd meteen vergast op een uitgebreid scala aan slaapgeluidjes :-)   Ik hoorde natuurlijk ook nog wat anders, laat ons eerlijk zijn. En zo hoort het ook, want de familie Buikberg doet gelukkig niet aan Scientology tijdens de bevalling. Nu ben ik zelf ook allesbehalve een stille bevaller, waardoor ik één en ander kon plaatsen. Maar het leek toch wel al bijzonder zwaar te zijn en ik moest de neiging onderdrukken om met de klok op mijn gsm te gaan timen of er nog wel pauzes waren. Geleidelijk aan werd ik toch erg bezorgd en zo rond 6u was de frequentie en intensiteit van dien aard dat ik hoofdschuddend dacht: “O god, dat komt hier nooit goed! Dit houdt ze echt geen uren meer vol!” En enkele seconden daarna hoorde ik een baby’tje huilen…

Allicht waren meneer en mevrouw Buikberg nog véél meer aangedaan dan ik, maar toch kon ik niet ophouden te denken: ‘Waaw, ik heb zo net een kindje horen geboren worden! Ik heb mijn metekindje horen geboren worden!’. En in gedachten zei ik tegen Linde: ‘Je bent nu grote zus!’, maar dat zei ik uiteraard niet luidop want dergelijke bijzondere zinnen mogen alleen door de ouders tegen hun kinderen worden gezegd. Linde sliep van de slag tien keer rustiger dan daarvoor en werd zelfs niet wakker van de dokter die op de oprit gescheurd kwam en vervolgens na vijf minuten werkloos terug afdroop :-) En toen, jawel, stond Willem in de deuropening met de vraag of ik het kindje wou zien! (Ik heb Willem daarop ocharme eerst nog eens teruggestuurd naar Anneleen, om haar voor de zekerheid nog eens extra te vragen of ze zeker was dat ik al mocht binnenkomen :-) ). En toen stond ik daar dus, te kijken naar mijn o zo pas geboren metekindje, in de armen van haar moeke die er ondanks sporen van emotie en inspanning bijlag alsof ze wel vaker een kind in turbosnelheid op de wereld zet, en een heel gelukkig kijkende vake die zijn ogen duidelijk ook niet van zijn pasgeboren tweede dochter kon afhouden.

Toen ik zo rond 7u30 terug thuis kwam, perfect op tijd om mee aan te schuiven voor het ontbijt, zei meneer onderdeappelboom: “O, zijn Willems ouders gearriveerd?” ”Nee,” zei ik. “Maar de baby wel”. :-)

Nadat ik mijn verhaal verteld had, bekeek meneer onderdeappelboom me van top tot teen, zoals ik daar stond op mijn oude wandellaarzen, in mijn pyjama, en met mijn joggingpulletje erboven, en vroeg: “Ben je zo naar daar gegaan?! Hmmm, stijlvol…” :-)   Sja, wist ik veel hoe gehaast ik naar daar moest gaan! :-)

*      *

  *

Verder moet ik mij dat meterschap niet zo romantisch voorstellen. Op mijn vraag aan de familie Buikberg hoe zij het meterschap zien, antwoordde meneer Buikberg: “O, gewoon, heel veel en heel dure cadeaus”. Dat zal nog waar zijn ook, denk ik, want nauwelijks drie weken na het geboortecadeau gaan ze mij al een nieuwjaarscadeau aftroggelen ook! :-) Geef toe, daar mag toch wel een nieuwjaarsbrief van mijn metekind tegenover staan hé? Volgens mij zijn ze zelfs al stiekem aan het oefenen, daar op de buikberg:

“Liefste meter,

Hoe meer je geeft hoe beter.”

;-)

En verder dan? Ze leefden nog lang en gelukkig? Ik hoop het van harte. Maar wat mij betreft is het alvast goed begonnen, Hilke!

Read Full Post »

Recyclagekerst

In afwachting van het berichtje dat ik eigenlijk wil schrijven, maar niet mag schrijven, omdat andere mensen het eerst moeten schrijven, en die vooral hun tijd moeten nemen om dat te schrijven… in afwachting daarvan dus, even onzinnige dingen over kerstversiering neerpennen. De kerststal bijvoorbeeld, want die hebben we zelf gemaakt. Min of meer toch.

Men neme een appelbakje met raster-onderkant. Zaag er een derde af. En zaag van het overgebleven deel nog eens een derde af.

DSC_0950Zet rechtop en kleef vast aan een plank.

DSC_0952Beplak geduldig met takjes en schors.

DSC_0953Vul aan naar believen met stro (in ons geval nog hooi, maar dit wordt gewijzigd van zodra we eens bij de boer geraken), kitcherige beeldjes, een kerstster, en de boerderij van fisherprice.

DSC_1017Merk op dat de focus van Jozef en de herders door de kinderen lichtelijk verplaatst is naar de beesten ;-)

Alle andere kerstversiering haalden we in de kringwinkel, met maar één missie voor ogen: onbreekbaar.

DSC_0994DSC_0996DSC_0997DSC_1005DSC_1007DSC_0998Verder waren er nog wat tafelversiering, extra kaarsen, een kerstmobiel, en een heleboel houten kerstboomfiguurtjes. Samen 22 euro. En toen dacht ik: ben ik nu eigenlijk niet helemaal verkeerd? Moet ik de Kringwinkel niet laten aan wie het minder breed heeft?

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 29 other followers