Feeds:
Berichten
Reacties

Zoekertje

Ik had mooie foto’s van mooie borders (als zeg ik het zelf). Maar toen nam ik de snoeischaar, schikte ik een boeketje en dacht: ik laat ze eens raden. Hoeveel seconden had je nodig om ze allemaal te herkennen?
DSC_1319

Het heeft veel weken geduurd vooraleer ik terug zin in tuinieren had, en uit wraak daarvoor hebben de zaden dan ook maar veel weken rust genomen vooraleer ze zin in kiemen hadden. Sinds mijn exploten in maart en april was er geen radijs die boven wilde komen, geen wortel die z’n kopje liet zien en geen patat… wel, de patatten waren er eigenlijk wel. Maar in microformaat dan. Groot is dan ook mijn vreugde nu ik eindelijk een spriet wortels en streepje radijzen zie opkomen.

DSC_1237[1]

DSC_1238[1]

Ik denk dat de moestuin er nu uitziet zoals hij er normaal half april uitziet. Maar goed, hij komt eindelijk tot leven, dus meneer onderdeappelboom is blij dat ik stop met zeuren. :-)

Met het warmere weer van de voorbije dagen, mochten ook de tomaten de serre in.
DSC_1233[1]

Nu lijkt één en ander daar verkeerd mee te zijn. Het nog niet aangelegde middenpad uiteraard. En het veel te veel aan plantjes voor de kleine oppervlakte ook. Maar nog meer dan dat. Grootste zoon onderdeappelboom wou weten waarom ik zo stond rond te kijken.

‘Het ziet er zo verschrikkelijk dwaas, belachelijk en verkeerd uit’, zei ik. ‘Het kan niet anders of ik heb het totaal fout gedaan.’

‘Bwa’, zei de zoon. ‘Het ziet er wel een beetje uit alsof de familie muis zich met haar staart aan het plafond heeft geknoopt’.

Ik geef toe dat ik nu telkens loop te grinniken als ik de tomaten water geef :-)

U ziet overigens dat de serre nog rechtstaat, ondanks de niet geringe wind van vorige week. En dat is des te verwonderlijker als je ziet wat er in diezelfde wind met de pergola en de blauweregen is gebeurd…

DSC_1240[1]

Terug recht duwen blijkt niet te lukken, dus het wordt iets met een katrol en een nieuwe pergola. En hopen dat de bloemen in de border eronder niet teveel gekneusd zijn…

En tot slot, omdat ik nu toch bezig ben met alle nutteloze nieuwtjes in één bericht te proppen: kikkertjes!
DSC_1268[1]

Omdat wij van educatie en al wilden doen, brachten we wat kikkerdril in een aquarium naar binnen. De blubber werd deskundig verzorgd, en sinds enkele dagen kregen de beestjes – plop! – pootjes! Mevrouw onderdeappelboom werd minstens zo geëduceerd als haar kroost, want het was pas met die kikkervisjes in huis dat ik besefte dat ik het proces eigenlijk nog nooit ‘live’ had gezien. Daarmee ook dat we niet wisten dat die beestjes terug naar de vijver moeten van zodra die pootjes nog maar een beetje zichtbaar zijn. Twee dode kikkertjes waren helaas het resultaat :-( maar gelukkig hadden we ook buiten een hoop kikkerdril in een supergrote bak gezet met gaas erover, zodat de reiger er niet bij kon. Deze morgen konden we daardoor een massa van honderden glibberige minikikkertjes naar de rand van de vijver begeleiden. We hopen dat er toch minstens één prins tussen zit…

EDIT: en terwijl ik dit berichtje typ, tikt meneer onderdeappelboom op het vensterraam en wijst me dat ik naar buiten moet kijken waar een grote dikke egel over het gazon schuifeltje. Na de dode egel van vorig jaar (naar opvangcentrum gebracht wegens teken en daar helaas gestorven) is de terugkomst van een egel super goed nieuws. We wonen in een pretpark, zeg ik u! :-)

Zal ik u wat vertellen? Zaaien in compost, dat gaat niet. Naar het schijnt misschien wel in compost van tuin- en groenafval. Maar niet in compost van etensafval.

Nu halen wij onze compost bij Vlaco. Die bestaat onder meer uit etensafval. Wij doen die compost op de groentebedden. En dan mengt mevrouw onderdappelboom die, dacht meneer onderdeappelboom. En dan mengt meneer onderdeappelboom die, dacht mevrouw onderdeappelboom.

Resultaat: de compost lag gewoon op de grond, ongemengd, mevrouw onderdeappelboom merkte niet eens dat ze haar kindertjes in pure compost liet zaaien, en 3 weken later zijn alle beloftevolle zaadjes door stikstof en ander onmin van pure compost compleet verstikt. Aaaargh! AAAAARGH, zeg ik u!

Gevolg (GEVOLG!): ik heb gisteren alles (ALLES!) opnieuw (HEELTEHANGS OPNIEUW!) moeten zaaien. Meer dan een uur gefrustreerd omwoelen, rijtjes maken, opnieuw zaaien, dichtgooien, en nul (NUL!) vertrouwen hebben dat het ooit nog goed komt en er ooit nog iets in mijn groentenhoffetje gaat groeien. Boehoehoe…

Gelukkig komt binnen wel één en ander op (zij het traag). Ik moet toegeven dat alleen de tomaten het ècht goed doen. En dat is leuk, want wij hebben er een dingetje extra bij:

DSC_1093

Neen, plastic is niet goed voor het milieu. En tunnelserres zijn niet sterk. Maar een serre kopen voor een bedrag met drie nulletjes en dan ontdekken dat we er eigenlijk geen tijd voor hebben, dat is ook verspilling. Daarom is dit ons probeerprojectje. Het buizengestel heb ik met verschillende planken en ankers extra verstevigd, en dat zal niet meteen wegwaaien, denk ik. Maar het plastic blijkt helaas maar met vier armzalige touwtjes aan het frame vast te hangen en gaat dus bij de eerste de beste storm vliegen. Wie oplossingen kent hiervoor: graag!

In de borders gaat één en ander beter. Ik heb vele vele uren op handen en knieën rondgeploeterd met een keukenmes, omdat onze borders er werkelijk als een gazon uitzagen. Grasje na grasje, elke kruipende boterbloem, paardenbloem en ander onheil werden zo diep mogelijk verwijderd. Ik twijfel er niet aan dat we straks, bij de eerste regen, de Wraakzuchtige Wederopstanding der Onkruiden krijgen, maar het is toch al heel wat beter dan wat het was.

DSC_1116

Dat ik bij het wieden tegenwoordig gezelschap heb, verhoogt mijn plezier aanzienlijk. Mag ik u voorstellen: de enige aangespoelde kat ter wereld met vier onmogelijke namen: Spoikie Crumble Woeshka Copernicus. Roepnaam: Spoik. Of ook wel: poezenbeest.

DSC_1096
Op een dag kwam ze aangewandeld, bleef maar passeren, bleek de etensrestjes op te eten die we aan de achterdeur klaar zetten voor de kippen, verdween elke nacht onder ons terras om te slapen, en bleek vervolgens van niemand in de buurt te zijn. Dus kochten wij kattenbrokjes, leerden dat melk niet goed is, en lieten de kindertjes onderdeappelboom hun ding doen terwijl ze de schuwe poes met eindeloos geduld omtoverden tot een gezelschapspoes die kopjes komt geven, en zich al eens laat strelen. De bedoeling is wel dat ze buiten blijft, dus hoe dat zo moet in de winter, dat moeten we ook nog eens uitvinden. Maar goed, Spoik dus: trots, hooghartig en lui, exact zoals tuinkatten behoren te zijn. Ik voel mij een echte Engelse tuindame nu, als het poezenbeest naast mij onder de rozen komt liggen en me nauwelijks een blik waardig gunt, tenzij om eten te krijgen :-).

En van al dan getuinier en plantjesgeruil kreeg ook meneer onderdeappelboom de kriebels en deed dit:

17046693457_9e3af8febb_k

Het lijkt op de foto veel kleiner dan het in werkelijkheid is, geloof mij. ‘Maak er maar een bloemenweide van’, beval hij. Ik weet het nog zo niet. Als ik hier nu toch eens een border van maakte? En de bloemenweide elders? En er is ook nog iets met een wadi, waar ik Regionaal Landschap nog voor nodig heb. En o, mijn agenda zit vanaf volgende week tot midden juni barstensvol, ik moet de huisruil verder regelen, moet af en toe eens naar het buitenland en heb dan nog mijn persoonlijk geschrijf. Wat jammer toch dat ik dan geen tijd meer zal hebben om het antwoord op al die vragen te bloggen :-).

Hoewel ik collega’s heb, zijn het niet mijn directe medewerkers voor mijn job. Dat zijn eerder externen. Sommige van deze externen zie ik weinig, anderen vaak. We bereiden samen vergaderingen voor, stellen agenda’s op, mailen mailen mailen, en eten occasioneel eens een broodje samen ‘s middags. Na meer dan een jaar samenwerken zei één van hen plots ‘tuin’. Ik zei toen ook ‘tuin’. ‘Bijvriendelijke tuin’, voegde hij toe. ‘Natuurlijke tuin,’ zei ik daarop. En toen werkten we weer.

Maar met het mooie weer werden de mails al eens wat trager beantwoord. ‘Wieden’, was ons beider excuus. ‘En’, zo zei de ander: ‘Phlomis verplanten.’ ‘Hola’, zei ik toen. ‘Phlomis? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Schande!’. Maar dat vond de ander geen probleem. Hij zou wel eens uitlopertje voor me uitdoen en eens meebrengen naar een vergadering. ‘Dat gaat nog een hele ruilhandel worden’, zei ik. ‘Ik zou niet weten waarom’, zei hij.

Daarmee dat ik gisteren, luttele weken na die Phlomis, met mijn wagen één van Vlaanderens universiteitsgebouwen binnenreed met in mijn koffer:

– witte knoop

– scharnierbloem

– Acanthus

– akelei

– daslook

– duizendschoon

– bosandoorn

– helleborus

– lythrum

– valeriaan

– valse (rode) valeriaan

 

En ik reed terug buiten met in mijn koffer:

– phlomis

– koeienoog

– pluimpapaver

– gele wederik

– kaukasische smeerwortel

– 2 bijzondere soorten persicaria

– kamperfoelie

– 2 tuingeraniums

 

Of toch zo ongeveer, want ik moet alles nog eens rustig bekijken, de specifieke soorten opzoeken, en correct uitplanten in zon, schaduw of bosrand. Ondertussen slaan we ons allebei al voor het hoofd omdat we vinden dat we een aantal andere planten ook best hadden kunnen scheuren, halveren, zaailingen van nemen, en ruilen.  Dus het zou me niet verbazen als we deze ruilhandel in de toekomst nog eens herhalen :-).

Meneer onderdappelboom zag het allemaal zwijgend aan, zei bij het zien van de ‘oogst’ gisteren alleen ‘tof’, nam het afplagding, en ging terstond de tuin in. :-)

PS Over oogst gesproken: komt bij jullie ook niets, maar dan ook helemaal niets van groenten boven buiten? (binnen wel, in mijn kweekkotje, maar buiten werkelijk niets).

(foto’s volgen nog wel eens. ik blog al; dat is al iets :-) )

Het is rustig hier, erg rustig, wellicht veel te rustig. En naar ik vrees, zal het nog een tijdje rustig blijven. Niet dat er geen tuinliefde meer is; niet dat er geen vrijdagvertelselkesdaginspiratie meer is; allemaal integendeel. Niet dat ik (meer dan anders) twijfel aan zin en onzin van het bloggen. Maar niet alleen is de job een soort van levensinvulling geworden (klinkt beter dan drukdruk niewaar? :-) ), ook gebruik ik de resterende tijd en creativiteit voor iets groters, buiten deze blog. Al is ‘gebruik’ niet juist: ik probeer het gewoon, zo heel af en toe. Dat het gaat mislukken is geen reden om het niet te proberen :-)

En daarom is deze blog niet weg; niet voor altijd gesloten, maar voorlopig en nog gedurende enige (lange?) tijd wel in rust-modus.

Een tijd geleden dook een vriendin uit de kotperiode terug op. De tweede in korte tijd eigenlijk. Om niet te zeggen de vierde. Merry memories van gigantisch plezante kottijden, feestjes, gedeelde vreugde, theezakjes tegen het plafond, en wat al niet meer. Kilo’s onzekerheid op om het even welk vlak laten we gemakkelijkheidshalve even buiten beschouwing :-)

Mailingsgewijs deelden we wat kinder-en-help-wat-met-mijn-vrije-tijd-nieuws. Je moet aan de duizend-dagen-champagne-beginnen, zei ik. Ik zal je dat eens uitleggen op mijn blog. Die volgt ze namelijk. Enfin, eigenlijk ook niet. Ze volgde die van de Eigenwijze Tuinier. Of de mijne daar een beetje op leek? Jaja, zei ik, reken maar. Op mail is het gemakkelijk liegen hé :-)

Ondertussen zijn we een paar maand verder, en kwam het stukje er nog altijd niet van. Gelukkig hebben echtgenoot en ik ondertussen wel onze DuizendDagenChampagne gevierd. We gingen ervoor naar Gent, om er de versie van In de Wulf te bezoeken die haalbaar is voor onze portemonnee. Die versie heet ‘Superette Edwin‘ en houdt het midden tussen een bakkerij en retro-eettent.  In de ogen van de tegenstanders eet je er verbrand brood met onbekende groenten-extraatjes. In de ogen van voorstanders krijg je er tot op een hoog niveau getilde groentenschotels, brood dat smaakt zoals nooit tevoren en een keur aan internationale chefs die staan te springen om het uiterste te halen uit een beperkt aantal ingrediënten en een groot aantal kruiden en specerijen. Na enkele happen vroeg ik: ‘Smaakt het?’ En meneer onderdeappelboom zei: ‘Gho, het is wel èrg natuurlijk’. Waarop we een lachbui kregen. Die werd nog versterkt toen ik tegen de ober zei: ‘Je mag Nederlands praten hoor tegen ons’, overtuigd dat hij ons voor toeristen aanzag. Waarop hij zei: ‘I’d like to but I can’t’. Enfin, het eten was toch lekker, de sfeer van de superette – euh – super, en voor wie het niet meer vindt dan brood met beleg voor een erg hoge prijs (15 euro) bedenkt maar eens wat hij in schimmige cafés soms betaalt voor een uit ketchup bestaande spaghetti. Superette Edwin dus, een goede, maar al bij al merkwaardige keuze voor onze duizend-dagen-champagne, al was het maar omdat ze geen champagne bleken te hebben :-) Wel een soort bruisend cider-geuze-wijn-achtig drankje. ‘Wat vind je ervan?’ vroeg meneer onderdeappelboom me. ‘Gho, zei ik. ‘Wel èrg natuurlijk.’ Waarop lachbui 3 volgde. We waren duidelijk al lang niet meer samen weg geweest.

En wat die duizend-dagen-champagne nu is? Die zegt: als het duizend dagen na de geboorte van jullie kindje is, en je bent nog niet gescheiden, ontkurk dan een fles champagne samen.

Niet meer dan dat? Nee, niet meer dan dat.

Idioot? Gho, misschien. Maar niet minder idioot en zeker duizend keer beter dan alle boekjes die je het gevoel geven een slechte ouder te zijn, tekort te schieten, je carrière te laten slabakken, niet vers genoeg te koken, teveel ouder te zijn, te weinig seks te hebben, meer te moeten sporten, enz. Het is een gebaar dat toont wat een prestatie ouderschap in de eerste jaren is. Je hebt het kind vermoedelijk drieduizend keer behoed voor weetikveelwat. Je hebt gegarandeerd ontdekt dat jullie voornemen vooraf om als opvoedingsrichtlijn consequent, duidelijk, maar niet al te streng te zijn tegen je kind, in de praktijk een veelhoud van interpretaties heeft waarbij je vaker niet dan wel die van je partner deelt. Je bent nu duizend dagen verder. Je bent niet gescheiden. Het kind is ok. Ontkurk die champagne nu gewoon.

Wanneer we samen naar Brussel treinen, plachten mevrouw Buikberg en ik wel eens onze moestuinoogst te vergelijken. De conclusies daarvan zijn simpel: Ik ben altijd eerst. En zij hebben altijd meer.

Dit jaar zeg ik er telkens bij: “Ik weet dat het niet waarschijnlijk is, maar ik heb toch de indruk dat wij veel meer oogst hebben met die verhoogde bakken dan vroeger, gewoon op de grond.” En ik zeg er dan bij: “Ik ga dat toch eens bijhouden en er eens een stukje over bloggen.”. Dat bloggen kwam er natuurlijk niet van, en dat bijhouden ook niet al te precies. Maar toch wil ik voor de geïnteresseerde amateur op basis van de ruwe schattingen van mijn versleten olifantengeheugen eens op een rijtje zetten wat er precies inging, en hoeveel eruit kwam.

1. AANLEG VAN DE VERHOOGDE MOESTUIN

– We kozen voor 6 bedden van 1,20 op 2 m. Telkens twee latten hoog (ongeveer 40-50 cm).

– In totaal ging er ongeveer 6 m³ teelaarde in (die erg slecht bleek), en een heleboel kruiwagens compost van onze vaste leverancier (Van Gansewinkel).

– In totaal dus  14.4 m² moestuin, zonder de plaats voor courgetten, pompoenen en tomaten.

DSC_1270[1]

– Want: pompoenen en courgetten gingen in de schorsvlakte naast de moestuin, en de tomaten in een bak met het overschot van aarde, zonder compost.

– Ook aardbeien reken ik hier niet bij. Die kregen een vaste standplaats in ruwbouwstenen.

DSC_1275[1]

2. ZAAI EN AANPLANT, eerste lichting (maart- begin april)

– Wortelgewassen: rondomrond uitjes. Twee rijtjes sjalotten. Eén rij pastinaak. Drie rijen wortels (gele en oranje). Extra gezaaide sjalotjes. Twee rijtjes venkel.

– Vruchtgewassen: Maïs. 12 stuks.

– Bladgewassen: twee rijtjes spinazie, wat soorten sla, en veel rijen radijzen, om de één à twee weken geoogst en terug aangevuld.

– Koolgewassen:  Drie rijen rode biet. Eén rij veelkleurige snijbiet.  Rucola.

– Peulgewassen: Rijtje peultjes, rijtje erwtjes. Nog wat sla en radijsjes.

– Aardappelen. 6 rode en 6 gewone pootaardappeltjes.

DSC_1351[1]DSC_1344[1]

3. ZAAI EN AANPLANT, tweede lichting (zo omtrent 15 mei)

– Wortelgewassen: nog twee rijtjes wortels. Sjalotjes opnieuw proberen zaaien.

– Vruchtgewassen: klimbonen en één pompoenplant toegevoegd (de drie zusters) en 3 tomatenplanten die ik teveel had.

DSC_0539[1]

– Bladgewassen: andere sla, nog eens spinazie, veel radijzen, ergens ook selder geloof ik, enz.

– Koolgewassen: Uitplant van de voorgezaaide brocoli en bloemkoolplantjes. Van elk 4. Nog een rijtje rode biet erbij. Tweede keer rucola want de eerste keer leek verdwenen.

– Peulgewassen: bonen gezaaid. Nog peultjes proberen bijzaaien omdat de vorige het niet goed deden. De erwten ook niet eigenlijk. En ook hier verder nog sla en radijzen.

– Aardappelen: één keer ophogen en de afrikaantjes water geven :-)

– Buiten de bakken: uitplant (na zelf zaaien) van 4 komkommerplanten, 3 pompoenplanten en 3 courgettes. Twee weken later alles opgegeten door de eekhoorn, en dan opnieuw 4 komkommers, 2 pompoenen en 2 courgettes uitgeplant. Nieuw eekhoornbanket. Alleen één komkommer, één courgette en één pompoen overleefden het. Dan maar nog 2 courgetteplanten bijgekocht in den boerenbond. Van dan af blezen ze in leven.

– In de tomatenbak: een tiental soorten tomaatjes, vooraf in huis opgekweekt.

DSC_0402[1]

DSC_0405[1]

4. ALLERLAATSTE ZAAI EN AANPLANT (1 juli, en zelfs nog op 1 augustus, maar alles kleine hoeveelheden)

– Wortelgewassen: niets meer

– Vruchtgewassen: niets meer

– Bladgewassen: knolselder gezet (foute plek wellicht), nieuwe spinazie en sla

– Koolgewassen: Bloemkolen verwijderd, broccolis maken nieuwe stronken aan en worden groot.

DSC_0709

– Peulgewassen: extra bonen gezaaid, nog wat worteltjes gezaaid.

– Aardappelen: allemaal geoogst. Op die plaats enkele rode kolen, bloemkooltjes en witloofplantjes vanuit de boerenbond geplant (ook foute plek, maar het was haast haast voor we een maand op reis vertrokken).

DSC_0536[1]

5. DE OOGST

DSC_0964

– Wortelgewassen: twee maanden uien uit eigen tuin gegeten, de hele zomer lang overal sjalotten bij, 5 grote porties wortels in de diepvries en ook zo’n 5-6 keer ruime portie verse wortelen gegeten. Van de pastinaak en de laatste wortelen een voorraad pastinaak-wortelsoep gemaakt (de lekkerste soep ter wereld, met wat rozemarijn, en veel verse dragon uit de tuin, en een ruime draai aan de pepermolen), en de rest van de pastinaak in zes te grote porties in de diepvries. Gezaaide sjalotjes: geen oogst. Venkel: een paar ovenschotels en wat venkelsoep. Regelmatig ook wat wortels en uien weggegeven.

DSC_0969

– Vruchtgewassen: een zestal lekkere maïsstronken, maar net op oogsttijd begon het te regenen en de 8 andere die we lieten hangen voor een volgende keer beschimmelden jammer genoeg. Klimbonen: veel geklim, weinig boon. Een halve portie dus misschien. de pompoenplant: 20 butternuts, waarvan 8 grote en 2 kleinere oogstbaar, de rest te groen of te klein. Tomatenplanen: de ziekte.

DSC_0963

– Bladgewassen: sla à volonté, veel uitgedeeld, nooit tekort gehad. Radijsjes zoveel als we wilden en ook nog uitgedeeld. Een keer op 4 spinazie gegeten, een portie of 6 de diepvries in. De knolselders zullen kleine knolletjes zijn, maar zullen oogstbaar zijn.

DSC_0543[1]

– Koolgewassen: 4 perfecte bloemkolen. Eindeloze hoeveelheden perfecte rode biet. Al 10 keer snijbietquiche gemaakt (onze voorkeurversie met weinig room en maar twee eitjes) en evenzoveel ingevroren (eigenlijk het enige dat ik met snijbiet maak, omdat het samen met okkernoten zo heerlijk is). En de broccoli, daar bleek de tip uit het boek van Madame Zsazsa goud waard: dat maakt inderdaad telkens opnieuw broccoli aan. Kleintjes weliswaar, maar je blijft gewoon oogsten. We hebben van juni tot nu zeker twee keer per maand broccoli gegeten. Enkele keren ook rucola gegeten, maar dan doorgeschoten en nieuwe vergeten zaaien.

– Peulgewassen: we hebben erwtjes en peultjes gegeten, maar het was helemaal geen mega-oogst; de planten wilden niet goed groeien. De boontjes waren wel talrijk, en in diverse kleuren en smaken. Laat ons zeggen toch zeker 10 porties, en er zitten er nog wat aan te komen.

DSC_0638[1]

– Aardappelen: Ik heb ze niet gewogen, maar aan elke plant kwamen toch zeker 8 patatten, goed voor toch zeker 2 kg, denk ik. Dat maakt 24 kg patatten, als ik juist inschat. ondertussen aten we ook al drie bloemkooltjes van dit bed, en zijn 2 van de vier rode kolen mooi dik aan het worden. De andere twee willen niet zo goed kroppen. De witloofplantjes moeten we nu oogsten en binnenkort inkuilen.

– Courgetteplanten: gemiddeld 30 courgetten per plant. ECHT WAAR. Maal drie dus… we hebben er véél weggegeven :-) En meneer onderdeappelboom heeft al echt elke woensdag een nieuw recept bedacht met courgette. De dochter kijkt nu op woensdag naar haar bord, zwijgt, en vraagt vervolgens ernstig:’Papa, hoe lang groeien courgetten?’. Nochtans, al veel lekkers gegeten!

– Komkommerplanten: zo’n 40 kleine komkommertjes (in open lucht dus).

– De andere pompoenplant: helemaal niks.

– De tomaten: allemaal de ziekte gekregen, maar toch een zomer en nazomer lang tomaten gegeten, tomatensoep gemaakt, in spaghetti gedraaid, weggegeven, enz.

DSC_0968

En dus vind ik dat veel oogst voor toch een kleine moestuin. Het weer zat erg mee natuurlijk, dat ontken ik niet. Maar toch een schijnbaar grotere opbrengst dan dezelfde oppervlakte plat op de grond. Misschien omdat je meer tot op de rand zaait? Of toch omdat de doorlaatbaarheid en luchtigheid van de grond beter is?

DSC_0555

Misschien denk je dat we nu gaan uitbreiden, maar dat is niet het geval. Eigen oogst vraagt toch meer werk aan schoonmaken dan wat je in de winkel koopt, en bovendien is het vaak op hetzelfde moment klaar, waardoor je dan plots een doos vol met aarde beplakte oogst in de keuken hebt die je maar moet zien te verwerken. We hebben sinds juni elk weekend uit eigen tuin gegeten en sinds half augustus erg druk geweest met het verwerken van al die oogst. Meer tijd hebben we niet, en dus is het goed zoals het is. We hadden uiteindelijk ook nog de bessen, waar we dit jaar echt vele tientallen kilo’s richting huis en diepvries droegen. En ik had genoeg om regelmatig eens een pakketje oogst te maken voor vrienden en (vooral) de ouders van mevrouw onderdeappelboom, ter vervanging van de klassieke fles wijn. En dat weggeven, dat doen we nog het liefst van al.

DSC_0942

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 49 andere volgers