Feeds:
Berichten
Reacties

Vanonder het grauwe winterblad pluk ik de zomer weer tevoorschijn. Waar grijze takken doods de kilte recht houden, wringen rode bladerknoppen zich al zwoegend uit de grond. Straks ontvouwen zich de frêle bladerhanden met in hun muis de onmiskenbare belofte van pioenendracht die volgt.

De bladpunten van narcissen en krokus staan als schoolkindjes in de rij en wachten giechelend hun uitstap naar de eerste lente af. Uit de schaduw schiet een helleborus op die haar wintervracht hooghartig om haar taille sleept en haar witte lokken hoogmoedig uit het donker schudt. Met knikkend hoofd verbergt ze wulps haar trotse schaterlach.

Een winter lang bleef wildemanskruid de onverwoestbaarheid uitspelen, maar trekt zich nu schoorvoetend terug de aarde in. Onder de bruine pudding van verpieterd blad schieten de eerste nieuwe scheuten al driftig door het wirwar heen. De hyacinth ziet de ellende slechts misprijzend aan en schurkt zich nog eens recht, ongenaakbaar zeker van haar aankomende pracht.

20180130_092424

Opnieuw pluk ik de zomer uit het winterblad tevoorschijn.  Het zacht geworden hostablad onthult met tegenzin waar het verloren speelgoed al die tijd gebleven was en de floxen laten blozend de achtergebleven lepeltjes van de warme najaarsijsjes los.

De tijd jaagt de seizoenen met de onrust van getijden door de tuin. Naarmate de bloembollen vermenigvuldigen en de vaste planten steeds beslister in de grond gaan staan, nemen de lentevondsten van voorbije zomers onverbiddelijk verder af.  Van de dromen in een meisjeshoofd dat geliefd en leuk wil zijn rollen geen kralen onder het blad en blijven geen sporen in de tuin. Voor de woelwatergedachten van een opgroeiende zoon schieten spijkers en planken tekort en zijn geen schatten nodig die op warme zomeravonden tussen het groen vergeten kunnen zijn. Hun leven schakelt nu tussen scherm en echt, met polaroids en posters die de kabouters uit hun kamers jagen. De bakens die zij uitzetten zijn niet meer te vangen in knuffels of verhaaltjes; het speelgoed dat een winter lang kan achterblijven, schiet voor hun dromen steeds nadrukkelijker tekort.

De blonde hoofdjes zijn nog zichtbaar hier, waar ik samen met mijn planten de mars van eeuwige wederkeer verbeeld. Ze staan nog in een rijtje, niet ontzettend ver van mij vandaan, maar steeds vaker wachtend al op die grote bus die hen ergens heen moet brengen, ze weten zelf niet waar. Naar een lente misschien ook, groot en onbekend, maar steeds meer volhardend kriebelend in die nog zo frêle en toch al taaie lijfjes, en die hoofden die voor zoveel nog te klein en voor zoveel al te groot geworden zijn.

Advertenties

Over geloof heb ik u weinig te melden. Misschien dat u dat doet, geloven. Misschien ook niet. Mogelijks bent u zelfs rabiaat tegenstander van alles wat naar godsdienst ruikt, en laat u niet na om alle godsdiensten regelmatig eens opium voor het volk te noemen (misschien zegt u wel ‘opium vàn het volk’, maar dan hebt u een foute vertaling gekocht). Veel waarschijnlijker weet u het niet helemaal zeker. U gelooft niet, dat is duidelijk. Geen huwelijk meer in de kerk, of misschien alleen voor dat huwelijk per uitzondering wel nog eens. Het vernieuwde onzevader kent u ook niet meer, en als u omwille van iemand anders in een kerk komt, blijft u tijdens de communie ostentatief op uw plaats zitten. Elkaar een handje ‘voor de vrede’ geven, doet u alleen met afgrijzen. Toch betrapt u uzelf in het diepst van uw gedachten wel eens op een ‘asjeblief, laat dit goed gaan’-gedachte, op momenten van moeilijkheden of verdriet, en weet u dan zelf ook niet goed aan wie u die gedachte richt. De gewoontes van de kindertijd of wie weet de geschiedenis laten zich nu eenmaal niet zomaar van de schouders schudden.

U hoeft het gelukkig ook niet te weten. (Bijna) niemand zal er u naar vragen. Zoals met zoveel overtuigingen, mag u in dit land, en in deze tijden, ook op vlak van geloof rustig een beetje van hier naar daar kabbelen en naargelang het eb of vloed is wat meer naar stuur-of bakboord neigen. Eb en vloed zijn zelfs te weinig. Het is een soort rivier van drie getijden, zoals in de diepte achter de tuin van degene die laatst bijna van zijn stoel viel toen we hierover praatten.

Er is een uitzondering op de regel van het recht op niet-weten. Die is er als je een kind in het eerste leerjaar hebt. Dan word je als ouder verondersteld te weten welke van de  tiental opties, waarvan de twee meest voorkomende godsdienst en zedenleer zijn, je wil aankruisen. Ik wist het niet en klampte beide leerkrachten aan. In het geval van onze (verder goede) school blijkt het een keuze tussen een vak waarin geloof centraal staat, en een vak waarin Kerst aan de hand van druïdes wordt verklaard ‘want de rest zijn uitvindingen van later’. Beide vakken geven evenveel aandacht aan abstracte begrippen en datgene wat wij onze waarden noemen: vriendschap, vrede, verdraagzaamheid. De nieuwe richtlijnen voor het onderwijs vereisen overigens ook dat minstens drie lessen godsdienst en zedenleer samen worden gegeven aan de beide groepen kinderen. Maar geen van beide vakken geeft wat ik ooit tijdens een banket aan tafel samen met de decaan theologie van de KU Leuven de ideale oplossing vond: Een Historische Inleiding op Ontstaan en Gebruiken bij de Katholieke Godsdienst met Aandacht voor de Eigenheden van Andere Mogelijke Godsdiensten en zonder Vereisten op vlak van Geloof.

Omdat ik wil dat mijn kind weet hoezeer dit land gevormd is door haar katholieke achtergrond en ik de beperking tot druïdes misschien toch net iets te maf vond, zit mijn zoon op godsdienstles en begaven wij ons afgelopen zondag naar de Eerste Voorbereidingsmis voor de Eerste Communie. Als je meedoet, moet je echt meedoen en niet half, vond ik. Daar gingen we dan wel op de fiets heen, want mevrouw onderdeappelboom vond dat we ons autogebruik drastisch moeten wijzigen. En omdat het toch zo lekker ging, en we ondanks de vrieskou en de schrale wind nog behoorlijk warm hadden, konden we wel wat trage wegen inslaan. En hé, ik wist zelfs nog een kortere weg! Of dat niet erg modderig zou zijn, vroeg oudste zoon, die de route tussen de velden ook kende. Nee hoor, het had zeker al een week niet meer geregend en het had hard gevroren, verzekerde ik hem, helemaal in mijn nopjes met mijn groene en actieve nieuwe gewoontes van het nieuwe jaar.

Drie kwartier later (ipv het voorziene half uur) stapten we op schoenen die klotsten van de modder, met volledig besmeurde fluohesjes en de fietshelm scheef op ons met modderspatten bedekte gezicht net op tijd de kerk binnen. Entree verzekerd.

Kleine zoon keek zijn ogen uit (toch op die ogenblikken dat hij zijn razende dorst even vergat die hij met zijn avontuurlijke moeder had opgelopen die – oeps – ook al geen flesje water bij had). Ik realiseerde me toen pas dat dit de eerste keer was dat hij een dienst meemaakte. De gewaden, gezangen, het geklingel van klokjes en mensen die collectief opstaan en terug ruisend gaan zitten, het is buitengewoon bevreemdend als je er de context niet van kent.

Omdat mijn vrienden heidens zijn en ik dus alleen nog maar voor begrafenissen in de kerk kom, schoot mijn gemoed bij het eerste liedje al vol. Nochtans heb ik jaren in kerken doorgebracht om huwelijken en kerstmissen op te leuken met kinderkoor of jeugdorkest en kan ik op simpel verzoek zeker tien kerkliederen driestemmig reproduceren. Maar nu zijn het dus die begrafenissen. De wegen van Pavlov zijn ondoorgrondelijk.

De meneer pastoor van dienst was een eerder modern exemplaar. Wist hoe je de aandacht van al die ukken vasthoudt, liet hen meermaals vooraan komen en ze mochten hem zelfs even nadoen. Die eerste communie, dacht ik, ik moet er in mijn hoofd maar gewoon een eigen ritueel van maken. Uiteindelijk is er geen enkel ritueel dat het gevoel kan vatten dat de combinatie van bewondering en lichte spijt teweegbrengt wanneer je kind 7 wordt en je beseft dat hij binnenkort voor het eerst dingen zal beginnen doen, zeggen of weten die jij hem zelf niet hebt geleerd. Dus die kerkdienst, ach, ik denk er gewoon bij wat ik ervan wil denken. Ik hoef het niet met een misdienst eens te zijn om er toch aan deel te nemen.

Ondertussen slaan de moeders en vaders van de zedenleer- en dus lentefeestkindjes praatjes aan de schoolpoort. Dat ze een eerste voorbereiding achter de rug hebben. En dat dat lentefeest toch niet is wat zij zouden willen. Dat het meer een schoolfeest met allerlei gedoe is dan aandacht voor het kind en zijn evolutie. Maar ach, zei één van de zedenleermoeders, ik denk er gewoon bij wat er zelf wil bij denken. Ik hoef het uiteindelijk met die show niet eens te zijn om er toch aan te kunnen deelnemen. In mijn hoofd maak ik er wel gewoon een eigen ritueel van.

Zo doen we met beide groepen ouders mee aan een ritueel waar we ons maar half in kunnen vinden en volgen we beiden half tegendraads de gevolgen van de keuze die we ook al twijfelend maakten.

Gisteren viel een mailtje in mijn bus van een zedenleer-mama. Dat ze het er toch wat lastig mee had. Dat ze eraan dachten om dan maar zelf voor een meer treffend ritueel te zorgen, en wellicht een groeifeest en thematocht zouden organiseren. En of ik samen met de andere godsdienstouders niet zou meedoen. Uiteindelijk, was het toch eigenlijk niet absurd om de nieuwe levensfase van onze kinderen, voor elk van hen krek hetzelfde, in twee aparte groepen te vieren, alsof er verschillen zijn?

 

 

Een mooi oudejaar gewenst aan jullie allemaal, en een 2018 vol natuur, tuin en wie weet zelfs wat blogstukjes! Bedankt om mij niet op te geven en nog steeds te volgen 😉

Nieuwjaarskaartje//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Eén van de fijnste neveneffecten van een thuiskantoor is – in het geval van het huis onderdeappelboom dan toch – dat ik nu dagelijks de tuin zie. Bij daglicht. En in alle seizoenen.

Op de mezzanine boven de keuken is een schrijfkamertje geïmproviseerd, maar omdat het kouder wordt nu zit ik meestal gewoon met laptop en papieren aan de keukentafel, dichtbij de radiator, met uitzicht op de tuin (en heb dan nog koud, koukleum die ik ben).

Schrijfwerk brengt met zich mee dat je uren na elkaar quasi roerloos aan een tafel zit. Geen enkel dier in de tuin beseft dat ik er ben. En nu de herfst overtuigend is ingezet, zijn het vooral de vogels die het uitzicht domineren. Jarenlang heb ik gedacht dat ik de tuin niet goed genoeg had aangeplant voor vogels.  ‘Achteraan in de tuin zijn gewoon meer bomen’, zei ik dan, licht overtuigd en licht overtuigend. Heel wat vogels komen inderdaad nauwelijks uit de populieren, eiken en beuken achteraan de tuin. Maar stiekem had ik toch veel meer vogels vooraan in de tuin verwacht.

Nu blijkt hier, vlakbij het huis, uiteindelijk toch heel wat vleugelachtig leven te zijn. Nadat ik eergisteren de groene specht opnieuw onder en in de sierappel zag zitten, besloot ik vandaag te werken met mijn fototoestel naast de laptop (dat besloot ik eigenlijk gisteren al, maar toen bleek de batterij plat…). Voor geen enkele van deze foto’s ben ik rechtgestaan van de stoel waarop ik zit.

Het spektakel begint om 8u ’s morgens al, als man en kinderen de oprit afrijden naar werk en school. Dan strijkt de eerste merel neer, blijft roerloos in de ochtendmist zitten op zijn tak, en kijkt naar het zuidwesten, waar ook wij altijd het dal inkijken om te zien welk weer eraan komt.

DSC_0828

Tijdens het eerstvolgende uur zijn de merels koning. In onze tuin geen spoor van de vernielzucht van de ziekte die de merels tegenwoordig zo vaak treft. Met vier tot zes tegelijk strijken ze neer in de toppen van het sierappelboompje en eten hun buik vol met de rode appeltjes. De vaak van binnenuit opgegeten en platgeknepen restanten van de appeltjes worden op de grond gekeild waar de groene specht eergisteren dus even kwam proeven (en waar wellicht ook vinken nog wat lekkers vinden, maar die kan ik niet zien vanop mijn stoel).

DSC_0832

Als de merels voldoende hebben gegeten, komen ze dichter naar me toegevlogen. Het lijkt alsof de voormalige bosvogels steeds minder schuw worden. Zelfs als ik overduidelijk beweeg, vliegen ze niet weg. Naast het keukenraam, in het binnentuintje, scharrelen ze vooral rond op de grond waar ze onder de afgevallen bladeren naar eten zoeken. Soms zie ik de merels niet eens, maar hoor ik blaadjes ritselen en zie ik hoe vanop de bodem telkens weer takken en bladeren de lucht worden ingegooid en hoe daar dan een merel onder loopt te zoeken. Na deze strooptocht verzamelen ze vaak nog even op het terrasje aan de achterdeur, soms in vrede, soms met argwaan ten opzichte van elkaar, en soms ook weer opgejaagd door een brutale ekster die bijna elke dag komt kijken of er nog wat kattenvoer voor haar is overgebleven en dan uit baldadigheid maar wat andere vogels schrik aanjaagt. Jeugdbendes, het is me wat.

DSC_0858 DSC_0835

De rest van de dag blijven de merels komen, maar niet meer met zoveel tegelijk.

De meesjes komen pas tegen tienen afgezakt. Eerst naar de mezenbolletjes en ander versgekocht lekkers dat we voor hen aan de voederplank of in de boom hangen. Ze komen van zowel links als rechts aangevlogen. Vanuit de linde nemen ze een rechtstreekse duikvlucht naar het appelboompje, als ze vanuit de haag komen doen ze het met tussenstops in de frêle magnolia en tussen de zaadknoppen van de potentila’s. Als ze van rechts komen, dan is het via de druivelaar en de blauweregen.

DSC_0824

Minstens zo populair als het vogelvoer is ons binnentuintje. Ik zou gemakkelijk honderd perfecte close-ups kunnen nemen van de talrijke mezen die in de rozenstruiken komen hangen en zitten. Ze eten er niet alleen de rozenbottels, maar pikken ook driftig in (en aan de onderkant van) de bladeren. Soms zitten ze alleen maar op de uitkijk. Roepen naar elkaar. En maken dan terug een duikvlucht naar de appelboom.

DSC_0846

DSC_0842 DSC_0838

Minstens eentje komt er minutenlang tikken tegen het raam. Ik laat me vertellen dat dit is omdat ze zichzelf zien en contact willen maken met dat ‘ander’ vogeltje. Het is leuk voor mij, maar wellicht stresserend voor het beestje. Ook zijn de voorbije weken (en de jaren daarvoor nooit) al enkele vogels tegen het raam gevlogen. Een meesje en een mus hebben we kunnen redden, maar voor de lijster kwam onze hulp te laat. Ik heb zelf al even gecheckt van buitenuit hoe het raam eruitziet, maar ik vind de tafel in het keukenlicht goed zichtbaar. Voor een vogel is dat dan blijkbaar anders. Of is het omdat de tuin meer volgroeid is? Ze lijkt steeds meer natuur die er altijd al is geweest dan een aangeplante tuin. Maakt dat het zo verwarrend voor de vogels?

DSC_0860 DSC_0844

Na de middag zie ik de mezen niet meer, maar hoor ik ze wel. Dan scharrelen ze langs de onderste rij pannen en pikken luidruchtig in de goot. Af en toe valt een stukje mos naar beneden dat door een andere vogel wordt opgepikt.

Er zijn ook mussen, maar die blijven vaker bij de haag en lieten zich nog niet fotograferen. Het roodborstje dat we enkele weken geleden uit de klauwen van de poes redden (ja, het hoort tot de natuur van een poes, maar dan moet ze dat niet voor onze ogen doen) en op sterven na dood onder een dekentje van vrouwenmantel op de veilige voedertafel achterlieten na z’n bekje in water te hebben gedompeld, is herrezen en komt af en toe even groeten. De kinderen wanen zich de redders van de mensheid en het klimaatbeleid telkens wanneer het beestje zich weer zo evident in leven toont.

De spreeuwen kramsvogels zijn gelukkig ook nog niet allemaal doodgeschoten (ze hebben nochtans flink geprobeerd, de jagers hier in de buurt…) maar blijken minder van sierappels dan van populieren te houden. Toch kwamen ze twee keer langs om daarna met een zijwaartse vlucht terug te verdwijnen. Ik vind het telkens weer wonderbaarlijk hoe weinig zichtbaar ze zijn, zelfs als ik ze heb zien landen in de boom.

DSC_0850

Stoelen zijn minstens zo populair als sierappels. Tip: plant niet alleen bomen, maar ook winterharde stoelen in de buurt van een voederplank. Ik kon maar één schoonheid verschalken voor een foto, maar er gaan onafgebroken vogels op zitten om de omgeving te verkennen.

DSC_0848

Ik heb voor geen enkele van deze foto’s zitten wachten of extra voer gehangen. Het is geen collage van meerdere dagen, maar het zijn willekeurige foto’s van één voormiddag. Ik tik mijn tekst, kijk even op, en fotografeer zonder poespas, door het raam. En altijd is er minstens één vogel te zien. Soms twintig tegelijk. Mussen, mezen, kepen, vinken, merels, duiven, spreeuwen, roodborstje, winterkoninkje,.. Wat een feest.

DSC_0855

Ik besef dat ik er weinig van weet. Ik weet niet of ze echt een uurschema aanhouden of dat alleen maar zo lijkt. Ik weet niet of de honderd mezen die ik dagelijks zie ook honderd verschillende mezen zijn, of eigenlijk tien dezelfde die telkens terugkeren. Ik weet niet waarom een vink geen voedsel uit een boom of voederplank kan eten en of de mezen insecten zoeken op de onderkant van bladeren. Ik weet wel dat ik een gelukzak ben dat ik op deze manier kan werken.

O ja, ik zorgde ook voor een grote kom vers water op het terras, voor drank en bad van de vogels. Maar daar komen ze voorlopig even niet, denk ik…

DSC_0830

Opkuisen

Al sinds de begindagen van deze blog verkondig ik jaarlijkse ferm en standvastig dat ik na half augustus geen poot meer uitsteek in de tuin. Planten, bomen, bloemen en onkruid mogen dan helemaal doen wat ze willen: expanderen, omvallen, verkleuren, verwelken, prachtig staan wezen of verpieterd de winter afwachten; alles is goed. Rozenbottels, zaadpluimen en grondbedekkend blad zijn dan ook precies wat de natuur nodig heeft. Je moet een tuin de winter niet insturen zonder kleren aan. Daar heeft de natuur niets aan, en vogels en dieren nog veel minder.

But all things come to an end: op een druilerige ochtend begin vorige week besloot ik dat ik nog geen zin had in herfst, wintertooi en rustperiode. Ik ging buiten en zei tegen mijn bloemen: ‘Sorry. ‘ Ja: ‘Sorry. Want jullie, uitgebloeide rozen, jullie zullen nog geen rozenbottels maken. Mooi verkleurend blad van de Persicaria: je bent te vroeg. Zaadpluimen van de eupatorium: ik heb er geen zin in. Uitgebloeide margrieten: jullie zullen geen sneeuw op jullie bloemen vergaren dit jaar. En onkruid: eruit ga je!’

En dus knipte en snoeide en trok ik wild in het rond tot ik vier kruiwagens vol herfstkledij in de kar kon kieperen (ik heb afgeleerd om zaadvormend onkruid op onze composthoop te storten). Ik verplaatste hier en daar een plant en droomde al van nieuwe tuinideeën maar daarmee zou ik eens moeten stoppen en keek zelfs tevreden in het rond. Want uiteindelijk, als je je op de juiste planten op het terras focust en de rest buiten beeld laat, lijkt het net zomer.

20170925_180725

Met een beetje fantasie is de sierappel precies een kersenboom in volle glorie.

20170917_120436

Wie de juiste bloemen plukt, maakt bijna een voorjaarsboeket.

20170925_180643

Zelfs het tafeltje van de kinderen wordt plots terug gebruikt alsof het lente is.

 

20170917_120510

Een tevreden madammeke dus, dat ondertussen wel ziet dat de herfst desondanks niet tegen te houden is en overal zichtbaar wordt, zeker ’s avonds.

20170925_180657

Om er dan toch maar het uiterste uit te halen, zijn we helemaal in zoveel-mogelijk-buitenlucht gedoken. Omdat het ’s avonds toch al snel vochtig is, ruil ik heel wat avonden het fornuis voor de bbq. De echte bbq, dat is niet zo mijn ding. Het vlees uiteraard al niet, maar al die soorten rauwe groenten van een klassieke bbq zijn ook maar saai. Dus kregen vrienden (die misschien – sorry! – wel liever een gewone bbq hadden gehad) rode biet, koolrabi en gratinaardappeltjes bij het veggievlees. Gisteren aten we quornworstjes op de bbq en daarbij warme champignons met lookboter (hoe maken jullie dat klaar op de bbq zonder aluminium?) en een slaatje. Eergisteren was het nog tomaat -mozarella, komkommer en hamburger (van de vegetarische slager) met hamburgerbroodjes op de rooster. Het hangt er maar vanaf wat nog uit de moestuin komt geslopen. Maar altijd eindigt het met een vuurtje, en sinds een passage in de Steenbergse Bossen van onze mannen ten huize ook met gepofte kastanjes (ook hier nog op zoek naar de meest praktische en aluminiumvrije methode).

20170925_192510

En dat brengt mij naadloos bij de vraag: hoe doen jullie dat met vuurtjes in de herfst? Geïnvesteerd in een (o zo mooie maar toch dure) vuurschaal? En kan je ook bakken op die vuurschaal? Of een vuurkorf? (en ja, we hebben een vuurput, maar die is wegens ver weg in de tuin minder geschikt voor herfstdagen of korte avonden na school). Of blijf je gewoon binnen 😉

20170925_191349

In onze cadans van een-jaartje-ver-weg en -een-jaartje-dichtbij stonden we deze zomer voor het jaartje dichtbij. De kinderen wilden niet op één plek blijven, niettemin toch ook niet meer zo’n hevige heen-en-weer-vakantie als Thailand beleven, en ma en pa wilden in geen geval terug naar Frankrijk (mooi enzo, maar been there, done that). Zo kwam Italië uit de bus. Niet dat dat overdreven veel enthousiasme bij mij opwekte. Italië, dat kende ik van de ‘roomreis’ voor de Latinisten in het vijfde middelbaar. 12 dagen een bus op en behalve Rome ook nog driekwart andere steden van Rome zien. Veel lol en een overdosis ‘doms’. Verder, zo meende mijn vooringenomen geest, was Italië iets waar zonnekloppers besmet met inactiviteit heen trekken om bruin te worden. Ik ben nog nooit gestorven van een vooroordeel, zoals u merkt. Gelukkig ben ik daarnaast ook erg ruimdenkend en inschikkelijk (;-)) en ging zowaar zelf ons reisje boeken. Eén week naar het Noorden, want ik wou absoluut dat dak van de dom in Milaan terug op. Eén week naar het onbekende Le Marche, voor wat lichamelijke activiteit en natuur. En één week naar Toscane, voor de cultuur en Firenze, uiteraard. En nu, bij terugkomst, kan ik u zeggen dat mijn vooroordeel nogal, euh, bevooroordeeld was. En dat ik u twee bijzondere adressen cadeau doe. Doe er uw voordeel mee!

Voor de eerste week doe ik u geen adres cadeau. Niet dat ik niet wil, maar het was gewoon een huisje, gezellig maar zorgvuldig verzwegen dat het tussen een drukke weg en een pizzeria lag; gelukkig wel in een klein dorpje zodat de hinder meeviel, eens middernacht voorbij was en voor 6u ’s morgens tenminste, en met alle ramen dicht zodat je zwetend de nacht in ging. Maar we hadden een prachtige week, op de dom van Milaan, in het onvoorstelbaar mooie Verona, en zelfs in Venetië, ondanks de overdaad toeristen en de drukkende hitte. Wij kunnen met ons allen erg goed tegen hoge temperaturen, maar Venetië was ondraaglijk. Toen we aan de kade stonden te wachten om de Vaporetto (de busboot, zeg maar) te nemen, bleek plots dat er inderdaad iets met die hitte aan de hand was: die sloeg namelijk om tot een storm die later die avond op alle nieuwsuitzendingen in Italië was te zien, terwijl woorden als ‘tornado’ en ‘orkaan’ vielen. We konden de overkant van het Canal Grande niet meer zien, waren in een mum van tijd kletsnat door het zeewater dat over de oevers sloeg en hadden in de grote donkerte vooral licht door de eindeloze bliksems. O ja: de boten stopten met varen en we konden geen kant meer op. (Wie mij niet gelooft: bekijk dit filmpje. Die man stond naast ons.) Pas anderhalf uur later konden we ontsnappen, kletsnat, doorweekt en ijskoud. Gelukkig was het daarna meteen weer 25° en een uurtje later zoals vanouds een gezellige 30°. Desondanks: het Noorden van Italië is zeer het bezoeken waard. (Onder de foto’s deel 2 en 3, en de beloofde adresjes)

De Duomo in Milaan

DSC_2302

Bovenop die Duomo 20170806_105822

Prachtig Verona

DSC_2482

Het Noorden van Italië is een streek van grote landhuizen en oude parktuinen. Veel huizen hebben een labyrinth. Deze was aangelegd in 1700 en symboliseerde de spirituele weg van de mens. Bij doodlopende paadjes stonden bordjes met boodschappen als: ‘Dit pad eindigt, maar waar een pad eindigt, kan je een ander levenspad kiezen’. 🙂 We werden vooral aangemaand om de buxus zo weinig mogelijk aan te raken, wat niet evident is als je een wedstrijdje aan het houden bent…

DSC_2423

Venetië… (voor de storm)

DSC_2656

Landhuis, in dit geval de voormalige woonst van de doge van Venetië en tijdelijk onderkomen van Napoleon.

DSC_2773

En ook hierbij een labyrinth, het moeilijkste dat ik ooit deed. De ronde vorm maakte het bijna onmogelijk om te onthouden waar je al was geweest of enige logica te vinden. Leuk vertier 🙂

DSC_2879

Daarna stapten we in de auto en reden we een dikke drie uren tot we aan ons volgend adresje kwamen: een agricamping in Le Marche. We wilden al langer eens kamperen, maar waren niet zeker of het ons een week lang zou bevallen. Bovendien neem je met het vliegtuig niet zomaar een tent en alle toebehoren mee. Daar kwam ‘de huurtent’ in het vizier: meer en meer campings bieden een tent aan met alles erop en eraan. Net alsof je kampeert, maar je moet het zelf niet meer opzetten. Let wel, je betaalt daarvoor meestal ongeveer evenveel als voor een huisje, dus voor de prijs moet je het niet doen. Na wat zoeken kwam ik bij Agricamp Picobello uit. Een minicamping, voor maximum 15 tenten, veel ruimte, natuur, en volgens zoover.nl perfect. Dat de gastvrouw Nederlandse is, zou ook wel leuk zijn voor de kinderen, dachten we.

Het was uiteindelijk niet zomaar leuk, maar perfect. We zijn helemaal verliefd geworden op Le Marche. Je vindt er niet de grote culturele steden waarover ze je op school vertellen, maar wel het Italiaanse leven zoals het is: dorpjes, dorpsfeesten, ienieminiewinkeltjes waar ze toch werkelijk alles verkopen, buitengewoon indrukwekkende natuur, hartelijke mensen en dan toch ook wel weer wat kleinere dingen die de moeite waard zijn om te zien. De dorpen zijn hier niet uitgestorven, maar barsten van leven. Jong en oud gaan met elkaar babbelen op straat, de bambini zijn overal koning, en het eten is er heerlijk en goedkoop. Het leger Nederlanders dat we erbij kregen was rustig, fijn, gezellig, warm en op de achtergrond. Door de enorme ruimte op de camping heb je nauwelijks buren.

Door omstandigheden kwam het klimmen minder aan bod nu, maar gastvrouw Erna blijft een pareltje. Ze weet alles, helpt je overal mee, heeft honderden tips over de omgeving en staat altijd klaar om te helpen met advies op maat: iets voor de kinderen? Een uitgebreide bergwandeling? Een tweedaagse of liever een restaurantje? Museumpje vandaag? Cultuur? Vraag het maar aan Erna.

Wij betaalden 730 euro voor de tent, inclusief alle toebehoren, voor een volle week. Pizza’s in die regio kostten nauwelijks meer dan 5-6 euro en in restaurants vinden ze het logisch dat je maar 3 pizza’s koopt voor een gezin van 5. Lekkere wijn gaat er voor 3,50 euro per fles over de toonbank, en van de perziken die we er aten droom ik nu nog. Op het Feest van het Gecastreerde Schaap (een mens komt op de gekste plekken terecht als je meedoet met de Italianen) was het niet alleen een dolle bedoening van honderden Italianen die allemaal heel dringend vanalles aan elkaar moesten vertellen, maar kon je ook frietjes krijgen. En ze waren lekker. En als je in Italië frietjes koopt, krijg je daar blijkbaar automatisch twee tomaten en een perzik gratis bij 🙂

 Onze huurtent, met picknicktafel en hangmat. Zoals je ziet, kampt(e) Italië met watertekort en een ongekend droge zomer.20170814_113332

Vanop de camping wandel je zo de velden en het bos in naar het beekje vlakbij.

DSC_0008

In het hangmattenhuis lag iedereen altijd te lezen.

DSC_0016

Sprinkhanen, in allerlei soorten

DSC_0019

Historische stoet.

DSC_0108

20170815_152617

Kleine straatjes. Altijd.

DSC_0154

Mooi uitzicht, ook altijd.

DSC_0172

Wie de camping verliet, liet op het tafeltje naast het infobord eten of spulletjes achter die hij niet meer nodig had. Wij namen het picknickpotje en de kaarsjes mee en lieten tomaten en komkommers achter.

DSC_0214

Een koningspage, heb ik me laten vertellen, in de olijfgaard op de camping.

DSC_0351

Deze ken ik niet. Iemand?

DSC_0343

Even onze klimtechnieken oefenen in een park in de buurt. (moh, kijk, een madammeke van onderdeappelboom)

20170816_144045

In België schuiven wij aan voor het frietkot, in Italië is dat voor het pizzakot. Ondertussen bellen de Italiaanse papa’s ijverig naar iedereen en naar huis: ‘Wat had jij ook al weer besteld? Een Napolitane? En papa? Ah, twee voor papa. Wie is daar zeg je? Ah, komen tante en nonkel ook net aan. Ja, dan breng ik voor hen ook pizza’s mee. En zus?’ Wachten op 8 pizza’s duurt natuurlijk wel net iets langer dan 8 bakjes friet :-). Maar niemand die dat erg vindt.

DSC_3000

Wachten doe je met z’n allen samen op de banken aan de overkant, naast de kerk, terwijl een fles wijn open gaat.

DSC_3001

De Lekkerste Pizza’s Ooit. Echt!

20170817_182528

En dan zijn er de bergen. Prachtige, eindeloze bergen. Het leuke voor gezinnen met kinderen is dat ze tot halverwege bereikbaar zijn met de auto. Ook zijn ze niet zo hoog dat het er ijskoud wordt. Een extra pull en goed warm stappen volstaat. En zo zijn sommige toppen dan bereikbaar voor kinderen. Wij beklommen de Monte Sibila van aan de berghut tot op de top. Een dikke 4 kilometer enkele rit, en bijna 1000 hoogtemeters, maar haalbaar voor de kinderen als je het traag doet. Het uitzicht is ook zo adembenemend dat het heerlijk is om af en toe eens te stoppen en gewoon rond te kijken. Je klimt bovendien niet zomaar, maar grotendeels op de kam van de berg (je ziet dat vooral op de tweede foto hieronder). En dat is natuurlijk altijd het mooist.

DSC_0268

De top wordt zichtbaar, rechts boven (gsmfoto, sorry)

20170817_130302

En tot slot, de derde week, in Toscane. Veel jaren geleden sprak ik hier al eens over Agriturismo Diacceroni. Het lag toen al vast dat ik daar ooit eens zou logeren. Dat was dan nu eindelijk het geval. Een bioboerderij in het prachtige Toscane, met zwembad, wat wil je nog meer?

Helaas: bij aankomst waren we ontgoocheld. Waar ik een kleinschalige boerderij verwacht had, bleek Diacceroni groot geworden. Veel mensen. En een huisje dat binnenin wel heel summier was opgevat (in aankleding, niet in grootte). Geleidelijk aan zijn we echter van onze schrik bekomen, tot we weer gaan houden zijn van Diacceroni. Omdat het misschien wel drukker was dan verwacht, maar toch warm en eerlijk.

De boerderij promoot haar producten intens. Dat doet ze door het organiseren van drie gezamenlijke maaltijden voor alle gasten (en dat zijn er best veel, want Diacceroni heeft steeds meer huizen verspreid in het Toscaanse landschap). Die maaltijden zijn heerlijk, dat moet worden gezegd, en inbegrepen in de prijs. Er wordt ook altijd voor muziek gezorgd (te luid, maar goed, dat zijn Italianen) en drank koop je tegen lage prijzen. Uiteraard is alleen hun eigen wijn te koop, maar ze hebben heerlijke flesjes voor 5 euro, en ook zelfgemaakt bier voor de liefhebbers. Water is gratis. Er wordt met enorme hartelijkheid opgediend: je kan altijd iets bijvragen, je mag eindeloos opscheppen, en het eten is huisbereid, grotendeels uit eigen moestuin en er wordt altijd een klein dessertje voorzien. Bovendien is de ligging buitengewoon: je kijkt over de velden uit, en overal zijn er zeteltjes en buitenbedden om ervan te genieten. Het eten is grotendeels vegetarisch, altijd vers gemaakt en lekker.

Elke dag is er een activiteit waar je gratis mag aan meedoen: een wijnproeverij, zoektocht met een truffelhond, dansles, enz.  Daar wordt opnieuw niet gierig gedaan: er kan altijd een glaasje drinken vanaf en niemand kijkt op de klok. Er zijn bijkomende kookworkshops tegen betaling voor volwassenen en kinderen. En er is een manege waar een West-Vlaming en een Antwerpenaar blijken te werken. Dat wisten we niet vooraf, maar bleek nog zo handig. We hebben er allemaal wat les gevolgd, ook deze mevrouw die nog nooit op een paard had gezeten. Man en kinderen die wel al wat uren les achter de rug hadden, lieten weten dat ze vanalles gehoord en bijgeleerd hebben dat niemand hen ooit al had verteld. Het was fijn, en de paarden lijken er in erg goede handen.

Wij betaalden (in 2017 dus!) 830 euro voor ons huisje met gezamenlijk zwembad. In die prijs zat inbegrepen: 3 keer warme maaltijd ’s avonds, een ochtend kennismaking met de paarden en stallen, truffeltocht met proeverij en wijnproeverij (en als we hadden gewild ook nog tangoles en yoga). Bij het afrekenen (van de drank tijdens de drie avonden) werd de prijs resoluut naar beneden afgerond en kregen we nog een fles huiswijn en homemade pasta mee naar huis.

Na de aanvankelijke teleurstelling zijn we het mooie van Diacceroni dus wel gaan inzien en zou ik het aanraden aan iedereen die niet persé alleen wil zijn. Je moet er wel Toscane bij nemen, wat ons veel meer tegen viel: zeer veel toeristen, overal dezelfde souvenirwinkeltjes en nergens echte Italianen. Het landschap vinden wij ook veel eentoniger dan Le Marche. Maar natuurlijk: wel prachtige culturele steden.

Uitzicht op La Diacceroni

DSC_0730 Een eerste bordje bij aankomst DSC_0363

Uitzicht op Volterra vanuit ons huisje

DSC_0462 De stallingen DSC_0529

Italiaans vervoer
DSC_0557 Toch nog een eenzaam dorpje gevonden! DSC_0559

Massimo, de eigenaar van de boerderij, ploegt één van zijn velden…

DSC_0596 Gezellige avonden DSC_0678

Eén van de warmste zomers ooit in Italië. Zelfs de duiven smeken om water

DSC_0687 Wat zoekt dat beestje? DSC_0725
Aha, dit zoekt dat beestje!
DSC_0726 Even proeven DSC_0732

Rara, waar zijn we en wat doen deze mensen?
DSC_0744 Resultaat van de kinder-kookles: nutellataartjes! DSC_0776

Dochter doet dat goed

DSC_0842

En toen waren we terug thuis. Net op tijd om de volgende reis te plannen. Wat raadt u aan? Hongarije? Nepal? Of toch maar Costa Rica?

Het is natuurlijk niet omdat het vakantie is dat we onze handen niet uit de mouwen steken. Integendeel zelfs: de vrijgekomen tijd in praktijk zorgt voor vrijgekomen tijd in het hoofd, en dat zorgde op zijn beurt dan weer voor een Verschrikkelijk Sociaal Initiatief van de familie onderdeappelboom: we gingen een buurtfeest organiseren. Met speelstraat en al. Toegegeven: we deden dit niet alleen, maar klopten met voorbedachte rade aan bij een buur-politicus die beter dan wij de weg kent in het kluwen van subsidies en nadarhekkenaanvragen (onthoud deze voor Scrabble!) en nog zeer sympathiek bleek ook. Buurtfeestje: geregeld.

Aangezien ik de taak van aanvragen en dossiers al had doorgespeeld aan Buurman, was het aan mij om voor de verdere aankleding te zorgen. En toen doemde in mijn hoofd een foto van Natuurlijk-Rijk op die ik heel lang geleden al had gememoriseerd. Een foto van een paletten-kraampje dus.

Aan paletten geen gebrek bij ons thuis, en de handleiding klonk simpel, dus ik begon er weer eens vol moed en goesting aan. Het recept is dan ook simpel: het enige wat je echt nodig hebt om het te doen slagen, zijn twee paletten van min of meer dezelfde grootte.  Dus nam ik gezwind enkele paletten uit de opslag en begon die te vergelijken. En toen nog eentje van bij de kippen. En uit het kamp van de kinderen… Uit de schuur… En vijftien paletten later bleek ik geen enkel gepast duo aan paletten te bezitten…  Aaargh!De handzaag dan maar, en bij stap 1 al het loerende besef dat het nooit zou worden zoals het voorbeeld in mijn hoofd…

Stap 2 is: ‘maak van een derde pallet de planken los van de blokjes om als poten en steun te gebruiken.’ Nauwelijks een kwartier later stond ik met koevoet in de hand tegen mezelf te roepen: ‘Waarom geloof jij toch altijd dat dat makkelijk zal zijn? En dat jij dat zal kunnen?’ Ik kreeg die verdomde blokjes er maar zelden af. Aaargh! (bis)

Wel, om een lang verhaal kort te maken: er zijn meer vloeken dan vijzen in het kraampje gegaan en nooit geloof ik nog dat ik in staat ben om houten dingen zonder moeite te maken (een ezel stoot zich geen twee keer…). Maar gelukkig eind goed, al goed: de kinderen hadden hun kraampje op het buurtfeest en het is zelfs niet in elkaar gezakt op de hobbelige weg van en naar de speelstraat; integendeel!

20170708_141504

Eens terug thuis heb ik nog extra planken op het middelste gedeelte gelegd (na een bijna vloekloze episode met de koevoet zelfs!), want daar vielen net iets teveel spullen doorheen. En nu heeft het kraam een vaste plek in onze tuin. Hieronder is het een zwemspullenkraampje geworden. Gelukkig mocht ik met aardbeien betalen 🙂

20170709_185358

Al bij al kan ik jullie het maken van een palettenkraampje dus aanraden. Ongetwijfeld zal dat er bij jullie met meer kennis van zaken aan toe gaan, en zal het kraam nog mooier en professioneler zijn. Maar: het werkt.

En het buurtfeest? Dat zou tot 17u duren. Maar het werd euh… ietsje later…

20170708_215025