Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2009

Wat is eco?

euh-plantjeIk had me voorgenomen dat dit een blog moest worden over alles wat je onder een appelboom kunt doen : naar de tuin staren, ja, maar zeker ook boeken lezen, taartjes smullen, van aperitiefjes nippen, en bovenal genieten van de kinderen. Door de aard van het seizoen gaat het momenteel echter vooral over de tuin (garandeert ook iets meer anonimiteit natuurlijk). En tot mijn grote verbazing zijn er allerlei vriendelijke ecobloggers die mijn blabla hier aan hun blogroll toevoegen, mij van goede raad dienen, èn mij bovendien naar opendeurdagen uitnodigen. Ik ben daar zeer verbaasd en verheugd over.

Maar, ik denk dat ik deze mensen nu slag om stoot ga ontgoochelen. Ik kan nog wel een beetje doen alsof, maar het komt er toch vroeg of laat uit, en ik beken het dus maar meteen: ik heb zeer veel Kritische Vragen bij ecologisch tuinieren. Uit onkunde, natuurlijk. Maar toch: slik!

Eco-bijbel Velt zegt het volgende over een ecologische siertuin:

‘ Een ecologische siertuin houdt rekening met de menselijke wensen en behoeften én wil bijdragen aan meer natuur, aan het herstel van het landschap en aan een schoner milieu. In een ecologische tuin wordt gekozen voor planten die zijn aangepast aan de grondsoort en aan de omstandigheden. De voorkeur gaat uit naar streekeigen bomen en struiken. Op die manier help je mee aan het ‘typisch’ houden van de streek.

In die menselijke wensen kan ik me vinden. Dat is een eerlijke visie. Tuintjes aanleggen is ‘des mensens’, is cultuur, en een echt stuk natuur creëer je dus niet met zelf plantjes in bepaalde volgordes te planten. Dat is alleen maar imitatie. (wel goede imitatie natuurlijk)

Ook planten die zijn aangepast aan grondsoort en omstandigheden zijn een onbetwistbare regel. Je wilt het niet op je geweten hebben dat een plant schimmels krijgt omdat jij hem persé in je tuin wil, terwijl hij veel gelukkiger zou zijn op de bahama’s. Die magere ficus, weg ermee dus!

Maar o maar, dat woordje ‘streekeigen’. Dat klinkt zo ongematigd; in mijn oren toch. Daar lijkt zo’n onwrikbaar geloof aan vast te hangen in het bestaan van een oeroude traditie, een vast omlijnd plantenbestand, dat weer tot leven zou kunnen worden gewekt als iedereen maar beter zijn best deed. ‘We gaan terug de planten zetten die hier altijd hebben gestaan, vooraleer alles met uitheemse planten en properheidsdwang werd bedreigd’.

Maar waar is ‘hier’? En wanneer is ‘altijd’?

Herstel van het landschap, noemt Velt het, maar het landschap van welke periode, welke tijd, en welke functie? Zie ik het verkeerd als ik de indruk heb dat ecologie een bepaalde periode terug in ere wil stellen, een bucolica van Europese wilde planten in een tijd lang, lang geleden? En snap ik er geen jota van als ik denk dat die periode toch nooit echt heeft bestaan?

Er worden tegenwoordig nogal wat Amerikaanse eiken gerooid. Ik kan dat begrijpen, want die kerels palmen voor je het weet een heel bos in en sturen je beuken, inheemse eiken, enz. wandelen. Maar die beuk is, wanneer je wat verder terugkijkt, al even uitheems. Ooit was Vlaanderen een moeras, met berken, en hier en daar een eik. Bijna alle bossen zijn aangeplant (we laten het mooie ’t Bos Eename even buiten beschouwing), en bijna alle boomsoorten ingevoerd. En wat met valeriaan, echinacea, enz.? Die zullen er in het moeras allicht niet gestaan hebben. Houtkanten en gemengde hagen? Nog maar een paar honderd jaar oud, toen natuur herschapen werd tot weides en landgoed. Wat ik dus maar wil zeggen: ook al heb ik ontzettend veel enthousiamse voor ecologisch tuinieren, wil ik het als ideaal nastreven en er nog massa’s over bijleren, toch ben ik ook geneigd het met een korreltje zout te nemen. Want wat zou er mis zijn met mijn Griekse sneeuwklokje als het hier even goed groeit als daar, als het de inheemse sneeuwklokjes evenveel tot hun recht laat komen, de bijtjes aantrekt, geen sproeistoffen of extra water vraagt, enz? Dat Griekse sneeuwklokje staat er dus, naast het inheemse sneeuwklokje, onder mijn esdoorn en lindeboom. En die gecultiveerde chrysant uit het ouderlijke huis van mijn grootvader staat er ook. Want is dat nu ook niet mooi, de vermoedelijk zelf-gecreëerde variëteiten die in families worden doorgegeven in ere houden? Ik vind het dus prachtig en verplicht, dat ecologisch tuinieren, maar als het heel erg strak wordt toegepast, dan word ik daar toch ook een beetje bang van. Oei…

Advertenties

Read Full Post »

Prutser (ikke)

Vanavond om 6u nog allerlei nieuw gekregen planten (waarover later meer) aan de vijver geplant. Slecht idee! Want

1) De oevers gaan bergaf (en een zwaar beladen kruiwagen ook)

2) als je enkele putten graaft, vervolgens je planten haalt, en dan je schop wil nemen voor de volgende reeks, zie je die NERGENS meer staan

3) als het nog schemeriger wordt, zie je ook je versgegraven putjes nergens meer en kan je helemaal opnieuw beginnen

4) je kunt geheel ongewild dikke kikkers uit hun winterslaap heffen (ik heb het beest teruggezet, maar toch)

Zie je hem?

Zie je hem?

Bij nader inzien eerder een pad...

Bij nader inzien eerder een pad...

 

5) de aarde in de late winter is nog verrekte koud om mee te werken maar de jonge neteltjes prikken al verrekte fel

Dan ga ik nu dus een beetje mokken om deze mislukte onderneming en zielig doen over mijn handen.

Read Full Post »

In onze tuin is niet alleen veel gedagdroomd, maar ook al hard gewerkt. Aan de vijver bijvoorbeeld. Bij aankoop van ons huisje waren we gezegend met twee diepe kuilen, waarvan de ene 5 meter diep was (en zo’n 10 op 20 meter groot) en vol stond met bramen, half opgeschoten populieren, en twee zieke meidoorns die helaas zijn moeten sneuvelen. Deze kuil is min of meer gedempt en moet in de toekomst bloemenweide worden. De andere kuil bevatte behalve modder en bladeren ook wat water, kikkers, salamanders en een hysterische gans. De gans is naar andere oorden verwezen, omdat ze de straat in het algemeen en ons in het bijzonder terroriseerde. Het water daarentegen heeft alle mogelijke kansen gekregen om uit te groeien tot een heuse poel, tot meerdere eer en glorie van het amfibieënrijk.

Over een ideale vijver valt veel te schrijven, en ik heb dat weer eens prachtig in paint-shop geillustreerd (niet dus, maar ik heb geen tijd om het fatsoenlijker te doen).

vijver-11

Eén algemene regel voor een goede poel: grilligheid. Een grillige oeverlijn, grillige overgangen van meer naar minder diep in het water en grilligheid (diversiteit) in de beplanting zowel in als buiten het water.

HET WATER

– De ideale vijver zou tussen de 50 à 250m2 groot moeten zijn. Maar laat het duidelijk zijn dat dit een oppervlakte is die een maximale diversiteit van dieren op het oog heeft. Ik heb al vijvertjes van 1 vierkante meter gezien waar ook jaarlijks een kikker naar toe kwam, en alle beetjes helpen natuurlijk (om van het plezier nog maar te zwijgen).

– De ideale diepte is 1,5 à 2 meter, maar dat is dan wel de diepte voor het allerlaagste punt. Het is erg belangrijk om traag aflopende oevers te hebben, omdat het water daar sneller opwarmt en de eitjes er dus beter kunnen ontwikkelen. Amfibieën leven tussen land en water, dus die zijn ook niet gebaat met een plotse plons in de Grote Diepte. Voorzie dus eerst een ploeterbadje, dan een Kleine Diepte, en dan pas de grote. Onze vijver is één keer uitgebaggerd om min of meer de juiste diepte te hebben. Ondertussen is de hoeveelheid water toegenomen waardoor we nu ook die traag aflopende oevers hebben.

– Het waterpeil: dat schommelt natuurlijk, maar het is zaaks een minimum te garanderen. Na een verrassende avonturentocht langsheen kapotte gewelfjes en stenen buizen in onze tuin hebben we uiteindelijk 3 natuurlijke bronnen en de overloop van twee regenwaterputten naar onze vijver kunnen leiden. Zelfs zo zakt het peil in de zomer nog, maar het verdwijnt tenminste niet. Bijkomend voordeel van dat permanent stromende water: het bevriest nooit helemaal in de winter, en daar zijn bepaalde kikkersoorten erg blij om. (welke soorten en dergelijke, dat laat ik aan de biologen over om uit te leggen)

DE OEVER

– Een grillige oever is het best. Op de illustratie staat de vorm van onze vijver, maar dat is eigenlijk nog te rond. Ik hoop er met planten hier en daar nog een knauw te kunnen aan geven. De vorm van een lotusblad is geen slechte vorm voor een vijver.

– Door de combinatie van oevervorm, planten en lichtinval creëer je een heel scala aan biotoopjes, kweekplekjes, paarzones en schuiloorden. Voor elke diersoort wat wils dus. Er wordt aangeraden om vooral aan de noordwestelijke zone een goede hellingsgraad te hebben. Door de natuurlijke glooiing van ons terrein is dat min of meer zo, al is de hellingsgraad noordoost iets groter.

– Salamanders zouden dan weer blij zijn met een kleine ophoging van modder langs de oevers. Ik heb de indruk dat planten en begroeiing daar eigenlijk van nature voor zorgen, maar je kan het ook opzettelijk gaan toevoegen natuurlijk.

DE PLANTEN

– Planten in het water zijn mooi, en ze dienen de beestjes. Sommige kikkers zetten er hun eitjes tegen af, andere gebruiken het dan weer om op te zitten en elkaar te beloeren. De juiste planten verdringen ook algen en houden het water zuurstofrijk.

– Op de schuine hellingen moeten ook planten komen, om de aarde van de oevers vast te houden en verzanding van de vijver te voorkomen. Vergeet geen houterige heesters. Een vijver in de buurt van een haag kan goed werken.

– Verder in de omgeving is lang gras belangrijk, want daar schuilen ze graag in. Een maailand in de buurt van de vijver is dus een aanrader. (Ik heb, o wee, ooit één kikker met de grasmachine tot moes vermalen…)

– Op het plannetje heb ik ook ‘de actieradius’ van sommige amfibieën genoteerd. Daar weet ik zelf niets van, dat leer ik uit ‘de boekskes’. Maar als je ziet hoever sommige dieren zich maar wagen, dan besef je beter hoezeer ze afhankelijk zijn van de planten in de directe omgeving van de vijver.

Rest mij nu nog de juiste planten te kopen, en daar is nog grote besluiteloosheid aanwezig. Maar ik heb nog wat tijd. Eigenlijk wou ik van die zuurstofplantjes kopen tegen het kroos, maar de laatste maanden zie ik maar heel weinig kroos meer op de vijver. Doodgevrozen, dachten we, maar ik lees dat kroos winterhard is? In de plaats van dat kroos zie ik wel een ander plantje (naast het gras dan), dat ik niet ken. Iemand die het wel weet?

waterplantje1

Read Full Post »

Boomke opzetten…

Ik ben nog maar net met een blogje begonnen en ik kan mezelf al niet meer bijbenen. Want ik zou toch graag eens een hele uiteenzetting over poelen en vijvers houden, en mijn wikken en wegen tussen ecologie en cultivars uit de doeken doen, beslissen wat ik nu nog aan die gemengde haag ga toevoegen en hoeveel stuks, nadenken over een stukje over druiven kweken, enz. Maar nu moet ik het toch eigenlijk eerst over fruitbomen hebben, want – zoals AnneTanne mij al aanraadde – ik ben nog net op tijd om ze te planten. Hoewel, een Engels spreekwoord zegt: ‘Plant your tree in October, and tell him to grow. Plant your tree in Spring, and ask him if he wants to grow’… Het valt dus nog te bezien.

APPELS
Natuurlijk komt er een appelboom. Of meerdere. Want behoeften aan appels bestaan er in soorten, en de talrijke bestaande appelbomensoorten beantwoorden wonderwel aan elke denkbare behoefte. Van appelbomen verwacht ik in de eerste plaats een mooie vorm, hoogstam dus, breed uitwaaierend over het gazon, droppen zon doorheen de oude knoestige takken, de belofte van zomers van weleer waarin de tijd nog niet bestond. Daarbij hoort een reinette, warm van de zon, heerlijk voor appelmoes, en weliswaar moeilijk bewarend en iets te korrelig wordend na een tijd, maar dat is niet erg, want waar haal ik anders het excuus om dagelijks Appeltaart-Van-Altijd te bakken, waarvan het recept hier ongetwijfeld nog wel volgt.
Daarnaast wil ik nog een rood appeltje. Klein en knapperig, maar ik weet niet welk. Een Gloster misschien. Of toch niet echt rood, maar eerder blozend, zoals een Jacques Lebel, die zo heerlijk lekker zuur is. James Grieve is ook aantrekkelijk. En is ‘Jonathan‘ nu niet een mooie naam voor een appelboom? Hier staat de keus dus nog open.
Een behoefte die ik niet had maar vriendelijk door eigenwijzetuin is gecreëerd: een oeroud appeltje, West-Vlaams dan nog, dat Essing heet. Daar kan ik natuurlijk moeilijk aan weerstaan. Drie appelbomen dus?


PEREN
Van peren weet ik het zo niet. Zo’n onrijpe peer knagen is natuurlijk wel leuk. En een rijpe conference met klokhuis en al opeten heeft ook wel iets. Toch weet ik het zo niet met peren. Als er een boom geschrapt moet worden, zal het misschien wel de pereboom zijn.


KERSEN
Ja, kersen! Zeg ‘kerseboom’, en ik denk ‘Tiny op de boerderij’; zeemzoete jeugdnostalgie waarin Tiny en Choco (het bruine vriendinnetje van Tiny, godbetert, dat de koffers mocht dragen; je zou het nu eens moeten proberen!) een poesje uit een kersenboom willen halen. Zo’n boom moet het dus zijn, en de buren hebben poezen genoeg voor de rest van het decor.
In kersen ben ik leek. Ze mogen er  wel lekker gezwollen van zon en vruchtvlees uitzien. Zo zwart als de bigarreau noir? Of zou de Lindekers beter zijn? Die klinkt alvast als een zomerse kersentaart met citroenlimonade. En er blijkt zelfs een ‘Sylvia‘ kersenboom te bestaan! Zou dat nu niet mooi zijn, de liefdeshistorie van Sylvia en Jonathan in mijn eigenste boomgaard?


KRIEKEN
Bijna niet aan te weerstaan: Rheinische Schattemorelle. En dan morellenconfituur maken, van die halflopende, voor op een winterse pannenkoek bijvoorbeeld. Hmmmmmmm….


PRUIMEN
Over pruimen bestaan in West-Vlaanderen iets te veel spreekwoorden om die niet spontaan te voelen opborrelen als ik aan pruimen denk. En Vlaams-Brabant maakt het er al niet beter op, met haar prachtige bijnaam voor kwetsen. Maar dit is een beschaafde blog, dus twijfel ik voorlopig gewoon tussen de klassiekers Reine Claude en Mirabellen. Eén iets zou ik zeker moeten doen: de schommel net iets te dicht bij de pruimenboom plaatsen. Als het merendeel van de pruimen in de ouderlijke tuin gevallen en geplukt was, mochten we op de schommel kruipen en zo hoog zwieren als we maar konden, tot we met onze voeten de bovenste takken van de oude pruimenboom raakten en er de laatste vruchten vanaf konden schoppen. Dat het opvangen maar met wisselend succes maar met veel hilariteit gebeurde, hoeft wellicht niet gezegd…


Dus, minimale eindbalans: 2 appelbomen, 1 kers, 1 kriek, 1 pruim.  Nu snel de bestelling doorgeven. En me dan eens afvragen waar ik dat allemaal ga zetten… (En dan staan er nog geen notelaars…)

Read Full Post »

Haag-iografie

En dan nu mijn haag, of beter, mijn poging-tot-haag, mijn goedbedoelde-bessenkant, mijn nog-heel-wat-werk-aan-ouderwetse-heg.

Het idee ontstond toen we nog maar weinig van inheemse planten en ecologie afwisten (nog steeds zo, maar er wordt aan gewerkt) en vooral door anti-gedachten werden gedreven: het mocht geen klassieke haag worden, geen meters groene muur om ons heen, geen kubistische balk van perfect onderhouden groen. Mocht ik een stadstuintje hebben, kan ik me voorstellen dat ik wel bewust voor een perfect te onderhouden haagje zou kiezen, maar we hebben nu eenmaal de ruimte, en kunnen dus andere keuzes maken. De metershoge sparren en hulsten die er stonden werden dus gerooid (en prompt zagen we dat we buren hadden).

In de keuze van de haag lieten we ons gewoon leiden door de hegjes waar in Engeland de weiden mee afgesloten worden (ook steeds minder, maar kom) en de wens om vogels aan te trekken. Een tante kwam op het idee om het ook voor de kinderen aantrekkelijk te maken en schonk ons cornus, meidoorn, krentenboompje en hazelaar als geboortecadeau. Over origineel gesproken!

Maar de afstand was groter dan voorzien, en ik kende er niet al te veel van, en dus plantte ik in de tussenliggende ruimtes nog stekelbessen, frambozen, braambessen en rode besjes. Maar ik heb de indruk dat die planten elkaar niet zo bijzonder goed verdragen. En het is ook een zootje, bessen plukken met je rug in de meidoorn en een cornus voor je neus. En ook wat triest voor onze meidoorn, wiens bessen wij niet willen eten en die zijn vruchtjes moet bewaren voor de vogels. We willen trouwens veel meer bessen (van die herfst-frambozen bijvoorbeeld), en ik wil ook ergens hamamelis (de gele) en een ouderwetse sering (met van die dunne bloemetjes, niet zo’n opgezwollen geval als de Syringa Vulgaris die ik overal te koop zie), en ook nog wel andere soorten cornus, en wie weet wat nog allemaal. Dus denk ik erover de bessen naar een plek achteraan in de tuin te verplanten en andere planten aan de haag toe te voegen. Haagbeuk dacht ik niet te zetten (dat bloeit niet), maar voor de meikevers zou ik het misschien wel moeten doen. Eglantier moet er zeker ook nog bij, en o ja, de buddleia heb ik er ook tussen geplant.

Nog allemaal niet echt wat het zijn moet dus. En klein, o zo klein nog allemaal…

Read Full Post »

Ik wou het even over de bessenhaag hebben, maar aangezien ‘sommige mensen’ enigszins in paniek blijken te zijn, en je mensen in nood natuurlijk altijd moet helpen, heb ik het eerst maar eens over groenten, daarbij niet gehinderd door enige kennis ter zake. U weze gewaarschuwd.

Ik heb tijdens voorbije zomers wel eens wat slaplantjes grootgebracht, er stonden kruiden en radijzen om dagelijks te plukken, en er is ook menig rabarbertaart gebakken. Maar dat was het dan ook wel. Gelukkig is er nu het internet, velt, en de fantastische info over wisselteelt op de blog van mme zsazsa, en dus zijn we weer wat wijzer. Heb ik geleerd:

– zaaien buiten kan pas in maart-april, zo’n beetje afhankelijk van het weer (pf, weeral wachten)

– zaaien achter glas kan al in februari!

– En ‘glas’ hoeft niet perse een mooie serre of kiembak te zijn; een koele kamer met raam voldoet evenzeer!

Zodoende heb ik zaadjes gekocht en bakjes gemaakt. Nu kan je van die perfecte zaaipaketten kopen, met potjes op juiste grootte en bakjes om het overtollige water op te vangen, maar omdat het een experiment is, wou ik het toch nog even goedkoop houden. Als het lukt, dan heb ik volgend jaar recht op echte bakjes, vind ik. (en als het niet lukt is dat uiteraard omdat ik de juiste bakjes niet had :-))

Om later te verplanten is het goed dat je de zaden mooi afzonderlijk, op afstand, zaait. Als je die kleine worteltjes van elkaar moet sleuren, dan laat het plantje het uiteraard sneller afweten. Vandaar: Met houten fruitkistjes en in reepjes geknipte vitabisdozen als tussenschotjes,  heb ik kweekbakjes gemaakt, met vierkante ruimtes van telkens ongeveer 3 op 3 centimeter.

Ik heb ook geleerd dat je best de natuur moet nabootsen. Daar vallen de zaden al in de vroege herfst in de vaak kletsnatte aarde.  Ik heb mijn bakjes dus met aarde gevuld en goed natgemaakt. Dan zou ik per vierkantje 3 zaden moeten leggen. Maar o maar: niemand die mij gezegd heeft hoe klein die dingen zijn! Radijzen tot daar aan toe, maar sla, dat lijkt wel schaafsel! Hoe neem je daar 3 stuks van? En die raketsla dan! Fijngemalen peper is grover! Dus: koffielepel genomen, zaadjes erop geschoven, en kwistig over mijn grond gezaaid. Tot zover de wijze lessen en mijn goede punten voor het correct opvolgen van de leerstof. Al goed dat er ook erwten zijn, zo groot als… juist ja. Die heb ik braaf 24 uur geweekt en dan pas op de aarde gelegd.

Terug naar de natuur: in de loop van de winter waait er aarde op de zaden, dus die heb ik met een dun laagje aarde bestrooid. En af en toe regent het. Dan kom ik af met mijn sproeiertje. Ha, onweer! Stortbuien! (nee, beter niet dus, want dan komen de zaden weer bloot, ook al geleerd).

Een week later zijn sla, radijzen en bonen flink aan het kiemen. Mijn aardapeltjes heb ik in een eierdoosje gelegd (tip van de mama) en ik denk dat ik ze heel vaag zie schieten.

Maar, het zou geen experiment zijn als er niet iets zou mislukken: ik zie ook hier en daar een toefje schimmel op de aarde.  Het is dus ook mogelijk dat ik, in plaats van groenten, goede mulch aan het kweken ben…

Read Full Post »

Nog maar enkele dagjes in blogland, en dan al ziek. Leuk is anders. Toch even voor mezelf noteren dat ik gisteren desondanks helleborus en buddleia uitgeplant heb en de eerste groentezaadjes een week na het planten al kiemen. Zou het dan toch lukken?

Read Full Post »

Older Posts »