Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2009

Door technisch mankement kan ik de foto’s ten bewijze even niet plaatsen, maar geloof me: ze zijn dramatisch! En omdat elk goed werkend rampenplan begint met een vaststelling van de feiten, ziehier een lijst:

A Rampen

1. De storm van de voorbije dagen heeft de druivelaar van zijn haken geblazen.

2. In zijn vlucht omlaag heeft de druivelaar het rijshout van mijn peultjes uit de grond gerukt.

3. Een immense plas op het bed van de koolgewassen maakt dat ik nieuwe teelten ontdek, zoals radijsjes in hydrocultuur.

4. Mijn veel te vroeg uitgeplante sla ligt huilend in de aarde.

5. Zowel mijn bonen als mijn uien zijn half blootgespoeld.

 

B Te ondernemen acties:

1. Druivelaar terughangen (is gebeurd, maar nog niet ter dege)

2. rijshout terugplaatsen (is vol colère terug de grond in geklopt)

3. hopen dat mijn radijzen het redden (en zo niet, is er niets verloren)

4. toch maar eens aan beschutting voor de sla denken…

5. Uien en bonen weer dieper in de grond duwen (klusje voor vanavond; in welke richting moeten die gigantische tuinbonen overigens de grond in?)

6. Vooraleer ik aardbeien plant, de grond goed bewerken zodat ik daar zeker geen plassen meer krijg!

 

C Richtlijnen om rampen in de toekomst te vermijden en goede raad om te onthouden (voornamelijk door mezelf):

1 Laten kiemen in een koude kamer in huis is super: geen last van storm, altijd in de buurt om te zorgen dat de aarde nat genoeg en niet te nat is, redelijk constante temperatuur, kortom: een ideale wereld voor je zaaigoed

2 radijzen voorzaaien heeft nul voordeel: dat kiemt zelfs in gigantisch stormweer

3 sla voorzaaien is prachtig, maar je moet die maar buiten zetten als de blaadjes zo’n 6 cm lang zijn, niet op 2 à 3 cm zoals iets te enthousiaste appelboom deed…

4 Peulen en erwten voorzaaien is mega: zelfs mijn teveel dat ik zomaar in de tuin had uitgekieperd met het idee dat dat wel zou vergaan, heeft een plekje gevonden en groeit verder

 

D  Andere weetjes en dommigheden die in weetjes kunnen resulteren:

1 Mijn spinazie staat boven! (maar het zou eigenlijk ook de raketsla of de gewone sla kunnen zijn)

2 Mijn sprietjes peterselie lijken geweldig van de regen genoten te hebben en staan nu kaarsrecht met de neus in de wind

3 Mijn tomaten kiemen niet, mijn afrikaantjes en reukerwten bougeren evenmin

4 Mijn patatten staan ook nog niet boven, en hoe bijbelachtig Velt ook moge zijn, ik vind nergens terug of dit normaal is of niet…

Advertenties

Read Full Post »

Sport versus tuinwerk

Het moet toch al een jaar of 10 geleden zijn dat ik de buurvrouw/boerin op het veld rechtover ons huis al mopperend tussen de aardappelen aan het werk zag. Het was zo’n dag dat je de hitte een meter boven de grond ziet trillen en alles lichtelijk naar asfalt begint te ruiken. De buurvrouw/boerin had daar ondanks T-shirt, schort, laarzen, en een persoonlijk volume zoals buurvrouw/boerinnen dat horen te hebben klaarblijkelijk geen last van.  Terwijl ze met de schoffel het onkruid te lijf ging, fulmineerde ze tegen sport en fitness-hypes.  “Ze moeten tegenwoordig allemaal persé naar de fitness”, zei ze.  Die ‘ze’ in haar uitspraak, dat is dan ‘de jeugd van tegenwoordig’.  “Dat moesten wij vroeger eens gevraagd hebben, we zouden het nogal hebben mogen horen. ’t Is omdat ze niet meer werken, de gasten, dat ze nu aan sport moeten doen”. En terwijl ze hoofdschuddend verder werkte: “Fitness, fitness. Dat ze eens een schuurborstel vastpakken en ons erf komen schuren,  ‘tzal rap gedaan zijn met die fitness”.
De buurvrouw/boerin is, voor alle duidelijkheid, een zeer vriendelijk mens. Altijd massa’s snoep van haar gekregen (terwijl haar echtgenoot/boer dan de lucht uit onze fietsbanden deed lopen of koeiestront op het zadel legde). Nog altijd heel erg welkom daar.

Maar hoe zit het dan met sport en werk? Ik heb inderdaad nog nooit een joggende boer ontmoet, of een boerin geweten die zich klaarmaakte voor haar wekelijkse sessie step-aerobic. Sport en tuinwerk gaat in die zin inderdaad niet zo goed samen. Na een dagje werk in de tuin storten wij ons ten huize appelboom meestal op de fles martini en hangen dan nog een uurtje met ons glas en een zakje chips (vanaf nu: radijsjes!) op ons terras rond. Misschien dat dat voor anderen anders is, maar na een dagje moestuin aanleggen, denk ík er in elk geval niet aan om nog snel even de loopschoenen aan te binden en een toertje te doen. Wij heeft er in godsnaam sport nodig als je een tuin hebt?

En toch (je wist dat dit zou komen): helemaal hetzelfde voelt het niet.  Getuige daarvan het ongunstige gevoel waarmee ik deze morgen ben opgestaan: al twee weken niet meer gesport, en deze morgen eindelijk weer zon: ik wil lopen! Niet dat dat veel voorstelt hoor. Na 5 km sta ik netjes terug aan onze achterdeur. Maar het is ontspannend op een andere manier dan tuinwerk. Het gevoel achteraf is even zelfvoldaan, maar ik ben bijvoorbeeld al niet geneigd om na het lopen direct aan de martini te beginnen. Het is zeker ook niet gezonder dan tuinwerk, want zo ongeveer de helft van alle lopers loopt vroeg of laat een knie of enkel in de prak (maar dan doen ze meestal wel meer dan 5 km :-)). Tuinwerk is echter ook weer niet het toppunt van lichaamsvriendelijkheid. Het aantal lumbago’s dat elk voorjaar in Vlaamse tuinen wordt opgelopen, is niet van de poes.  Tuinwerk is nuttig. Sport is dat niet. Integendeel. Toertjes lopen voor de lol is in wezen vrij belachelijk. Ik ben zeker dat ik alle boeren die ik passeer vol onbegrip zie grijnzen. En toch hunker ik naar mijn toertje lopen. Misschien omdat het vollediger is. Omdat het nog net iets meer dan tuinwerk een kwestie van uitwaaien is. Of misschien gewoon omdàt het zo nutteloos is. Dat vond Aristoteles in elk geval al de hoogste wetenschap: het nutteloze om het nutteloze.

Read Full Post »

Hip, voor het eerst!

Deze morgen in De Morgen:

MEER KWEEK VAN EIGEN GROENTEN

Door de economische crisis kweekt de Vlaming opnieuw massaal zijn eigen groenten. Tegelijkertijd is de vraag naar volkstuintjes de afgelopen jaren toegenomen. Winkelketen Aveve noteerde vorig jaar een stijging van 5 procent in de verkoop van groentezaden en volgens verkoopmanager Sabine Devreese zal dat ook in 2009 zo zijn. “De eigen moestuin is weer hip”, zegt Devreese. “Vroeger was een moestuin iets voor een ouder publiek. Nu richten zelfs jonge mensen met kinderen een moestuintje in.” Voor wij geen plaats heeft in de achtertuin, zijn er nog altijd de volkstuintjes (DM)

Kijk nu toch eens! Al dat hyperouderwets, halfachterlijk en vooral totaal wereldvreemd geploeter met biozaad en halfvergaan compost is zowaar Modern geworden! Hip zelfs! En vooral: helemaal mee met de tijd. Cool!

Read Full Post »

De moestuin op zaterdagmiddag

De moestuin op zaterdagmiddag

De moestuin op zondagavond

De moestuin op zondagavond

Bij zo’n raadseltjes als ‘zoek de 10 verschillen’ wordt de oplossing meestal ergens ondersteboven afgedrukt. Maar nog afgezien van het feit dat mij dat wel enige truucen zou kosten om dat te realiseren, wil ik me ook niet voorstellen welke truucen jullie zouden uithalen om het te lezen. Vandaar dus heel gewoon:

Na mijn oorspronkelijke plan voor 75m² groententuin, kwam het besef dat dit voor een beginneling toch net iets te ambitieus is.  Daarop is het groententuintje verkleind tot ongeveer 35 m². Na daar een week op gekeken te hebben, groeide het ongenoegen: 35 m² is toch wel een beetje klein hé? En dus heb ik op zaterdagmiddag mijn gereedschap ter hand genomen, en schoffelschoffel, zo’n 5 m² erbij gevoegd. De echtgenoot kreeg het  in de mot en vroeg: ‘Heb je het groter gemaakt?’ Ja dus. ‘Maar waarom maak je het dan niet onmiddellijk een beetje véél groter?’ Aha! En zo is ons moestuintje nu zo’n 50m² groot. Dáár kan ik al veel beter mee leven!

Een tweede verschil: omheining, tegen konijnen, vossen, vrolijk spelende kindjes, en wie weet wat nog allemaal. Het is een omheining met lelijke groene bekaertdraad geworden. Maar er bestaan nu eenmaal weinig alternatieven.  En naar het schijnt zie je dat na verloop van tijd niet meer staan. En zeg nu zelf: mijn echtgenoot heeft dat prachtig aangespannen!

Volgend verschil: mijn wisselteeltschema is een beetje in de war, want nu heb ik daar een grote zone liggen waar nog niets op staat. En ik moet ervoor zorgen dat ik volgend jaar, als ik mijn perceeltjes een beetje anders inricht, de principes van de wisselteelt respecteer. Dat wordt nog serieus hersengekronkel.

Verschil 4: ik heb nu plaats voor aardbeien. Vééél plaats. Maar ze waren nog niet binnen 😦  Gelukkig heb ikin een hoekje in de tuin wel bosaardbeitjes ontdekt, maar op een plaats waar ze binnenkort zullen verdwijnen wegens gazon. Die heb ik dan maar uitgespit en hun biotoopje zo goedmogelijk nagebootst in een hoekje van de groententuin. Hopelijk lukt het. Maar verder is er nog altijd plaats over voor een groente. Pompoen? Naar het schijnt bestaan er lekkere. Tomaten zou het mooist zijn, maar zonder serre…

Verschil 5: waar het vorige week nog normaal was dat mijn buiten gezaaide spinazie, radijzen en sla nog niet aan het schieten zijn, is het dat nu niet meer. Help!

Verschil 6: Mijn ajuinen beginnen wel voorzichtjes boven te komen. Hoera!

Verschil 7: Mijn allergrootste verbazing: mijn peterselie is gekiemd! En dat is niet zomaar vanzelfsprekend. Nee, peterselie heeft de naam moeilijk te kiemen. En dat is nu toch gelukt. Ha! Het uitplanten ervan was weer een andere zaak. Het is een beetje zoals een stukje naaigaren van 5 cm onderaan in de grond steken, en hopen dat de rest gewoon rechtop blijft staan. We zullen zien. Ze heeft in elk geval een schoon schaduwplaatsje in de moestuin gekregen.

Verschil 8: idem voor mijn vooraf gezaaide worteltjes. Ik betwijfel of die voorgekiemende dingen zullen verder groeien, maar het is een goede oefening om te wennen aan kiemtijden, en te leren zien hoe zo’n kleine kiemplantjes eruit zien. Ik heb de grond een beetje losgemaakt met de riek, want naar het schijnt hebben wortels daar nood aan. In dikke, vaste grond zouden ze kort en dik worden. Nu ja, dan zijn het maar sumo-worstelaartjes, er is al genoeg magerzucht in de wereld.

Verschil 9: een verschil uit de categorie ‘wat niet moet groeien maar het toch doet’: het rijshout van mijn sluimerwten. Dat staat daar te botten en te schieten dat het geen naam heeft. Toch ook goed nieuws: de sluimerwten en bonen groeien zelf ook flink verder.

Verschil 10: het wordt er alleen maar kouder op ipv warmer. Dus: straks gaan al mijn plantjes en zaden gewoon kapot in de grond! (getuige het hoofdschudden van een meer ervaren moestuinierder deze morgen toen hij hoorde dat mijn sla al buiten staat, in volle grond) 😦

Read Full Post »

franse-vruchtentaartGisteren zin in zoet en bakken, maar niets in huis: geen eitjes meer, alle chocola al opgesnoept, nog te vroeg voor zomerfruit, amandelschilfers vergeten, alle gist in het brood beland, enz. Wat kan je dan nog bakken: Franse Vruchtentaart van Wina Born.

VOOR HET DEEG: 300 g bloem, 150 g boter, een mespunt zout en een eetlepel (bloem-)suiker in een kom doen. Dan de samoeraikrijger in jezelf laten bovenkomen, twee messen nemen, en met de nodige allure (maar vooral veel geduld) door het mengsel snijden tot de boter in zeer kleine stukjes verhakseld is. Vervolgens kneden en aanlengen met koud water tot je een glad deeg hebt. Een half uur in de frigo laten rusten.

VOOR DE VULLING

Daar heeft Wina Born allerlei ingewikkelde theorieën over, maar ik hou niet van recepten waarbij je veel moet meten en wegen. Het idee van deze taart is dat je binnenin een soort confituur creëert. Dus als je vers fruit hebt, laat je dat even sudderen met wat suiker en een klontje boter, als je niets van fruit in huis hebt neem je gewoon confituur. Ik had nog 2 overrijpe peren die niemand meer lekker vindt en een halve pot pruimenconfituur. Peertjes gestoofd, confituur erbij en klaar is kees.

DE TAART

Deeg openrollen, toeplooien, en weer openrollen. Vorm bekleden, fruit erin, en dan strookjes maken voor erbovenop.  Ongeveer 50 minuten bakken op 200 graden, op een rooster onder in de oven.

Grote voordeel van deze taart: ze ruikt zo lekker dat je je vanzelf de perfecte huisvrouw gaat voelen 🙂

Read Full Post »

Taalarmoede in de tuin

Terwijl ik gisteren in de tuin en op straat achter de kip van het buurmeisje aanrende (ze was niet thuis, en het beest heeft de voorbije dagen al een meer dan aanvaardbare interesse voor de zaden in mijn moestuintje aan de dag gelegd), betrapte ik me erop dat ik in gedachten in mijn dialect aan het vervallen was (‘kieken, kom-ier’, of ‘aj moa nie peist da je m’n groensels krigt’).

Tuinieren in de tijd van mijn ouders en grootouders was toch nogal wat anders. Een tuin, bijvoorbeeld, bestond niet. Dat was den of. En in den hof had je dan de pelouze (of ook wel simpeler: ‘t ges). Naast de peloeze lag de lochtink. Dat is dan weer de moestuin. En waar moestuin nog snoezig en zacht klinkt, krijg je met een woord als lochtink toch al meer waar voor je geld. In een moestuin snoezel je nog een beetje tussen de groenten, maar in een lochtink wordt dul gewrocht.

Mijn grootvader wapende zich met spoa, kortwaogn en oakers om er de pisseblommn uit te trekken, ondertussen oppassend dat hij niet getingeld werd. Hij wroette uren lang, zodat mijn grootmoeder groensels had, en petattn met de pele kon maken, liefst op smaak gebracht met een beetje perselle en goe beuter van de koebjeesten. Soms zou mijn grootvader even met de ellebogen op zijn spoa rusten, zijn klakke van zijn hoofd doen, en met een grote zakdoek het zweet van zijn hoofd wissen. Turend naar de hemel zou hij een fel zonlicht zien, dat alle bomen oranje doet oplichten, terwijl in de verte donkere wolken gloren. Dan zou hij in zichzelf mompelen dat het ‘nen blek voor ne lek’ is. En als na het blekken van de zon effectief het lekken van de hemel begon, dan zou hij naar binnen gaan en tegen mijn grootmoeder zeggen: ”t goat een mollenjoenk spugen‘. (en als het nog harder regende, dan zou mijn grootmoeder zeggen: ”t regent stroent met akskes‘.)

Als de vloage voorbij was, zou hij terug naar buiten gaan, om te zien of er veel tettinks waren bovengekomen, en of er nog pimpampoentjes op de slutserwéten zaten. Misschien zou hij zich dan even zetten te rusten op de zulle, terwijl een flieflodder ook van de warmte in de stenen kwam genieten en djoenges katjeduuk speelden bachten de haag. En misschien zou hij dan ook ontdekken dat de kiekens uit hun kot waren gebroken, en zou hij net als ik vloeken dat het veel te rappe duvels zijn. Want gevangen heb ik het niet, dat kipje van het buurmeisje. Dat wordt een eitje minder deze morgen…

Read Full Post »

De rest van het weekend mocht de echtgenote haar ding doen: moestuinieren. Nadat ik zaterdagavond het (on-)kruid na die eerste combinatie van zon en regen tussen de bloemen en haag alweer exponentieel zag toenemen, moest ik toegeven dat mijn moestuinplannen toch net iets te optimistisch waren. En dus zijn mijn plannen gehalveerd. Met zo’n 35m² zal ik het dit jaar moeten doen. Lukt het, dan wordt het volgend jaar meer. Zijn uitgeplant: sluimerwten, erwten, sla, patatten (misschien te vroeg,  maar ik had nu eens de tijd ervoor) en uien. Zijn gezaaid: nog extra sla en erwten, bonen, spinazie, radijsjes en wortels.

moestuintje-_-schema

De rest is pas voor april. Ondertussen ben ik er wel al in geslaagd om mijn schema door elkaar te halen en heb ik sla in het bed van de vruchtgewassen gezet. Maar niet getreurd, dan oogsten we die maar snel en zetten er de komkommers dan na de oogst pas in. Ter excuus van mijn verwarring: 2 kleine kindjes hebben mij ‘geholpen’ en het was dus zaaks alles zo snel mogelijk de grond in te krijgen alvoren ze zelf gingen ‘zaaien’. (met de uien hebben ze hun goesting mogen doen, en ik verwacht dan ook een mooie oogst ergens ten oosten van de moestuin, in het gazon, en nabij het terrasje).

(Update terwijl ik hier een beetje aan de indeling van mijn blogje aan het sleutelen ben: na bijna anderhalve dag staan mijn uitgeplante sluimen, erwten, kropsla en raketsla nog fier rechtop, met de neus in de wind. Zou het dan werkelijk lukken?!)

druivelaar1

 

En dan is er nog een verrassing: een heuse druivelaar.

Nu wisten we wel dat er in ons serreke soms druiven groeiden, maar afgezien van het feit dat ze altijd ziek waren, wisten we ook niet waar de wortel zat. Samen met het serreke is dan ook maar de druivelaar gesneuveld. Maar nu blijkt de moedertak achter de serre te hebben gegroeid, en de sloop te hebben overleefd. Ik heb hem achter een paar nageltjes gehaakt, maar dit wordt dus weer iets om over bij te leren. ’t Lijkt wel of onze tuin vol studieonderwerpen groeit… 😉

Read Full Post »

Older Posts »