Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2010

Poëzie in de tuin

Wapperende vinger naar mijn lezertjes: 3 keer al plaatste ik poëzie online, en 3 keer al negeerden jullie dat compleet. Terwijl, het is wel poëzie hé, de edele kunst van het dichten. Maar je hebt geluk: speciaal omdat het vandaag gedichtendag is, krijg je een herkansing. Je kunt HIER namelijk een uitzonderlijk mooi gedicht vinden. En HIER eentje van vroeger, maar toch ook wel mooi. En omdat het gedichtje de derde keer wel een beetje verstopt zat onder een kapstok, schrijf ik het hier nog eens voluit, met dank aan Joke Van Leeuwen:

Alle wriemeldiertjes

alle wiebeldiertjes

alle kruip- en kriebeldiertjes

zitten verstopt in het hoge gras.


Ik zou maar op mijn tenen lopen

als ik jou was.

Advertenties

Read Full Post »

Een middagpauze welbesteed

VOOR

NA

Welkom, lente!

Het is natuurlijk nog een beetje vroeg om de plantjes al zo bloot te zetten. Het kan nog behoorlijk vriezen in februari (sneeuwen ook, maar daar kunnen planten meestal wel tegen). Maar ik heb lange tijd geleden al beslist dat het voordeel voor de planten niet opweegt tegen het voordeel voor mezelf: lente-optimisme ipv een de-winter-blijft-maar-duren-gevoel. De helleborus mag je sowieso redelijk vroeg bloot zetten, omdat zijn bloemen anders rotten onder de bladeren. Maar nu zien we ook elk ander knolletje boven komen. Meer nog, er blijken al veel meer blaadjes uit de grond te priemen dan ik vóór mijn lentebui had gedacht (helaas nog geen sneeuwklokjes, die zullen wel weer foetsie zijn).  Bijkomend voordeel is dat je veel minder nieuwe plantjes vertrapt, want anders stap je toch altijd achterwaarts het één en het ander kapot. En ik heb zèlfs de grasboordjes rond de kasseien afgestoken. Ik ben natuurlijk ook maar een gewone burgertrut in het diepst van mijn gedachten.

Read Full Post »

Interessante Eos deze maand. Over ecologie. En over de vraag of ecologie wel de waarheid in pacht heeft. Niet helemaal, zo blijkt, want meerdere onderzoekers ‘vinden het zeer bediscussieerbaar’ of het in stand proberen houden van een zogenaamd natuurlijk evenwicht uit het begin van de 19de eeuw wel zinvol is.  En andere wetenschappers ‘stellen zich de vraag’ wat het nut is van het wanhopig in leven proberen houden van bepaalde diersoorten als hun biotoop aan het verdwijnen is (waarom de ijsbeer willen redden als er straks toch geen ijs meer is.)

Het zijn soortgelijke vragen die ik mij hier in het prille blogbegin al eens stelde. Basisgedachte van zowel die wetenschapper als ikzelf toen is dat je je zeer de vraag kunt stellen of er wel zo’n evenwicht bestaat dat het ecologisch tuinieren dan zou herstellen of opnieuw creëren. Is natuur niet altijd in evolutie, zoals Darwin al probeerde te tonen, en zoals sommige eco-liefhebbers misschien in hun liefde voor de goede zaak wel eens uit het oog verliezen? Heracleitos wist het nochtans 2500 jaar geleden al: panta rhei; alles stroomt. En niets is blijvend. Ooit hadden we in Vlaanderen een rijkere biodiversiteit met meer kleine landschapselementen en biotopen. Maar ooit was Groenland ook tropisch regenwoud, dus so what?

We moeten echter ook niet in het andere extreem vallen: het is niet omdat er terechte vragen kunnen worden gesteld bij die eeuwig herhaalde uitdrukking ‘natuurlijk evenwicht’, dat we niet aan de natuur moeten meehelpen. De snelheid waarmee de natuur de laatste 30 jaar evolueert ligt opvallend hoger dan het tempo van de voorbije honderden of zelfs duizenden jaren. En of dat nu te wijten is aan een uitdovende zon, of veranderende oceaanstromen , of aan die vervuilende auto onder ons achterwerk: het gaat snel, bijzonder snel, en laat ons de effecten toch maar een beetje proberen te temperen.

Vandaar mijn eeuwige visie hier: laat ons  half-ecologisch zijn en streven naar een rijkere natuur zonder in extremen te vervallen. Bovendien is ecologie ook zoveel meer dan alleen de plantjes in je tuin. Het betekent eveneens dat je niet chemisch sproeit en verdelgt (en misschien toch liever onbespoten uitheemse bloemen dan bespoten inheemse soorten). Dat je nadenkt over de kilometers die je aflegt en het afval dat je produceert. En het betekent bovenal: een visie doorgeven aan de mensen met wie je in contact komt, met als belangrijkste mensen vanzelfsprekend je eigen kinderen.

Ik schreef ook al eens (mens, ik klets blijkbaar nogal wat af op deze blog) over kinderen en het buitenleven. Het werd een zonovergoten stukje van bucolische vreugde waar ik nog steeds achter sta. Maar het was eveneens naïef en kortzichtig, want tegenwoordig brengen de kinderen meer wakkere uren buiten ons huis door dan erbinnen: ze gaan naar school. En dat brengt geheel andere vragen met zich mee. Toen ik deze morgen een piraat en een indiaan naar school bracht, werd ik voor het eerst geconfronteerd met keuzes die ík maak, uit ecologische overwegingen, maar die nu al de kinderen bepalen. Zwaarmoedig genoeg? 😉

Ter verklaring: hier in de regio wordt carnaval deze week al gevierd, en dus mochten de peuters in carnavalskostuum naar school. Zonder er erg bij stil te staan, was ik (net als Mme Zsazsa laatst) in winkels op zoek gegaan naar een streepjestruitje om van het zoontje een piraat te maken, en wat pluimpjes om van dochterlief een indiaantje te kunnen maken. Hoewel de zoon zijn piratenhoed niet wou opzetten (eigenlijk een gewone hoed met een flinke deuk erin, en zonder doodshoofd erop want ik ben er ook al tegen dat kinderen rondlopen met symbolen die ze zelf niet begrijpen), waardoor hij er meer als een vissertje dan als een piraat uitzag, en hoewel onder het rokje van de indianendochter nog een dikke gevoerde broek uitstak omdat het tenslotte winter is, ondanks dit alles zagen ze er prachtig en schattig uit en was ik trots op hen zoals ze daar stralend gelukkig stonden te wezen tussen 4 prinsessen, 5 mega-mindies, een pipi-langkous en een kabouter plop of zes. En toen viel mij plots vanuit die onpeilbare diepten van de moederliefde een angst te binnen: ‘oei, wat doe ik hen aan om hier met die geknutselde verkleedkleren te staan terwijl alle anderen hier een prachtig pakje hebben gekocht. Zullen ze niet uitgelachen worden?’.

Ik heb mij snel herpakt. Want ik wil natuurlijk niet dat ze synthetische pakjes gaan kopen en dragen. Ook dat is ecologie: stel je kostuumpjes zelf samen en maak van die piratenhoed volgend jaar een Charlie Chaplin en van de indianenrok een omaatje. En voor de school: moedig je kinderen toch aan om zelfgemaakte kostuums te dragen. Zo gaat het er op de school van mijn metekind aan toe, en met groot succes. Wie een lange jas van zijn vader aantrekt is tovenaar, en een kind met een T-shirt vol verfvlekken speelt kunstenaar. Ecologisch toch? En het stimuleert de fantastie: dit jaar bedachten metekind en vriendinnetje dat ze zich als siamese tweeling gaan verkleden: ze trekken ongeveer dezelfde broek en pull aan, en gaan vervolgens een been en een arm aan elkaar vastmaken. Kan het nog beter?

Blijft dat ik daar even als arm moederschepsel vol medelijden naar de kroost stond te kijken, daarna weer moedig dacht ‘het zal hen sterk maken’, dan weer medelijden kreeg, enz.  Ze zijn nu dus anders. Dankzij hun moeder en vader vallen ze op in de school. En waarom doen hun moeder en vader zo altijd van die dingen die anders zijn dan wat de andere mensen doen? Wel, eigenlijk door hun opvoeding. Mevrouw onderdeappelboom droeg veelal tweedehandskleding zonder daar ooit bij stil te staan.  Ik mocht niet meedoen aan acties voor de vredeseilanden maar moest wel kleding naar tele-onthaal brengen. Terwijl de meeste leerlingen ergens een mooie pen gevonden hadden waarop ‘danku juf’ stond, moest ik een bakje aardbeiden van de boer even verderop afgeven. En het hoogtepunt van het jaar was de vragenlijst van het (toen nog) PMS (nu CLB). Bij ‘beroep moeder’ volgde steevast een tirade over de minachting voor huishoudelijk werk die dan eindigde met zinnen als:  “schrijf maar gewoon op: ‘doet alle werken’ ” of “alle beroepen”. Bij ‘gewicht moeder’ kreeg ik een inkijk in hoe men kinderen beoordeelt op basis van hun afkomst, hoe schandalig het was dat ze dat wilden weten, en ‘dat ze wel eens wou weten hoe ze gingen bewijzen dat het gewicht van de moeder een invloed had op de cijfers van de dochter’. Bij ‘gewicht moeder’ stond dan uiteindelijk altijd ‘wisselvallig’ of ‘gewicht onbekend’.

Ik zou willen schrijven dat ik uit deze kritische opvoeding die mij ook altijd anders maakte dan de anderen toch ook goed ben uitgekomen, maar ik veronderstel dat jullie dat misschien gaan willen betwisten 🙂 Het heeft me in elk geval geen trauma opgeleverd, en me van allerlei zaken bewust gemaakt. Al bij al denk ik dat ecologisch/bewust denken dan toch goed is voor de kinderen. Ook voor mijn piraat en mijn indiaantje. Sorry kindjes…

Read Full Post »

Bloggen is ongezond. Waarom anders zou je op een ijzige woensdagochtend de rit naar school even onderbreken om een foto van de sneeuwduinen te nemen?

De duinen zijn echter niet meer wat ze waren: platgereden, weggeruimd, ingezakt, bruin gekleurd, kortom: in niets meer de gigantische bunkers van sneeuw die 4 dagen geleden nog elk verkeer hinderden. Maar kom, deze geeft toch nog een vage impressie van wat het is geweest:

Hier heeft de sneeuw natuurlijk de steun gekregen van een iets hoger gelegen weide, maar het is toch dubbel zo hoog als in werkelijkheid (zonder sneeuw dus), en verderop zie je ook nog wat restanten sneeuwduin. Maar het mooiste is dus al verdwenen…

Bij deze mag nu niemand meer klagen dat ik andermans foto’s gebruik ipv er zelf te nemen 🙂

(zie ook badschuimsneeuw en badschuimsneeuw: het bewijs)

Read Full Post »

Het fototoestel is teruggevonden. Het zat gekneld tussen de wieltjes van een buggy (in zijn beschermend en gewatteerd tasje, Bart ;-)), en dus telkens wanneer we de buggy wegnamen om in de koffer te zoeken of het fototoestel daar niet was achtergebleven, ging dat fototoestel gewoon mee de hoogte in met de buggy.  Agent onderdeappelboom 007 heeft dat echter eens nader bekeken, en aldus het fototoestel onderschept. En jawel, voor mijn lieve lezertjes heb ik al onmiddellijk eens een sneeuwfoto genomen:

En, is dat nu geen badschuim? Of toch eerder poedersuiker?

De sneeuwduinen, die heb ik nog niet op foto. Het wordt zoeken trouwens, want alles wat op het wegdek lag is tot prut gereden of door tractoren naar de zijkanten gedrongen.

Read Full Post »

Badschuimsneeuw

“De Inuït hebben wel 100 verschillende woorden voor sneeuw”, krijg je bij zowat elke taalcursus om de oren geslingerd.  In onze Belgenlandje volstaan ‘sneeuw’, ‘plaksneeuw’ en ‘zo van die natte sneeuw’ meestal wel om het scala aan wittigheid dat we hier in de winter te zien krijgen nader aan te duiden. Drie woorden, als je ze al alledrie in één winter nodig hebt.

Tot het vrijdag opnieuw begon te sneeuwen en de wind de vlokken omhoog blies alsof het zand was. Een sneeuwstorm was het niet, maar het stormde wel met sneeuw.  En omdat ik mijn broer wou waarschuwen, die van elders in het land tot bij ons zou komen voor een middagje tapas, belde ik hem op met de vraag: “Ik weet niet hoe de sneeuw bij jou is?”, waarop hij zei “Gho, raar.”

“Zo van die losse sneeuw?” vroeg ik.

“Ja, maar niet in korreltjes, zo van die echt gekristalliseerde sneeuw precies. En ze plakt niet. Dat wil zeggen: als je ze zo ziet liggen.”

“Alsof er lucht tussen de vlokjes blijft zitten”.

“Ja. Maar als je er op stapt, plakt ze enorm.”

“Klopt,” zei ik. “En ze doet me aan iets denken. Eerst dacht ik aan rijstvlokken, maar ’t is toch iets anders. Maar ik kom er maar niet op.”

Zucht, taalarmoede dus. Weeral. En ik heb daar een hekel aan, aan de dingen niet exact te kunnen benoemen.

En waarvoor ik mijn broer dus wou bellen, was om hem te waarschuwen voor die euh, hopen sneeuw. Nu ja, niet echt hopen, maar meer zoiets als ‘sneeuwbanken’. ‘Sneeuwduinen’, hoorde ik later nog in het nieuws. Het was mij onbekend, maar dit is wel het goede woord. Vanop de velden werd de sneeuw over de grachten en rijweg heengeblazen tot er heuse bunkers van sneeuw op wegen en in grachten groeiden. Ik had er wel een foto van willen nemen, maar we zijn ons fototoestel kwijt. Gelukkig zijn er op het net altijd andere mensen die hetzelfde fotograferen: deze foto is exact hoe de wegen er rondom ons huis uitzagen: bijna blootgewaaide velden aan de ene zijde, en uitgewaaierde sneeuwbanken aan de andere zijde, alsof de sneeuw als ijsschotsen op drift was geraakt. Veel mensen moesten hun auto noodgedwongen voor de sneeuwbank laten staan en konden alleen nog te voet naar hun huis. Alleen dankzij het geploeter van de traktoren van de boeren rondomrond konden wij mits enige omzichtigheid over enkele van die sneeuwduinen heen naar ons huis. Een winter uit de boekskes van vroeger: meer van dat!

En deze morgen, toen ik rond 6u de bieten voor de schapen stond te hakken (met dank aan de fantastische uitvinding werk-gezin-combinatie) en het buitenlicht daarbij even aanfloepte, zag ik in die ongewone, gekristalliseerde, losse en alle kleurtjes van de regenboog reflecterende sneeuw plots het woord dat gisteren maar niet wou komen: badschuim! Het heeft gewoon badschuim gesneeuwd!

Read Full Post »

De wereld is weer witgesneeuwd. De rozemarijn torst moedig haar witte wintervacht, en takken en bomen schudden maar met mondjesmaat het sneeuwtapijt van hun knokige schouders af: de wereld is mooi. Nee, de wereld is prachtig.  Maar de tuinier-gelegenheid is nu wel erg miniem. Geen struikjes planten, geen nieuwe moestuintjes aanleggen, niets van al dat vele werk dat ons dan weer geheel zal overvallen bij de eerste zonneschijn. Het is nu wachten op de dooi, en alles en iedereen in de natuur even zijn rust gunnen.

Daarom gaan we binnen met de natuur aan de slag. Door een boom te planten in de inkomhal. Want het zit namelijk zo: als kinderen naar school gaan, brengen ze plots allerlei nooit eerder vermoede talenten mee naar huis. Discipline bijvoorbeeld. Juffen hebben een niet te onderschatten vermogen om aanleg tot regels en gewoontes in je kind naar boven te brengen, waardoor je na 2 dagen schoolgaan al met grote ogen staat te kijken hoe ze bij het binnenkomen van de klas zonder morren (wat zeg ik: met plezier) hun jas uittrekken en zelf aan de kapstok gaan hangen. En waardoor je nog met grotere ogen staat te kijken als ze diezelfde jas bij thuiskomst wel nog zelf uitdoen, maar vervolgens als vanzelfsprekend op de grond gooien en nog weigeren die op te rapen ook. Kijk, dat was nu even buiten hun moeder gerekend die daar niet zo graag voor piet snot naar een zee van uitgespreide jassen, boekentassen, sjaals en mutsen staat te kijken en besloot een leuke oplossing te zoeken (al zal dat ‘leuk’ nog moeten blijken natuurlijk…).

Het plan is om in de inkomhal een boom te planten. Geen echte, maar een zelfgemaakte, met restjes planken (we blijven ecologisch en economisch recycleren natuurlijk). Die planken worden in hetzelfde bruinzwarte kleur geschilderd als het schoenenrek en de houtbak, en vervolgens op de muur gezet in de vorm van een boom. Misschien dat ik er nog silhouetten van vogels bijschilder, maar ik vrees overdaad (less is more enzo).

Onder de boom komt een muursticker met een gedicht van Joke Van Leeuwen, die nu eenmaal vaak de leukste kindergedichtjes heeft. Voor die sticker wou ik de producent-die-wel-wat-reclame-verdient in de kijker zetten, maar helaas wordt er momenteel aan zijn website gewerkt. In de toekomst hopelijk weer een werkende link.

En dan zou het totaalbeeld er moeten uitzien zoals hieronder, maar dan beter, want ik heb weer gewoon wat snelle paintshop gebruikt om het te illustreren. (overigens, je kan tegenwoordig klikken op de foto’s van wordpress…)

Aan de takken moeten kleine haakjes komen (het zijn eigenlijk deurgrepen die ik heb gekocht).  En nu maar hopen dat het in praktijk zo eenvoudig gaat als het klinkt. Maar ik durf wedden dat er ergens wel weer een schuine muur of vloer ligt te wachten om mijzelf en de waterpas tot wanhoop te drijven 🙂

Read Full Post »

Older Posts »