Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2010

Het is weer gelukt: weerbericht in de gaten houden, verlof voorzien voor de dag waarop het op z’n warmst gaat zijn en waarna het zou moeten regenen, en dan nog geluk hebben dat het weerbericht uitkomt ook. Vandaar: ik was thuis vandaag!

Tegen de tijd dat ik mijn gereedschap uit de garage had gehaald, kreeg ik al de eerste buurman op bezoek. Dat ik toch al schone tomatenplanten had, zeg! Dat was een compliment om min of meer van omver te vallen. Niet alleen omdat ander bezoek de dag ervoor gezegd had dat ik dringend meer water moest geven omdat ze veel te geel waren (terwijl ik vind dat ze geel zijn van de zon omdat ze tegen de ochtend altijd weer mooi donkergroen worden), maar bovenal omdat deze mens geen complimentjes geeft. Nog nooit gebeurd in de afgelopen 5 jaar. Maar, zo moest hij ook kwijt: ik had toch wel een eigenaardige manier van tuinieren. Ah ja? ‘Ja, zo in bakskes’. Mijn groentetuin dus. Ik heb het hem een beetje proberen uitleggen. Ook vaagweg laten vallen dat we nogal te vinden zijn voor biologische teelt. ‘Ja, dat zou ik nu nog wel kunnen begrijpen, maar daarom moet dat toch niet in bakskes?’ Ik onthou mij in zo’n geval liever van de ecologische boodschap, ik ben niet zo’n bekeerder, en heb gezegd dat ik gewoon een rare ben die dit soort groentetuin leuker vind. Hij leek dat bijzonder aannemelijk te vinden. En hoe staat het met mijn bakskes?

Wel, dankzij een sproeibui van de waterslang en de hogere temperaturen beginnen erwtjes en peulen er nu toch wel mooi uit te zien.

Zelfs de bladgewassen durf ik laten zien. Op de eerste rij in het midden radijzen en rechts ervan raketsla. Erachter een tweede rij radijzen en daarnaast 2 rijtjes spinazie. Helemaal links is snijbiet gezaaid en achteraan nog kropsla en een derde rij radijzen.
Ook pastinaak ging de grond in, achter de worteltjes die langzaamaan toch boven lijken te komen. En de blootliggende bedden werden volledig van restanten gras ontdaan. Nog een weekje of 2, en dan mogen kolen, vruchtgewassen en boontjes ook buiten.

De aardbeien staan er allemaal zeer goed bij. Vorig jaar deed ik er stro tussen, maar dat zat het wieden toch een beetje in de weg. Naar het schijnt houden aardbeien van zure grond. Zou ik er dennenschors durven rond leggen?

Het viel me dit jaar ook voor het eerst op dat verschillende rassen een verschillend aantal bloemblaadjes hebben.

Ik prutste ook heel even in de bloementuin, maar daar was eigenlijk geen werk behalve het uitknippen van de helleborusbloemen. Die zien er nog niet uitgebloeid uit, maar als je ze nu laat staan steekt de plant al zijn energie in zaadvorming, en komt hij volgend jaar niet meer zo mooi terug.

En kijk eens hoe dichtbij ik al raak met het fototoestel?

Ik deed ook ontdekkingen in de ‘wilde’ tuin. Er komen overal boshyacinthen op, er groeit plots citroenmelisse naast de linde, de vergeetmenietjes zijn terug èn achteraan in de tuin staat de daslook half in bloei. Meer van dat!

De dieren werden evenmin vergeten.  Uit angst dat de eksters er net als vorig jaar met de kuikens vandoor zouden gaan, spande ik een net rond het broedhok van de eend. Baat het niet, schaadt het niet. Rondomrond werden ook heel wat netels gezeisd. We zijn nog altijd voorstanders van het gebruik van de tuinklauw, maar het is te tijdrovend op dit ogenblik.

En ja, ook de schaapjes kwamen aan bod, maar dan in een bijzonder treurige vaarwel. Mama Laura ging gisteren al de deur uit naar een schapenboer 2 km verderop. Vriendelijke man, direct aangeboden dat we nog naar het schaap mochten gaan kijken bij hem, en een zoontje dat zonder enig aarzelen stokstijf bleef staan toen 2 angstige schapen op hem afdonderden, coolweg zijn handen uitstak om hen tegen te houden, en vervolgens de tijd nam om ze nog te strelen ook. Laura, je krijgt volgens mij een fantastische nieuwe thuis.

Voor Julia en Gusta is de afloop treuriger. Niet omdat ze gekocht zijn voor de slacht, want dat is wat alle kandidaat-kopers voor ogen hadden. Maar wel omdat de opkoper geen greintje respect voor hen had. Bij het horen van hun naam moest hij een goed lachen. ‘Juliake, juliake, maar op die manier ga je ze niet vangen hoor. Ga jij weg en geef mij dat brood’. Je ziet van hier dat ik zou weggegaan zijn: I stand by my sheep! Met de nodige godverdommes kreeg hij ze te pakken, en we namen elk een schaap aan een touw. Hij hinnikte al van het lachen voor hij kon zeggen: ‘En wat gaan we nu zien? Gaat het meisje het schaap meenemen, of gaat het schaap met het meisje gaan lopen?’ Zijn lachen verging gelukkig snel toen ik met Julia gezellig keuvelend richting kar wandelde, terwijl hij nog in geen honderd jaar kon bijbenen met zijn godverdommes. Ondanks mijn binnenpretjes daaromtrent ga ik straks toch nog wat misprijzende blikken oefenen voor de spiegel, en dan liefst van de doodbliksemende soort. Waarom we de schapen dan toch met hem lieten meegaan? Omdat ik het achter de rug wilde hebben. Schapen wegdoen is niet leuk. En de weide is nu héééél leeg.

Maar we moeten niet in treurnis eindigen. Ik heb ook nog karton tussen de bessenstruiken gelegd en er houthaksel opgelegd. Iemand enig idee waar je makkelijk aan grote stukken karton kunt raken? Ik heb maar 80 m² meer nodig 🙂 En misschien interesseert het u wel te weten dat ik ondertussen 5 machines was heb gedraaid, buiten gehangen, èn de versgewassen lakens allemaal al terug op bed liggen? Ik denk dat het tijd wordt dat ik er ook tussen kruip, nog even de buitenlucht opsnuiven die er altijd maar zo kort in blijft hangen.

Advertenties

Read Full Post »

Positieve noot

Omdat na regen zonneschijn komt, en ook wel omdat ik tevreden-zijn gewoon veel leuker vind dan treurig-zijn: het goede nieuws!

Zoals dit bijvoorbeeld:

We hebben sinds 2 weken weer kippen. Ik denk dat het meneer Moustache was die mij op deze blog ooit aanraadde om voor brahma’s te gaan. Onze vorige kippen vlogen namelijk altijd weg. Vér weg. En Brahma’s, zo werd ons verteld, kunnen gewoon niet vliegen. Nu klinkt een brahma in mijn ogen alsof hij op zijn minst leviterend de dag doorbrengt, maar effectief: na 2 weken brahma-houden is er nog geen enkele gaan vliegen. (Ze slapen ook in hun kot, maar niet op hun stok. Toch maar een zwevend tapijtje voorzien voor de nacht dan?). Een goede keus dus!

Om bij het gevogeltje te blijven: de eend is ook weer gaan broeden. Ondanks het feit dat we rond haar nest enkele leeggeroofde eierschalen vonden (zou het dode wezeljong dat ik in de composthoop vond er iets mee te maken hebben?), blijft ze er elke dag langer opzitten; typisch voor het einde van de broedperiode. De paar keren dat ze haar nest nog verlaat, bedekt ze de eieren zorgzaam met mosjes en pluis om ze warm te houden. Papa eend neemt ondertussen zijn taak als waakhond weer serieus. Zo serieus zelfs dat hij zijn snavel rond de nek van een manegansje zette en vele seconden lang goed doorbeet. Het arme beest leeft nog…

Nog meer goed nieuws:

De botanische hema-tulpen doen het weer fantastisch èn ik begin er langzamerhand in te slagen dingen van dichtbij te fotograferen. Oké, de compositie lijkt nergens op, maar niet alles tegelijk hé.

En ook op vlak van gras is er vooruitgang. Dat wil zeggen: er is er steeds minder. En dat was ook de bedoeling. Niet alleen verrijken we de natuur als we gras omzetten in bloemen en planten, maar daardoor konden we ook de zitmaaier weg doen. Dat was namelijk niet zo’n succes… In plaats daarvan kwam een gloednieuwe mulchmaaier:  het gras zo fijn gemaaid dat je het niet ziet liggen als het terug op je gazon terechtkomt. Je kan dus zonder bak in één keer doorrijden. En wil je toch wat gras opzij houden voor schapen of als mulch voor in de groentetuin, dan hang je er gewoon toch de bak aan. Het enige nadeel is dat zowel meneer onderdeappelboom als ik er vooralsnog niet in lijken  te slagen hem in gang te trekken zonder de knop van de zelftrekfunctie in te drukken. Met als gevolg dat we nog altijd een beetje als Lambik met zijn paard in gang schieten, maar dan wel als Lambik die achter zijn paard aanloopt in plaats van erop zit. Op sportief vlak ook al een hele verbetering 🙂

Read Full Post »

Het jaar van het schaap…

De één begint pas aan schapen-houden, de ander houdt er mee op. ‘De ander’, zijnde: het gezin onderdeappelboom. En niet omdat we dat zo graag willen, maar uit noodzaak en liefde voor de dieren. Dat zit zo:

Vorig jaar bekeken we met toenemende gretigheid de weide van de buren, die vol sappig gras stond, en waar de boer die er in de jaren daarvoor nog schapen neerzette dat nu blijkbaar niet meer deed. Het kriebelde al snel om de taak van de boer over te nemen, en we vroegen de buren of wij zelf schapen mochten houden op hun grond. Dat mocht. Zij blij, wij blij. We vroegen bijstand aan schapenkenners Buikberg, en kregen vele lange mails lang uitleg en raad, maar bovenal ook liefde over het schapenhouden mee. Meneer Buikberg rekende voor ons uit hoeveel schapen er op de grond konden zonder bijvoeding te moeten geven (2,5 schaap) en we gingen van start (3 schapen, maar dan namen we er nog wel een stukje achter onze vijver bij).

Schapenhouden beviel zo veel als we hadden gehoopt, en zelfs tijdens de winter was het nog leuk. Maar toen kwam het voorjaar. Het huidige voorjaar. En we ontdekten dat het gras niet terugkwam. Dat is niet zoiets als een beetje zeuren over een tekort aan hoge sprieten; nee, je stelt je best een beukenbos voor met onder die dikke bomen… niets. Want dat hadden we ons niet gerealiseerd toen we aan schapen begonnen: de weide is eigenlijk geen weide. Het is een pseudo-bos van canadese populieren. En in de berekening van het aantal dieren per hectare, hadden we die grond nooit als volwaardig mogen meerekenen.

Gevolg: de ‘weide’ was eigenlijk de hele zomer overbegraasd, waardoor we redelijk vroeg met bijvoederen moesten beginnen. De hele winter werd hij verder uitgeput en platgelopen, en nu het lente is, raakt het gras helemaal niet meer hersteld. Dat het voorjaar en de winter zo koud waren, heeft zeker tot het gebrek aan gras bijgedragen, maar ook met een voorjaar als vorig jaar zou er nog niet voldoende gras per beestje zijn.

En dus hebben we teveel medelijden met de schaapjes om ze te kunnen houden. Ze blaten de hele dag om extra voer, wij slepen nog steeds zeer veel bieten, voederwortels en korrels aan, en desondanks raakt het gras niet hersteld. We hebben even gezocht naar andere weides in de buurt, maar zonder transport is het moeilijk de schapen naar daar te brengen, en het is in combinatie met job en gezin ook niet makkelijk om elke avond naar een andere weide te rijden om daar de dieren te verzorgen en van water te voorzien (als daar al een aanvoer is). Daarom moeten we het pijnlijke besluit nemen de schaapjes te verkopen. Eén schaap is ideaal voor de ruimte die we hebben, maar dat is dan weer te zielig. En dus, met veel spijt in het hart, moeten we onze schaapjes te koop aanbieden…

Read Full Post »

Expansie-drang

De mama van mevrouw onderdeappelboom liep even in onze tuin rond en stelde terstond voor dat we beiden ons werk zouden opgeven.

En een esdoorn-kwekerij zouden beginnen.

Productie verzekerd.

Read Full Post »

Ploetertuin

Mensen scheppen een heimelijk genoegen in de pech van anderen. Alsof het feit dat het bij anderen slechter gaat, maakt dat je zelf een beetje beter bent. Althans, dat is de theorie. En we zijn eerlijk in blogland: af en toe is dat in de praktijk ook wel eens zo. Hoe meer onopvoedbare kinderen bij mensen die ik niet zo goed ken, hoe beter ik mezelf als ouder waan. Nee? Of eigenlijk ook wel een beetje geldig voor jou? Wel, dan ga je je verdomd goed voelen na het lezen van dit stukje.

Schoon hé, zo van ver? Draadje gezet, hekje geplaatst en zelfs een bloemenbordertje voorzien aan de buitenkant.  Maar schoon van ver is ook hier verre van schoon: nog steeds zijn niet alle perken volledig afgeboord en de paadjes zijn een stort van klonten aarde en pakken gras. Met geen mogelijkheid raak ik daar met een grasmachine over. En dat hoeft ook niet, want het gras groeit niet op die paadjes. Dat groeit alleen in mijn perken. Met hele zoden tegelijk. Vergezeld van een hoop distels. En in een niet te overziene hoeveelheid kruipend zennegroen hondsdraf.

Schoon bloemetje, daar niet van, maar waarom niet in die andere 3900 m² van onze tuin ipv in de groentetuin? En het zotte is dat er verder niets in staat lijkt te groeien in die immense, droge aardkorst die mijn perken tegenwoordig bedekt.

Zoals je ziet: gebrek aan regen, langdurige koude en bijtende oostenwind hebben mijn ooit vruchtbare, zwarte moestuin herschapen tot een woestenij van droge kluiten. De radijzen kwamen even boven, en stopten terstond met verder groeien, vol spijt dat ze de aarde voor de valse lokroep van een lentezonnetje hadden verlaten. De gekiemde sla is verdwenen, en de wortelzaadjes zitten al 3 weken roerloos ondergronds  De uien groeien, dat wel, maar het gras groeit in dat perk evensnel. Het is alsof daar hele zoden de diepte van de aarde ontvluchten, in hun weg naar boven nog een hoop oude stenen en kasseien meesleurend waarop ik me vervolgens een ongeluk spit (om de boordjes te kunnen plaatsen). De sluimerwten spelen ook al een weekje of 2 stilleven. Met als gevolg dat we nu al een maand aan het ploeteren zijn om de tuin aan te leggen, maar daar maar weinig resultaat van zien.

En dat is niet alleen in de groentetuin zo, maar ook de rest van de tuin is Ploeterland geworden. Van de aangeplante planten doen alleen de bessen het schitterend. De nieuwe rozen hebben maar een uitsteeksel van maximum 1 mm, de sleedoorn lijkt te beloven dat hij misschien volgende maand eens in gang zal schieten en de kardinaalsmuts heeft er gewoon het loodje bij neergelegd. En overal, maar dan ook echt oooooveral staan de bloemen al hoger dan bij ons. En mijn hele treintraject is weer bezaaid met perfect geometrische groentetuinpatronen waar het onkruid van danig ontzag vanzelf lijkt buiten te blijven.

Binnen is het niet beter: al weken vergeten de kolen te verspenen, waardoor ze geen ruimte genoeg hebben om echt blad te vormen, nog maar net de pompoenzaadjes in de aarde gedrukt, en alles wat ik in turfpotjes heb gezaaid compleet verdwenen. Van de tomaten ben ik ook niet helemaal zeker of ze wel groeien, en de zonnebloemen liggen languit op de vloer. Ploetertuin. Ploeterhuis.

En ik heb er dus genoeg van. Werkelijk genoeg. Want als je mij vraagt wat ecologisch tuinieren is, dan is dat volgens mij toch vooral genieten van de tuin. En dat genot laat serieus op zich wachten. Gelukkig bloesemt het nog mooi bij de buren. Ik mag dan alleen niet teveel naar hun gras kijken dat al zoveel hoger staat dan bij ons en waardoor onze schaapjes honger lijden. Zucht…

Read Full Post »

Mmmmmmascarpone

Zie jij het?

Ik zag het ook niet. Tot ik de kleine onderdeappelboompjes wat beter in de gaten hield. Toen zag ik hoe er telkens één van hen naast de puzzelstukjes knielde, en de ander wat verder op het trapje ging zitten terwijl hij/zij zong: ‘Lang zalle leven, lang zalle leven, in de gloria gloooooria glooooooria (x20)’. Daarop vroeg de ander: ‘Is het nu goed?’, waarop de zanger na enig bedenken antwoordde: ‘Ja, nu is het goed. Nu mag je blazen’.

Kaarsjes blazen, feest houden, jarig zijn tout court staat de laatste dagen hoog op de agenda bij de kroost. Al ongeveer een maand lang antwoorden ze op de vraag wat ze morgen graag eens zouden doen, met de woorden: ‘Ik wil morgen verjaardag zijn’. Op die verjaardag willen ze dan bovenal een kroon. Ook wel een cadeautje, maar in dat cadeautje moet dan wel een kroon zitten. En een feest mag ook, maar dan wel met de kroon op het hoofd. En dus ging ik maar even op het internet op zoek naar leuke kronen en maakte een eigen (simpele) versie van wat ik hier vond.

Da’s het voordeel van die talrijke bloggende knutselaars: je hoeft zelf geen inspiratie meer te hebben. Al vraag ik me wel af of deze creatieve bloggers allemaal thuis werken, of net als ik hun naaiwerk meenemen naar kantoor om in de middagpauze snel nog een beetje verder te kunnen werken omdat de kroon anders niet op tijd klaar geraakt?

Maar goed, met de kronen op het hoofd, was het tijd om aan het feest te beginnen. En dus maakte ik tiramisu. Dat is zo’n dessert dat je (volgens mij) maar best niet op restaurant bestelt. Want de ene keer is het te zoet, dan weer te nat, de volgende keer ligt er chocolade op ipv cacao enz. En er zijn evenveel smaken als liefhebbers van tiramisu: de ene wil puur espresso smaken, de ander zweert dan weer bij heel veel amaretto. En wat is de echte tiramisu? Wel, op zich natuurlijk wel met cacao, boudoir, amaretto en koffie. En helemaal zoet hoort het niet te zijn. Maar ik moet toegeven dat ik vermoedelijk een niet-italiaanse versie van tiramisu maak: heel smeuïg, weinig natte koekjes, en maar een goede geut amaretto.

RECEPT:

Meng 6 eiderdooiers met 6 eetlepels suiker.

Voeg 500 g mascarpone en een stevige geut amaretto toe.

Klop 4 eiwitten tot sneeuw en voeg dat bij het mascarpone-mengsel. (Je kunt ook de 6 eiwitten gebruiken, maar dan bestaat de kans dat het niet zo goed opstijft en gaan je koekjes bovendien op drift, zoals je op bovenstaande foto kunt zien)

Leg een laagje boudoir-koekjes in een schotel en schep er met een lepel heel sterke koffie over. Giet een laag mascarpone, opnieuw koekjes, opnieuw koffie en opnieuw mascarpone.

Laat 24 uur opstijven in de koelkast. Bestrooi pas bij het opdienen met cacao.

Waardige alternatieven die je dan wel geen tiramisu meer mag noemen:

– Gebruik madeira-koekjes ipv boudoirs en besprenkel die met appeljenever. Voeg dan geen amaretto toe en leg onder je mascarponemengsel stukjes peer en frambozen.

– Gebruik speculooskoekjes ipv boudoirs en besprenkel ze met niets. Voeg aan het mascarponemengsel een soeplepel of 2 heel sterke koffie toe (werkt best met oploskoffie) en bestrooi met stukjes chocolade

– En een tip om eens iets anders dan slagroom te serveren: meng mascarpone met wat vanillesuiker en het sap van een geperste citroen. Heerlijk bij crumble.

Binnenkort volgt nog een tweede feestje, en dan word je in de lente ook nog om de oren geslagen met communies, vroege bbqs, babyborrels en afspraken  allerlei, met als gevolg dat het met mijn groenten ondertussen redelijk dramatisch is gesteld. Maar hoop doet leven. En als het tegenvalt, is er nog altijd tiramisu.

Read Full Post »

Twee antwoorden zijn mogelijk: ja en nee.

ANTWOORD 1

Nee, natuurlijk niet.

Een piano haalt, zoals elk muziekinstrument, zijn specifieke klankkleur uit een combinatie van hout en ‘aanverwanten’ (lijm, vernis, ouderdom, enz.). Het hout is in het geval van een piano een hardhout (eik, notelaar, enz.). Voor toetsen en kammen kan wel eens een andere soort worden gebruikt, maar de basis is dat hardhout. En dan is niet alleen de houtsoort van belang, maar het hele proces waarin dit hout tot stand gekomen is (de boom), verwerkt is (zagen en drogen) en uiteindelijk een piano vormt (het model).  Zo moeten pianobouwers die oude instrumenten willen nabootsen niet alleen op het model en de houtsoort letten, maar zich ook afvragen waar mensen in die tijd hun hout gingen halen en in welke omstandigheden dat toen groeide. Voor de imitatie van het Vlaams clavecimbel hadden ze daarom hout uit Siberië nodig, dat door de extreme koude daar zeer compact en hard was. Het maakt ook een verschil van op welke hoogte de bomen komen, hoe oud ze zijn, hoe lang het droogproces geduurd heeft (meestal stomen) enz.

En dan hebben we het nog niet over het in elkaar zetten van de piano, want daar komen dan soorten lijm bij kijken. En verf. Misschien is het je bekend dat de beroemde stradivarius-viool zijn unieke klank uit de lijm zou halen (betwistbaar, of toch maar een deel van het verhaal). Hetzelfde geldt voor piano’s: heel wat zaken zijn met beenderlijm ineen gezet. Herstellen of nabootsen doe je dus best met hetzelfde stinkende goedje. Chemische lijm geeft een andere klank.

En de verf: dat is een bijzonder dikke laag (meestal zwarte) lakverf, die netjes samen met het hout oud geworden is en zich gezet heeft naar de vochtigheidsgraad van kamer en piano. Een uniek evenwicht dus. En heb je zo’n bijzondere piano, dan blijf je er toch maar beter vanaf.

ANTWOORD 2

Ja, doe maar.

Want laat ons eerlijk zijn: hoeveel mensen hebben zo’n unieke piano? In de meeste huiskamers staat toch maar een studie-instrument voor zoon of dochter. Zo’n Gevaert-buffetpiano misschien. Of een ander instrument van vlak na de oorlog, in elkaar gezet als studie-instrument.  Zo ook bij ons: we speurden de 2dehands-sites af, en vonden een Duitse buffetpiano uit 1950 naar onze smaak. De klankkleur was heel goed voor zo’n simpel instrument, hij was goed onderhouden (veel bespeeld (belangrijk!) en trouw gestemd) en het transport kon worden gearrangeerd. Nadelen? Een voorgaande eigenaar moet teveel zijn best hebben gedaan om de bloemen die gegarandeerd bovenop de piano stonden water te geven. Met als gevolg dat er hele stukken hout uit het deksel waren. De verf was op veel andere plaatsen eveneens afgebladderd of afgebleekt, en onderaan ontbrak zelfs een stuk hout. Dat de kandelaars ervan af waren kon ons niet deren, maar die gaatjes moesten dus ook wel worden opgevuld. En dus, jawel hoor, hebben wij onze piano opnieuw geschilderd.

Procedure:

-Schuur de zwarte lakverf af tot hij mat is (wapen je met mondmaskers en stofzuigers, want je zult al snel merken dat je eerder teer dan lak lijkt af te schuren: er komt echt enorm veel gitzwarte rommel af)

– Vul alle putten en gaten met 2-componenten houtvulsel en laat zeker 24 uur drogen

– Schuur alles netjes glad (met dank aan de papa van mevrouw onderdeappelboom die alles prachtig heeft ‘gesimoniseerd’ (de 40-jaar lange arbeid in een garage komt altijd terug boven ;-))

– Investeer in goede verf: zwarte satijnglans voor hout en zeker NIET water-gebaseerd.

– Dek de toetsen af met een doek en steek na het schilderen een houtje tussen de klep zodat die niet vastplakt achteraf.

– Meng voor de eerste laag de verf met een beetje whitespirit en schilder zo dun mogelijk (anders blijven de borstelstreken achteraf zichtbaar)

– Laat telkens 24 uur drogen (op het houtvulsel zelfs 48 uur drogen)

– Schilder in totaal 4 lagen (telkens heel dun dus) (op onderstaande foto waren we nog maar 2 lagen ver)

Uiteindelijk zal de piano meer afzien van het schuren (sommige noten ontstemden tot zelfs een halve toon) dan van het schilderen. Laat hem na het schilderen toch maar 6 weken staan vooraleer je hem laat stemmen.

Nog enkele weetjes:

– een piano weegt ongeveer 200 kg en is moeilijk hanteerbaar. Zorg dat je met z’n vieren bent om hem te verhuizen, huur een transportfirma in, of breek je rug.

– de meeste piano’s hebben 88 toetsen. Vroeger hadden ze er soms minder, tegenwoordig ook al eens meer.

– Per noot zit er ongeveer 80 kg spankracht op de snaren.

– Als je een toest indrukt, dan gebeurt er dit:

– Piano’s hebben 3 of 2 pedalen. Het is geen ramp als je piano maar 2 pedalen heeft; je zult er je muzieklessen rustig meer doorkomen.

– Je vindt al piano’s van 200 euro op de 2dehandsmarkt, maar die zijn vaak eerder geschikt om een kast van te maken. Voor 500 euro kan je echt al iets goeds kopen. Let dan goed op of er geen roeste snaren zijn, het vilt intact is en er geen barsten in het hout zijn (altijd vragen om eens in de klankkast te mogen kijken dus!) Als je voor nog meer geld gaat, of nog niet zo thuis bent in instrumenten, vraag dan een piaonorestaurateur om met je mee te gaan.

– Leer kinderen om met zorg de toesten aan te raken, maar weet ook: zo’n piano kan eigenlijk echt wel tegen het geram van wat kindervuistjes (of dacht je dat concertpianisten hun Chopin alleen met poezelige vingertjes ten gehore brengen?)

Tot slot: wat heeft dit nu nog met ecologisch tuinieren of het buitenleven te maken? Weinig tot niets. Maar er is misschien weer een misverstand uit de wereld geholpen en degene die net als ik het internet afspeurt om te weten of het kwaad zou kunnen de piano te schilderen, heeft nu weer wat extra informatie. Overigens, de stemmer/restaurateur vond het ook: de piano heeft er qua klank geen last van gehad, en is er qua uitzicht op verbeterd. Nu alleen nog echt leren spelen.

Read Full Post »

Older Posts »