Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2011

Klaar!

Ze zijn geplant.

Behalve die ene appelboom dan, die je daar vooraan nog ziet liggen, maar daar was meneer onderdeappelboom nog mee bezig toen ik persé een foto wou nemen wegens schoon ochtendlicht en al (dat als sneeuw (lees: sluierwolken) voor de zon verdween van zodra ik ter plaatse was…)

Als bij toeval liepen we op zaterdag nog de tuinman tegen het lijf die ons eerder al hielp met gras zaaien. Hij stelde voor nog snel even te komen frezen vooraleer we op zondag zouden planten (en hij liet met veel plezier het riet staan met een mooie uiteenzetting over holenbroeders en heel wat rologen toen hij het over te propere tuinen met te propere mensen had). Met als gevolg dat we nu een braak stukje land hebben waar we alle kanten mee uit kunnen.

Rechts van het riet zullen we gras zaaien. Daar komt een speelveldje voor de kinderen (de enige vlakke plaats in de tuin). Maar links, tussen de fruitbomen? Een bloemenweide misschien? Dat zeist in elk geval al makkelijker dan een grasveld. Ach, we hebben nog tot het voorjaar om na te denken…

Advertenties

Read Full Post »

“Als ik een goede boer ben, dan moet ik je zeggen dat daar niets gaat groeien,” verzuchtte één van de kwekers bij boomkwekerij De Bock toen ik hem vertelde over onze plannen om van het stuk achter de vijver een klein boomgaardje te maken. Maar dat was geen nieuws: de grote strook riet achter de vijver laat er geen twijfel over bestaan hoe nat het wel is, en de populieren van de buren maken het samen met onze eigen beuken en eiken ook nog eens tot een erg schaduwrijk stuk grond. Tel ‘nat’ en ‘donker’ bij elkaar op, en je weet meteen dat je een ongeschikte plek hebt voor een boomgaard.

Maar, ook voor al de andere opties die we bedachten (bloemenweide, groentetuin, enz.) is de grond ongeschikt. En voor het houden van dieren zijn wij dan weer ongeschikt. Of beter: daar achten we onze tijdsindeling ongeschikt voor. Naast al de rest wat we al doen ook nog bieten verzamelen en schapen voeren, eventueel kweken en slachten, ook nog verzorgen en binnen de omheining houden. Nee. In de toekomst misschien wel weer, maar druk als we bezig zijn met onze drie kleine prutsen voorlopig liever niet.

En dus kwamen we terug bij onze boomgaard uit. Zouden slecht groeiende bomen niet nog altijd meer opleveren dan helemaal géén fruitbomen? En als we nu ook nog eens laagstam namen, zodat we de paar appels die eraan zullen groeien dan tenminste ook zullen kunnen plukken? Toegegeven, het is absoluut niet zo mooi, en er hangt ook een maatschappelijke afkeuring boven, alsof je door het kiezen van laagstam per definitie een artistieke nul bent. Maar artistieke nul of niet, wij willen graag fruit van onze boompjes, en dus bestelden we, in overleg met de snel bijgedraaide kweker van De Bock, een hele rits bomen naar de smaak van mevrouw onderdeappelboom (vroege en late soorten), de nostalgie van meneer onderdeappelboom (hou je vast) en de goedkeuring van meneer De Bock (die er de sterkste soorten voor ons uitkoos). Zullen dit weekend worden geplant:

– Een walnoot parisienne (de enige hoogstam, met een noot die iets groter is dan de klassieke okkernoot)

– Appels: een oogstappel (vroeg) en een Essing (sappig appeltje uit de Vlaamse Ardennen, ideaal voor taarten, appelmoes, enz.) We hebben overigens ook al een Gloster (knapperige eetappel) en een reinette de ch^enée in onze tuin)

– Mispel, omdat mevrouw onderdeappelboom de bloei daarvan zo mooi vindt

– Kersen: een gele Sp¨¨ate Knorpelkirsche (is pas eind juli rijp, en door de gele kleur laten de vogels ze hangen) (we hebben ook al een kers Hedelfinger in de tuin)

– Krieken: mevrouw onderdeappelboom wou morellen, voor confituur en sausjes, maar meneer De Bock raadde ons Pater Stefaan aan, genoemd naar een pater uit de abdij van Affligem die deze extra sterke variant van de kriek ontdekte.

– Pruimen: een pruim Opal (blauw) en een Reine Claude D’Ouillins (geel). Daarnaast vroeg meneer onderdeappelboom aan mevrouw onderdeappelboom of ze bij De Bock zou durven vragen of ze toevallig wisten wat de echte naam is van de pruimen die ze in de Druivenstreek ‘blauwe paterskloten’ noemen. Dat durfde mevrouw onderdeappelboom, en meneer De Bock antwoordde zonder veel verpinken dat dat een ‘Belle de Louvain’ zou moeten zijn, die in de Vlaamse Ardennen blijkbaar ‘hengstekloten’ wordt genoemd. Van paters naar hengsten, ik zeg niets… Maar deze soort hebben we dus ook gekocht.

– Perzik: Fertile de Septembre. Mooie naam. Goede perzik.

– Peer: een conference omdat mevrouw onderdeappelboom die lekker vindt, en een Comtesse de Paris als bewaarpeer.

En nu we toch bezig waren, namen we ook nog wat extra bessenstruikjes mee:

– jostabes

-trosbes Blanka

– trosbes Rolan

– trosbes Zitavia

-zomerframboos Golden Everest

-zomerframboos Glen Clova

– Japanse wijnbes (3 stuks)

– Myrtille (2)

– rode bosbes

Hoe we het gras tussen de bomen van het toekomstige boomgaardje gaan kort houden, weten we nog niet. Kippen? Cavia’s? Een bloemenweide en een zeis? We zien wel. De bomen en de opbrengst ervan zullen we sowieso hebben. En zeggen dat diepvries en berging nu al te klein zijn…

Read Full Post »

Zaadjes uitwisselen

Een goed idee van collega-blogster ‘huis-met-tuin’. Doe vooral mee! Hier!

Read Full Post »

De vader en de jongste zoon.

Ze zitten samen op de bank in de woonkamer.

Nog maar enkele ogenblikken geleden heeft de moeder haar jongste zoon daar in een zeldzaam moment van hormonale kortsluiting neergeplant. “Hier”, zei ze. “Pak jij hem nu maar! En geef mij eens 5 minuten voor mezelf!” En met die woorden kreeg de vader de baby in de armen gedrukt, terwijl hij nog net de tegenwoordigheid van geest had om zijn hooglijk verbaasde blik in een air van berusting om te zetten. De ontvlambaarheid stond vermoedelijk in de ogen van de moeder te lezen.

De moeder wist wel dat het de vader moeite kostte om de baby lang op de arm te houden. Dat er torens van kussens nodig zouden zijn om zowel het kind als de ooit verkeerd geschoven wervels op hun plaats te houden en dat hij die kussens nu nauwelijks gestapeld zou krijgen, met de baby al op schoot geplant. Maar de moeder had het even gehad. Vijf minuten. Víjf minuutjes maar. Om even niet mama-van-de-baby-te-zijn. Om even de hersenen niet te hoeven splijten op de interpretatie van de baby: heeft hij honger? Zijn het krampjes? Is het vermoeidheid? Moet hij in bed/wieg/park/arm/te warm/te koud/ te groot/te klein?

In de luwte van de keuken ging ze zitten op een stoel. Daar had ze toch ook eens recht op, nee? En het zou wel lukken met die kussens. Zij slaagde er toch ook altijd in? Bovendien klonk er geen gehuil vanuit de woonkamer. En moet opvoeden eigenlijk meer zijn dan dat? Al dat interpreteren van de baby, dat lezen van zijn logboek vol voetnoten en annotaties, dat is misschien niet eens nodig? “Zit hij niet te scheef?” “Spannen zijn kousjes te veel?” “Zou zijn relax al op die hoogste stand mogen?” “Moet hij niet op zijn buikje liggen?” “Waarom zou hij zich zo overstrekken?”

Voor één keer zou de moeder er zich niet mee bezig houden. Me-time heet dat, tegenwoordig. En ok, nu dacht ze misschien wel meer aan de baby dan wanneer ze hem zelf op schoot had, maar ze was er nu tenminste toch eens niet zelf voor aan het zorgen, en dat is ontspannend. Toch?

De moeder leunde achterover en vertelde zichzelf te genieten. De vader deed dat prima, en de moeders mogen ook eens niets doen. Het was niet nodig even te gaan piepen. En het zou heus wel gelukt zijn, met die kussens.

Vaagweg meende ze hem te horen praten tegen het kind. Zie je nu wel? Dat was zelfs meer dan voor hem zorgen, datis samen genieten.

Na een kwartier kon ze de vader nog steeds zacht horen praten. Dat hield hij dan wel lang vol. Zelf had ze het na 5 minuten ‘koediekoedie’ en ‘abababa’ wel gehad. Hopelijk werd de baby daar dan toch niet te moe van. Hij zou het wel zien, toch, de tekenen van vermoeidheid? Want eens over dat punt van vermoeidheid heen, raakte het kind maar moeilijk in slaap. Had ze dat vooraf moeten zeggen? Maar hij kende zijn kind toch minstens even goed, nee? En het kleine lachje van het kind klonk zelfs tot in de keuken door. Dat ging daar dus perfect. Geen reden om zoveel aan hen te zitten denken en tijd om te genieten van het moment alleen. Kom op! Genieten nu!

Meer dan 20 minuten al. En de vader praatte zacht. En het kind liet behalve al lachend niets van zich horen. Misschien moest de moeder dan toch maar eens kijken? Ze zat hier nu toch al heel lang. Moest ze niet voor de baby zorgen? En wat had hij het kind toch allemaal te vertellen? Zou hij al sprookjes aan het vertellen zijn? Zou hij vertellen over flesjes en de onthaal mama? Zou hij net als de mama liedjes zingen of over zijn grote broer en zus vertellen? Over de patatjes die hij binnenkort mag eten? Of zou hij zo lang ‘koediekoedie’ kunnen zeggen?

De moeder besloot dan toch maar een argeloos in de woonkamer te passeren. Ze miste de baby onderhand ook wel een beetje. En zou hij wel goed zitten, zo geplant bij de vader op schoot?

In de woonkamer bleek de baby gestapeld te zijn op een toren van dekens en kussen, beentjes op schouderhoogte van de papa, oogjes verliefd in de zijne, tandeloos mondje breed lachend met een druppeltje weltevreden kwijl. “Zo”, zei de papa liefdevol tegen de blinkende oogjes van het kind.”Daarmee weet je alles wat er over atletiek te weten valt. Dan ga ik je nu de regels vertellen van het dubbelspel bij het vrouwentennis.”

Read Full Post »

Het prairiebordertje…

Ik ben er nog altijd zot van. Nochtans had ik daar nog nooit van gehoord toen ik het begon aan te leggen. We wilden gewoon wat kleur aan de horizon van onze tuin. Liefst geen statige border, maar eerder iets dat zou wuiven in de wind en meedeinen met het landschap. En hoog, want achter die planten zouden de bessenstruiken komen, en dat zou een soort van verdwaal-doolhof-tuintje voor de kinderen moeten worden. En zo kwam ik uit bij grassen. Die ik, omwille van de kleur, aanvulde met enkele bloemen. En dat bleek dus prairietuin te heten, zo leerde ik kort daarna. En van contentement om die ontdekking, gooide ik me onmiddellijk mee in de discussies hieromtrent.

Maar helaas: ik had me redelijk misrekend, want met de planten die ik had gekocht, kreeg ik nauwelijks 1/3de van de beoogde oppervlakte beplant. En bovendien was er een heel stuk dat voornamelijk in de schaduw ligt. Dat hoort normaal niet, bij een prairietuin, maar aangezien ik geen prairietuin beoog, maar gewoon een schoon stukje bloemen, is dat allemaal geen probleem. Alleen bleek ik allerminst thuis in schaduwplanten. En ik wou opnieuw dat frele van wuivend gras creëren, maar dan zonder grassen, want die groeien niet goed in de schaduw. Na even nadenken kwam ik uit op een basis van varens en epimedium of elfenkruid. Vooral dit laatste is een ragfijn, prachtig plantje dat, indien het wil aanpakken, voor een mooie, frele, lage groei en bloei zou moeten zorgen. En, bovendien: het is een uitdaging om mij weer eens aan de fotografie te wijden en er volgend jaar enkele mooie fotootjes van te (proberen) maken.

Verder kwam er nog wat digitalis bij (die deels hier, en deels bij de haag zal worden geplant) en nog wat zonminnende planten die meer in de lijn van een prairietuin liggen. En zo had ik weer een lijstje voor onze vrienden bij De Bock:

Schaduw:
Digitalis Purpurea Apricot 3
Digitalis Foxy 3
Digitalis Snow Thumble 3
Helleborus Roby Glow 2
Helleborus Pink Beauty 1
Helleborus Winter Moànbeam 2
Helleborus Foetidus 1
Helleborus Niger 2
Epimedium Pink elf 1
Epimedium Grandiflorum Lilafee1
Epimedium Pnnatum 2
Epemidium rubrum 1
Epimedium Warleyense 2
Milium Effusum Aureum 4
Athyricum niponicum Red Beauty 4
Drypteris filix-mas 2
Osmunda regalis 3
Zon:
Echinacea Fatal Attraction 1
Echinacea Coconut Lime 2
Echinacea Prairie Splendor 2
Agapanthus White 3
Rudbeckia Goldquelle 3
Eupatorium Masculatum Riesenschirm 1
Koeleria Glauca 2
Panicum Heavy Metal 2
Panicum Squaw 2
Pennisetum alopecuroides weserbergland 2
Alles is op tijd geplant geraakt, dus nu is het hoopvol wachten op volgende zomer! Alleen nog eventjes 6 maanden winter doorstaan eerst…

Read Full Post »

Over ons

Dochter onderdeappelboom besloot ons eens te tekenen. En daarom werd het stukje over ons een beetje aangepast:

“Over ons”

 

Read Full Post »

Troostweek

Zie, de maan schijnt door de bomen. Een prachtig heldere sikkel doorheen de al licht ontrafelde populieren tegen een zacht oranje avondhemel.

Is het omdat de avond iets langzamer lijkt te vallen dan de voorbije week? Zijn het die paar gele bladeren op het nochtans pas gemaaide gras? Die langpootmug tegen het livingraam en de leeggemaakte tuin (zetelbedkussens en tentjes terug naar binnen, ploeterbad schoongemaakt, glijbaan vrijgemaakt van alle attributen die het de afgelopen week afwisselend tot huis, school, boot of sprookesbos maakten)? Wat het ook zij, zo langzaamaan straalt de avond het toekomstige herfstweer uit en zouden we ook zonder weerbericht wel hebben aangevoeld dat de lange zomerweek erop zit. Maar wat een week!

We staken 350 bollen in de grond (nog 50 te gaan), maakten grote delen van de tuin schoon (planten uitspitten, splitten, delen en op andere plaatsen herplanten), legden de prairieborder verder aan (waarover later meer), aten 4 avonden na elkaar bbq (alle maiskolven verdwenen uitsluitend in gretige kindermondjes), hadden een zonovergoten doopfeest, vergaten het huis op te kuisen, wasten honderden machines was omdat het mooi weer was om te drogen, maar streken nog niets van dit alles omdat het te mooi weer is om te strijken (de berg is ondertussen 4 meter hoog, slik…), liepen helaas ook nachtenlang vele kilometertjes door het huis met een huilende baby die door de warmte niet kon slapen en snuiten nu met z’n allen vele zakdoeken vol omdat we te lang buiten bleven nadat het eigenlijk al vochtig was.

Maar wat een week! Lijf en leden zijn weer getroost met een zoet warm bad van zon. Ik denk dat we er nu toch beter zullen tegen kunnen, tegen die komende herfst met lage temperaturen. En trouwens, de kinderen vragen wanneer het nu eindelijk gaat sneeuwen. Ze willen met de slee weg…

Read Full Post »