Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2012

Proficiat

Proficiat aan mijn zus!
Proficiat aan Fotografie Ilse!

Advertenties

Read Full Post »

Antwoord

Antwoord aan de heer Goeminnne:

Geachte heer Goeminne,

Zondagavond ben ik heel gelukkig thuis gekomen na een fijne namiddag zingen in het goede gezelschap van de immer bescheiden en geëngageerde Frederik Sioen. Samen met de kinderen ging ik zingend naar bad en tijdens het beginnende onweer galmde nog de ‘now now now’ door het huis. Maar ik lees nu dat ik me vergist heb. Meer nog, ik ben belachelijk dom geweest, als ik u goed begrepen heb. Immers, samen met mijn mede-zingers ben ik blind in de holle geloofsartikelen van een gebiedende klimaatsmaffia getrapt. Zonder enige blijk van zelfdenkendheid hebben we met enkele drogbeelden voor ogen onze keel schor geschreeuwd voor een zondagnamiddagactiviteit die toch geen zoden aan de dijk zet. Waarna we op onze bakfiets naar huis gereden zijn.
Want dat weet u, dokter in de natuurkunde, dan blijkbaar. Dat wij allemaal bakfietsende tweeverdieners van rond de 30 jaar zijn. Na grondig onderzoek, veronderstel ik dan. Vanop afstand, want ter plaatse was u niet.
Verder leer ik ook nog dat mijn medemensen daar en ikzelve een perfect geregeld groen leven hebben (I wish) en dat wij niet kunnen lachen (proest). Ik kon mijn grinnik anders nauwelijks onderdrukken toen ik las dat u ons kwalijk neemt dat we voor eigen kerk preken. Alsof er ergens ter wereld mensen opkomen voor de goede of slechte zaak zonder dat ze overtuigd zijn dat er goede redenen zijn om deel te nemen aan de manifestatie in kwestie. Dat geldt voor stakingen, betogingen, stille marsen èn zingende opkomsten.
Dat u het over ‘overtuigden’ heeft, verbaast me dan weer niet. In het hele discours over klimaatsverandering gaat het altijd al over ‘believers’ en ‘non-believers’. Alsof alle foto’s over smeltende gletsjers gefaket zijn en de thermometers in de zeeën van onze planeet collectief besloten hebben foute waarden aan te geven. U moet zich dan ook niet persoonlijk aangevallen voelen door mijn tegenargumenten. Samen met u is een hele groep mensen actief die menen dat opkomen voor natuur en klimaat van een schrijnend gebrek aan intellectualiteit getuigt en er vooral honend moet worden gedaan over al wie natuurproblematiek bij een grotere groep mensen bekend wil maken. Nochtans moet u alleen maar eens het aantal vuilniszakken bij de wekelijkse ophaaldag tellen en het overschot nakijken dat in warenhuizen de container in gaat om te beseffen dat er ergens vaagweg iets ontspoord is.
Misschien zal het u ook verwonderen dat ik (en de andere aanwezigen eventueel met mij) allerminst denk dat mijn stembanden persoonlijk de atmosfeer gaan beïnvloeden of dat ik al zingend het waterpeil van onze oceanen zal doen zakken. Om het even te duiden in woordenschat die u misschien meer eigen is: het gaat hier niet over causaal verband. Eerder gaat het over een mentaliteit en een wijze van leven die niets te maken heeft met het vervoersmiddel waarmee je je langs Vlaamse wegen begeeft. Door aanwezig te zijn, met mijn kinderen, toon ik dat leven en opvoeden veel meer is weten en meten. Dat het de moeite is om je ergens belangeloos voor in te zetten. Dat engagement een waarde is om voor te gaan. En hadden de kranten en nieuwsberichten ook wat meer aandacht aan dit gebeuren gegeven, dan waren er misschien – hopelijk – nog heel wat meer mensen geweest die zich een beetje ongemakkelijk zouden voelen in hun zetel. Misschien zouden er zelfs politici zijn die ongemakkelijk beginnen schuiven en bedenken: “Als zoveel mensen de natuur de moeite waard vinden om op zondagnamiddag in de regen te gaan zingen, dan moeten we er misschien toch maar meer werk van maken.” Alleen had de pers er wel erg weinig aandacht voor. Tevergeefs nam mijn digirecorder alle nieuwsuitzendingen op en had ik deze morgen twee ontgoochelde kinderen bij het ontbijt. Want als er ergens honend mag over worden gedaan, dan toch het belachelijk groot aantal negatieve reacties op deze actie, zelden onderbouwd, meestal even bij het haar gegrepen als uw Dacia Duster-mens (ik heb het moeten opzoeken). En wat al al even belachelijk is: het buitengewone ontbreken van een klop op de schouder van Nic Balthazar en zijn medewerkers. Bij deze: dank voor uw enthousiasme en belangeloze inzet. Het helpt.

 

Read Full Post »

U zingt toch ook?

Schoon serreke op de achtergrond, trouwens 🙂

En ik wil ook zo’n zonen, die zo’n grandioze dingen doen als ze groot zijn 🙂

http://www.singfortheclimate.com/NL/default.aspx

Read Full Post »

Benieuwd hoe lang het gaat blijven duren. De aardbeien worden zeldzamer, maar de herfstframbozen en doornloze braambessen lijken nog maar pas aan hun zegetocht begonnen te zijn.

Na dit kwartiertje plukken werd het gespan al weer zwart. Ik gritste nog snel wat bloemen mee naar binnen.

Daarna brak de bui los. Hoewel het eigenlijk geen bui was. Meer alsof de wind waaide met regen.  En toen ook dat weer gedaan was, sprong ik recht uit mijn livingzetel en juichte naar het kleinste appeltje: “Kijk! De ijsvogel is terug!” En in hetzelfde ogenblik waarin ik rechtsprong hipte de groene specht verschrikt onder het livingraam vandaan, stopte halverwege om mij nog een misprijzende blik toe te werpen, en koerste het eekhoorntje zomaar recht naar het kuikenpark, bezorgde Ma Hen een knal van een beroerte, en trippelde toen onaangedaan het bloemenperk in. Heb je wel geteld? Een ijsvogel, een groene specht en een eekhoorntje (zelfs niet hét eekhoorntje van altijd, want het was kleiner en bleker), in zowat één seconde? Die hebben mijn vorig stukje gelezen zeker?

PS Ja, ik mankeer een statiefke. Of ik had op een stoel moeten staan ipv op mijn wankele tenen voor die bessen…

Read Full Post »

Er werd behoorlijk weinig geblogd, de laatste tijd. Maar in die zinderende zomerdagen was het wereldwijde web natuurlijk het laatste waar we aan dachten. Waarom zou je trouwens de wereld willen als je een tuin hebt vol zon? Dus keken we naar wolken en rolden in het gras. Roosterden we maïs op de bbq en plukten braambessen, aardbeien en herfstframbozen. Als eekhoorns rolden we het voedsel van moestuin naar huis, waar het een lieve lust werd van confituren, geleien, soep en tomatensauzen waarover de nu tot de nok gevulde diepvries nog steeds ontstemd staat te kreunen. In de tuin? Daar werkten we niet. Alle bloemen zijn voldoende groot geworden om de blote grond te bedekken, en de groenten zijn nu in de heerlijke fase waarin ze eindelijk vrucht dragen zonder werk te vragen. Laissez faire; laissez passer.

Natuurlijk was het zo mooi niet allemaal. In de eerste schoolweek werden al meteen twee kinderen ziek en zegde de oppas af.  We zaten vast in vergaderingen, reden ons klem in files, moesten onverwacht naar het kabinet, hadden een heleboel in het vakantiegevoel vergeten rekeningen te betalen, haalden frieten omdat ons weekmenu niet klopte, zaten zonder benzine net toen we ook zonder bankkaart zaten, planden een hele dag verkeerd en vergaten bijna de kleuterdans. Maar we hadden wèl een poetsvrouw. Eerlijk is eerlijk 🙂

En dan is het al snel weer zo ver. Dan slaan meneer en mevrouw onderdeappelboom aan het filosoferen. Over het leven. En de tuin. Over dat leven zijn we nog niet rond, met nadenken, maar de tuinfilosofie krijgt vorm. Ernstig vorm. Beperkt vorm ook. Maar steeds arbeidsarmer vorm. Het begon ons pas goed te dagen tijdens onze Dordogne-reis. De tuin bij de gite waar we verbleven was aangelegd door een Gentse tuinarchitecte, maar was al een jaar of tien naar eigen goeddunken aan het gedijen in de Franse bodem, bochten nemend waar hij zin in had, weelderig tierend in geval van tevredenheid, stug zwijgend indien verkeerd geplant. En zo was het perfect. De vijgenboom boog je toe op de oprit, de ginko overschaduwde het centrale grasveld, en diverse pruimelaars droegen vrucht aan de rand van het domein (wie o wie kan me trouwens de naam geven van een sierpruim met rood blad in treurvorm?). Er was een frambozenhaag, er groeide klimop en bamboe, en behalve wat lelies, hibiscus, rozen en guldenroede waren er eigenlijk bijna geen bloemen. Maar er was ook bijna ook geen werk. En desondanks veel genot. Waar waren wij dan eigenlijk mee bezig, met al dat werk-en-morele-tuinverplichtingengedoe-in-ons-hectisch-bestaan-zonder-ouders-in-de-buurt?

Bij thuiskomst werd driftig in eigen tuin gespot. Nog diezelfde nacht van thuiskomst gingen we de tuin in, net zoals we ons de nacht voor vertrek in Frankrijk vergaapt hadden aan de sterrenhemel. Opvallend minder sterren thuis, ondanks ons afgelegen bestaan in de Vlaamse Ardennen, maar wel globale structuren waar we gelukkig mee waren. We gingen er driftig door heen. Kippen waar de moestuin is, extra bessen in het bessenpark, een frambozenhaag bij het kinderhuisje, een pruimenboom naast de oprit, een tuinkamertje ergens, een zitbank erbij, maar niets dat nog intensief werk vraagt. Bloemen mochten blijven, en wel in weelderige aantallen. Met de juiste keuze van sterke, vaste planten, kan je je beperken tot eens in de maand enkele uurtjes onkruid wieden. We tekenden met onze hand hier een metertje bij, daar een stukje vanaf, aten in gedachten al een stuk rabarbertaart op de nog onbestaande picknicktafel. We knikten. En knikkebolden. Tijd voor bed, en een nachtje slapen, maar niet ‘er een nachtje over slapen’ want ons besluit stond vast.

De volgende ochtend vertelde ik meneer onderdeappelboom over de Paola-werkjes.  Misschien weet u wel dat de koningin een groot liefhebster van tuinen is. Meer nog, ze kent er ook iets van, aldus mijn tante-tuindame die de toen-nog-prinses Paola regelmatig op bezoek kreeg in haar tuin. Maar achter haar rug gniffelden we om haar prachtig verzorgde handen, die niet van al te veel arbeid getuigden. Tante-tuindame wond er ook geen doekjes om: ‘Maak je geen illusies. Meer dan rondwandelen in de tuin met een prachtig rieten plukmand en een (door een lakei) perfect geoliede snoeischaar om de rozen te snoeien doet ze uiteraard niet.’ En zo ontstond de uitdrukking ‘paola-werkjes’.  Nog altijd, als ik zo rond eind juli de planten terugknip voor de tweede bloei, voel ik me een halve Paola zoals ik daar proper sta te wezen in mijn tuinwerk. Wat minder koninklijk, ok. Maar minder nors ook, gelukkig 🙂

De kinderen zijn ondertussen deelgenoot gemaakt van de plannen. Minder tijd in de tuin, en meer tijd voor hen. Wat ze daar van dachten? Dat vonden ze fantastisch natuurlijk! Op voorwaarde dat de tomaten niet weggingen. En de aardbeien. En de erwtjes. En de bloemen. En de kippen, de eenden, de vijver, de borders, de bomen, de schommel, de tuin.

Ik geloof dat we nog even gaan nadenken 🙂

Read Full Post »

Opbodpolitiek

‘O, ik zie dat hij stapt?’

‘Ja, het begint te lukken.’

‘Stapt hij nu nog maar?’

Euh… ‘Ja, sinds een paar weken’.

‘O, ons Marie stapte al toen ze 11 maanden was. Je had dat moeten zien!’

**

Zoon onderdeappelboom: ‘Wij zijn vandaag tot in Brakel gefietst!’

Kennis ‘O, dat is goed. En hoe oud ben je?’

Zoon: ‘5’.

Kennis tegen mevrouw onderdappelboom: ‘Onze Bram die fietste al toen hij 3 was! Echt waar,  je zette die op een fiets, je zei start, en hij was weg. Echt altijd heel snel geweest ook met motoriek. Een echte sporter!’

* *

‘Ze tekent wel goed hé?’

‘Gho, ja, de juf zei toch eens zoiets.’

‘Neenee, ik zie het, ze doet dat goed. Maar je zou onze zoon moeten zien. Die is nog maar 4 en die tekent al hele sportwagens met stuur en antenne en pitstop en alles. Allé, nu niet dat ik daar iets mee wil zeggen hé.’

*

*

Kan iemand hen een klap verkopen, die opboddraken?

Read Full Post »