Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2013

Ondertussen schurkt de kilte zich onvermoeid tegen de gevel aan om de haren in onze nek rechtop te strijken en de blote huid van onze enkels in haar vochtige greep te houden.

Om zich te verweven met onze levens zoals wij hier nu staan, ikzelf bij het venster, en Wouter, achter me, bij het fornuis en zijn dagelijkse orde van boterhammen, koffie en fruit.

In zijn onvermogen om mijn leven naar een structuur te modelleren, houdt hij steeds driftiger aan het ritme van de ochtend vast. Onvermoeibaar perst hij dagelijks de roze pompelmoezen lam, jaagt de geur van verse koffie door het huis en dwingt ons leven in de goede banen die tussen het vaste patroon van borden en kopjes op tafel verschijnen.

“Kom je?” vraagt hij blij, maar in het schrapen van zijn keel hoor ik zijn ongemak om mijn zwijgen.

“Er is vers rozijnenbrood, dat rooster je graag.” En hij glimlacht terwijl ik hem voel schrikken om het immense lawaai dat zelfs het openen van een botervlootje in de stilte van de morgen schijnt te zijn.

De kilte in ons huis eet mee aan ons ontbijt.

“Kom je?” vraagt hij weer. En ik zeg “ja, ik kom”, maar blijf hier staan.

Mijn ogen lopen vast in het glas. De mist kijkt bij me binnen.

“Rozijnenbrood, dat rooster je graag.” Elke gewoonte, elke voorkeur die ik had, wordt door Wouter voor me opgediept en liefdevol om mijn schouders gehangen tot ik weer ben aangekleed tot de vrouw die ik was. Met het gewicht van deze verloren eigenschappen om mijn lijf zal ik volgens hem weer buiten kunnen gaan en het ritme van mijn leven hervinden.

Maar terwijl Wouter vooruit gaat, probeer ik alleen maar vast te houden. De overvloed van een verleden in een veelvoud van beelden te vangen. Maar hoe precies ik ook probeer de trekken van een gezicht te zien, ik krijg alleen een kort zicht, als het perkament dat uiteenvalt wanneer het in het licht wordt gebracht.

Het aangezicht van de mensen die ik liefheb, wordt van alle beelden nog het meest belaagd. Ogen krijg ik niet meer voor de geest gehaald, lijnen van lippen vervagen. Er is geen fotografie van de herinnering, geen album van in plaatjes vastgelopen ogenblikken dat ik naar hartenlust kan openen. Er zijn alleen maar vage beelden die kraken als de verkreukelde foto’s die uit de was worden opgediept en na het drogen wanhopig platgestreken worden. De scherpe lijnen laten los. Ogen en schouders vallen in dikke korrels van het blad. De fotografie van mijn herinneren is vooral de vergeten fotografie van het oude perkament dat voor je ogen verdwijnt van zodra je de flits opzet.

Nu mijn beelden vervagen, zijn de woorden wat rest. Als de frasen van een onhoudbare melodie zitten ze elke gedachte op de hielen, hakken ze op al mijn herinneringen in.

“Zuster Anna, ziet ge ze nog niet komen?”

Ik zou willen vasthouden, hoe ze daar zat. Hoe ze heel even vanonder haar wimpers naar me keek en haar glimlach in het zachte dons op haar wangen bleef hangen. Maar haar gezicht glipt door mijn vingers heen en al wat rest is de klank van haar stem.

“Zuster Anna, ziet ge ze nog niet komen?”

In hun vaste patroon van regelmaat en liefde zijn haar woorden ternauwernood ontkomen aan de wrede erosie die zich in mijn herinnering heeft vastgezet.

“Anna, ik heb koffie voor je geschonken.”

Advertenties

Read Full Post »

De eerste deelreportage van Koppen gisteren stelde een nijpend probleem aan de kaak: de nood aan kinderopvang, bij tweeverdieners in het bijzonder, maar bij jonge ouders in het algemeen. Fijn dat dit wordt getoond.

Merkwaardigerwijs, echter, zag Koppen een noodzakelijk en oorzakelijk verband tussen de stijgende pensioenleeftijd in ons land, en de toenemende nood aan opvang. Dat grootouders kinderen opvangen, was blijkbaar een premisse die niet moet worden betwijfeld. En tweede schijnbare premisse: als die grootouders de kinderen niet meer kunnen opvangen omdat ze zelf nog aan het werk zijn, dan moeten we andere opvang creëren.

Maar is die opvang door grootouders wel zo vanzelfsprekend? Niet weinig grootouders zijn vragende partij om hun kleinkinderen op te vangen. Toch geldt dit niet voor alle grootouders. Sommigen zijn moe. Anderen hadden misschien op een andere manier van hun pensioen willen genieten. Nog weer anderen wonen te ver, zijn misschien te oud, zijn om andere redenen niet aanwezig. En geheel en al persoonlijk kan ik mij ook niet voorstellen dat wanneer ik op mijn 65ste de ratrace van werk, carrière, opvoeding en hobby’s eindelijk overleefd zal hebben (op al deze vlakken is excelleren het codewoord), dat ik dan zal juichen wanneer mijn kinderen mij vragen: ‘Ma, pa, kunnen jullie vanaf nu de jongste op maandag naar de crèche brengen, de oudste op dinsdag en donderdag ophalen op school, hen op woensdag naar tekenles brengen, opvangen tijdens de pedagogische studiedagen, hen een week bij je thuis nemen met Pasen en liefst ook toch meerdere dagen in het groot verlof, en o ja, vanzelfsprekend ook in nood als ze ziek zijn bijvoorbeeld?”. Ik vrees dat een diepe zucht en enig rologen hun deel zal zijn. En waarom zou dat onterecht zijn? Mag een maatschappij die door de structuren van haar systeem (schooluren zijn niet afgestemd op werkuren, de verlofdagen van scholen overstijgen aanzienlijk die van het werkleven, enz.) de noodzaak aan kinderopvang creëert ervan uitgaan dat de mensen die reeds 40 jaar hebben bijgedragen tot het systeem, nu ook nog eens het gat van die kinderopvang gaan vullen?

Wat me tot de tweede premisse brengt: als ouders meer moeten werken dan hun kind op school is of in de opvang, waarom wordt dan alleen het aspect opvang onder de loep genomen? Misschien is het toch ook mogelijk om eens na te denken over de redenen van die noodzaak tot opvang. En misschien kan er dan eens worden nagedacht over ‘anders’ werken, in plaats van meer of minder. De 40-uren week bijvoorbeeld, schijnt onwrikbaar over 5 werkdagen te moeten worden gespreid. Stel dat er een mogelijkheid bestaat om die 40 uren over 4 dagen te spreiden, dan hebben beide partners elk één vrije dag per week waarin het kind niet naar de creche moet. Of, misschien haalbaarder voor schoolgaande jeugd, het omgekeerde: laat ouders hun vier-vijfde week over 5 dagen spreiden. Hier en daar bestaat deze optie ‘schoolurenweek’ al, maar het is zeker geen standaard mogelijkheid van het systeem. En precies het feit dat het geen standaard is, maakt dat kiezen voor een 4/5de job voor vrouwen een beetje, maar voor mannen vooral als een zelfgerichte kaakslag wordt gezien. Als het moedwillig kiezen voor het einde van een carrière. Terwijl niet alleen de mensen die willen stijgen op de werkladder opvangproblemen hebben. Ook wie een standaard kantoorjob heeft zonder wens tot opklimmen, of wie in een ploegensysteem werkt, in de zorgsector, enz. moet goochelen met schooluren, sluitingsdagen van opvang èn – bovenal, maar niet genoemd – zijn persoonlijk geluk. Want al geeft zo’n job en de zelfontplooiing die ermee gepaard gaat inderdaad bijzonder veel voldoening, het feit dat je kind eeuwig gedoemd is tot voor- en naschoolse opvang (al dan niet door oma en opa) stemt, zeker in de eerste jaren, maar zelden tot tevredenheid. Bij dit alles hebben we het dan nog niet eens over de kosten gehad (ook na terugbetaling via de belastingen voor veel gezinnen een zware dobber) en de moeilijkheden voor opvangouders zelf (hun statuut, hun verloning, enz.).

Een lezersreactie is te beperkt om alle nuances op te vangen. En het aanbieden van meer flexibiliteit in de spreiding van de uren waarop je presteert voor je werkgever (thuiswerk en telewerk heb ik nog niet eens genoemd) is evenmin in alle het juiste antwoord op de vraag. Maar het zou al te gek zijn om niet minsten de paar mogelijkheden tot verbetering die er zijn niet onder de loep te nemen en kinderen nog meer en langer in de opvang te dwingen, als was het vanzelfsprekend.

Read Full Post »

Dag en nacht verschil

 

DSC_0076

 

Zonnebloem.

DSC_0071

Zonnondergangbloem.

 

Of ook: dat de herfst lelijk met de deur in huis gevallen is.

 

Read Full Post »

En jawel, de tuin

En met de tuin, zeer goed, danku. Een half jaar geleden zag die er nog zo uit:

DSC_0034En (op vraag van zij die toen om een zomerfoto vroegen), vandaag is dat zo:

DSC_0098Eigenlijk nog steeds angstwekkend leeg, terwijl er in werkelijkheid toch heel wat natuurlijks gebeurt daar beneden.

Meer in detail herkennen we bijvoorbeeld een border

DSC_0003Eigenlijk twee borders

DSC_0002

Drie borders, zo je wil…DSC_0043

Of vijf, om precies te zijn.DSC_0010

O nee, da’s juist ook: zes:DSC_0050

Hoewel vanop de foto bovenaan er enorme graspartijen lijken te zijn, valt dat vanop de begane grond best mee. Men merke op de foto hieronder mijn zonnebloemenexperiment op. Tijdens een zonnige voorjaarsdag kon ik het niet laten wat gras weg te plaggen om een dwarsdoorsnede op de border te maken. “Out of the box-denken, dat kan ik appreciëren”, zei meneer onderdeappelboom peinzend. “Maar zo out-of-the-border-denken,….”DSC_0052

Er is uiteraard ook een schommel, al mag ik het circus/podium van hun dagelijkse show zo niet noemen.DSC_0067

Voor die gelegenheid wordt het gras ook driftig versierd…

DSC_0068

En dan zijn er nog de grassen rond het bessenpark, waarover ik nog steeds schaamteloos tevreden ben en waarvan de schijnbaar overbelichte foto’s pas goed het lichtspel tonen waarvan wij elke mooie avond van eind augustus tot eind oktober kunnen genieten. DSC_0092

DSC_0093

We hebben ook groenten, op enigszins onverwachte plaatsen

DSC_0048

En op meer georganiseerde plekken…DSC_0014

En uit dat bessenpark stroomt het heerlijks nog altijd toe. DSC_0036

Ondanks het feit dat de kinderen de halve tuin leeggeroofd hadden om het gras te versieren, kon ik gelukkig toch nog een boeketje plukken om ons vaasje van de Franse rommelmarkt op te vullen.DSC_0021

Waarna de drie kleine appeltjes besloten hetzelfde te doen…DSC_0023

Read Full Post »