Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2014

Wanneer we samen naar Brussel treinen, plachten mevrouw Buikberg en ik wel eens onze moestuinoogst te vergelijken. De conclusies daarvan zijn simpel: Ik ben altijd eerst. En zij hebben altijd meer.

Dit jaar zeg ik er telkens bij: “Ik weet dat het niet waarschijnlijk is, maar ik heb toch de indruk dat wij veel meer oogst hebben met die verhoogde bakken dan vroeger, gewoon op de grond.” En ik zeg er dan bij: “Ik ga dat toch eens bijhouden en er eens een stukje over bloggen.”. Dat bloggen kwam er natuurlijk niet van, en dat bijhouden ook niet al te precies. Maar toch wil ik voor de geïnteresseerde amateur op basis van de ruwe schattingen van mijn versleten olifantengeheugen eens op een rijtje zetten wat er precies inging, en hoeveel eruit kwam.

1. AANLEG VAN DE VERHOOGDE MOESTUIN

– We kozen voor 6 bedden van 1,20 op 2 m. Telkens twee latten hoog (ongeveer 40-50 cm).

– In totaal ging er ongeveer 6 m³ teelaarde in (die erg slecht bleek), en een heleboel kruiwagens compost van onze vaste leverancier (Van Gansewinkel).

– In totaal dus  14.4 m² moestuin, zonder de plaats voor courgetten, pompoenen en tomaten.

DSC_1270[1]

– Want: pompoenen en courgetten gingen in de schorsvlakte naast de moestuin, en de tomaten in een bak met het overschot van aarde, zonder compost.

– Ook aardbeien reken ik hier niet bij. Die kregen een vaste standplaats in ruwbouwstenen.

DSC_1275[1]

2. ZAAI EN AANPLANT, eerste lichting (maart- begin april)

– Wortelgewassen: rondomrond uitjes. Twee rijtjes sjalotten. Eén rij pastinaak. Drie rijen wortels (gele en oranje). Extra gezaaide sjalotjes. Twee rijtjes venkel.

– Vruchtgewassen: Maïs. 12 stuks.

– Bladgewassen: twee rijtjes spinazie, wat soorten sla, en veel rijen radijzen, om de één à twee weken geoogst en terug aangevuld.

– Koolgewassen:  Drie rijen rode biet. Eén rij veelkleurige snijbiet.  Rucola.

– Peulgewassen: Rijtje peultjes, rijtje erwtjes. Nog wat sla en radijsjes.

– Aardappelen. 6 rode en 6 gewone pootaardappeltjes.

DSC_1351[1]DSC_1344[1]

3. ZAAI EN AANPLANT, tweede lichting (zo omtrent 15 mei)

– Wortelgewassen: nog twee rijtjes wortels. Sjalotjes opnieuw proberen zaaien.

– Vruchtgewassen: klimbonen en één pompoenplant toegevoegd (de drie zusters) en 3 tomatenplanten die ik teveel had.

DSC_0539[1]

– Bladgewassen: andere sla, nog eens spinazie, veel radijzen, ergens ook selder geloof ik, enz.

– Koolgewassen: Uitplant van de voorgezaaide brocoli en bloemkoolplantjes. Van elk 4. Nog een rijtje rode biet erbij. Tweede keer rucola want de eerste keer leek verdwenen.

– Peulgewassen: bonen gezaaid. Nog peultjes proberen bijzaaien omdat de vorige het niet goed deden. De erwten ook niet eigenlijk. En ook hier verder nog sla en radijzen.

– Aardappelen: één keer ophogen en de afrikaantjes water geven 🙂

– Buiten de bakken: uitplant (na zelf zaaien) van 4 komkommerplanten, 3 pompoenplanten en 3 courgettes. Twee weken later alles opgegeten door de eekhoorn, en dan opnieuw 4 komkommers, 2 pompoenen en 2 courgettes uitgeplant. Nieuw eekhoornbanket. Alleen één komkommer, één courgette en één pompoen overleefden het. Dan maar nog 2 courgetteplanten bijgekocht in den boerenbond. Van dan af blezen ze in leven.

– In de tomatenbak: een tiental soorten tomaatjes, vooraf in huis opgekweekt.

DSC_0402[1]

DSC_0405[1]

4. ALLERLAATSTE ZAAI EN AANPLANT (1 juli, en zelfs nog op 1 augustus, maar alles kleine hoeveelheden)

– Wortelgewassen: niets meer

– Vruchtgewassen: niets meer

– Bladgewassen: knolselder gezet (foute plek wellicht), nieuwe spinazie en sla

– Koolgewassen: Bloemkolen verwijderd, broccolis maken nieuwe stronken aan en worden groot.

DSC_0709

– Peulgewassen: extra bonen gezaaid, nog wat worteltjes gezaaid.

– Aardappelen: allemaal geoogst. Op die plaats enkele rode kolen, bloemkooltjes en witloofplantjes vanuit de boerenbond geplant (ook foute plek, maar het was haast haast voor we een maand op reis vertrokken).

DSC_0536[1]

5. DE OOGST

DSC_0964

– Wortelgewassen: twee maanden uien uit eigen tuin gegeten, de hele zomer lang overal sjalotten bij, 5 grote porties wortels in de diepvries en ook zo’n 5-6 keer ruime portie verse wortelen gegeten. Van de pastinaak en de laatste wortelen een voorraad pastinaak-wortelsoep gemaakt (de lekkerste soep ter wereld, met wat rozemarijn, en veel verse dragon uit de tuin, en een ruime draai aan de pepermolen), en de rest van de pastinaak in zes te grote porties in de diepvries. Gezaaide sjalotjes: geen oogst. Venkel: een paar ovenschotels en wat venkelsoep. Regelmatig ook wat wortels en uien weggegeven.

DSC_0969

– Vruchtgewassen: een zestal lekkere maïsstronken, maar net op oogsttijd begon het te regenen en de 8 andere die we lieten hangen voor een volgende keer beschimmelden jammer genoeg. Klimbonen: veel geklim, weinig boon. Een halve portie dus misschien. de pompoenplant: 20 butternuts, waarvan 8 grote en 2 kleinere oogstbaar, de rest te groen of te klein. Tomatenplanen: de ziekte.

DSC_0963

– Bladgewassen: sla à volonté, veel uitgedeeld, nooit tekort gehad. Radijsjes zoveel als we wilden en ook nog uitgedeeld. Een keer op 4 spinazie gegeten, een portie of 6 de diepvries in. De knolselders zullen kleine knolletjes zijn, maar zullen oogstbaar zijn.

DSC_0543[1]

– Koolgewassen: 4 perfecte bloemkolen. Eindeloze hoeveelheden perfecte rode biet. Al 10 keer snijbietquiche gemaakt (onze voorkeurversie met weinig room en maar twee eitjes) en evenzoveel ingevroren (eigenlijk het enige dat ik met snijbiet maak, omdat het samen met okkernoten zo heerlijk is). En de broccoli, daar bleek de tip uit het boek van Madame Zsazsa goud waard: dat maakt inderdaad telkens opnieuw broccoli aan. Kleintjes weliswaar, maar je blijft gewoon oogsten. We hebben van juni tot nu zeker twee keer per maand broccoli gegeten. Enkele keren ook rucola gegeten, maar dan doorgeschoten en nieuwe vergeten zaaien.

– Peulgewassen: we hebben erwtjes en peultjes gegeten, maar het was helemaal geen mega-oogst; de planten wilden niet goed groeien. De boontjes waren wel talrijk, en in diverse kleuren en smaken. Laat ons zeggen toch zeker 10 porties, en er zitten er nog wat aan te komen.

DSC_0638[1]

– Aardappelen: Ik heb ze niet gewogen, maar aan elke plant kwamen toch zeker 8 patatten, goed voor toch zeker 2 kg, denk ik. Dat maakt 24 kg patatten, als ik juist inschat. ondertussen aten we ook al drie bloemkooltjes van dit bed, en zijn 2 van de vier rode kolen mooi dik aan het worden. De andere twee willen niet zo goed kroppen. De witloofplantjes moeten we nu oogsten en binnenkort inkuilen.

– Courgetteplanten: gemiddeld 30 courgetten per plant. ECHT WAAR. Maal drie dus… we hebben er véél weggegeven 🙂 En meneer onderdeappelboom heeft al echt elke woensdag een nieuw recept bedacht met courgette. De dochter kijkt nu op woensdag naar haar bord, zwijgt, en vraagt vervolgens ernstig:’Papa, hoe lang groeien courgetten?’. Nochtans, al veel lekkers gegeten!

– Komkommerplanten: zo’n 40 kleine komkommertjes (in open lucht dus).

– De andere pompoenplant: helemaal niks.

– De tomaten: allemaal de ziekte gekregen, maar toch een zomer en nazomer lang tomaten gegeten, tomatensoep gemaakt, in spaghetti gedraaid, weggegeven, enz.

DSC_0968

En dus vind ik dat veel oogst voor toch een kleine moestuin. Het weer zat erg mee natuurlijk, dat ontken ik niet. Maar toch een schijnbaar grotere opbrengst dan dezelfde oppervlakte plat op de grond. Misschien omdat je meer tot op de rand zaait? Of toch omdat de doorlaatbaarheid en luchtigheid van de grond beter is?

DSC_0555

Misschien denk je dat we nu gaan uitbreiden, maar dat is niet het geval. Eigen oogst vraagt toch meer werk aan schoonmaken dan wat je in de winkel koopt, en bovendien is het vaak op hetzelfde moment klaar, waardoor je dan plots een doos vol met aarde beplakte oogst in de keuken hebt die je maar moet zien te verwerken. We hebben sinds juni elk weekend uit eigen tuin gegeten en sinds half augustus erg druk geweest met het verwerken van al die oogst. Meer tijd hebben we niet, en dus is het goed zoals het is. We hadden uiteindelijk ook nog de bessen, waar we dit jaar echt vele tientallen kilo’s richting huis en diepvries droegen. En ik had genoeg om regelmatig eens een pakketje oogst te maken voor vrienden en (vooral) de ouders van mevrouw onderdeappelboom, ter vervanging van de klassieke fles wijn. En dat weggeven, dat doen we nog het liefst van al.

DSC_0942

Advertenties

Read Full Post »

Zondag viel ons kleinste appeltje op zijn poep (zijn achterwerk, voor de Nederlanders onder u). Van een trapje. Op de boord van een volgend trapje. Van steen.

Hij brulde het huis bij elkaar, en dat doet hij normaal niet als hij valt. Vele momenten van troost later was er nog steeds af en toe een nasnik. Hij wandelde en zat weer, maar het was duidelijk dat hij zich wel heel erg bezeerd had, en de hele dag lang liep hij zielig met zijn handje op zijn poep rond en kwam hij regelmatig een beetje treuren dat het pijn deed.

Op maandagmorgen was hij weer behoorlijk ok. Geen redenen zichtbaar om naar ziekenhuis of dokter te rijden. En ’s avonds holde hij alweer over de speelplaats en kwam hij zelf vertellen dat het maar een heel klein beetje meer pijn deed. Oef.

Op dinsdagavond hebben de oudste onderdeappelboompjes zwemles. Het kleinste appeltje brengt ze samen met meneer of mevrouw onderdeappelboom naar de les, en sleurt dan de ouder in kwestie gedecideerd naar het speelpleintje ernaast waar hij netjes een parcours uitstippelt waarbij hij elk speeltuig één keer uitprobeert. Gisteren besloot hij met de schommel te beginnen. En viel er prompt af. Op zijn poep…

Mijn pogingen om zijn gebrul te troosten (aaike, knuffeltje) of af te leiden (kijk, nog een glijbaan! Kom, we gaan naar de eendjes. Of nee, kastanjes rapen!) mislukten behoorlijk, waardoor ik overging tot fase 3: omkopen. ‘Weet je wat,’ zei ik, ‘we gaan in de cafetaria een chocomelkje drinken tot broer en zus klaar zijn met zwemmen.’ ‘Ja,’ snikte hij. ‘Maar dan wel een fristi.’

Met mijn opgebeurd kind zat ik verwachtingsvol aan het tafeltje, vouwde de drankenkaart open, en bedacht dan plots dat ik geen geld bij had. ‘Jammer,’ zei de uitbater. ‘maar we hebben geen bankcontact.’ Waarop mijn opgebeurd kind uiteraard in nieuw snikken uitbarste. Nu begrijp ik natuurlijk dat een cafetaria-uitbater niet zomaar gratis drank kan uitdelen, maar anderzijds: op dat uur is er alleen zwemles; het zwembad is verder gesloten. Alle ouders in de cafetaria zijn dus ouders van kinderen van de zwemclub. En met z’n allen zitten of passeren we daar elke week. Het zou niet zo moeilijk geweest zijn om die huilende peuter te troosten met een drankje en ervan uit te gaan dat ik daar volgende week (zoals elke week) opnieuw zou passeren, mèt geld. Maar niet dus. In plaats daarvan nam ik een snotterende zielepoot op mijn arm terug mee de cafetaria uit, waarna we het komend half uur doorkwamen met tien keer de lift op en af te nemen, en te kijken naar andere sportclubs in de daarrond liggende zalen.

Vandaag was woensdag, en op woensdag heeft de oudste zoon onderdeappelboom badminton in de sportzaal bij het zwembad, en dus ook bij diezelfde cafetaria. Terwijl hij badmintont, ga ik lopen.  Na mijn toertjes in het park, wacht ik hem op bij de zaal met een drankje in mijn hand. Bij het buitenkomen uit de zaal, zegt hij ‘hoi’ en gritst het drankje uit mijn hand. ‘Was het tof?’ vraag ik. ‘Ja’ zegt hij dan. ‘Ben jij weer gaan lopen?’ ‘Ja’, zeg ik. ‘Lekker drankje’, zegt hij dan.

Soms zegt hij ook wel meer. Vorige week bijvoorbeeld, zei hij ‘ja, het was tof, ze houden geen rekening meer met me.’ Dat is belangrijk, voor een 7-jarige. Rekening houden doe je met kleine ukkepukjes waarmee je voorzichtig moet zijn. Pluimen naast je tegen de grond zien kwakken terwijl een grote knaap aan de andere kant van het net staat te grijnzen en je leraar tegen je roept: ‘komaan, terugmeppen, je kan het, geen genade!’ betekent dat je officieel groot bent.Heel belangrijk dus voor de zoon, dat er geen rekening met hem wordt gehouden. En nog een week eerder zei hij: ‘ja, ’t was tof, maar weet je, mama, het gaat niet goed met de ijsberen.’ ‘O’, zei ik, ‘is dat zo?’. ‘Ja’, zei de zoon, ‘dat komt door dat gat. Ik ga je dat eens uitleggen.’

Maar goed, dat drankje dus, en die cafetaria. Vandaag, na het lopen, nam ik een briefje van 20 euro dat ik speciaal voor dit doel deze middag al in Leuven uit een automaat had gehaald. Met dat briefje ging ik naar de cafetaria. ‘Wat mag het zijn?’, vroeg de uitbater van gisteren. ‘Kan u dit wisselen?’ vroeg ik, ‘naar muntgeld?’. Dat deed hij. En vervolgens stapte ik de cafetaria uit. Naar de drankautomaten verderop in de sporthal. En ik haalde dààr ons gedeelde sportdrankje uit.

Gho dat deed deugd.

En zeg nu niet dat zij die drankautomaten wellicht ook uitbaten. Dat doet er niet toe. Nèm.

Read Full Post »