Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2018

Vanonder het grauwe winterblad pluk ik de zomer weer tevoorschijn. Waar grijze takken doods de kilte recht houden, wringen rode bladerknoppen zich al zwoegend uit de grond. Straks ontvouwen zich de frêle bladerhanden met in hun muis de onmiskenbare belofte van pioenendracht die volgt.

De bladpunten van narcissen en krokus staan als schoolkindjes in de rij en wachten giechelend hun uitstap naar de eerste lente af. Uit de schaduw schiet een helleborus op die haar wintervracht hooghartig om haar taille sleept en haar witte lokken hoogmoedig uit het donker schudt. Met knikkend hoofd verbergt ze wulps haar trotse schaterlach.

Een winter lang bleef wildemanskruid de onverwoestbaarheid uitspelen, maar trekt zich nu schoorvoetend terug de aarde in. Onder de bruine pudding van verpieterd blad schieten de eerste nieuwe scheuten al driftig door het wirwar heen. De hyacinth ziet de ellende slechts misprijzend aan en schurkt zich nog eens recht, ongenaakbaar zeker van haar aankomende pracht.

20180130_092424

Opnieuw pluk ik de zomer uit het winterblad tevoorschijn.  Het zacht geworden hostablad onthult met tegenzin waar het verloren speelgoed al die tijd gebleven was en de floxen laten blozend de achtergebleven lepeltjes van de warme najaarsijsjes los.

De tijd jaagt de seizoenen met de onrust van getijden door de tuin. Naarmate de bloembollen vermenigvuldigen en de vaste planten steeds beslister in de grond gaan staan, nemen de lentevondsten van voorbije zomers onverbiddelijk verder af.  Van de dromen in een meisjeshoofd dat geliefd en leuk wil zijn rollen geen kralen onder het blad en blijven geen sporen in de tuin. Voor de woelwatergedachten van een opgroeiende zoon schieten spijkers en planken tekort en zijn geen schatten nodig die op warme zomeravonden tussen het groen vergeten kunnen zijn. Hun leven schakelt nu tussen scherm en echt, met polaroids en posters die de kabouters uit hun kamers jagen. De bakens die zij uitzetten zijn niet meer te vangen in knuffels of verhaaltjes; het speelgoed dat een winter lang kan achterblijven, schiet voor hun dromen steeds nadrukkelijker tekort.

De blonde hoofdjes zijn nog zichtbaar hier, waar ik samen met mijn planten de mars van eeuwige wederkeer verbeeld. Ze staan nog in een rijtje, niet ontzettend ver van mij vandaan, maar steeds vaker wachtend al op die grote bus die hen ergens heen moet brengen, ze weten zelf niet waar. Naar een lente misschien ook, groot en onbekend, maar steeds meer volhardend kriebelend in die nog zo frêle en toch al taaie lijfjes, en die hoofden die voor zoveel nog te klein en voor zoveel al te groot geworden zijn.

Advertenties

Read Full Post »

Over geloof heb ik u weinig te melden. Misschien dat u dat doet, geloven. Misschien ook niet. Mogelijks bent u zelfs rabiaat tegenstander van alles wat naar godsdienst ruikt, en laat u niet na om alle godsdiensten regelmatig eens opium voor het volk te noemen (misschien zegt u wel ‘opium vàn het volk’, maar dan hebt u een foute vertaling gekocht). Veel waarschijnlijker weet u het niet helemaal zeker. U gelooft niet, dat is duidelijk. Geen huwelijk meer in de kerk, of misschien alleen voor dat huwelijk per uitzondering wel nog eens. Het vernieuwde onzevader kent u ook niet meer, en als u omwille van iemand anders in een kerk komt, blijft u tijdens de communie ostentatief op uw plaats zitten. Elkaar een handje ‘voor de vrede’ geven, doet u alleen met afgrijzen. Toch betrapt u uzelf in het diepst van uw gedachten wel eens op een ‘asjeblief, laat dit goed gaan’-gedachte, op momenten van moeilijkheden of verdriet, en weet u dan zelf ook niet goed aan wie u die gedachte richt. De gewoontes van de kindertijd of wie weet de geschiedenis laten zich nu eenmaal niet zomaar van de schouders schudden.

U hoeft het gelukkig ook niet te weten. (Bijna) niemand zal er u naar vragen. Zoals met zoveel overtuigingen, mag u in dit land, en in deze tijden, ook op vlak van geloof rustig een beetje van hier naar daar kabbelen en naargelang het eb of vloed is wat meer naar stuur-of bakboord neigen. Eb en vloed zijn zelfs te weinig. Het is een soort rivier van drie getijden, zoals in de diepte achter de tuin van degene die laatst bijna van zijn stoel viel toen we hierover praatten.

Er is een uitzondering op de regel van het recht op niet-weten. Die is er als je een kind in het eerste leerjaar hebt. Dan word je als ouder verondersteld te weten welke van de  tiental opties, waarvan de twee meest voorkomende godsdienst en zedenleer zijn, je wil aankruisen. Ik wist het niet en klampte beide leerkrachten aan. In het geval van onze (verder goede) school blijkt het een keuze tussen een vak waarin geloof centraal staat, en een vak waarin Kerst aan de hand van druïdes wordt verklaard ‘want de rest zijn uitvindingen van later’. Beide vakken geven evenveel aandacht aan abstracte begrippen en datgene wat wij onze waarden noemen: vriendschap, vrede, verdraagzaamheid. De nieuwe richtlijnen voor het onderwijs vereisen overigens ook dat minstens drie lessen godsdienst en zedenleer samen worden gegeven aan de beide groepen kinderen. Maar geen van beide vakken geeft wat ik ooit tijdens een banket aan tafel samen met de decaan theologie van de KU Leuven de ideale oplossing vond: Een Historische Inleiding op Ontstaan en Gebruiken bij de Katholieke Godsdienst met Aandacht voor de Eigenheden van Andere Mogelijke Godsdiensten en zonder Vereisten op vlak van Geloof.

Omdat ik wil dat mijn kind weet hoezeer dit land gevormd is door haar katholieke achtergrond en ik de beperking tot druïdes misschien toch net iets te maf vond, zit mijn zoon op godsdienstles en begaven wij ons afgelopen zondag naar de Eerste Voorbereidingsmis voor de Eerste Communie. Als je meedoet, moet je echt meedoen en niet half, vond ik. Daar gingen we dan wel op de fiets heen, want mevrouw onderdeappelboom vond dat we ons autogebruik drastisch moeten wijzigen. En omdat het toch zo lekker ging, en we ondanks de vrieskou en de schrale wind nog behoorlijk warm hadden, konden we wel wat trage wegen inslaan. En hé, ik wist zelfs nog een kortere weg! Of dat niet erg modderig zou zijn, vroeg oudste zoon, die de route tussen de velden ook kende. Nee hoor, het had zeker al een week niet meer geregend en het had hard gevroren, verzekerde ik hem, helemaal in mijn nopjes met mijn groene en actieve nieuwe gewoontes van het nieuwe jaar.

Drie kwartier later (ipv het voorziene half uur) stapten we op schoenen die klotsten van de modder, met volledig besmeurde fluohesjes en de fietshelm scheef op ons met modderspatten bedekte gezicht net op tijd de kerk binnen. Entree verzekerd.

Kleine zoon keek zijn ogen uit (toch op die ogenblikken dat hij zijn razende dorst even vergat die hij met zijn avontuurlijke moeder had opgelopen die – oeps – ook al geen flesje water bij had). Ik realiseerde me toen pas dat dit de eerste keer was dat hij een dienst meemaakte. De gewaden, gezangen, het geklingel van klokjes en mensen die collectief opstaan en terug ruisend gaan zitten, het is buitengewoon bevreemdend als je er de context niet van kent.

Omdat mijn vrienden heidens zijn en ik dus alleen nog maar voor begrafenissen in de kerk kom, schoot mijn gemoed bij het eerste liedje al vol. Nochtans heb ik jaren in kerken doorgebracht om huwelijken en kerstmissen op te leuken met kinderkoor of jeugdorkest en kan ik op simpel verzoek zeker tien kerkliederen driestemmig reproduceren. Maar nu zijn het dus die begrafenissen. De wegen van Pavlov zijn ondoorgrondelijk.

De meneer pastoor van dienst was een eerder modern exemplaar. Wist hoe je de aandacht van al die ukken vasthoudt, liet hen meermaals vooraan komen en ze mochten hem zelfs even nadoen. Die eerste communie, dacht ik, ik moet er in mijn hoofd maar gewoon een eigen ritueel van maken. Uiteindelijk is er geen enkel ritueel dat het gevoel kan vatten dat de combinatie van bewondering en lichte spijt teweegbrengt wanneer je kind 7 wordt en je beseft dat hij binnenkort voor het eerst dingen zal beginnen doen, zeggen of weten die jij hem zelf niet hebt geleerd. Dus die kerkdienst, ach, ik denk er gewoon bij wat ik ervan wil denken. Ik hoef het niet met een misdienst eens te zijn om er toch aan deel te nemen.

Ondertussen slaan de moeders en vaders van de zedenleer- en dus lentefeestkindjes praatjes aan de schoolpoort. Dat ze een eerste voorbereiding achter de rug hebben. En dat dat lentefeest toch niet is wat zij zouden willen. Dat het meer een schoolfeest met allerlei gedoe is dan aandacht voor het kind en zijn evolutie. Maar ach, zei één van de zedenleermoeders, ik denk er gewoon bij wat er zelf wil bij denken. Ik hoef het uiteindelijk met die show niet eens te zijn om er toch aan te kunnen deelnemen. In mijn hoofd maak ik er wel gewoon een eigen ritueel van.

Zo doen we met beide groepen ouders mee aan een ritueel waar we ons maar half in kunnen vinden en volgen we beiden half tegendraads de gevolgen van de keuze die we ook al twijfelend maakten.

Gisteren viel een mailtje in mijn bus van een zedenleer-mama. Dat ze het er toch wat lastig mee had. Dat ze eraan dachten om dan maar zelf voor een meer treffend ritueel te zorgen, en wellicht een groeifeest en thematocht zouden organiseren. En of ik samen met de andere godsdienstouders niet zou meedoen. Uiteindelijk, was het toch eigenlijk niet absurd om de nieuwe levensfase van onze kinderen, voor elk van hen krek hetzelfde, in twee aparte groepen te vieren, alsof er verschillen zijn?

 

 

Read Full Post »