Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Kinderen’ Category

Een tijd geleden dook een vriendin uit de kotperiode terug op. De tweede in korte tijd eigenlijk. Om niet te zeggen de vierde. Merry memories van gigantisch plezante kottijden, feestjes, gedeelde vreugde, theezakjes tegen het plafond, en wat al niet meer. Kilo’s onzekerheid op om het even welk vlak laten we gemakkelijkheidshalve even buiten beschouwing 🙂

Mailingsgewijs deelden we wat kinder-en-help-wat-met-mijn-vrije-tijd-nieuws. Je moet aan de duizend-dagen-champagne-beginnen, zei ik. Ik zal je dat eens uitleggen op mijn blog. Die volgt ze namelijk. Enfin, eigenlijk ook niet. Ze volgde die van de Eigenwijze Tuinier. Of de mijne daar een beetje op leek? Jaja, zei ik, reken maar. Op mail is het gemakkelijk liegen hé 🙂

Ondertussen zijn we een paar maand verder, en kwam het stukje er nog altijd niet van. Gelukkig hebben echtgenoot en ik ondertussen wel onze DuizendDagenChampagne gevierd. We gingen ervoor naar Gent, om er de versie van In de Wulf te bezoeken die haalbaar is voor onze portemonnee. Die versie heet ‘Superette Edwin‘ en houdt het midden tussen een bakkerij en retro-eettent.  In de ogen van de tegenstanders eet je er verbrand brood met onbekende groenten-extraatjes. In de ogen van voorstanders krijg je er tot op een hoog niveau getilde groentenschotels, brood dat smaakt zoals nooit tevoren en een keur aan internationale chefs die staan te springen om het uiterste te halen uit een beperkt aantal ingrediënten en een groot aantal kruiden en specerijen. Na enkele happen vroeg ik: ‘Smaakt het?’ En meneer onderdeappelboom zei: ‘Gho, het is wel èrg natuurlijk’. Waarop we een lachbui kregen. Die werd nog versterkt toen ik tegen de ober zei: ‘Je mag Nederlands praten hoor tegen ons’, overtuigd dat hij ons voor toeristen aanzag. Waarop hij zei: ‘I’d like to but I can’t’. Enfin, het eten was toch lekker, de sfeer van de superette – euh – super, en voor wie het niet meer vindt dan brood met beleg voor een erg hoge prijs (15 euro) bedenkt maar eens wat hij in schimmige cafés soms betaalt voor een uit ketchup bestaande spaghetti. Superette Edwin dus, een goede, maar al bij al merkwaardige keuze voor onze duizend-dagen-champagne, al was het maar omdat ze geen champagne bleken te hebben 🙂 Wel een soort bruisend cider-geuze-wijn-achtig drankje. ‘Wat vind je ervan?’ vroeg meneer onderdeappelboom me. ‘Gho, zei ik. ‘Wel èrg natuurlijk.’ Waarop lachbui 3 volgde. We waren duidelijk al lang niet meer samen weg geweest.

En wat die duizend-dagen-champagne nu is? Die zegt: als het duizend dagen na de geboorte van jullie kindje is, en je bent nog niet gescheiden, ontkurk dan een fles champagne samen.

Niet meer dan dat? Nee, niet meer dan dat.

Idioot? Gho, misschien. Maar niet minder idioot en zeker duizend keer beter dan alle boekjes die je het gevoel geven een slechte ouder te zijn, tekort te schieten, je carrière te laten slabakken, niet vers genoeg te koken, teveel ouder te zijn, te weinig seks te hebben, meer te moeten sporten, enz. Het is een gebaar dat toont wat een prestatie ouderschap in de eerste jaren is. Je hebt het kind vermoedelijk drieduizend keer behoed voor weetikveelwat. Je hebt gegarandeerd ontdekt dat jullie voornemen vooraf om als opvoedingsrichtlijn consequent, duidelijk, maar niet al te streng te zijn tegen je kind, in de praktijk een veelhoud van interpretaties heeft waarbij je vaker niet dan wel die van je partner deelt. Je bent nu duizend dagen verder. Je bent niet gescheiden. Het kind is ok. Ontkurk die champagne nu gewoon.

Advertenties

Read Full Post »

Het begon allemaal met een briefje waarop 17 verschillende godsdiensten en levensstijlen waren vermeld. Of we er eentje van konden aanduiden, dan zou ons kind dat volgen op school. Het vak ‘levensbeschouwing’ met andere woorden. Onze kinderen mochten kiezen van ons, uit wat kinderen in West-Europa doorgaans kiezen: godsdienst of zedenleer. En godsdienst, in het geval van Vlaanderen, zijnde katholicisme. Ze kozen voor dat laatste; en ik was daar niet eens echt tegen. In een maatschappij die doordrongen is van haar katholieke oorsprong, vind ik het raadzaam dat ze ook iets leren over die oorsprong. Ken uw bronnen, en reflecteer daarna, weetuwel? Ze mogen van mij weten waarom ze thuis zijn met Pasen, en chrysanten kopen op 2 november. Waarom er zoveel kerken en kapelletjes zijn, wat het verhaal van Job zo mooi maakt, hoe dat zat met die wijn en dat water, die vissen en dat brood. Waarom de grootouders denken zoals ze denken, waar misschien het schuldgevoel vandaan komt. En later pas al die andere mogelijkheden, die evenwaardige keuzes zijn. Godsdienst dus. En bijgevolg: communie.

Dat laatste valt al wat meer tegen. Dat hele idee van de eerste hostie en het maagdelijk zieltje valt al wat moeilijker te rijmen met mijn geest en hoe die over mens en menszijn denkt. Maar goed, de kinderen hebben mogen kiezen, dus wij moeten daarin meegaan, vind ik dan. Anders is het maar een nepkeuze. Bijgevolg gaan wij naar de communievoorbereiding en de missen die eraan vooraf gaan. Ik zing braaf mee met alle liederen die ik nog uit mijn jeugdorkestentijd ken, ik trek in het geniep mijn mond wagenwijd open om de kinderen de hostie te laten zien, en meneer pastoor toont op het eind van de eucharistieviering een powerpointpresentatie. Jawel, u leest het goed. En daarin viel op te merken, in beeld en bijhorende uitleg, dat communiekindertjes liefst niet met al te felle kleurtjes in de kerk verschijnen. Wit bijvoorbeeld, was een goede optie. En onze dochter, die er doorgaans nochtans niet mee inzit om tegen onze wil in te gaan, stond meteen paraat om te doen wat ze moest doen: zich in het wit hijsen…

Maar dat was dan weer buiten de moeder gerekend. Wit? Waarom? Van maagdelijkheid? Van puurheid? Ik laat u de argumentatie achterwege, maar laat dat toch één van de kenmerken van het katholicisme zijn die ik ietsie moeilijker verteerbaar acht. Maar goed, het kind moet nu ook weer niet opvallen (dan hadden we ze maar tot zedenleer moeten verplichten) dus ik besloot tot een pastelletje bij wijze van compromis. (niet zonder schuldgevoel en twijfeld overigens). En ging op zoek. En vond niets. Want nu moet u maar eens in google pictures de zoekterm ‘jurk communie’ intikken. Niet verschieten. U bent heus in 2014! En tik nu eens ‘lentefeest jurk’ in… Jawel, de kleuren springen u tegemoet! de naaipatronen eveneens, want lentefeestmoeders zijn blijkbaar allen retro en creatief. En blijkbaar is er behalve wit en knalrood zowat niets te vinden dat u uw dochter kunt aantrekken. En aldus besloot ik dan ook maar zelf een jurkje te naaien.

Nu is naaien niet gemakkelijk. Maar ik verkoos dat te negeren. Ik keek het wereldwijde web rond en vond dit model naar mijn goesting. Ik leerde dat je zelf patronen kan maken. Hoe dat zit met beleg. Met dat strikje op de schouder. Hoe dat moet met paspelband. En tot slot de Engelse naad.

Ondanks al die schitterende info, slaag ik er nog in het merendeel te verprutsen. Patronen blijk ik zelden op de correcte maat te tekenen, maar een paar millimeter daaromtrent. (Stik op 6 mm, las ik ergens. ZES! Ik vind het al schitterend als ik op ongeveer een rechte lijn ergens tussen 1 en 1,5 cm blijf…) Beleg en voorpand komen van hetzelfde patroon, maar zijn in praktijk beduidend verschillend van model als ik ze teken en knip. Mijn Engelse naad vertoont flappen, mijn okselgaten neepjes, mijn zoom lijkt wel van lood en dat strikje op de schouder… ah nee, dat lukt nu eigenlijk wel. Met andere woorden: ik kan dat dus eigenlijk niet, naaien. Ik ben daar veeeeeeeeeeeeels te slordig en onnauwkeurig voor. Ik snap ook niet waarom die voet waarmee je je machine aandrijft aan zo’n ongelukkig kort koordje hangt en zo licht is. Het merendeel van de tijd shot ik dat ding gewoon van onder tafel uit ipv erop te duwen, ben ik het kwijt, of blijkt het achterstevoren gekeerd. En andere keren ben ik er weer per ongeluk op aan het duwen, op momenten dat het niet mag (als ik de draad in de naald probeer te krijgen, bijvoorbeeld…). En verder ben ik bang om iets te maken dat te klein blijkt en maak ik dus alles veel te groot. Al een geluk dat ik probeerstof voor een probeerkleedje had gekocht. U mag het zowaar zien, hieronder. Maar ik geef niet op. Het patroon nauwkeuriger, het lijfje korter, de breedte smaller, de lendenband ronder en die vervloekte paspelband waar hij moet zitten, ipv zo wiebelwiebel rondomrond. En dat alles dan ook nauwkeuriger, passender, professioneler. In sommige Evident Onwaarschijnlijke Zaken moet je gewoon domweg geloven 🙂

DSC_1204[1]

DSC_1205[1]

DSC_1200[1]

DSC_1212[1]

Read Full Post »

Kindertjes van den buiten

7 maanden winterweer

DSC_0248

 

1 uurtje lente

 

 

DSC_0338

Read Full Post »

Deze morgen tussen 6u45 en 8u30 hebben we de kroost gekleed en gespijsd. Tussen 8u30 en 9u was ik bezig met de was, en stak ik wat lakens in die in het mooie weer goed zouden drogen buiten, en nu nog steeds in de wasmachine zitten (zij het wel proper ondertussen). Van 9u tot 12u verwerkte ik 19 eieren. Van 12u tot 13u voederden we opnieuw de kroost. Na enig opruimwerk zaten we van 14u tot 18u nog maar eens aan tafel en verorberden bijna 19 eieren. Tussen 18u en 20u ging kroost naar bad, zetel en bed. Van 20u tot 22u werkte ik voor het werk. En nu heb ik wat blogtijd verdient, medunkt.

En u had het al door: we hadden een feestje, en zelfs weer twee-in-eens, want we vierden twee zesjarigen. En als je nog weet hoe ons vorige feestje eruit zag, dan zie je nu wel het verschil:

jarigen

De baksels hielden we wel binnen in de koele keuken.

DSC_0152Er waren bewaarwafeltjes, cornflakescakejes, overheerlijke rabarbertaart (met de eerste rabarber uit de tuin) en (afwezig op de foto) zelfgemaakt ijs, met een potje saus dat ik maakte van de laatste bessen van vorig seizoen (uit de diepvries).

Cornflakescakejes maak je zo:

Smelt de helft van zo’n groot pak chocolade (heel laag vuur of au bain marie). Kieper er een derde van een pak cornflakes bij. Goed roeren. Meteen in cakevormpjes scheppen. Versieren met smarties. Het ideale snel-klaar-traktatie-ding voor op school, maar ook de grote mensen vinden het altijd lekker.

De bewaarwafeltjes maak ik zo:

10 eieren

700 g suiker (ik neem helft bruin, helft wit, en meestal maar 500 g)

10 zakjes vanillesuiker

1 kg bloem

1 ruime koffielepel bicarbonaat

1 pakje vanillebloem

750 g gesmolten boter

1 blikje gecondenseerde melk

Er moet ergens een volgorde zijn, en naar het schijnt moet je de eieren ook apart doen (dooiers en eiwit dan), maar ik doe alles in min of meer aannemelijke volgorde samen, en begin te bakken. En dat duurt wel even 🙂 Maar het resultaat is een grote hoeveelheid lekkere wafeltjes, waarvan ongeveer de helft in de diepvries gaat (als er geen feestje is). Gouden tip: na ontdooien even in de broodrooster steken. Mmmmm…

En ja, de kinderen kregen ook cadeautjes. Die stamden nog uit de tijd dat ik met de gebroken tjoepjes in mijn rug in de zetel lag. En dus héél véél tijd had. Voor dochter onderdeappelboom naaide ik een jurkje:

DSC_0593Op een ander, hagelwit jurkje, dat we van iemand gekregen hadden, naaide ik knoopjes en stiksels om het wat op te leuken (de dochter heeft een kleurige smaak).

DSC_0595Voor de oudste zoon kocht ik op kapaza twee jongenspullen, en knipte ze aan flarden tot ik dit bekwam:

dinoHet tweede cadeau van de zoon was niet zelf gemaakt, want toen was ik genezen :-). Maar hij was zeer blij met zijn broek met bretellen. En sowieso hadden ze de rest van de namiddag wel iets anders te doen…

vlieger

En volgende keer gaat het zowaar weer over de tuin!

Read Full Post »

Zoon onderdeappelboom voelt zich niet lekker. Hij gloeit een beetje, hij heeft het koud, zegt hij; de wangetjes zijn rood en de keel klinkt dik. Daarom mag zoon onderdeappelboom na het terug op z’n plaats brengen van jas, sneeuwbotjes en boekentas bij mama in de zetel komen. Met zoveel mogelijk lichaamsdelen schurkt hij zijn steeds leniger wordende lijf tegen moeder aan, dirigeert haar hand rond zijn schouders en zucht diep. Er wordt nog een been bovenop dat van moeder gezwierd, er wordt nogmaals gezucht, en dan zegt de moeder eindelijk wat hij wil horen: “Manneke toch, je voelt je niet lekker hé.” Nee, schudt hij, nee, en met zijn treurigste blik etaleert hij zijn staat van ziek-zijn goed als hij kan. Moeder streelt ondertussen zijn haren, en de zoon laat begaan. Lankmoedig veegt hij met een zakdoek langs zijn neus, zucht nog wat, laat zich door de haren strijken. “Opa”, zegt hij dan, en wijst naar de telefoon op tafel. Braaf belt de moeder naar opa. “Ben je ziek?”, vraagt opa aan kleinzoon. “Ja,” zucht deze diep, en naarmate opa zijn medeleven in steeds lievere termen betuigt, gaan de ogen van de zoon merkbaar stralen. Van danige tevredenheid vergeet hij na het gesprek zelfs terug bij moeder te kruipen.

Weldra drentelt hij door de living. Duwt eens met één vinger tegen de trein van kleine broer.  Schopt tegen de doos barbiespullen van grote zus. Loopt met de handen in de zakken langs de zetels, speelt even met een elastiekje dat hij in zijn broekzak vindt, laat dat vervolgens zomaar op de grond vallen, staat werkloos stil op de speelmat. “Zoon,” zeg ik, “als je nu eens met iets zou spelen in plaats van je te vervelen.”

Baf! “Ik verveel me niet!” Meteen gaan alle registers open. “Ik loop gewoon een beetje rond!”  “Oké dan”, zegt de moeder. “Loop jij dan maar rond; dan lees ik nog wat.”

Nadat nog een aantal kasten, blokken en poppen met een gejaagde hand of voet hebben kennis gemaakt, rent de zoon plots ijlings naar de gang en komt met stralende ogen terug. “Ik heb iets voor jou, mama!” Mama opent de handen en krijgt een perfect gladde blok, van zo’n 10 op 15 cm en 3 cm hoog,  ijs cadeau. “Ijs!” roept de mama verschrikt. “Ja”, glundert de zoon. ” Dat heb ik voor jou op de speelplaats gemaakt. ”  “Maar jongen”, zeg ik, “dat is prachtig, maar waar komt dat nu vandaan?” “Gewoon uit mijn jas”, schokschoudert hij, raapt van de grond een daar ergens neergelaten jas op, en houdt de zak voor me open. “Voel maar eens. Helemaal koud en nat!” Hij straalt.

Het blok ijs gaat op een bordje in de inkomhal. Het moet zo lang mogelijk meegaan, vindt de zoon, en daar is het het koudst. De zoon wil om de vijf minuten gaan kijken hoeveel er al gesmolten is en neemt af en toe ook een brokje mee naar de radiator in de woonkamer om te checken of de wetten van de fysica het halverwege de dag niet laten afweten.

Dan neemt hij doelbewust een puzzel, maakt in ijzige stilte eentje van 100 en eentje van 36 stuks, en doet de helft van de opdrachten van zijn smartgame. Komt tussendoor even knuffelen, zegt dat ik de liefste ben, maar dan echt de allerliefste, en begint vervolgens weer onvermoeibaar aan zijn rondje ‘gewoon rond wandelen.’

“Geen puzzels meer?” vraag ik.

“Nee, puzzels zijn stom.” spuwt de brombeer.

“O” zeg ik. “Zo…”.

De kleuterpuber hangt nog wat rond.
“Waarom maak je niet iets met je kaplablokken?” probeert de moeder nogmaals te motiveren. De zoon twijfelt zichtbaar. “Zullen we een voorbeeldje zoeken?” bijt de moeder snel in de rijpe appel. En de zoon komt tevreden tot bij de moeder en wandelt even later zielsgelukkig naar de speelmat, met in zijn handen een laptop en een voorbeeld van een kapla-boot erop. De zoon moppert niet meer, en het is muisstil. Zo stil dat er zelfs geen enkel geluid van kaplablokken te horen is… Op het gegluur van de moeder blijkt de zoon dan ook helemaal verdiept in de laptop: plaatje groter, plaatje kleiner, volgend prentje, vorig prentje, prentje terug, prentje weg, enz.  De moeder laat de zoon glimlachend begaan, maar gaat de zoon dan uiteindelijk toch helpen (kaplablokken moeten maar zo leuk niet zijn). Samen maken moeder en zoon de kaplaboot, op voorwaarde dat zoon zich dan weer op z’n eentje amuseert. Waarna zoon met zijn vriendenboek tot bij de moeder komt gedrenteld en smeekt: ‘Ga jij dat samen met mij invullen, mama? Toeoeoeoeoeoeoeoe?’

En aldus gaat de moeder van start:

Lievelingskleur? “Paars”

Favoriete TV-programma? “Tom en Jerry”.

Wat wil je later worden? O, dat weet hij niet. “Ik kan niet kiezen.” Geen probleem, dan vullen we ze allemaal maar in. “Schapenherder, timmerman of boer.” Timmerman ook? “Ja, want dan ben ik Jozef, en dan zal ik Jezus misschien eens zien.” (kersttijd, weetuwel… :-))

Waar heb je een hekel aan? ‘Schorseneren. Maar niet die van meter. Die zijn met peterselie en die zijn lekker. Maar die van de refter zijn vies.” Schorseneren dus.

En wat is je grootste droom? Daarop blijft het stil. De zoon denkt, bijt op zijn lippen, denkt nogmaals, en nogmaals. En verzucht dan: “Ik zou zooo graag van mijn kapotte tandenborstel een raket maken!”

Uiteindelijk wordt het toch avond en mag de televisie op staan. De vader komt net binnen als een kinderquiz begint, en hij hoort de moeder zeggen: “Ga je daar nu echt naar kijken?” “Ja,” zegt de zoon. “Maar allé, zo’n stomme quiz!” zegt de moeder. “Neeeeee, da’s mooooi!”  “Ah bah, nee, echt niet mooi.” “Jawel, echt supermooi!”.

“Maar allé, laat dat kind toch kijken!” roept meneer onderdeappelboom. En ziet dan hoe de moeder en de zoon elkaar een elleboogstomp geven en breed zitten te grijnzen. “O,” zegt meneer onderdeappelboom. “Op die manier”.

*

PS De kapotte tandenborstel is effectief een raket geworden. Ook een nieuwe tandenborstel is trouwens een raket geworden; de dochter wou dat uiteraard ook van zodra ze de broer bezig zag, dus er moest een nieuwe aan geloven 🙂

Read Full Post »

Tuinkabouter

Zorgt dagelijks voor de kipjes.

Weet waar het tuingereedschap staat.

Gaat zelfstandig voer voor de eenden halen.

Weet alle paddenstoelen staan. (uiteraard)

Neemt wel regelmatig een plukpauze.

Te koop voor vijf euro in de Kringwinkel.

Of de outfit dan toch.

En nu ook niet meer, want ik was u voor. 🙂

Read Full Post »

Opbodpolitiek

‘O, ik zie dat hij stapt?’

‘Ja, het begint te lukken.’

‘Stapt hij nu nog maar?’

Euh… ‘Ja, sinds een paar weken’.

‘O, ons Marie stapte al toen ze 11 maanden was. Je had dat moeten zien!’

**

Zoon onderdeappelboom: ‘Wij zijn vandaag tot in Brakel gefietst!’

Kennis ‘O, dat is goed. En hoe oud ben je?’

Zoon: ‘5’.

Kennis tegen mevrouw onderdappelboom: ‘Onze Bram die fietste al toen hij 3 was! Echt waar,  je zette die op een fiets, je zei start, en hij was weg. Echt altijd heel snel geweest ook met motoriek. Een echte sporter!’

* *

‘Ze tekent wel goed hé?’

‘Gho, ja, de juf zei toch eens zoiets.’

‘Neenee, ik zie het, ze doet dat goed. Maar je zou onze zoon moeten zien. Die is nog maar 4 en die tekent al hele sportwagens met stuur en antenne en pitstop en alles. Allé, nu niet dat ik daar iets mee wil zeggen hé.’

*

*

Kan iemand hen een klap verkopen, die opboddraken?

Read Full Post »

Older Posts »