Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

In onze cadans van een-jaartje-ver-weg en -een-jaartje-dichtbij stonden we deze zomer voor het jaartje dichtbij. De kinderen wilden niet op één plek blijven, niettemin toch ook niet meer zo’n hevige heen-en-weer-vakantie als Thailand beleven, en ma en pa wilden in geen geval terug naar Frankrijk (mooi enzo, maar been there, done that). Zo kwam Italië uit de bus. Niet dat dat overdreven veel enthousiasme bij mij opwekte. Italië, dat kende ik van de ‘roomreis’ voor de Latinisten in het vijfde middelbaar. 12 dagen een bus op en behalve Rome ook nog driekwart andere steden van Rome zien. Veel lol en een overdosis ‘doms’. Verder, zo meende mijn vooringenomen geest, was Italië iets waar zonnekloppers besmet met inactiviteit heen trekken om bruin te worden. Ik ben nog nooit gestorven van een vooroordeel, zoals u merkt. Gelukkig ben ik daarnaast ook erg ruimdenkend en inschikkelijk (;-)) en ging zowaar zelf ons reisje boeken. Eén week naar het Noorden, want ik wou absoluut dat dak van de dom in Milaan terug op. Eén week naar het onbekende Le Marche, voor wat lichamelijke activiteit en natuur. En één week naar Toscane, voor de cultuur en Firenze, uiteraard. En nu, bij terugkomst, kan ik u zeggen dat mijn vooroordeel nogal, euh, bevooroordeeld was. En dat ik u twee bijzondere adressen cadeau doe. Doe er uw voordeel mee!

Voor de eerste week doe ik u geen adres cadeau. Niet dat ik niet wil, maar het was gewoon een huisje, gezellig maar zorgvuldig verzwegen dat het tussen een drukke weg en een pizzeria lag; gelukkig wel in een klein dorpje zodat de hinder meeviel, eens middernacht voorbij was en voor 6u ’s morgens tenminste, en met alle ramen dicht zodat je zwetend de nacht in ging. Maar we hadden een prachtige week, op de dom van Milaan, in het onvoorstelbaar mooie Verona, en zelfs in Venetië, ondanks de overdaad toeristen en de drukkende hitte. Wij kunnen met ons allen erg goed tegen hoge temperaturen, maar Venetië was ondraaglijk. Toen we aan de kade stonden te wachten om de Vaporetto (de busboot, zeg maar) te nemen, bleek plots dat er inderdaad iets met die hitte aan de hand was: die sloeg namelijk om tot een storm die later die avond op alle nieuwsuitzendingen in Italië was te zien, terwijl woorden als ‘tornado’ en ‘orkaan’ vielen. We konden de overkant van het Canal Grande niet meer zien, waren in een mum van tijd kletsnat door het zeewater dat over de oevers sloeg en hadden in de grote donkerte vooral licht door de eindeloze bliksems. O ja: de boten stopten met varen en we konden geen kant meer op. (Wie mij niet gelooft: bekijk dit filmpje. Die man stond naast ons.) Pas anderhalf uur later konden we ontsnappen, kletsnat, doorweekt en ijskoud. Gelukkig was het daarna meteen weer 25° en een uurtje later zoals vanouds een gezellige 30°. Desondanks: het Noorden van Italië is zeer het bezoeken waard. (Onder de foto’s deel 2 en 3, en de beloofde adresjes)

De Duomo in Milaan

DSC_2302

Bovenop die Duomo 20170806_105822

Prachtig Verona

DSC_2482

Het Noorden van Italië is een streek van grote landhuizen en oude parktuinen. Veel huizen hebben een labyrinth. Deze was aangelegd in 1700 en symboliseerde de spirituele weg van de mens. Bij doodlopende paadjes stonden bordjes met boodschappen als: ‘Dit pad eindigt, maar waar een pad eindigt, kan je een ander levenspad kiezen’. 🙂 We werden vooral aangemaand om de buxus zo weinig mogelijk aan te raken, wat niet evident is als je een wedstrijdje aan het houden bent…

DSC_2423

Venetië… (voor de storm)

DSC_2656

Landhuis, in dit geval de voormalige woonst van de doge van Venetië en tijdelijk onderkomen van Napoleon.

DSC_2773

En ook hierbij een labyrinth, het moeilijkste dat ik ooit deed. De ronde vorm maakte het bijna onmogelijk om te onthouden waar je al was geweest of enige logica te vinden. Leuk vertier 🙂

DSC_2879

Daarna stapten we in de auto en reden we een dikke drie uren tot we aan ons volgend adresje kwamen: een agricamping in Le Marche. We wilden al langer eens kamperen, maar waren niet zeker of het ons een week lang zou bevallen. Bovendien neem je met het vliegtuig niet zomaar een tent en alle toebehoren mee. Daar kwam ‘de huurtent’ in het vizier: meer en meer campings bieden een tent aan met alles erop en eraan. Net alsof je kampeert, maar je moet het zelf niet meer opzetten. Let wel, je betaalt daarvoor meestal ongeveer evenveel als voor een huisje, dus voor de prijs moet je het niet doen. Na wat zoeken kwam ik bij Agricamp Picobello uit. Een minicamping, voor maximum 15 tenten, veel ruimte, natuur, en volgens zoover.nl perfect. Dat de gastvrouw Nederlandse is, zou ook wel leuk zijn voor de kinderen, dachten we.

Het was uiteindelijk niet zomaar leuk, maar perfect. We zijn helemaal verliefd geworden op Le Marche. Je vindt er niet de grote culturele steden waarover ze je op school vertellen, maar wel het Italiaanse leven zoals het is: dorpjes, dorpsfeesten, ienieminiewinkeltjes waar ze toch werkelijk alles verkopen, buitengewoon indrukwekkende natuur, hartelijke mensen en dan toch ook wel weer wat kleinere dingen die de moeite waard zijn om te zien. De dorpen zijn hier niet uitgestorven, maar barsten van leven. Jong en oud gaan met elkaar babbelen op straat, de bambini zijn overal koning, en het eten is er heerlijk en goedkoop. Het leger Nederlanders dat we erbij kregen was rustig, fijn, gezellig, warm en op de achtergrond. Door de enorme ruimte op de camping heb je nauwelijks buren.

Door omstandigheden kwam het klimmen minder aan bod nu, maar gastvrouw Erna blijft een pareltje. Ze weet alles, helpt je overal mee, heeft honderden tips over de omgeving en staat altijd klaar om te helpen met advies op maat: iets voor de kinderen? Een uitgebreide bergwandeling? Een tweedaagse of liever een restaurantje? Museumpje vandaag? Cultuur? Vraag het maar aan Erna.

Wij betaalden 730 euro voor de tent, inclusief alle toebehoren, voor een volle week. Pizza’s in die regio kostten nauwelijks meer dan 5-6 euro en in restaurants vinden ze het logisch dat je maar 3 pizza’s koopt voor een gezin van 5. Lekkere wijn gaat er voor 3,50 euro per fles over de toonbank, en van de perziken die we er aten droom ik nu nog. Op het Feest van het Gecastreerde Schaap (een mens komt op de gekste plekken terecht als je meedoet met de Italianen) was het niet alleen een dolle bedoening van honderden Italianen die allemaal heel dringend vanalles aan elkaar moesten vertellen, maar kon je ook frietjes krijgen. En ze waren lekker. En als je in Italië frietjes koopt, krijg je daar blijkbaar automatisch twee tomaten en een perzik gratis bij 🙂

 Onze huurtent, met picknicktafel en hangmat. Zoals je ziet, kampt(e) Italië met watertekort en een ongekend droge zomer.20170814_113332

Vanop de camping wandel je zo de velden en het bos in naar het beekje vlakbij.

DSC_0008

In het hangmattenhuis lag iedereen altijd te lezen.

DSC_0016

Sprinkhanen, in allerlei soorten

DSC_0019

Historische stoet.

DSC_0108

20170815_152617

Kleine straatjes. Altijd.

DSC_0154

Mooi uitzicht, ook altijd.

DSC_0172

Wie de camping verliet, liet op het tafeltje naast het infobord eten of spulletjes achter die hij niet meer nodig had. Wij namen het picknickpotje en de kaarsjes mee en lieten tomaten en komkommers achter.

DSC_0214

Een koningspage, heb ik me laten vertellen, in de olijfgaard op de camping.

DSC_0351

Deze ken ik niet. Iemand?

DSC_0343

Even onze klimtechnieken oefenen in een park in de buurt. (moh, kijk, een madammeke van onderdeappelboom)

20170816_144045

In België schuiven wij aan voor het frietkot, in Italië is dat voor het pizzakot. Ondertussen bellen de Italiaanse papa’s ijverig naar iedereen en naar huis: ‘Wat had jij ook al weer besteld? Een Napolitane? En papa? Ah, twee voor papa. Wie is daar zeg je? Ah, komen tante en nonkel ook net aan. Ja, dan breng ik voor hen ook pizza’s mee. En zus?’ Wachten op 8 pizza’s duurt natuurlijk wel net iets langer dan 8 bakjes friet :-). Maar niemand die dat erg vindt.

DSC_3000

Wachten doe je met z’n allen samen op de banken aan de overkant, naast de kerk, terwijl een fles wijn open gaat.

DSC_3001

De Lekkerste Pizza’s Ooit. Echt!

20170817_182528

En dan zijn er de bergen. Prachtige, eindeloze bergen. Het leuke voor gezinnen met kinderen is dat ze tot halverwege bereikbaar zijn met de auto. Ook zijn ze niet zo hoog dat het er ijskoud wordt. Een extra pull en goed warm stappen volstaat. En zo zijn sommige toppen dan bereikbaar voor kinderen. Wij beklommen de Monte Sibila van aan de berghut tot op de top. Een dikke 4 kilometer enkele rit, en bijna 1000 hoogtemeters, maar haalbaar voor de kinderen als je het traag doet. Het uitzicht is ook zo adembenemend dat het heerlijk is om af en toe eens te stoppen en gewoon rond te kijken. Je klimt bovendien niet zomaar, maar grotendeels op de kam van de berg (je ziet dat vooral op de tweede foto hieronder). En dat is natuurlijk altijd het mooist.

DSC_0268

De top wordt zichtbaar, rechts boven (gsmfoto, sorry)

20170817_130302

En tot slot, de derde week, in Toscane. Veel jaren geleden sprak ik hier al eens over Agriturismo Diacceroni. Het lag toen al vast dat ik daar ooit eens zou logeren. Dat was dan nu eindelijk het geval. Een bioboerderij in het prachtige Toscane, met zwembad, wat wil je nog meer?

Helaas: bij aankomst waren we ontgoocheld. Waar ik een kleinschalige boerderij verwacht had, bleek Diacceroni groot geworden. Veel mensen. En een huisje dat binnenin wel heel summier was opgevat (in aankleding, niet in grootte). Geleidelijk aan zijn we echter van onze schrik bekomen, tot we weer gaan houden zijn van Diacceroni. Omdat het misschien wel drukker was dan verwacht, maar toch warm en eerlijk.

De boerderij promoot haar producten intens. Dat doet ze door het organiseren van drie gezamenlijke maaltijden voor alle gasten (en dat zijn er best veel, want Diacceroni heeft steeds meer huizen verspreid in het Toscaanse landschap). Die maaltijden zijn heerlijk, dat moet worden gezegd, en inbegrepen in de prijs. Er wordt ook altijd voor muziek gezorgd (te luid, maar goed, dat zijn Italianen) en drank koop je tegen lage prijzen. Uiteraard is alleen hun eigen wijn te koop, maar ze hebben heerlijke flesjes voor 5 euro, en ook zelfgemaakt bier voor de liefhebbers. Water is gratis. Er wordt met enorme hartelijkheid opgediend: je kan altijd iets bijvragen, je mag eindeloos opscheppen, en het eten is huisbereid, grotendeels uit eigen moestuin en er wordt altijd een klein dessertje voorzien. Bovendien is de ligging buitengewoon: je kijkt over de velden uit, en overal zijn er zeteltjes en buitenbedden om ervan te genieten. Het eten is grotendeels vegetarisch, altijd vers gemaakt en lekker.

Elke dag is er een activiteit waar je gratis mag aan meedoen: een wijnproeverij, zoektocht met een truffelhond, dansles, enz.  Daar wordt opnieuw niet gierig gedaan: er kan altijd een glaasje drinken vanaf en niemand kijkt op de klok. Er zijn bijkomende kookworkshops tegen betaling voor volwassenen en kinderen. En er is een manege waar een West-Vlaming en een Antwerpenaar blijken te werken. Dat wisten we niet vooraf, maar bleek nog zo handig. We hebben er allemaal wat les gevolgd, ook deze mevrouw die nog nooit op een paard had gezeten. Man en kinderen die wel al wat uren les achter de rug hadden, lieten weten dat ze vanalles gehoord en bijgeleerd hebben dat niemand hen ooit al had verteld. Het was fijn, en de paarden lijken er in erg goede handen.

Wij betaalden (in 2017 dus!) 830 euro voor ons huisje met gezamenlijk zwembad. In die prijs zat inbegrepen: 3 keer warme maaltijd ’s avonds, een ochtend kennismaking met de paarden en stallen, truffeltocht met proeverij en wijnproeverij (en als we hadden gewild ook nog tangoles en yoga). Bij het afrekenen (van de drank tijdens de drie avonden) werd de prijs resoluut naar beneden afgerond en kregen we nog een fles huiswijn en homemade pasta mee naar huis.

Na de aanvankelijke teleurstelling zijn we het mooie van Diacceroni dus wel gaan inzien en zou ik het aanraden aan iedereen die niet persé alleen wil zijn. Je moet er wel Toscane bij nemen, wat ons veel meer tegen viel: zeer veel toeristen, overal dezelfde souvenirwinkeltjes en nergens echte Italianen. Het landschap vinden wij ook veel eentoniger dan Le Marche. Maar natuurlijk: wel prachtige culturele steden.

Uitzicht op La Diacceroni

DSC_0730 Een eerste bordje bij aankomst DSC_0363

Uitzicht op Volterra vanuit ons huisje

DSC_0462 De stallingen DSC_0529

Italiaans vervoer
DSC_0557 Toch nog een eenzaam dorpje gevonden! DSC_0559

Massimo, de eigenaar van de boerderij, ploegt één van zijn velden…

DSC_0596 Gezellige avonden DSC_0678

Eén van de warmste zomers ooit in Italië. Zelfs de duiven smeken om water

DSC_0687 Wat zoekt dat beestje? DSC_0725
Aha, dit zoekt dat beestje!
DSC_0726 Even proeven DSC_0732

Rara, waar zijn we en wat doen deze mensen?
DSC_0744 Resultaat van de kinder-kookles: nutellataartjes! DSC_0776

Dochter doet dat goed

DSC_0842

En toen waren we terug thuis. Net op tijd om de volgende reis te plannen. Wat raadt u aan? Hongarije? Nepal? Of toch maar Costa Rica?

Advertenties

Read Full Post »

Het is natuurlijk niet omdat het vakantie is dat we onze handen niet uit de mouwen steken. Integendeel zelfs: de vrijgekomen tijd in praktijk zorgt voor vrijgekomen tijd in het hoofd, en dat zorgde op zijn beurt dan weer voor een Verschrikkelijk Sociaal Initiatief van de familie onderdeappelboom: we gingen een buurtfeest organiseren. Met speelstraat en al. Toegegeven: we deden dit niet alleen, maar klopten met voorbedachte rade aan bij een buur-politicus die beter dan wij de weg kent in het kluwen van subsidies en nadarhekkenaanvragen (onthoud deze voor Scrabble!) en nog zeer sympathiek bleek ook. Buurtfeestje: geregeld.

Aangezien ik de taak van aanvragen en dossiers al had doorgespeeld aan Buurman, was het aan mij om voor de verdere aankleding te zorgen. En toen doemde in mijn hoofd een foto van Natuurlijk-Rijk op die ik heel lang geleden al had gememoriseerd. Een foto van een paletten-kraampje dus.

Aan paletten geen gebrek bij ons thuis, en de handleiding klonk simpel, dus ik begon er weer eens vol moed en goesting aan. Het recept is dan ook simpel: het enige wat je echt nodig hebt om het te doen slagen, zijn twee paletten van min of meer dezelfde grootte.  Dus nam ik gezwind enkele paletten uit de opslag en begon die te vergelijken. En toen nog eentje van bij de kippen. En uit het kamp van de kinderen… Uit de schuur… En vijftien paletten later bleek ik geen enkel gepast duo aan paletten te bezitten…  Aaargh!De handzaag dan maar, en bij stap 1 al het loerende besef dat het nooit zou worden zoals het voorbeeld in mijn hoofd…

Stap 2 is: ‘maak van een derde pallet de planken los van de blokjes om als poten en steun te gebruiken.’ Nauwelijks een kwartier later stond ik met koevoet in de hand tegen mezelf te roepen: ‘Waarom geloof jij toch altijd dat dat makkelijk zal zijn? En dat jij dat zal kunnen?’ Ik kreeg die verdomde blokjes er maar zelden af. Aaargh! (bis)

Wel, om een lang verhaal kort te maken: er zijn meer vloeken dan vijzen in het kraampje gegaan en nooit geloof ik nog dat ik in staat ben om houten dingen zonder moeite te maken (een ezel stoot zich geen twee keer…). Maar gelukkig eind goed, al goed: de kinderen hadden hun kraampje op het buurtfeest en het is zelfs niet in elkaar gezakt op de hobbelige weg van en naar de speelstraat; integendeel!

20170708_141504

Eens terug thuis heb ik nog extra planken op het middelste gedeelte gelegd (na een bijna vloekloze episode met de koevoet zelfs!), want daar vielen net iets teveel spullen doorheen. En nu heeft het kraam een vaste plek in onze tuin. Hieronder is het een zwemspullenkraampje geworden. Gelukkig mocht ik met aardbeien betalen 🙂

20170709_185358

Al bij al kan ik jullie het maken van een palettenkraampje dus aanraden. Ongetwijfeld zal dat er bij jullie met meer kennis van zaken aan toe gaan, en zal het kraam nog mooier en professioneler zijn. Maar: het werkt.

En het buurtfeest? Dat zou tot 17u duren. Maar het werd euh… ietsje later…

20170708_215025

Read Full Post »

Daags na de storm raapte ik touw, vijsjes en mijn moed bijeen en herstelde de serre voorbeeldig. Ze zag er bijna terug uit als nieuw.

Twee dagen later stormde het opnieuw. De bliksem sloeg in op een knotwilg aan onze perceelsgrens, die stortte neer op de vuurput en picknicktafel, 3 kippen werden dakloos en daags nadien al opgegeten door een egel (jawel, misschien, een verhaal voor later…) en samen met de klap van de wilg vloog nog een honderdtal kleinere takken van bomen en… o nee: viel de herstelde serre opnieuw compleet en nu nóg drastischer in duigen.

Met minder moed en des te meer bloed, zweet en tranen heb ik het geheel een week later terug opgelapt. Het ziet er niet uit, maar het lijkt terug een beetje op een serre.

20170627_133352

De border had als enige geen stormschade. ‘Niet moeilijk’, denkt de schampere lezer nu, ‘die border heb je dan ook zelf de das omgedaan’. Maar weest voorzichtig, schampere lezer, want ook met aangewaaide klaprozen en wat restplantjes kan je iets maken wat op een border lijkt.

20170627_180456

Dat groene gras dateert van drie weken geleden. Sindsdien werd het heel snel een witte graszode. De klaver lijkt bij het hete en droge weer van de laatste weken wel te exploderen. Gras afmaaien is sindsdien eerder ‘klavertjes maaien’, ter bescherming van de vele blote voeten.

Na het maaien is er weinig dat meer deugd doet dan het bessenpark intrekken en de dorst te laven met frambozen en trosbessen. Wel, behalve dan een Karmeliet misschien. Of een Sancerre met wat stukjes meloen of zwarte olijven erbij. Soms wel eens een fruitige Chardonnay. Of als het met chips is dan gewoon een blauwe Chimay. Maar los daarvan: niets dat meer deugd doet na het maaien dan wat verse bessen 😉 .

Verder komt er langzaamaan bloei in de bloemenakker, is het een weelde in de moestuin, en zou er wellicht ook interessant geblogd kunnen worden, maar het is vakantie. De kinderen maken kampen en sleuren me erin mee. En naast hen liggend op het gras leren ze me dat doorheen een bladerdek kijken nog mooier is dan wolken kijken. Moge uw vakantie ook vol van Karmeliet bessen en loverrijk zijn!

20170705_152146 20170705_152203

Read Full Post »

Jaren heb ik het ontkend, geweigerd, doodgezwegen: dat zevenblad iets positief zou kunnen zijn. Want dat is het niet. Niet als je er eindeloze vierkante meters zevenbladvlakte van hebt.

Maar omdat ik persé twee keer per week eten uit eigen tuin wil maken, en de groentetuin nog niet erg veel voortbrengt (toch niet veel dat al oogstklaar is) stond ik daar en keek ernaar. Zevenblad… Dan toch maar een proberen, die pesto van zevenblad?

De kindertjes werden aan het werk gezet: oudste zoon ging daslookblaadjes plukken, dochter plukte zevenblad, en jongste zoon oogste de eerste look. We hadden een groot handvol daslook en twee hele grote handenvol zevenblad. Daarbij twee verse lookteentjes. Dat alles werd vakkundig in de vijzel tot moes ge – euh – vijzeld (?), gemengd met 2 lepels olijfolie, en gekruid met peper en zout. We hadden ook nog zo’n 50 g pijnboompitten waarvan de ene helft vermalen werd en de andere helft als volledige pitten in het mengsel ging.

20170610_121815 Er waren ook groenten: meiraapjes die ik in hele kleine blokjes sneed (een drietal raapjes), enkele tuinbonen die gered waren van de bladluizen (een boon of 10), twee handenvol Nieuw-Zeelandse spinazie en de eerste erwtjes (een klein kopje). 20170610_121835

Dat alles werd 2 minuutjes gebakken en gesudderd in de pan. Ondertussen werden de schelpjes gekookt en 3 soeplepels van het kookvocht van de pasta ging bij de pesto. Vervolgens pasta verder afgieten, bij de groenten in de pan doen, pesto erdoor, en één minuutje roerbakken.
Dan krijg je dit.

20170610_124436

Op één of andere manier sukkelt daar dan altijd een glas wijn bij op de foto. Ik weet ook niet hoe dat komt 😉
Elk kind en elke volwassene vulde een kommetje en ging er buiten mee zitten in de schaduw van de parasol. En toen was het stil. En waren alle kommetjes in een mum van tijd leeg. En toen nog eens. En toen was het op en bleek ik te weinig eten te hebben gemaakt… Sja.
Mensen: maak dit. Het is maaaaaaaaaaaaagisch lekker. Met zevenblad, begot…

Read Full Post »

Zaterdag was een mooie, zonnige dag. Een dag met tijd om eindelijk nog eens het fototoestel boven te halen en een poging te ondernemen om mij te herinneren wat al die knopjes ook al weer betekenden. Dat lukte niet echt, en ik struikelde nog over onkruid, lege plekken en slecht uitgroeiende planten. Maar (MAAR!) er waren rozen! Geurend naar rozen en Engeland en vroeger en al! En ik klikte vreugdevol in het rond.

De roos ‘Sophie’s choice’, bijvoorbeeld, die ik van mijn ouders cadeau kreeg bij de geboorte van de jongste zoon en die, zo zeg ik maar even, wel mijn eigen keuze had kunnen zijn 😉

DSC_0057

DSC_0055 Het onbekende roosje, nu kindgroot maar ooit niet meer dan een klein kasplantje, zo droog en vergaan dat ik het van de kassierster in het tuincentrum gratis kreeg.  DSC_0059

Het apothekersroosje, dat ik alleen onder die naam ken, omdat het uit de tuin van mijn grootvader komt die het ook al zo noemde.

DSC_0060 De Joegolavische roos, van mijn tante-tuindame gekregen toen we hier kwamen wonen, en die ik ook alleen ken onder de naam waarmee ze hem aan mij gaf. Joegoslavische roos dus 🙂 Ze is bijna uitgebloeid nu, maar bloeit makkelijk 3 keer per jaar. DSC_0061

Maar dankzij de imker-kennis zijn er ook extra bij-vriendelijke planten mijn tuin ingeslopen, zoals deze phlomis, waar hommels (naar het schijnt; ik moet er nog eens voor wakker blijven) ’s nachts in slapen.

DSC_0062 DSC_0063

Zelfs mijn verdwenen border ziet er (vanuit deze hoek 😉 ) best nog aanvaardbaar uit

DSC_0065

Met (minder bijvriendelijke) pioenrozen

DSC_0067

En verderop, bij het bankje, lekker ouderwetse lupinen

DSC_0068

Maar het meest blij was ik met mijn tomaten. Nog nooit stonden ze er zo gezond bij, heb ik het dieven zo goed volgehouden, en geurde de lucht van de belofte van tomaten

DSC_0074

Maar u weet het beter dan ik het wist: hoogmoed komt voor de val. En dus begon het te stormen. Niet een klein beetje, maar veeeeeeeeeeel. Twee dagen lang was het lawaai van wind en ruisende bomen oorverdovend (ik overdrijf niet). Toen ik gisteren eindelijk terug de tuin in durfde, liep ik over een zee van afgeknakte takken, verse twijgjes, grote takken, blaadjes, blaadjes, blaadjes en kleine appeltjes.

DSC_2262

Tuingeraniums liggen verwilderd over andere planten heen en pioenen zijn plat gesmakt op het gras en de boordstenen.

DSC_2267

De clematis die je hieronder op het gras ziet liggen, was de voorbije jaren 2,5 meter hoog tegen de oude garage gegroeid.

DSC_2268

En dan had ik de tomatenserre nog niet gezien…

DSC_2264

All’s well that ends well, en dus bracht de stormnacht ook nog wat moois voort. Zes lieve donskes zagen onder de zwiepende wilgen en populieren zowaar het levenslicht.

DSC_2256 DSC_2258

Nu alleen nog een beetje opruimen zeker… En ergens tomaatjes gaan kopen…

Maar vertel eens: wat heeft de storm in uw tuin gedaan?

Read Full Post »

Ongeveer een week geleden plaatste ik de volgende boodschap op mijn persoonlijke facebookpagina:

‘Vandaag is officieel mijn laatste dag als werknemer. Straks zeg ik dag met het handje tegen de functie met interessant klinkende titel, de bedrijfswagen, de werkzekerheid, enz. Daarna stort ik me in de volstrekte onzekerheid van het bestaan van een freelance schrijver, zonder flashy functietitel, zonder vast inkomen, zonder werkzekerheid, zonder bedrijfsauto, -laptop of -gsm. De kans op mislukken is reëel; maar de zin en passie zijn groot, en de kring van freelancers heeft de afgelopen maanden bewezen warm en hartelijk te zijn. En één iets is absoluut zeker: ik zal later nooit spijt moeten hebben dit ik het niet heb geprobeerd. (dat laatste moet ik vooral onthouden als ik binnen een jaar aan de kassa van de Spar zit ofzo 😉 )’

De reacties waren talrijk (naar mijn bescheiden-vriendengroepje-normen 😉 ). En verrassend. Niet dat ik de steun niet had verwacht (als je dan toch maar weinig vrienden hebt, kunnen ze maar beter van de beste ondersteunende soort zijn 😉 ), maar uit de reacties sprak meer dan steun.

Velen vonden het ‘moedig’. Er zijn momenten dat ik maar al te goed besef hoeveel dwaze moed er voor nodig is, al zijn er ook evenveel andere momenten waarop ik sindsdien heb gedacht dat ik eindelijk thuiskom (zij het voorlopig nog redelijk platzak…)

Anderen wensten me zo hartverwarmend veel succes dat ik me niet in Vlaanderen, maar in een Amerika-van-vroeger waande, waar moed en initiatief niet worden afgestraft, maar net bejubeld, hoe blind die moed ook moge zijn.

Maar de meeste vrienden en kennissen stuurden er via messenger nog een berichtje achteraan. Berichtjes waaruit vooral bleek hoeveel mensen soortgelijke dromen hebben, maar aarzelen om ze waar te maken. Berichtjes waaruit bleek hoeveel gedroomd wordt ook. Zoals één iemand het schreef: ‘Ik denk dat je doet waar velen van ons alleen aan denken: “don’t dream you life but live your dream” ‘.

Zo rooskleurig is het in het begin natuurlijk helemaal niet. En dan moet het project nog slagen ook. Als ‘een droom’ voelt het daarom zelfs helemaal niet. Het is geen droom in de zin van een vaag plan. Het is geen droom in de zin van een leuk creatief idee om eens te proberen. Het is een functie waarvan ik weet dat ze bestaat en nu gewoon verdomd mijn best moet doen om er goed in te worden en het waar te maken.

Maar het is natuurlijk wel een droom omdat het het leven biedt waar ik meer en minder zichtbaar sinds het einde van mijn journalistieke tijd van droom. Een leven waar ik aan dacht bij alles wat ik las. Elk interview heb ik uitgepluisd op zoek naar de job van de interviewee: was hij of zij werknemer? Of zelfstandige? Hoe heeft hij of zij dat gedurfd? Of als ik stukken las over basisinkomen: zou ik daarop wachten om te springen?

Toen ik een stuk las van Ignaas Devisch, waarin hij rauw en mooi verwoordde dat mensen die beslissen om het met minder te gaan doen uitzonderlijk, moedig en bewonderbaar zijn. Tezelfdertijd: dat eerlijke stuk van een blogster waarvan ik de naam helaas vergeten ben, en die eerlijk neerschreef hoe het na een aantal maanden met de roes ‘ik-ben-gelukkig-met-minder’ al heel wat minder ging.

Ik dacht het ook toen ik lang geleden een werkdag beschreef en Menck (eerlijk en terecht) schreef: ik zou gek worden van zo’n dag.  Ik denk het telkens als ik stukken lees van Eigenwijze Bart die toch maar werk combineert met thuis-zijn en het realiseren van zijn talenten daar (alleen dat boek nog, Bartje, daar blijf ik naar vragen 😉 )

Ik heb het, kortom, altijd gedacht, sterk mijn best gedaan om er vanaf te geraken, en nooit is het gelukt. Daarom is het wurgend te beseffen hoezeer deze ‘uitstap’ moet lukken. En tezelfdertijd is het dat ook helemaal niet: ik kom eindelijk thuis. Nu alleen nog keihard werken 🙂

 

 

Read Full Post »

Zwermen

Ecobloggers en ecobloglezers hier en elders houden van bijen. We informeren elkaar als er gratis zaden ‘bijenmengsels’ te krijgen zijn, leren via VELT dat aarde-bijen rustig mogen blijven zitten waar ze zitten, en stimuleren elkaar al dan niet expliciet om vooral enkelvoudig bloeiende bloemen in onze tuinen te planten, waar bijen als het ware een snelweg richting nectar of stuifmeel krijgen. Met uitzondering van enkele dubbelbloemige pioenen hoor ik in het rijtje thuis. Maar eigenlijk… weet ik van bijen weinig meer dan dat ze belangrijk zijn. Voor bestuiving. Voor vruchten dus. En honing ook. De bijen als verhaal echter, gingen tot nog toe grotendeels aan mij voorbij.

Vandaag weet ik er nog maar weinig meer van, maar een facebookpost van Wouter Deprez intrigeerde me: een zwerm bijen was gesignaleerd op de Wiedauwkaai in Gent. Diezelfde ochtend was ik nog langs die kaai gereden, op zoek naar wat achteraf bekeken een obscure opkoper van slechte wagens bleek, maar vooraf de aantrekkingskracht van een kleine zelfstandige met mooie tweedehandswagentjes had, die bovendien nog eens in mijn toekomstig budget paste ook (waarover later meer).  Een kanaalregio. Dicht gepleisterd met beton. En ergens op de stoep: een zwerm. Want dat blijken bijen te doen: zwermen.

Toen ik die middag het geluk had om bij smakelijke aardappeltjes in een Gentse autovrije staart een recente commentator op deze blog nog eens te mogen ontmoeten, kon ik eindelijk met een gerichte vraag informeren naar die andere kennis van hem: het houden van bijen. En aldus, zo vroeg ik tussen hap twee en drie door: zwermen bijen eigenlijk altijd?  En ook (helemaal mismeesterd door ontelbaar veel uren wiskunde in het secundair): als uit elke kast een zwerm vertrekt, dan verdubbelt het bijenbestand toch elk jaar opnieuw?

Het blijkt in werkelijkheid – uiteraard – zo simpel nog niet. ‘Kijk, ‘ zei de vriend. ‘Bijenliefhebbers en natuurvrienden zijn allemaal erg bezig met het voorjaar en de zomer: we zorgen ervoor dat onze tuinen dan vol bijvriendelijke planten staan. Belangrijk, want daar komt voedsel en nectar uit. Maar wat een imker eigenlijk ook wil, is zijn bijenvolkje op een goede manier door de winter leiden. Dat zijn de harde tijden. Daarvoor hebben de bijen extra voedsel nodig. Bijna belangrijker dan voorjaar en zomer, is dus de herfst. En eigenlijk zou iedereen verplicht moeten worden om minstens één aster te planten.’

En die zwermen dan?

Zoals ik het begrepen heb en met veel minder talent in vereenvoudigde woorden kan verder vertellen: elke bijenkast heeft een koningin en haar werksters. Maar in het voorjaar kan het voorkomen dat een koningin met een groot deel van haar werksters de kast verlaat en een nieuw onderkomen gaat zoeken. Dit wordt niet zelden als ‘een natuurlijk fenomeen’ onder de bijen beschouwd. In de periode voorafgaand aan het uitzwermen kan je al zien dat de werksters enkele eitjes van extra voedsel hebben voorzien. Daar hangen als het ware staartjes aan de eitjes. Dit zijn bijenkinderen die potentieel tot nieuwe koningin kunnen uitgroeien, mocht de huidige de kast verlaten.  Maar, zo zei mijn imker-tafelgenoot, onder het mom van ‘natuurlijk’ worden niet altijd de beste dingen gedaan. Want als we louter kijken naar gedrag, dan zijn niet alle bijenvolkeren dezelfde. Ze hebben, net als honden, of kippen, of enig ander dierenras, evengoed een karakter. Een groot deel van de imkers streeft ernaar Het Oude Belgische Bijenras te kweken. Dit zou een zwartbruine, Oorspronkelijke Bij van onze Lage Landen zijn. Volgens mijn tafelgenoot bestaat deze bij niet meer, wat sommige imkerordes ook mogen beweren, maar zijn er wel rassen die er soortgelijk uitzien. Maar bovendien, en sterker nog, is het volgens mijn tafelgenoot misschien ook niet helemaal slim om enkel een oud ras te willen, zonder op het karakter te letten. Het hangt nogal van de imker en zijn ‘orde’ af. De imkerorde van mijn tafelgenoot bijvoorbeeld (en ook hijzelf in persoon) kijkt vooral naar het karakter van het bijenvolk. Bijvoorbeeld: bijen die er allemaal verschillend uitzien, maar wel weinig steken, weinig zwermen en bovenal weinig aanvallen. Bijen, met andere woorden, die gemakkelijk in tuinen met kindertjes kunnen worden gehouden.

En daar komt het zwermen terug: Zo’n volk dat helemaal van nergens komt, of een bestaand volk dat deels vertrekt en een baby-koningetje achterlaat dat een nieuw volk moet stichten: wat is dit voor volk? Misschien fantastisch, maar misschien ook niet? Misschien is het een volk ontstaan uit de bevruchting van een heel agressieve dar? En willen we die in onze tuin?

Daarom proberen veel imkers het zwermen te vermijden. Ze verwijderen de eitjes-met-een-staartje of geven de bijen extra veel werk zodat ze niet te veel vermeerderen en zwermneigingen krijgen (dat kan bijvoorbeeld door hun honingraten vaak te verwijderen en lege in de plaats te zetten) . Wanneer in de lente een nieuw volk ontstaat, zijn ze er gerust op dat dit volk de karaktereigenschappen van de huidige koningin verder draagt. En ze hopen op veel bloemen in de herfst, voor extra honing en een vermoeiend najaar, om zwermen tegen te gaan.

Of ik het allemaal juist navertel, valt zwaar te betwijfelen. Wat beklijft is dit: dat bijen houden voor de natuur een totaalproject is, met kantjes die nauw aansluiten bij alle voor-en-tegens van een ecologische tuin. Dat bijen karakter hebben en rassen vertegenwoordigen. Dat ook bijen moeten vechten tegen modes of nostalgie. En dat bijen houden vol verhalen zit, die je ongewild mee binnen sleuren in de kast. Dat ik eindelijk begrijp wat imker-zijn zo aantrekkelijk maakt.

Wat ik ook onthouden heb: dat bloemen in het najaar en de nazomer minstens zo belangrijk zijn. Asters heb ik al, maar het kan altijd beter. Daarom heb ik mijn border (jawel, hier komt de border eindelijk terug!) opnieuw ingericht volgens de instructies van deze imker:

  1. Houd de grond vrij tot 15 mei door minstens wekelijks te schoffelen
  2. Laat je niet verleiden door andere bloggers die al veel vroeger hun bloemenakkers inzaaien.
  3. Zaai op 15 mei (ten vroegste op 10 mei) een bijenmengel (op zich zijn alle mengsels goed, zolang er geen gras in vermengd zit. Ideaal is een Tübinger-mengel (zie google)
  4. Enkele dagen later zie je de eerste zaden al opkomen.
  5. Wees geduldig: wachten tot 15 mei is al lang, en dan duurt het opnieuw nog vele weken voor de bloemen eindelijk bloeien.
  6. Laat alles staan tot in de vroege lente. Maak de grond dan schoon en begin opnieuw met schoffelen tot 15 mei.

vlaggetjes

Voor het gehele bovenstaande stuk ben ik uiteraard onverdeeld schatplichtig aan mijn tafelgenoot. Ik heb hem deze ruimte aangeboden als gastblog, maar de nochtans met zeer goede pen begenadigde imker in kwestie beweerde geen tijd te hebben (terwijl hij toch maar twintig uur per dag werkt en zeker aan vier uur slaap per nacht komt, dus zeg nu zelf, wat een excuus is dat… 🙂 )

Ik ben hem verder oneindig dankbaar en zal alle fouten in bovenstaand stuk zonder tegenpruttelen aanpassen. En al heeft hij er niet mee ingestemd: zo hebben we na lange tijd eindelijk nog eens min of meer samen iets geschreven 😉 😉

Read Full Post »

Older Posts »