Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Voor het keukenraam lopen vier sneeuwpoppen voorbij. Nog maar een dag geleden stonden twee ervan te smoezen, twee andere giechelend arm en arm. Ze maakten van de tuin een speelplaats waar de bel nog lang niet klinkt en de kinderen uitgelaten zijn.
Ze zijn wat tanend nu, druipend van de zon, tussen het overschot van sneeuwtapijt dat gisteren nog op poedersuiker leek, maar nu, bij het smelten, steeds meer van de schuimkoppen op golven heeft die we samen zagen in de nacht van oud op nieuw. Acht graden was het toen, en veel te warm voor de tijd van het jaar. We lieten wensballonnen op met vrienden, zelfs als dat niet mocht, en schreven er bescheiden dromen op voor ons gezin en die goede gezondheid van altijd. Er was een briesende, aanlandige wind, die de ballonnen even later nietsontziend kapot liet smakken op doornbos en strand. Nog geen twee weken later was het ziekenhuis mijn deel.

Steeds meer spoken zijn ze nu, die kindknutsels van sneeuw, en achter hen, doorheen de laatste sneeuwlaag en het grastapijt, steken de eerste krokussen op. Ik plantte ze onder de lindeboom, in een herfst van lang geleden. In mijn buik groeiden twee levens die ik later in die krokuszee nog zo vaak zou fotograferen, kruipend of in rubberlaarsjes, en zelfs op blote voetjes wanneer het weer eens veel te warm was voor die vroege tijd van het jaar.
Bij alle krokussen die ik met hen en – later – ook met de derde uk de grond in stak, was de aarde weer wat zachter, een beetje warmer dan daarvoor.

Ze staan nu turend voor mijn keukenraam, die twee levens uit mijn buik van toen, elf en ongedurig, terwijl ze vogels tellen en ik hen voorlees uit de krant. En ik wijs hen expliciet op wat tussen de regels staat. Dat Jacques Van Yperseele de klimaatbetogers minzaam steunt en raad geeft, zeg ik, en hoe belangrijk wel de steun van wetenschappers is.
Tussen een merel en twee koolmezen door, knikt de zoon dat het hoognodig is dat de aarde wordt verzorgd. Hij mag er niet aan denken om te eindigen op Mars.
Dochter fulmineert tegen alle onverlaten die hun vuilnis laten slingeren en de natuur vernielen. Er zijn heel veel mensen, meent ze, die nooit voor de natuur zullen zorgen wanneer de politiek hen niet verplicht.
Ze tellen verder, en ik lees. En dan vragen ze het toch, bezorgd.
‘Als wij nu ook wilden betogen, zouden we dan mogen?’
De man knikt zonder aarzelen: ‘Meteen, je mag nu donderdag al.’
‘Maar dat is spijbelen?’ werpen ze wenkbrauwfronsend tegen.
‘Maar het is om goede redenen,’ zegt hij. ‘Dan hoef je niet naar school.’
Ontzet door zoveel instemming richten ze hun vragende ogen op mij.
‘We waren bang,’ zeg ik, ‘dat jullie het nooit zouden vragen.’
Verbaasd staren ze verder uit het keukenraam. Een ekster en tien roeken bezetten het gazon, maar geen van beide telt ze nog. In de marge van de krant trek ik dan zelf maar streepjes: eentje voor ontwikkeling en zin in politiek, een ander voor natuurliefde en, tenslotte ook, nog voorzichtig tussen haakjes, een derde bij engagement.

Edit: omdat tussen droom en daad wetten en praktische bezwaren staan, zijn ze vandaag toch gewoon op school. Maar in gedachten zijn ze daar en mag de politie hen er gewoon bijtellen.

Advertenties

Read Full Post »

In de loop van 2016 kregen we Wim Lybaerts ‘Het goeie leven’ op de buis. Het was een van die weinige programma’s waarvan ik eiste die in volstrekte stilte te mogen bekijken, en al snel moest ik helemaal niets eisen. De gezinsleden druppelden de woonkamer binnen, vingen een glimp op, bleven hangen, en keken daarna naar alle afleveringen mee. Niet lang daarna zagen ze ‘The Wim Himself’ op de boekenbeurs, waar we het bijhorende boek van Het Goeie Leven lieten signeren, en nog wat later kochten zoon en man onderdeappelboom zich een moestuinplanner en moestuinboek van Wim en Laurence Machiels (never underestimate the ghostwriter co-auteur! ;-)) en maakten plannen. Kleine zoon wou ook meedoen, manlief zou een kolenbed voor zijn rekening nemen, en nog weer enkele weken later besliste dochter dat het dan best ook een wedstrijd zou worden, met zijzelf als jury.

Eind augustus 2017 werden de tafeltjes in onze tuin door dochter deftig versierd en gedekt, en werden wij, de moestuiniers, gesommeerd ‘ons beste bordje’ naar de jury te brengen.

tafeltje Er waren punten te verdienen met de staat van onze moestuinbak, de variëteit aan groenten, de smaak, en de presentatie. Dochter zei niets, maar liep met pen en papier de tuin rond, en liet zich uitgebreid bordjes serveren.  De rest van de familie mocht wel assisteren bij het proeven. Na lang beraad viel de beslissing: oudste zoon won de wedstrijd, en kreeg van dochter een fietstocht langs de Kaaihove cadeau, mét picknick.

Enkele dagen geleden maakte ik mijn kweekschuurtje lenteklaar, en gisteren moesten ook de moestuinbakken buiten eraan geloven: zaaien!

zaden

Oudste zoon begon meteen met zwier mee te helpen. Vogels zingen zoals ze gebekt zijn, en kinderen kweken groenten zoals ze euh… zijn. Hij zaaide dus in terecht vertrouwen in zijn ondertussen grote groentekennis, snel, hulpvaardig, werklustig, zacht, en met gebruikelijke nonchalance.

Jongste zoon, ondertussen bijna 7, neemt het dit jaar ook serieus. Waar hij van zijn groentebak vorig jaar een soortement zandbak maakte waarin hij zichzelf voornamelijk in- en uitgroef, heeft hij zich nu op geheel eigen wijze ook een groentebak toegeëigend, waarin hij met veel geduld de zaadjes zaait, heel precies weet wat er wel en niet in mag, en tussendoor regelmatig genietend zit te dromen of vrolijk rond zijn bak danst en zingt.

En dochter, net als oudste zoon bijna 11, die besloot ook mee te doen. Voor het aller-aller-eerst. Ze koos een bak, haalde er genadeloos alle onkruidjes uit, en zaaide met een precisie waar zelfs de microchirurgie zou van gaan blozen. Geen radijs die het zal wagen ook maar een millimeter uit richting te groeien. Maar ze genoot.

werken

Verder zijn ook meneer en mevrouw onderdeappelboom opnieuw aan het zaaien geslagen. De kolen, de sla, de pompoenen,… die laten ze aan ons over.

schuurtje

Dus dan blijft er maar één prangende vraag meer die de kinderen hevig bezig houdt: wie o wie zal nu jureren? Ze laten er bijna hun slaap voor.  Oma en opa, dat is een optie. Of zou Wim Lybaert dat gratis komen doen, denk je? 😉

20180326_182127

Read Full Post »

De kinderen hadden het koud. Ik wou de haard namelijk niet aansteken uit angst dat Schouwvliegje zou passeren. Wat ze waarschijnlijk niet doet, want ook op het platteland is natuurlijk fijn stof. En onze bossen zijn niet groot genoeg om te kappen. Maar goed, nu we toch al van die onverlaten zijn die niet in de stad wonen, en een vrijstaand huis hebben enzo, zou de haard aanmaken echt wel een brug te ver zijn; voor je het weet staat de wijkagent aan de deur, als die tenminste onderweg al niet door gebrek aan zuurstof omgekomen is.

Gelukkig dreigen nog meer gevaren op het platteland: massale sterfte in plaatselijke vijvers bijvoorbeeld. Methaangassen, meneer en mevrouw, die zomaar een volledig poelbestand naar de filistijnen kunnen helpen! Dus zei ik tegen de kinderen: ‘Ik weet iets om terug warm te krijgen: we gaan het ijs van de vijver stuk hakken! Zet jullie gasmaskertjes maar op en trek je beschermkledij aan, want we gaan De Natuur in!’  Onze kinderen groeien op in de gevarenzone van het platteland, en kennen de trucs om zich toch enigszins veilig in eigen tuin te begeven wel. Gelukkig was het het seizoen van de knotapen niet, anders hadden we ook nog helmen moeten dragen.

Goed, wij naar de vijver…

DSC_0848

Net voor de vorst had ik kikkertjes gezocht, maar nog niet gevonden. wellicht moest voor hen dus nog niet meteen veel ijs weggehaald worden. Maar onze eendjes en ganzen, die kunnen wel een zwemplekje gebruiken. Ze slagen er elk jaar wel in om zelf één klein plekje ijsvrij te houden.

DSC_0847

Maar de vijver beschermt onze diertjes tegen de vos, dus het is belangrijk dat ze er allemaal in kunnen. Daarom begonnen we met een stevige stok op het ijs te kloppen. Dat viel nog tegen.

DSC_0855 Extra materiaal werd uit de schuur gehaald, en al gauw beleefden de broertjes de tijd van hun leven. DSC_0852

Hoewel het losbreken van stukken ijs moeilijk was, is het al bij al toch nog niet zo dik. Een centimeter of drie, maar niet meer.

DSC_0856

Een voorzichtig balanceren leerde al snel dat het ijs inderdaad nog niet honderd procent schaatsklaar is (de gevaren dreigen overal :-)). En bovendien, ons doel is om de eendjes meer zwemmogelijkheid te geven, niet om zelf over het ijs te glijden. En dat vrijmaken van ijs was na een kwartiertje toch al heel wat beter.

DSC_0845

Ondertussen blijft het natuurlijk vriezen. Water dat normaal de vijver instroomt, bevriest ter plekke.

DSC_0858

En ook opspattend water na de heldendaden van de zonen, vriest gewoon terug vast in ijspegels.

DSC_0857

Maar dat is niet erg. Nu hebben ze een excuus om elk avond huiswerk uit te stellen en eerst ijs te hakken. En ze krijgen warm, ook belangrijk, zo zonder brandende houtkachel 🙂

Read Full Post »

Vanonder het grauwe winterblad pluk ik de zomer weer tevoorschijn. Waar grijze takken doods de kilte recht houden, wringen rode bladerknoppen zich al zwoegend uit de grond. Straks ontvouwen zich de frêle bladerhanden met in hun muis de onmiskenbare belofte van pioenendracht die volgt.

De bladpunten van narcissen en krokus staan als schoolkindjes in de rij en wachten giechelend hun uitstap naar de eerste lente af. Uit de schaduw schiet een helleborus op die haar wintervracht hooghartig om haar taille sleept en haar witte lokken hoogmoedig uit het donker schudt. Met knikkend hoofd verbergt ze wulps haar trotse schaterlach.

Een winter lang bleef wildemanskruid de onverwoestbaarheid uitspelen, maar trekt zich nu schoorvoetend terug de aarde in. Onder de bruine pudding van verpieterd blad schieten de eerste nieuwe scheuten al driftig door het wirwar heen. De hyacinth ziet de ellende slechts misprijzend aan en schurkt zich nog eens recht, ongenaakbaar zeker van haar aankomende pracht.

20180130_092424

Opnieuw pluk ik de zomer uit het winterblad tevoorschijn.  Het zacht geworden hostablad onthult met tegenzin waar het verloren speelgoed al die tijd gebleven was en de floxen laten blozend de achtergebleven lepeltjes van de warme najaarsijsjes los.

De tijd jaagt de seizoenen met de onrust van getijden door de tuin. Naarmate de bloembollen vermenigvuldigen en de vaste planten steeds beslister in de grond gaan staan, nemen de lentevondsten van voorbije zomers onverbiddelijk verder af.  Van de dromen in een meisjeshoofd dat geliefd en leuk wil zijn rollen geen kralen onder het blad en blijven geen sporen in de tuin. Voor de woelwatergedachten van een opgroeiende zoon schieten spijkers en planken tekort en zijn geen schatten nodig die op warme zomeravonden tussen het groen vergeten kunnen zijn. Hun leven schakelt nu tussen scherm en echt, met polaroids en posters die de kabouters uit hun kamers jagen. De bakens die zij uitzetten zijn niet meer te vangen in knuffels of verhaaltjes; het speelgoed dat een winter lang kan achterblijven, schiet voor hun dromen steeds nadrukkelijker tekort.

De blonde hoofdjes zijn nog zichtbaar hier, waar ik samen met mijn planten de mars van eeuwige wederkeer verbeeld. Ze staan nog in een rijtje, niet ontzettend ver van mij vandaan, maar steeds vaker wachtend al op die grote bus die hen ergens heen moet brengen, ze weten zelf niet waar. Naar een lente misschien ook, groot en onbekend, maar steeds meer volhardend kriebelend in die nog zo frêle en toch al taaie lijfjes, en die hoofden die voor zoveel nog te klein en voor zoveel al te groot geworden zijn.

Read Full Post »

Over geloof heb ik u weinig te melden. Misschien dat u dat doet, geloven. Misschien ook niet. Mogelijks bent u zelfs rabiaat tegenstander van alles wat naar godsdienst ruikt, en laat u niet na om alle godsdiensten regelmatig eens opium voor het volk te noemen (misschien zegt u wel ‘opium vàn het volk’, maar dan hebt u een foute vertaling gekocht). Veel waarschijnlijker weet u het niet helemaal zeker. U gelooft niet, dat is duidelijk. Geen huwelijk meer in de kerk, of misschien alleen voor dat huwelijk per uitzondering wel nog eens. Het vernieuwde onzevader kent u ook niet meer, en als u omwille van iemand anders in een kerk komt, blijft u tijdens de communie ostentatief op uw plaats zitten. Elkaar een handje ‘voor de vrede’ geven, doet u alleen met afgrijzen. Toch betrapt u uzelf in het diepst van uw gedachten wel eens op een ‘asjeblief, laat dit goed gaan’-gedachte, op momenten van moeilijkheden of verdriet, en weet u dan zelf ook niet goed aan wie u die gedachte richt. De gewoontes van de kindertijd of wie weet de geschiedenis laten zich nu eenmaal niet zomaar van de schouders schudden.

U hoeft het gelukkig ook niet te weten. (Bijna) niemand zal er u naar vragen. Zoals met zoveel overtuigingen, mag u in dit land, en in deze tijden, ook op vlak van geloof rustig een beetje van hier naar daar kabbelen en naargelang het eb of vloed is wat meer naar stuur-of bakboord neigen. Eb en vloed zijn zelfs te weinig. Het is een soort rivier van drie getijden, zoals in de diepte achter de tuin van degene die laatst bijna van zijn stoel viel toen we hierover praatten.

Er is een uitzondering op de regel van het recht op niet-weten. Die is er als je een kind in het eerste leerjaar hebt. Dan word je als ouder verondersteld te weten welke van de  tiental opties, waarvan de twee meest voorkomende godsdienst en zedenleer zijn, je wil aankruisen. Ik wist het niet en klampte beide leerkrachten aan. In het geval van onze (verder goede) school blijkt het een keuze tussen een vak waarin geloof centraal staat, en een vak waarin Kerst aan de hand van druïdes wordt verklaard ‘want de rest zijn uitvindingen van later’. Beide vakken geven evenveel aandacht aan abstracte begrippen en datgene wat wij onze waarden noemen: vriendschap, vrede, verdraagzaamheid. De nieuwe richtlijnen voor het onderwijs vereisen overigens ook dat minstens drie lessen godsdienst en zedenleer samen worden gegeven aan de beide groepen kinderen. Maar geen van beide vakken geeft wat ik ooit tijdens een banket aan tafel samen met de decaan theologie van de KU Leuven de ideale oplossing vond: Een Historische Inleiding op Ontstaan en Gebruiken bij de Katholieke Godsdienst met Aandacht voor de Eigenheden van Andere Mogelijke Godsdiensten en zonder Vereisten op vlak van Geloof.

Omdat ik wil dat mijn kind weet hoezeer dit land gevormd is door haar katholieke achtergrond en ik de beperking tot druïdes misschien toch net iets te maf vond, zit mijn zoon op godsdienstles en begaven wij ons afgelopen zondag naar de Eerste Voorbereidingsmis voor de Eerste Communie. Als je meedoet, moet je echt meedoen en niet half, vond ik. Daar gingen we dan wel op de fiets heen, want mevrouw onderdeappelboom vond dat we ons autogebruik drastisch moeten wijzigen. En omdat het toch zo lekker ging, en we ondanks de vrieskou en de schrale wind nog behoorlijk warm hadden, konden we wel wat trage wegen inslaan. En hé, ik wist zelfs nog een kortere weg! Of dat niet erg modderig zou zijn, vroeg oudste zoon, die de route tussen de velden ook kende. Nee hoor, het had zeker al een week niet meer geregend en het had hard gevroren, verzekerde ik hem, helemaal in mijn nopjes met mijn groene en actieve nieuwe gewoontes van het nieuwe jaar.

Drie kwartier later (ipv het voorziene half uur) stapten we op schoenen die klotsten van de modder, met volledig besmeurde fluohesjes en de fietshelm scheef op ons met modderspatten bedekte gezicht net op tijd de kerk binnen. Entree verzekerd.

Kleine zoon keek zijn ogen uit (toch op die ogenblikken dat hij zijn razende dorst even vergat die hij met zijn avontuurlijke moeder had opgelopen die – oeps – ook al geen flesje water bij had). Ik realiseerde me toen pas dat dit de eerste keer was dat hij een dienst meemaakte. De gewaden, gezangen, het geklingel van klokjes en mensen die collectief opstaan en terug ruisend gaan zitten, het is buitengewoon bevreemdend als je er de context niet van kent.

Omdat mijn vrienden heidens zijn en ik dus alleen nog maar voor begrafenissen in de kerk kom, schoot mijn gemoed bij het eerste liedje al vol. Nochtans heb ik jaren in kerken doorgebracht om huwelijken en kerstmissen op te leuken met kinderkoor of jeugdorkest en kan ik op simpel verzoek zeker tien kerkliederen driestemmig reproduceren. Maar nu zijn het dus die begrafenissen. De wegen van Pavlov zijn ondoorgrondelijk.

De meneer pastoor van dienst was een eerder modern exemplaar. Wist hoe je de aandacht van al die ukken vasthoudt, liet hen meermaals vooraan komen en ze mochten hem zelfs even nadoen. Die eerste communie, dacht ik, ik moet er in mijn hoofd maar gewoon een eigen ritueel van maken. Uiteindelijk is er geen enkel ritueel dat het gevoel kan vatten dat de combinatie van bewondering en lichte spijt teweegbrengt wanneer je kind 7 wordt en je beseft dat hij binnenkort voor het eerst dingen zal beginnen doen, zeggen of weten die jij hem zelf niet hebt geleerd. Dus die kerkdienst, ach, ik denk er gewoon bij wat ik ervan wil denken. Ik hoef het niet met een misdienst eens te zijn om er toch aan deel te nemen.

Ondertussen slaan de moeders en vaders van de zedenleer- en dus lentefeestkindjes praatjes aan de schoolpoort. Dat ze een eerste voorbereiding achter de rug hebben. En dat dat lentefeest toch niet is wat zij zouden willen. Dat het meer een schoolfeest met allerlei gedoe is dan aandacht voor het kind en zijn evolutie. Maar ach, zei één van de zedenleermoeders, ik denk er gewoon bij wat er zelf wil bij denken. Ik hoef het uiteindelijk met die show niet eens te zijn om er toch aan te kunnen deelnemen. In mijn hoofd maak ik er wel gewoon een eigen ritueel van.

Zo doen we met beide groepen ouders mee aan een ritueel waar we ons maar half in kunnen vinden en volgen we beiden half tegendraads de gevolgen van de keuze die we ook al twijfelend maakten.

Gisteren viel een mailtje in mijn bus van een zedenleer-mama. Dat ze het er toch wat lastig mee had. Dat ze eraan dachten om dan maar zelf voor een meer treffend ritueel te zorgen, en wellicht een groeifeest en thematocht zouden organiseren. En of ik samen met de andere godsdienstouders niet zou meedoen. Uiteindelijk, was het toch eigenlijk niet absurd om de nieuwe levensfase van onze kinderen, voor elk van hen krek hetzelfde, in twee aparte groepen te vieren, alsof er verschillen zijn?

 

 

Read Full Post »

Een mooi oudejaar gewenst aan jullie allemaal, en een 2018 vol natuur, tuin en wie weet zelfs wat blogstukjes! Bedankt om mij niet op te geven en nog steeds te volgen 😉

Nieuwjaarskaartje//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Read Full Post »

Eén van de fijnste neveneffecten van een thuiskantoor is – in het geval van het huis onderdeappelboom dan toch – dat ik nu dagelijks de tuin zie. Bij daglicht. En in alle seizoenen.

Op de mezzanine boven de keuken is een schrijfkamertje geïmproviseerd, maar omdat het kouder wordt nu zit ik meestal gewoon met laptop en papieren aan de keukentafel, dichtbij de radiator, met uitzicht op de tuin (en heb dan nog koud, koukleum die ik ben).

Schrijfwerk brengt met zich mee dat je uren na elkaar quasi roerloos aan een tafel zit. Geen enkel dier in de tuin beseft dat ik er ben. En nu de herfst overtuigend is ingezet, zijn het vooral de vogels die het uitzicht domineren. Jarenlang heb ik gedacht dat ik de tuin niet goed genoeg had aangeplant voor vogels.  ‘Achteraan in de tuin zijn gewoon meer bomen’, zei ik dan, licht overtuigd en licht overtuigend. Heel wat vogels komen inderdaad nauwelijks uit de populieren, eiken en beuken achteraan de tuin. Maar stiekem had ik toch veel meer vogels vooraan in de tuin verwacht.

Nu blijkt hier, vlakbij het huis, uiteindelijk toch heel wat vleugelachtig leven te zijn. Nadat ik eergisteren de groene specht opnieuw onder en in de sierappel zag zitten, besloot ik vandaag te werken met mijn fototoestel naast de laptop (dat besloot ik eigenlijk gisteren al, maar toen bleek de batterij plat…). Voor geen enkele van deze foto’s ben ik rechtgestaan van de stoel waarop ik zit.

Het spektakel begint om 8u ’s morgens al, als man en kinderen de oprit afrijden naar werk en school. Dan strijkt de eerste merel neer, blijft roerloos in de ochtendmist zitten op zijn tak, en kijkt naar het zuidwesten, waar ook wij altijd het dal inkijken om te zien welk weer eraan komt.

DSC_0828

Tijdens het eerstvolgende uur zijn de merels koning. In onze tuin geen spoor van de vernielzucht van de ziekte die de merels tegenwoordig zo vaak treft. Met vier tot zes tegelijk strijken ze neer in de toppen van het sierappelboompje en eten hun buik vol met de rode appeltjes. De vaak van binnenuit opgegeten en platgeknepen restanten van de appeltjes worden op de grond gekeild waar de groene specht eergisteren dus even kwam proeven (en waar wellicht ook vinken nog wat lekkers vinden, maar die kan ik niet zien vanop mijn stoel).

DSC_0832

Als de merels voldoende hebben gegeten, komen ze dichter naar me toegevlogen. Het lijkt alsof de voormalige bosvogels steeds minder schuw worden. Zelfs als ik overduidelijk beweeg, vliegen ze niet weg. Naast het keukenraam, in het binnentuintje, scharrelen ze vooral rond op de grond waar ze onder de afgevallen bladeren naar eten zoeken. Soms zie ik de merels niet eens, maar hoor ik blaadjes ritselen en zie ik hoe vanop de bodem telkens weer takken en bladeren de lucht worden ingegooid en hoe daar dan een merel onder loopt te zoeken. Na deze strooptocht verzamelen ze vaak nog even op het terrasje aan de achterdeur, soms in vrede, soms met argwaan ten opzichte van elkaar, en soms ook weer opgejaagd door een brutale ekster die bijna elke dag komt kijken of er nog wat kattenvoer voor haar is overgebleven en dan uit baldadigheid maar wat andere vogels schrik aanjaagt. Jeugdbendes, het is me wat.

DSC_0858 DSC_0835

De rest van de dag blijven de merels komen, maar niet meer met zoveel tegelijk.

De meesjes komen pas tegen tienen afgezakt. Eerst naar de mezenbolletjes en ander versgekocht lekkers dat we voor hen aan de voederplank of in de boom hangen. Ze komen van zowel links als rechts aangevlogen. Vanuit de linde nemen ze een rechtstreekse duikvlucht naar het appelboompje, als ze vanuit de haag komen doen ze het met tussenstops in de frêle magnolia en tussen de zaadknoppen van de potentila’s. Als ze van rechts komen, dan is het via de druivelaar en de blauweregen.

DSC_0824

Minstens zo populair als het vogelvoer is ons binnentuintje. Ik zou gemakkelijk honderd perfecte close-ups kunnen nemen van de talrijke mezen die in de rozenstruiken komen hangen en zitten. Ze eten er niet alleen de rozenbottels, maar pikken ook driftig in (en aan de onderkant van) de bladeren. Soms zitten ze alleen maar op de uitkijk. Roepen naar elkaar. En maken dan terug een duikvlucht naar de appelboom.

DSC_0846

DSC_0842 DSC_0838

Minstens eentje komt er minutenlang tikken tegen het raam. Ik laat me vertellen dat dit is omdat ze zichzelf zien en contact willen maken met dat ‘ander’ vogeltje. Het is leuk voor mij, maar wellicht stresserend voor het beestje. Ook zijn de voorbije weken (en de jaren daarvoor nooit) al enkele vogels tegen het raam gevlogen. Een meesje en een mus hebben we kunnen redden, maar voor de lijster kwam onze hulp te laat. Ik heb zelf al even gecheckt van buitenuit hoe het raam eruitziet, maar ik vind de tafel in het keukenlicht goed zichtbaar. Voor een vogel is dat dan blijkbaar anders. Of is het omdat de tuin meer volgroeid is? Ze lijkt steeds meer natuur die er altijd al is geweest dan een aangeplante tuin. Maakt dat het zo verwarrend voor de vogels?

DSC_0860 DSC_0844

Na de middag zie ik de mezen niet meer, maar hoor ik ze wel. Dan scharrelen ze langs de onderste rij pannen en pikken luidruchtig in de goot. Af en toe valt een stukje mos naar beneden dat door een andere vogel wordt opgepikt.

Er zijn ook mussen, maar die blijven vaker bij de haag en lieten zich nog niet fotograferen. Het roodborstje dat we enkele weken geleden uit de klauwen van de poes redden (ja, het hoort tot de natuur van een poes, maar dan moet ze dat niet voor onze ogen doen) en op sterven na dood onder een dekentje van vrouwenmantel op de veilige voedertafel achterlieten na z’n bekje in water te hebben gedompeld, is herrezen en komt af en toe even groeten. De kinderen wanen zich de redders van de mensheid en het klimaatbeleid telkens wanneer het beestje zich weer zo evident in leven toont.

De spreeuwen kramsvogels zijn gelukkig ook nog niet allemaal doodgeschoten (ze hebben nochtans flink geprobeerd, de jagers hier in de buurt…) maar blijken minder van sierappels dan van populieren te houden. Toch kwamen ze twee keer langs om daarna met een zijwaartse vlucht terug te verdwijnen. Ik vind het telkens weer wonderbaarlijk hoe weinig zichtbaar ze zijn, zelfs als ik ze heb zien landen in de boom.

DSC_0850

Stoelen zijn minstens zo populair als sierappels. Tip: plant niet alleen bomen, maar ook winterharde stoelen in de buurt van een voederplank. Ik kon maar één schoonheid verschalken voor een foto, maar er gaan onafgebroken vogels op zitten om de omgeving te verkennen.

DSC_0848

Ik heb voor geen enkele van deze foto’s zitten wachten of extra voer gehangen. Het is geen collage van meerdere dagen, maar het zijn willekeurige foto’s van één voormiddag. Ik tik mijn tekst, kijk even op, en fotografeer zonder poespas, door het raam. En altijd is er minstens één vogel te zien. Soms twintig tegelijk. Mussen, mezen, kepen, vinken, merels, duiven, spreeuwen, roodborstje, winterkoninkje,.. Wat een feest.

DSC_0855

Ik besef dat ik er weinig van weet. Ik weet niet of ze echt een uurschema aanhouden of dat alleen maar zo lijkt. Ik weet niet of de honderd mezen die ik dagelijks zie ook honderd verschillende mezen zijn, of eigenlijk tien dezelfde die telkens terugkeren. Ik weet niet waarom een vink geen voedsel uit een boom of voederplank kan eten en of de mezen insecten zoeken op de onderkant van bladeren. Ik weet wel dat ik een gelukzak ben dat ik op deze manier kan werken.

O ja, ik zorgde ook voor een grote kom vers water op het terras, voor drank en bad van de vogels. Maar daar komen ze voorlopig even niet, denk ik…

DSC_0830

Read Full Post »

Older Posts »