Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘vijver’ Category

De laatste van de verborgen plekjes onderdeappelboom is de vijver. Die is natuurlijk allesbehalve verborgen, want al meermaals, met of zonder pluimvee, in winter of zomer op deze blog verschenen. Maar laat ik het toch allemaal maar eens samenvoegen tot een geheel eigen vijverstukje.

Om te beginnen, laat ons de vijver in het late voorjaar:

DSC_0407

maar eens vergelijken met de vijver midden (natte) winter:

DSC_0688

DSC_0836

Een verschil in debiet, en geen klein beetje. De verste oever deint al vlug één tot twee meter uit, het gras wordt een modderpoel, planten verdwijnen diep onder het water, en de eenden eten het lis op. We overwegen al een tijdje om de meest fluctuerende vijverrand toch maar eens te verstevigen, en er een steigertje boven te maken zoals de biodiverse tuin dat heeft. Maar voorlopig laten we het nog, letterlijk, aanmodderen. We probeerden alleen de nabijgelegen bodem wat te verstevigen door de aanplant van een rijtje knotwilgen:

DSC_0089

Ik toonde u de vijver ook al eens bij diepgevrozen winter.

DSC_0889

Zo’n ononderbroken pak ijs zal er nu niet meer liggen, gezien de aanwezigheid van de eenden en ganzen, voor wie we altijd een zwemplek (tegen de vos) vrij houden. (ook de eerste foto dateert uit de tijd dat er nog geen (of onvoldoende) eenden en ganzen waren).

Maar om één of andere reden neem ik de foto’s altijd vanuit hetzelfde oogpunt. Ik nam daarom speciaal voor jullie in de loop van het voorjaar ook eens foto’s van aan de zuidelijke kant van de vijver (de kant waar je normaal op uitkijkt vanuit mijn standaard perspectief), waarbij je een beter beeld krijgt hoe de vijver in de helling ligt ingeplant.

DSC_0091

DSC_0092

Het enorme pak groen bestond lange tijd uit zevenblad. Alleen maar zevenblad. Kan je je voorstellen hoeveel vierkante meter zevenblad dat is? En ter afwisseling: netels. Zucht… Maar zo langzamerhand verliest het zevenblad zijn strijd tegen onze zeis. Meer en meer nemen andere ‘bodembedekkers’ zoals stinkende gouwe en hondsdraf de plaats van het alomtegenwoordige zevenblad in. Deze twee nieuwkomers zijn ook woekeraars, maar minder agressief. En vooral: waar je ze uittrekt, blijven ze (toch een jaartje) weg. Dat kan van zevenblad niet worden gezegd.

Daarom kijk ik ondertussen al wat vrolijker rond naar de grond rond de vijver. En wie weet zal het ooit een echt gazonnetje worden, met hier en daar wat wilde bloeiers. Wie weet hé, binnen een jaar of 40 ofzo 🙂

Voor wie geïnteresseerd is in de verandering van de vijver, plaatste ik hier ooit al eens een stukje. Je leest er onder meer waar het water vandaan komt. Verder grijpen we eigenlijk niet in. Er worden geen bladeren van de bodem weggehaald, zelden kroos geschept, niets aangeplant. Twee keer per jaar wordt de vijver gigantisch groen, geel en bijna brak. Dat kan weken duren. En van de ene dag op de andere is dan al het kroos verdwenen en is het water weer kraakhelder.

Dat de str*nt van de eenden niet zo goed is voor de waterkwaliteit en de kikkers en salamanders die er leven, kan ik me wel voorstellen. Maar die eenden houden door hun beweging wellicht ook het kroos wat in toom, en – zeer belangrijk – werken samen met onze zeis tegen de opwas van netels, zevenblad en onkruid, en houden het gras kort. En dat is dan ook weer werk voor ons gespaard. En van alle voordelen van de vijver, vind ik het gesnater van de eenden bij hun ochtendbad nog altijd één van de mooiste geluiden om ’s morgens mee wakker te worden.

DE VERBORGEN PLEKJES ONDER DE APPELBOOM

deel 1: de perceelsgrens

deel 2: de ‘dreef’

deel 3: het boomgaardje

Read Full Post »

O kwak kwak kwak

Deze morgen vond meneer onderdeappelboom kikkerdril in de vijver. Mevrouw onderdeappelboom vond dat een schitterende aanleiding om vreselijk onverantwoord te gaan doen: met 2 enthousiaste kinderen, in hurkhouding, én met een peperduur fototoestel aan de rand van de slipperige vijver gaan zitten en wachten. In stilte. Tot er een kikker zou komen.

En warempel: ons geduld werd beloond! (best even klikken want ik ben nu ook niet zó dicht gaan zitten dat ik een fatsoenlijke close-up kon maken)

Deze 2 vonden blijkbaar zelfs dat er nog niet genoeg kikkerdril is, en gaven mevrouw onderdeappelboom meteen ook de gelegenheid om het even pedagogisch-gewijs  te hebben over het maken van kikkerdril 🙂

Een klein uurtje later ging meneer onderdeappelboom ook nog eens kijken en zag nog net hoe een volledige, volwassen kikker verdween in de likkebaardende bek van één van onze pekingeenden. Gevolg van het verhaal: pekingeenden verbannen naar het kippenpark. En maar hopen dat de vos ze ondertussen niet pakt…

Read Full Post »

Wij hebben vandaag hard gewerkt. Zo hard, dat het niet eens in één blogstukje kan (ik heb jullie al genoeg lange epistels bezorgd de laatste tijd ;-).  Dus laat ik maar beginnen waar ik deze morgen ook begonnen ben: aan de vijver.

Zoals al in den treure gezegd: de vijver is omringd door distels en netels. Na een jaarlijkse zeisbeurt gingen we over op twee keer per jaar zeisen, en ten slotte gingen we deze lente+zomer zelfs over tot 4 keer zeisen. Edoch en helaas: de netels blijven terug komen. De distels ook. Om van het zevenblad nog maar te zwijgen.

En dus was het tijd voor de grovere middelen. Tijdens het voorbije voorjaar gingen we al met de tuinklauw tekeer, en dat heeft resultaat opgeleverd:

Maar er waren toch ook nog een paar taaie stukken waar zelfs de tuinklauw het moeilijk had. Daar hebben we hulp gevraagd aan een niet zo ecologisch middel. De schuldgevoelens liepen samen met de herbiciden uit het tuitje, maar deze netels hadden al lang genoeg in ons gezicht staan lachen. Zo secuur, zo zuinig en zo gericht mogelijk hebben we dus deze grote netelpartij met verkeerde middelen bestreden. Haal me gerust uit uw rss; the evil deed is done…

Daarna haalden we alle dode plantenresten en alle wortels zoveel mogelijk uit de bodem. En dan… ging ik naar de Bock.  Om véééééél plantjes.

Een halve dag later was de blote aarde weer beplant:

Vinca maior, vinca minor, cimicifuga, lelietje van dalen, vergeet-me-nietje, astilbe en rodgersia werden massaal aangeplant. Lelietje-van-dalen, dat ideale moederdaggeschenk formerly know as ‘mugetje’, is zo’n plant waarvan mensen zeggen: haal dat niet in huis, want het kruipt je hele tuin rond. Maar dat is dus exact wat wij in de strijd tegen de netels nodig hebben. Enkele astilbes en cimicifuga plantte ik ook aan in het strookje prairietuin waar prairietuinplanten niet willen groeien omdat er teveel schaduw is. Maar het past samen, als je het mij vraagt. En de plant der planten is voor mij nog altijd rodgersia. Onder meer in de chocoladevariant. Samen met de slagroomwolken van de astilbe wordt dat een culinair weelde, daar onder de bomen.

Verder stonden ook de moestuin en ons eigenwijze experiment op het programma. Maar om dat nog te vertellen, beste lezer, ben ik vééél te moe 🙂

Read Full Post »

Hoewel de bomen nog steeds niet mee willen doen aan de lente en zelfs het gras maar heel aarzelend tot groei komt, hebben wij al een massa weelderig groen rond onze vijver. Kijk maar:

Netels. Héééééél veel netels. Grof geschat, zo’n 50 m². “Nee, veel meer”, zegt meneer onderdeappelboom. In elk geval: veeeeel.

Ooit stond onze tuin half vol netels, toen we er pas kwamen wonen. Door consequent te zeisen zijn we de meeste echter kwijt geraakt. Behalve deze dus. Ze doorstonden alle zeis- en maaibeurten. En sproeien doen we niet. Dus wat dan? Meneer onderdeappelboom wist raad: maakt u kennis met de tuinklauw:

Het had mij altijd een beetje een seniorenwerktuig geleken, hoewel wij rugvriendelijke werktuigen hier thuis altijd bijzonder verwelkomen. Maar toch, wat kan je daar nu in godsnaam mee? Wel, netels uitdoen dus. Je zet de klauw in de grond, draait hem rond, en je ziet de wortelstokken van de netels rond de klauw draaien. Het resultaat? Dit:

Vanop een afstand ziet het verschil er zo uit:

Links het bruine stuk aarde dat al vrijgemaakt is van netels, en ernaast een deel van de netels die nog verwijderd moeten worden. Wat daar dan uiteindelijk van af komt is dit:

Er kruipt wel wat tijd in, je haalt er misschien iets te veel aarde mee uit de bodem, en het is ook lastig om met de riek de berg netels de helling op te dragen, maar het is volgens mij de meest ecologische wijze van netels verwijderen die je kan bedenken, met dank aan meneer onderdeappelboom.

Nu rest ons alleen nog de vraag wat we met die blote grond gaan doen. Gras zaaien wellicht, omdat de manegansjes gras eten. En daarnaast nog wat bodembedekkertjes, maar dat moeten we nog uitzoeken. En die plantjes dan ook planten natuurlijk. Maar ooit, ooit gaan we gewoon eens tijd teveel hebben 🙂

Read Full Post »

Eitjes rapen

Dat gaan we volgende week doen. In een natuurdomeintje in Vlaams-Brabant (maar liever nog in een nabijgelegen parkje, want het natuurdomeintje was zozeer natuur dat menig kind niet alleen z’n eerste zomerbroekje, maar ook z’n been aan de bramen en ander doorngespuis heeft opengehaald)  en de dag daarna ook nog eens bij oma en opa. Dat zijn dan de eitjes van de paashaas, of van de klokken. Ik zou eens moeten opzoeken hoe dat zit en of de klokken nu de paashazen hebben uitgestrooid die op hun beurt dan eitjes rondbrengen of omgekeerd.

Maar dat waren eigenlijk niet de eitjes waarover ik het wil hebben.

Bovenstaande eieren zijn van de eenden. Of beter: waren. Want na een al zeer aarzelende start waarbij de mama van mevrouw onderdeappelboom onmiddellijk met kennis ter zake oordeelde dat het ‘zwalp-eieren’ zouden zijn, heeft ze ze nu helemaal in de steek gelaten. ’t Was nochtans mooi om waar te nemen, hoe hun hele doen en laten veranderde, meneer eend plots met allerlei bescherm-het-vrouwtje-technieken op de proppen kan en mevrouw eend alleen nog rond en dromerig in het rond hotste. Maar het instinct was blijkbaar toch niet sterk genoeg. Elf eitjes zijn nu verlaten.

En toch waren het eigenlijk niet die eitjes waarover ik het wou hebben.

Dit zijn twee kruiwagens vol aardb-eitjes. Of toch de plantjes ervan. Buurmeisje had ze vorig jaar laten verwilderen, en ik mocht in de overdaad gaan uitspitten wat ik nodig had. Samen met de kinderen heb ik eigenlijk veel te veel meegenomen, waardoor zelfs mijn 5m² al vol aardbeienplanten stond en ik nog  6 potten kon vullen. Maar dat was niet erg, want je zag nauwelijks dat ik iets had weggehaald. En bovendien nam ik de potten aardbeien in de namiddag mee naar ecoflora om uit te delen aan eventuele andere aanwezige bloggers. Maar die waren niet te zien. Of beter, niet te herkennen; want dat heb je wel met anoniem bloggen natuurlijk…

En ook het buurmeisje werd bedankt, want ik liet plant-uitjes in ruil bij haar achter. En komende maand gaan we de draad op de scheiding tussen haar en onze tuin met reukerwten laten begroeien. Iedereen tevreden.

Maar ook dat waren niet de (aardb)eitjes waarover ik het wou hebben.

Eigenlijk wou ik het zelfs helemaal niet over eitjes hebben. Maar over kikkers. Ik zag namelijk heel mooie kikkers op het net. En ook wel padden. En ik wou dus wel eens wat kikkers gaan spotten deze avond. Maar nog voor ik dat kon doen, kwam meneer onderdeappelboom met de boodschap dat er zéker 100 kg kikkerdril in onze vijver ligt. En dat leek zo op het eerste zicht niet eens helemaal overdreven.

Zelfs dieper op de bodem zie je overal kikkerdril als je goed kijkt.

Dus in plaats van over hun kikkers, moet ik het over hun eitjes hebben. De dril dus. En daar weet ik eigenlijk bijzonder weinig over te vertellen. Behalve dat het er vééél zijn. En drillerig. Hééél drillerig.

Read Full Post »

Sneller dan z’n schaduw, zegt meneer onderdeappelboom.

’t Is te zeggen:  boven de grond zou ik het niet weten, maar ónder de grond groeit een wilg aan een gemiddelde van 2 meter per jaar. Kijk, het zat zo:

Twee jaar geleden gooiden we heel ons gazon open, en zochten van alle oude putten (2), van alle nieuwe regenputten (2), van de salamanderput (1), van de putten van de buren (2) en van de opgemetste natuurlijke bronnen (2) de herkomst, overloop en staat van verbinding. Dat deden we goed, want toen onze drainageman een stuk kluwen uit één van de gemetste putten trok, spoog die plots een halve tsunami omhoog, waarop het buurmeisje riep: ‘Hé, er staat plots geen 2 meter water meer in mijn kelder!”. Onze ondergrondse waterlopen waren dus in kaart gebracht, en onze vijver groeide aan.

Tot we deze winter een groeiende plas water in ons gazon ontdekten. Ter hoogte van één van de buizen.  Een drainagelek, concludeerden we al snel, wellicht ten gevolge van het verschuiven van de grond waardoor buizen soms niet meer zo goed op elkaar aansluiten.  We belden drainagespecialisten Martens, en lieten hen graven. En toen vonden ze dit:

Nu weet ik niet of je op de hoogte bent van hoe een drainagebuis er normáál uitziet, maar dat is dus een witte buis met kokosdraad errónd. NIET erín. Maar in ons geval was er 40 meter drainagebuis die vol zat met een combinatie van kokosvezel en wilgenwortel.

Zoals je ziet: nog niet eens zo’n hele fijne worteltjes ook. En lánge:

We hebben dus in totaal zo’n 20 meter wilgenwortel uit die buizen gehaald, verspreid over diverse stukken die er in nog geen 2 jaar tijd zijn ingegroeid. Oké, wilgen zoeken water, maar om dat dan in een drainagebuis te gaan zoeken. Zelfs de broers Martens hadden dat in hun toch al enige decennia durende werkervaring nog niet gezien.

Maar het minste dat we nu kunnen zeggen, is dat het water richting vijver wel weer zeer goed stroomt.

Maar ook: dat er weer een ganse ravage is achtergebleven in onze tuin.

En niet alleen ravage, maar ook nog eens 250 euro aan werkuren (die buizen zitten 5 meter diep, dat doe je niet zomaar met de hand) èn 175 euro aan nieuwe, speciale buizen, want we willen ons gazon (in de toekomst bessenpark) natuurlijk niet meer elk jaar opengooien. Dus krijgen we dit jaar nog steeds geen houten terras èn we kunnen weer grond egaal gaan trekken en wachten op een hersteld tuinleven.

En daar kan ik dus niet tegen. Want ik wil best wel geëmancipeerd zijn enzo, vlot multitasken, een soortement carrière opbouwen tussen de ideale gezinsmomenten door, en dan nog manhaftig verzaken aan allerlei idiote schoonheidsidealen ook. Maar als het op de tuin aankomt, dan wil ik een mietje zijn. Mijn tuin moet barstenvol leven en machineloos zijn. En als ik dan zo’n woestenij zie, voor het derde jaar op rij, dan wil ik snotteren als een kind. En dan wil ik een stevige schouder om op te huilen. En terwijl ik dat zo dacht, passeerde De Schouder zowaar net langs mij. En hij bekeek mij even van top tot teen, trok zijn wenkbrauw op en zei: “Ik stel voor dat je even naar binnen gaat en pas weer buiten komt als het over is.”

Schoon hé, de liefde?   😉

Read Full Post »

De vijver, de vijver… Onze plannen waren mooi, maar de praktijk blijkt de fantasie al eens onderuit te halen. Want al had ik de koude februarilucht (of was het al maart?) en vooral de net opduikende brandneteltjes nog zo moedig getrotseerd om 20 mooie oeverplanten te planten, mijn (on)kruid had geheel andere plannen. Waar de aangeplante bloemen nog druk bezig waren met uitbreiden van wortelstelsel en voorbereiden op de groei, stond dat onkruid al helemaal gepakt en gezakt klaar om uit te breiden naar alle beschikbare regionen van de oever. Gevolg: van de totale begroeiing telde ik een kwart netels, een kwart ‘dokkestalen’ (wilde zuring?) en voor de andere helft boterbloemen, fluitekruid en koolzaad. Ons zwarte riet is ondertussen een bruine bodembedekker geworden, en van alle andere planten heeft maar 1 darmera peltata de plaats gehad om uit te groeien tot een bloem.

darmera peltata

 

Nu zijn we best te vinden voor een verwilderd stuk tuin, maar dan áchter de vijver, waar nog wel tussen de 5 en 10 are overblijft voor plaatselijke weidebloemetjes. Binnen de omheining van de vijver moeten echter eendjes komen, en die kunnen niet tegen kniehoge netels (al eten ze gelukkig wel de uitkomende jonge neteltjes op). Bovendien werden de schuin aflopende oevers ook min of meer ingepalmd door al dat woekerend groen, waardoor de vijver al gauw een vijvertjé zou worden. En dan heb ik het nog niet over het water zelf, dat langzaamaan aan het verdwijnen was onder kroos…

kroos

 

Voor dat kroos hadden we eerder al een schepnet gekocht in de gespecialiseerde totaalzaak met aanbiedingen die beginnen op woensdag (en uitverkocht zijn diezelfde woensdag rond 10u). Bijna 10 meter lang bleek dat schepnet toch nog redelijk kort, maar meneer onderdeappelboom heeft uiteindelijk alle kroos toch weggekregen (en we hopen van harte dat we geen kikkerdril of kikkervisjes hebben meegevist, want eigenlijk moet je dat in februari of begin maart al doen).

Voor het onkruid hebben wij: De Zeis. De hoofdletters staan er opzettelijk, want ik kan wel enkele boekdelen vullen over onze liefde voor de zeis en het zeisen. Toen we pas in ons huis woonden, zijn we de tuinravage eens met een bosmaaier te lijf gegaan. Oké, de netels waren weg, tot kort bij de bodem, maar de tijd die we ervoor nodig hadden was gigantisch, het lawaai ontzettend storend en enerverend, en je rug heeft daar ook al geen deugd van. Nee, geef ons maar een zeis. Ik kan hem nog niet zo vlot slijpen, en ik doe het nog niet zo efficiënt als meneer onderdeappelboom, maar beiden hebben we na enig zoeken nu toch de techniek beet waardoor wij op zomeravonden kunnen zeggen: ‘Weet je wat ik nu graag zou doen? Een uurtje gaan zeisen!’. Pure ontspanning!  ’t Was wel een beetje omslachtig om het gele lis te vermijden en op die schuine wanden doe je niet altijd wat je wil, maar als je weet dat er letterlijk metershoog onkruid stond, dan zie je toch resultaat:

zeis

 

Vanaf nu is het wachten op onze manegansjes. Ergens in Vladslo lopen een klein maneganskuiken-jongetje en maneganskuiken-meisje rond die voor ons zijn gereserveerd, maar we moeten nog even wachten tot ze groot genoeg zijn om bij hun ouders weg te kunnen. Binnen een week of twee zullen we ze wellicht mogen verwelkomen, en we moeten er dus eens namen voor zien te vinden. Onze nichtjes stelden Oscar en Pascalleke voor, maar dat pascalleke vinden we toch niet zo best. Eerder hadden we al een Rosa de Gans, dus  die naam komt niet meer in aanmerking. En we krijgen ook regelmatig bezoek van Henri de Barberie (met dank aan mijn mama voor de klinkende naam), dus dat kan ook niet meer. Alle andere suggesties zijn welkom!

Read Full Post »