Feeds:
Berichten
Reacties

Ongeveer een week geleden plaatste ik de volgende boodschap op mijn persoonlijke facebookpagina:

‘Vandaag is officieel mijn laatste dag als werknemer. Straks zeg ik dag met het handje tegen de functie met interessant klinkende titel, de bedrijfswagen, de werkzekerheid, enz. Daarna stort ik me in de volstrekte onzekerheid van het bestaan van een freelance schrijver, zonder flashy functietitel, zonder vast inkomen, zonder werkzekerheid, zonder bedrijfsauto, -laptop of -gsm. De kans op mislukken is reëel; maar de zin en passie zijn groot, en de kring van freelancers heeft de afgelopen maanden bewezen warm en hartelijk te zijn. En één iets is absoluut zeker: ik zal later nooit spijt moeten hebben dit ik het niet heb geprobeerd. (dat laatste moet ik vooral onthouden als ik binnen een jaar aan de kassa van de Spar zit ofzo 😉 )’

De reacties waren talrijk (naar mijn bescheiden-vriendengroepje-normen 😉 ). En verrassend. Niet dat ik de steun niet had verwacht (als je dan toch maar weinig vrienden hebt, kunnen ze maar beter van de beste ondersteunende soort zijn 😉 ), maar uit de reacties sprak meer dan steun.

Velen vonden het ‘moedig’. Er zijn momenten dat ik maar al te goed besef hoeveel dwaze moed er voor nodig is, al zijn er ook evenveel andere momenten waarop ik sindsdien heb gedacht dat ik eindelijk thuiskom (zij het voorlopig nog redelijk platzak…)

Anderen wensten me zo hartverwarmend veel succes dat ik me niet in Vlaanderen, maar in een Amerika-van-vroeger waande, waar moed en initiatief niet worden afgestraft, maar net bejubeld, hoe blind die moed ook moge zijn.

Maar de meeste vrienden en kennissen stuurden er via messenger nog een berichtje achteraan. Berichtjes waaruit vooral bleek hoeveel mensen soortgelijke dromen hebben, maar aarzelen om ze waar te maken. Berichtjes waaruit bleek hoeveel gedroomd wordt ook. Zoals één iemand het schreef: ‘Ik denk dat je doet waar velen van ons alleen aan denken: “don’t dream you life but live your dream” ‘.

Zo rooskleurig is het in het begin natuurlijk helemaal niet. En dan moet het project nog slagen ook. Als ‘een droom’ voelt het daarom zelfs helemaal niet. Het is geen droom in de zin van een vaag plan. Het is geen droom in de zin van een leuk creatief idee om eens te proberen. Het is een functie waarvan ik weet dat ze bestaat en nu gewoon verdomd mijn best moet doen om er goed in te worden en het waar te maken.

Maar het is natuurlijk wel een droom omdat het het leven biedt waar ik meer en minder zichtbaar sinds het einde van mijn journalistieke tijd van droom. Een leven waar ik aan dacht bij alles wat ik las. Elk interview heb ik uitgepluisd op zoek naar de job van de interviewee: was hij of zij werknemer? Of zelfstandige? Hoe heeft hij of zij dat gedurfd? Of als ik stukken las over basisinkomen: zou ik daarop wachten om te springen?

Toen ik een stuk las van Ignaas Devisch, waarin hij rauw en mooi verwoordde dat mensen die beslissen om het met minder te gaan doen uitzonderlijk, moedig en bewonderbaar zijn. Tezelfdertijd: dat eerlijke stuk van een blogster waarvan ik de naam helaas vergeten ben, en die eerlijk neerschreef hoe het na een aantal maanden met de roes ‘ik-ben-gelukkig-met-minder’ al heel wat minder ging.

Ik dacht het ook toen ik lang geleden een werkdag beschreef en Menck (eerlijk en terecht) schreef: ik zou gek worden van zo’n dag.  Ik denk het telkens als ik stukken lees van Eigenwijze Bart die toch maar werk combineert met thuis-zijn en het realiseren van zijn talenten daar (alleen dat boek nog, Bartje, daar blijf ik naar vragen 😉 )

Ik heb het, kortom, altijd gedacht, sterk mijn best gedaan om er vanaf te geraken, en nooit is het gelukt. Daarom is het wurgend te beseffen hoezeer deze ‘uitstap’ moet lukken. En tezelfdertijd is het dat ook helemaal niet: ik kom eindelijk thuis. Nu alleen nog keihard werken 🙂

 

 

Advertenties

Zwermen

Ecobloggers en ecobloglezers hier en elders houden van bijen. We informeren elkaar als er gratis zaden ‘bijenmengsels’ te krijgen zijn, leren via VELT dat aarde-bijen rustig mogen blijven zitten waar ze zitten, en stimuleren elkaar al dan niet expliciet om vooral enkelvoudig bloeiende bloemen in onze tuinen te planten, waar bijen als het ware een snelweg richting nectar of stuifmeel krijgen. Met uitzondering van enkele dubbelbloemige pioenen hoor ik in het rijtje thuis. Maar eigenlijk… weet ik van bijen weinig meer dan dat ze belangrijk zijn. Voor bestuiving. Voor vruchten dus. En honing ook. De bijen als verhaal echter, gingen tot nog toe grotendeels aan mij voorbij.

Vandaag weet ik er nog maar weinig meer van, maar een facebookpost van Wouter Deprez intrigeerde me: een zwerm bijen was gesignaleerd op de Wiedauwkaai in Gent. Diezelfde ochtend was ik nog langs die kaai gereden, op zoek naar wat achteraf bekeken een obscure opkoper van slechte wagens bleek, maar vooraf de aantrekkingskracht van een kleine zelfstandige met mooie tweedehandswagentjes had, die bovendien nog eens in mijn toekomstig budget paste ook (waarover later meer).  Een kanaalregio. Dicht gepleisterd met beton. En ergens op de stoep: een zwerm. Want dat blijken bijen te doen: zwermen.

Toen ik die middag het geluk had om bij smakelijke aardappeltjes in een Gentse autovrije staart een recente commentator op deze blog nog eens te mogen ontmoeten, kon ik eindelijk met een gerichte vraag informeren naar die andere kennis van hem: het houden van bijen. En aldus, zo vroeg ik tussen hap twee en drie door: zwermen bijen eigenlijk altijd?  En ook (helemaal mismeesterd door ontelbaar veel uren wiskunde in het secundair): als uit elke kast een zwerm vertrekt, dan verdubbelt het bijenbestand toch elk jaar opnieuw?

Het blijkt in werkelijkheid – uiteraard – zo simpel nog niet. ‘Kijk, ‘ zei de vriend. ‘Bijenliefhebbers en natuurvrienden zijn allemaal erg bezig met het voorjaar en de zomer: we zorgen ervoor dat onze tuinen dan vol bijvriendelijke planten staan. Belangrijk, want daar komt voedsel en nectar uit. Maar wat een imker eigenlijk ook wil, is zijn bijenvolkje op een goede manier door de winter leiden. Dat zijn de harde tijden. Daarvoor hebben de bijen extra voedsel nodig. Bijna belangrijker dan voorjaar en zomer, is dus de herfst. En eigenlijk zou iedereen verplicht moeten worden om minstens één aster te planten.’

En die zwermen dan?

Zoals ik het begrepen heb en met veel minder talent in vereenvoudigde woorden kan verder vertellen: elke bijenkast heeft een koningin en haar werksters. Maar in het voorjaar kan het voorkomen dat een koningin met een groot deel van haar werksters de kast verlaat en een nieuw onderkomen gaat zoeken. Dit wordt niet zelden als ‘een natuurlijk fenomeen’ onder de bijen beschouwd. In de periode voorafgaand aan het uitzwermen kan je al zien dat de werksters enkele eitjes van extra voedsel hebben voorzien. Daar hangen als het ware staartjes aan de eitjes. Dit zijn bijenkinderen die potentieel tot nieuwe koningin kunnen uitgroeien, mocht de huidige de kast verlaten.  Maar, zo zei mijn imker-tafelgenoot, onder het mom van ‘natuurlijk’ worden niet altijd de beste dingen gedaan. Want als we louter kijken naar gedrag, dan zijn niet alle bijenvolkeren dezelfde. Ze hebben, net als honden, of kippen, of enig ander dierenras, evengoed een karakter. Een groot deel van de imkers streeft ernaar Het Oude Belgische Bijenras te kweken. Dit zou een zwartbruine, Oorspronkelijke Bij van onze Lage Landen zijn. Volgens mijn tafelgenoot bestaat deze bij niet meer, wat sommige imkerordes ook mogen beweren, maar zijn er wel rassen die er soortgelijk uitzien. Maar bovendien, en sterker nog, is het volgens mijn tafelgenoot misschien ook niet helemaal slim om enkel een oud ras te willen, zonder op het karakter te letten. Het hangt nogal van de imker en zijn ‘orde’ af. De imkerorde van mijn tafelgenoot bijvoorbeeld (en ook hijzelf in persoon) kijkt vooral naar het karakter van het bijenvolk. Bijvoorbeeld: bijen die er allemaal verschillend uitzien, maar wel weinig steken, weinig zwermen en bovenal weinig aanvallen. Bijen, met andere woorden, die gemakkelijk in tuinen met kindertjes kunnen worden gehouden.

En daar komt het zwermen terug: Zo’n volk dat helemaal van nergens komt, of een bestaand volk dat deels vertrekt en een baby-koningetje achterlaat dat een nieuw volk moet stichten: wat is dit voor volk? Misschien fantastisch, maar misschien ook niet? Misschien is het een volk ontstaan uit de bevruchting van een heel agressieve dar? En willen we die in onze tuin?

Daarom proberen veel imkers het zwermen te vermijden. Ze verwijderen de eitjes-met-een-staartje of geven de bijen extra veel werk zodat ze niet te veel vermeerderen en zwermneigingen krijgen (dat kan bijvoorbeeld door hun honingraten vaak te verwijderen en lege in de plaats te zetten) . Wanneer in de lente een nieuw volk ontstaat, zijn ze er gerust op dat dit volk de karaktereigenschappen van de huidige koningin verder draagt. En ze hopen op veel bloemen in de herfst, voor extra honing en een vermoeiend najaar, om zwermen tegen te gaan.

Of ik het allemaal juist navertel, valt zwaar te betwijfelen. Wat beklijft is dit: dat bijen houden voor de natuur een totaalproject is, met kantjes die nauw aansluiten bij alle voor-en-tegens van een ecologische tuin. Dat bijen karakter hebben en rassen vertegenwoordigen. Dat ook bijen moeten vechten tegen modes of nostalgie. En dat bijen houden vol verhalen zit, die je ongewild mee binnen sleuren in de kast. Dat ik eindelijk begrijp wat imker-zijn zo aantrekkelijk maakt.

Wat ik ook onthouden heb: dat bloemen in het najaar en de nazomer minstens zo belangrijk zijn. Asters heb ik al, maar het kan altijd beter. Daarom heb ik mijn border (jawel, hier komt de border eindelijk terug!) opnieuw ingericht volgens de instructies van deze imker:

  1. Houd de grond vrij tot 15 mei door minstens wekelijks te schoffelen
  2. Laat je niet verleiden door andere bloggers die al veel vroeger hun bloemenakkers inzaaien.
  3. Zaai op 15 mei (ten vroegste op 10 mei) een bijenmengel (op zich zijn alle mengsels goed, zolang er geen gras in vermengd zit. Ideaal is een Tübinger-mengel (zie google)
  4. Enkele dagen later zie je de eerste zaden al opkomen.
  5. Wees geduldig: wachten tot 15 mei is al lang, en dan duurt het opnieuw nog vele weken voor de bloemen eindelijk bloeien.
  6. Laat alles staan tot in de vroege lente. Maak de grond dan schoon en begin opnieuw met schoffelen tot 15 mei.

vlaggetjes

Voor het gehele bovenstaande stuk ben ik uiteraard onverdeeld schatplichtig aan mijn tafelgenoot. Ik heb hem deze ruimte aangeboden als gastblog, maar de nochtans met zeer goede pen begenadigde imker in kwestie beweerde geen tijd te hebben (terwijl hij toch maar twintig uur per dag werkt en zeker aan vier uur slaap per nacht komt, dus zeg nu zelf, wat een excuus is dat… 🙂 )

Ik ben hem verder oneindig dankbaar en zal alle fouten in bovenstaand stuk zonder tegenpruttelen aanpassen. En al heeft hij er niet mee ingestemd: zo hebben we na lange tijd eindelijk nog eens min of meer samen iets geschreven 😉 😉

Rapporteren naar waarheid, een gouden regel op de werkvloer, geldt evengoed aan het thuisfront. Dat betekent dat je het gewoon zegt als het fout loopt (waarover dan ook niemand erg veel poespas maakt, omdat het normaal gevonden wordt), en dat betekent dat je het ook durft zeggen als het goed loopt.

Zondag liep het erg goed. De zon was warm, de wind vond de weg niet zo goed rond ons huis, en op het terras waren spijs, drank en vrienden. ‘Ik hoop dat het morgen nog mooi weer is,’ zei de vriendin. ‘Ik ook,’, zei ik, ‘want ik zou nog in de tuin willen werken.’ ‘Ja, ik ook,’ zei de vriendin. En we bleven zitten waar we zaten en schonken ons nog een glas in terwijl de zon steeds warmer werd en onze gezamenlijke kinderen ver weg in de tuin – aan de einder leek het wel – in een fantasiewereld terecht kwamen waarin houtskool (van het kampvuur van de avond daarvoor) zoveel uren laten een heel belangrijke rol bleek te hebben gespeeld (maar niets wat douche en wasmachine niet verholpen kregen).

IMG_0504

Deze morgen zag het er niet meteen uit alsof de dag veel droogs zou brengen. En de wind liet zich geen tweede dag misleiden (moestuinbakken op deze foto grotendeels van bij de buren) .

IMG_0550

Maar oudste zoon en ikzelf kropen in werkkledij en laarzen, trokken muts of kap over het hoofd, en gingen gezamenlijk het onkruid te lijf.

IMG_0552

En dat onkruid bleek (met uitzondering van een zich lastig uitzaaiende sleedoorn) best wel mee te vallen. En (rapporteren naar waarheid:) de zaailingen van groenten bleken het bijzonder goed te doen. Ondanks een grote zin voor slow-motion sinds de koude temperaturen opnieuw zijn ingezet, staat alles wat we gezaaid of geplant hebben al boven. En dat is best wel wat: wortels, meiraapjes, veel soorten sla, radijzen, spinazie, aardappelen, erwten, kapucijners, peultjes, uitjes, warmoes, rode bietjes, look en tuinbonen. Waar de rijtjes niet volledig zijn opgekomen, zaaiden we bij.

Ondertussen dook dochter de garage in en hoorden we hoe ze af en toe eens haar vader sommeerde om wat hulp te bieden. Een half uurtje later kregen zoon en ik zowaar een zelfgemaakte onkruidzeef cadeau.

IMG_0556

En dat werkte perfect! De bedden zijn nu grotendeels onkruidvrij, er werd vanalles bijgezaaid, en meneer onderdeappelboom kwam nog eens langs om te constateren dat het uitplanten van kolen rond 15 april ook perfect werkt. Dat zit zo: dochter keek een keer of twee naar ‘het goeie leven’, ontmoette Wim Lybaert op de boekenbeurs, en besliste vervolgens dat ze een wedstrijd zou houden met zichzelf als jurylid. Daarop verdeelden we de groentenbakken onder het hele gezin, en besloot meneer onderdeappelboom iedereen de loef af te steken met Extreem Vroeg Geteelde Kolen. Oudste zoon onderdeappelboom koos categoriek voor Van Alles een Rijtje, terwijl kleinste zoon onderdeappelboom alleen maïs wil, voor op de bbq. En mevrouw onderdeappelboom: die probeert in nuttigheidstermen te kweken wat de anderen vergeten. Sja, iemand moet het huishouden recht houden, nietwaar 😉

Overigens: mijn rond 10 april al in de serre uitgeplante tomaten doen het ook niet slecht… Traag, maar goed (rapporteren naar waarheid…) En de andere staan te popelen om mee in volle grond te mogen…

IMG_0557 IMG_0558

Tot slot aten we deze avond een slaatje uit eigen tuin. Slaatjes die ik normaal meng, samenstel en presenteer op een leuk bord. Maar dat mag nu niet meer. De jury moet blad per blad afzonderlijk kunnen proeven en beoordelen… (van mij gaan overigens 12 punten naar bladmosterd… Bladmosterd, 12 points).

IMG_0569

(lees eventueel eerst het voorgaande deel)

Mijn omgeving hielp niet. Tegen wie ik ook zei: ‘De borders gaan eruit’, telkens weer kwam de tegenreactie: ‘Je bloemen?! Nee, dat ga je toch niet doen?’

Steenbokjes hebben echter een sterke wil. En hoe hard het vooruitzicht ook was: ik wist dat het de enige manier was om meer tijd te hebben voor kinderen, familie, vrienden, manlief (god weet: misschien zelfs voor mezelf! 🙂 ).

Op een blauwe maandag vertrok ik in de vroege ochtend naar mijn werk, terwijl meneer onderdeappelboom en schoonpapa hun gereedschap slepen voor de ingrijpende operatie. ‘Je ben het zeker hé?’, vroeg meneer onderdeappelboom bezorgd. ‘Het moet,’ knikte ik.

Die avond, een mooie herfstdag met roodgeel avondlicht en nog wat zomerwarmte die als nevels tussen de bladverliezende takken blijft hangen, zag de tuin er anders uit. (foto vanop een andere dag, weliswaar…)

tuin3

 

‘Het ging beter dan verwacht’, zei meneer onderdeappelboom. ‘Ik heb in één keer zelfs al je kasseien kunnen uithalen’, zei schoonpapa. ‘En alles is ook al in het containerpark,’ vulde meneer onderdeappelboom aan. Want hoe ecologisch ik ook wil zijn: mijn verstand is soms zwakker dan mijn hart. Hoewel ik wist dat het fout was, kon ik de gedachte niet aan dat mijn planten elders zouden staan. En in een andere tuin de tuinier gelukkig zouden maken terwijl ik het zonder dat geluk moest doen. Naar het containerpark, was de boodschap dus. Alleen enkele bijzondere planten (de roos uit de tuin van grootvader, de phlomis van Ben-uit-de-commentaren, de margrieten van grootmoeder, enz.) waren vooraf al uit de borders gehaald en zou ik gebruiken om ook in het binnentuintje wat herstel te plegen na overwoekering door anemonen, mos en kruipende boterbloem. Daarmee was alles dus klaar voor het inzaaien van een piekfijn gazonnetje. Want al zien de stroken aarde eruit als het begin, het zou vooral het einde zijn. Van werk. En bloemen. We dronken er een glaasje wijn op. Hèhè, nooit meer in de borders wieden ten koste van de kinderen! Ik keek zo blij als ik kon…

 

tuin4

 

De volgende dag, na het werk, liet meneer onderdeappelboom weten dat hij even weg was. Niet lang. Een half uurtje ofzo.

Bij terugkomst bleek hij met de remorque vertrokken te zijn. En bij thuiskomst nam hij de kruiwagen, reed er een keer of drie mee naar de kar, en haalde daar allerlei wortelkluiten uit die hij in het gras naast de vroegere borders zette. ‘Zo,’ zei hij, ‘dat is wat ik in het containerpark nog terugvond en dacht te herkennen.’

‘Maar wat doe je nu?!’ riep ik.

‘Ik zie het toch aan je ogen’, hoofdschudde meneer onderdeappelboom. ‘Jij kan dat niet, zonder bloemen. Zorg maar dat je er tegen de lente een plek voor hebt.’ En na een pauze. ‘En ik mis die borders ook.’

De hele winter lang bleven de wortelkluiten op het gazon liggen. Ik keek ernaar in een voortdurende ja-nee-discussie met mezelf. ‘O joepie, weer bloemen’. ‘Nee, geen bloemen, daar heb je geen tijd voor. ‘Maar gewoon een klein perkje dan.’ ‘Je kent jezelf, jij kan dat niet: kleine perkjes.’ ‘Ik moet toch ook aan de bijen denken.’ ‘Die bijen zijn maar een excuus, dat besef je toch ook?’.

‘Wat ga je met die grond doen, nu?’, vroeg de mama van het buurmeisje op een winterdag (aanpalende tuinen, met wederzijdse instemming zonder haag, waardoor onze praatjes zowat altijd over elkaars tuinen gaan :- ).

‘Ik twijfel,’ zei ik. ‘Ik wou er gras op zetten. Maar als ik één iets geleerd heb, is dat je gras nooit meer weg krijgt. En er zijn dingen die misschien toch leuker zijn voor de kinderen dan gras.’

‘Leg er gewoon plastic op,’ zei de mama van het buurmeisje. ‘Een leven verandert zo snel.  Misschien heb je binnen een paar jaar wel weer tijd voor bloemen.’

Kijk, dat had ze nu niet moeten zeggen 🙂 Alleen: plastic is natuurlijk niet zo mooi. Houtschors dan misschien? Wacht, als ik daar voor de kinderen nu eens boomstammetjes zou op plaatsen? Of iets met water? Waar was pinterest nu ook al weer. Ha: speelnatuur, levert leuke ideetjes op!

Maar goed, ook daarvoor ontbrak natuurlijk de tijd. En wat was het nu, dat ik wilde van het leven? Waarom werd ik zo enthousiast van tuinplannen en zo moe van mijn (weliswaar mooie) job? Eén en ander evolueerde tot een doktersbezoekje en een week voorgeschreven rust. ‘Gho, zei de dokter, ‘je zou eens moeten weten hoeveel mensen het leven maar aankunnen omdat wij ze regelmatig eens twee weken thuis geven.’ Zo erg was het gelukkig niet gesteld, maar het zette aan tot denken… En dat ik in die thuisperiode, zelfs toen het nog slecht weer was, onafgebroken buiten was, bankjes timmerde, houtschors zocht, ja zelfs weer greppels groef en zowat alle kasseien terugplaatste (nogmaals sorry, lieve schoonpapa), wat betekende dat?

Die vraag was na een week nog niet beantwoord. Maar de planten op het gazon? Die hadden elk een nieuwe plek: naast het bankje, in de binnentuin, en voor een strook met boomstronkjes. Meneer onderdeappeboom had het talent gehad om er net mijn lievelingsplanten terug uit te halen: twee pioenen, een cultivar van fluitekruid in roze tinten,… En ook twee hortensia’s: die zijn dan wel helemaal mijn lievelingsplanten niet (integendeel) maar ze pasten wel perfect bij mijn plan om tussen de bloemen meer bloeiende struiken te hebben, waarachter het boomstronkjes-parcours langzaam verborgen kan raken.

 

tuin2

En nu ik toch bezig was: ook wat oude tegels en een bankje kregen een nieuwe plaats. Niets werd vastgezet, gecementeerd of gebetonneerd. Het leven is veranderlijk, dat heb ik van de mama van het buurmeisje wel geleerd :-). Ondertussen zijn de planten gegroeid en is één en ander zich mooier aan het zetten. De guldenroede verpest nog steeds alles, maar die krijgen we er ooit wel uit. En wat de toekomst ook brengt: het is in geen tijd terug aan te passen. Hoewel: behalve die kasseien dan misschien 😉

tuin1

(Speciaal aan al de ambachtelijk begaafde mannen (hopelijk ook vrouwen, maar die reageren dan nooit 🙂 ) die hier meelezen: ik weet dat deze kasseien krom liggen; dat komt nog goed; een week is ook niet eindeloos en de werkende mens moet keuzes maken 🙂 )

 

Deze blog heeft – naar ik hoop – voor een deel zijn eigen toon gekregen door de eerlijkheid die ik er graag in wou steken. Dit is geen blog van een uitmuntend plantenkenner, niet van een groot fotograaf, en nog minder van een ambachtsmens. Daarvoor bestaan andere en bijzonder genietbare blogs zoals die van Muggenbeet, Eigenwijze Tuin, de Biodiverse Tuin, Natuurlijk-Rijk, Menck en de Fruitberg. (En ook nog heel wat andere fijne blogs, ik noem nu maar even de nog levende blogs die er waren of net ontstonden toen ik ook met het bloggen begon).

Mijn blog was altijd net iets meer ‘het leven zoals het is’. En kan gelezen worden zoals we ook naar dat soort programma’s kijken: met een mengeling van afschuw en geruststelling. Althans dat hoop ik. Op dit logje toonde ik dan ook schaamteloos hoe onkruid mijn prille border torpedeerde en haast tot zinken bracht. Ik liet u mijn schietgebedjes aanhoren toen ik de Schepper om bijkomende informatie vroeg. En ook in de moestuin kon u zien hoe de wildernis altijd sterker was dan mijn plannen.

En toch: ondanks al die eerlijkheid, heb ik u met de borders grandioos bedot. Belazerd en bedonderd. En een rad voor ogen gedraaid. Want ik postte mooie foto’s als deze:

DSC_0019

en deze:

DSC_0012

Foto’s die een plek laten zien waarvan ook ikzelf denk: waaw, daar wil ik wonen. En ik woon er natuurlijk ook. Maar zo zien de borders er eigenlijk niet uit. Ze tonen namelijk niet de dode lavendelplanten die achter de nepata verstopt zitten. Ze tonen niet hoe de scharnierbloemen al 4 m² van de border hadden ingepalmd. Hoe de Japanse anemonen een veroveringsdans over floxen, pioenen en duizendblad hielden. Hoe 30 nieuw aangeplante planten er instant het loodje bij neerlegden, en hoe gras en kruipende boterbloem een centimetersdik tapijt onder alle vaste planten hadden gelegd.  Hoe de borders in een woestenij aan het veranderen waren waarin je de verschillende planten niet meer van elkaar kon onderscheiden en inzag hoe snel het er terug als een gazon zou uitzien. En dan vergeet ik nog één en ander.

Dus ik wilde jullie niet bedriegen, maar koos de hoek waarin de border toch nog mooi leek. Ik plaatste het fototoestel op een hoogte waarop onkruid onzichtbaar was. En ik wachtte tot het gazon nog eens gemaaid was, om de indruk van netjes afgeboorde borders te wekken.

Voor tuiniers is dit geen echt bedrog. En als het bedrog is, dan is het het type bedrog dat de liefde voor tuinieren mogelijk maakt. Want wanneer ziet een tuinier de werkelijkheid? Telkens weer wieden en planten we in het voorjaar, zonder te zien wat er voor ons staat. Terwijl we de bloei van het vorige jaar wegsnoeien en dor hout of verlepte stengels weghalen, zien we al de tuin zoals hij er binnen enkele weken of maanden zal uitzien.  Als we snoeien, ruiken we al de toortsen van de jasmijn die er nog moeten aankomen, en zelfs als we midden in de zomer planten terugsnoeien denken we niet aan het seizoen dat voorbij is, maar lopen we in gedachten al langs de tweede bloei, en zien we al hoe die in het langzaam neerhangende licht van een beginnende herfst extra diep zal afsteken. ‘Kijk maar goed, er staat niet wat er staat’ is van alle kunsten nog het meest op tuinieren toepasbaar. En als een tuinier bedrog pleegt, dan bedriegt hij nog het meest zichzelf.

Maar goed, die borders, daar heb ik ons allen dus mee misleid. Neem daarbij een opgroeiende kroost met heel wat interesses, overwerkte ouders die ook graag reizen, een dozijn hobby’s en een pakje te veel moedergevoel, en al gauw lijkt er maar één logische zin om tegen meneer onderdeappelboom te zeggen:

“Die borders…”

“Ja?”

“Die moeten eruit”.

 

 

 

Bloei

Bijna zes jaar geleden kwam het kleinste appeltje bij ons. Op een bloedhete septemberdag wandelden we door de velden op zijn doopdag, en schonken we meter en peter een Magnolia Kobus. Dat had iets met onze zoon te maken uiteraard (wij noemen onze jongens altijd Magnolia…;-) ) Ook onszelf deden we een boom cadeau, en plantten die met heel veel liefde.

Hoewel liefde schijnt te helpen bij planten (en Mozart ook), deemsterde het boompje langzaam weg. We waren gewaarschuwd dat het een moeilijke Magnolia is, die het niet zo makkelijk heeft in onze grond en klimaat, maar van opgeven kon uiteraard geen sprake zijn. We haalden de boom uit het plantgat, en gaven hem een geheel nieuwe plaats, ver van de esdoorn en linde vandaan die vermoedelijk het grootste deel van het grondwater en zonlicht van de tuin voor zich nemen.

Ook daar verdorde het boompje zienderogen. Daarom deden we wat je nooit met bomen mag doen: we groeven nog maar eens een nieuw gat, elders, nog groter, met nog meer losse grond erin, en we verplantten de Magnolia een derde keer.

De voorbije twee jaar zagen we langzaamaan meer en gezondere blaadjes op de boom komen. En kijk eens vandaag, 6 jaar later…

magnolia2 magnolia3

Op de achtergrond zie je de klimtoren van de schommel, waar nu nog volop kampen in worden gebouwd. Op een dag zullen de kinderen groot en de schommel versleten zijn. Tegen die tijd zal onze Magnolia Kobus hopelijk een grote en sterke Magnolia geworden zijn. Meer nog: tegen dan zal ik ook mijn gsm terug voor mijn fototoestel hebben geruild en jullie opnieuw betere foto’s hebben voorgeschoteld 🙂

 

Vroeg was ik, dit jaar. Met het laten kiemen van aardappelen. Het zaaien van pepers en tomaten. Ja, zelfs met het voorzaaien van zomerkolen, erwtjes, peulen, courgettes en pompoenen.

Maar ‘iemand’, was ook vroeg. ‘Iemand’ vond blindelings de weg naar mijn vroege zaaigoed. En ‘iemand’, ging er met het hele zootje vandoor. Wat restte, is een zaaipot vol kuilen en putjes…

putjes

Waar nu de kuiltjes zijn, waren in den beginne de zaden. Van courgettes en pompoenen. Maar die zijn vakkundig uit de aarde gehaald, geopend, leeggegeten, en de lege omhulsels terug op de aarde gegooid.

zaden

Zelfs de gekiemde erwten en tuinbonen zijn terug opgegraven, en van binnenuit leeg gegeten.

tuinbonen

Blinde woede en nietsontziende wraakgevoelens lagen meteen op de loer, maar koel en onversaagd beheerste ik mezelf, slaakte een oerkreet en trok in doodsverachting  mijn rol kuikengaas uit de kast. Aha!!! Mijn zaaipotten zouden vanaf nu een oninneembare vesting worden!

vesting

Twee weken later: kippengaas omhoog geduwd. Alle opnieuw gezaaide zaden opnieuw opgegraven en leeggegeten. En van alle kolen de kiemblaadjes afgebeten waardoor mijn koolplantage er nu uit ziet als Midden-Aarde na de doortocht van de Nazgûl.

Vandaag zaaide ik voor de derde keer. Niet bijster vroeg. Maar wel ver van mijn belagers en gezellig in eigen huis.

Wij gokken overigens op een eekhoorn. En jullie?