Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘bloem’

We hadden al de algemene regels van pseudo-ecotuinen, en het kruidige binnentuintje, en het wordt dus hoog tijd dat ik iets over borders vertel.  Niet dat ik daar veel zinvols over te vertellen heb, want het aanbod aan planten en de kennis van anderen is veel meer dan wat ik op deze blog kan invoegen. Maar voor de leken zoals ik, die graag het bos door de bomen blijven zien, een klein aanzetje tot een mogelijk leuk begin.

Vooreerst, die ‘borders’ zijn een Engelse term, en die boorden meestal het gazon af. Dat hoeft natuurlijk niet. Ze kunnen ook naast een terras, naast een oprit, in een cirkeltje op het gazon zo je wil; in elk geval in duizend en één mogelijkheden. Basisregel is wel dat je een beetje op de schikking let: lage planten vooraan, hogere planten achteraan. Je kunt ook spelen met vroege en late bloeiers, en (waar de meeste mensen het eerst aan denken:) kleur. Het Engelse en Franse design vraagt nogal eens dat je je beperkt in kleuren: roze borders, gelige borders, en niet te veel mengen tussen de twee. In een bekende tuin van mijn tante is echter ook een ‘shocking border’, waar geel, rood en paars door elkaar zijn gegooid, en waaraan het Engels geïnspireerde publiek (heel) langzaam leert wennen (het bloeiende zevenblad in de border valt hen nog altijd iets zwaarder, geloof ik, met een gnuivend binnenpretje van mijn inmiddels 75-jarige tante tot gevolg).

Maar terug naar plantjes. Nogmaals, ik geef gewoon een opsomming van wat ikzelf gekozen heb, maar er zijn duizend mogelijkheiden:

1. Perkje nabij het terras: oranje-rood.

– achillea millefolium terracotta: een variant op het klassieke duizendblad in oranje tinten (de gewone versie heb ik vanzelf bij de vijver, dus hier mocht het eens wat anders zijn)
– hemeroccallis ‘happy returns’ : hemeroccallis of daglelie stond al in de tuin toen we hem kochten. Ik was lang in de veronderstelling dat het inheems was, maar dat is toch niet zo; hij komt uit het Oosten .  Maar het woekert niet en wordt niet ziek; een leuke aanvulling dus. En elke dag een verse bloem voor de bijtjes.
-echinacea purpurea: dé inheemse bloem bij uitstek die niet mag ontbreken. Echinacea of zonnehoedje trekt bijen en vlinders aan, geeft een zonnig zicht, en is zelfs half uitgedroogd in de herfst nog mooi om te zien. Ik heb me ook laten gaan met een variant erop: echinacea fatal attraction
-coreopsis verticillata moonbeam:  ook al ingevoerd, dus ik ben slecht bezig. Maar wie kan aan mooie meisjesogen weerstaan?
– alchemilla: ik zet overal vrouwenmantel tussen, omdat dat zo mooi is na regen of dauw, en omdat het enigszins bodembedekkend is en dus het onkruid tegenhoudt. Gelukkig wel inheems.
– Verder aanvullen in gelige tinten kan met helianthemum (zonneroosje), euphorbia, sommige sedums, potentilla, en curryplant natuurlijk. Allemaal inheems en bescheiden in omvang (het kruipt je hele tuin niet rond, bedoel ik).
2. Borders verderop in paars-wit-roze

Jawel, we gaan even klassiek de brave kleuren opzoeken met deze bloemetjes:
– veronica of ereprijs, in verschillende soorten te vinden
– eupatorium of koninginnekruid, voor wie veel ruimte heeft; je krijgt zwermen vlinders in ruil
– achillea milleforlium, het gewone witte duizendblad
– alium: alle soorten look en sierlook brengen mooi licht in de border
– campanula, lukt altijd
– geranium: een favoriet in veel tuinen. Ik hou er iets minder van, maar smaken verschillen natuurlijk
– valeriaan, voor wie een muurtje  of een hoopje stenen ter beschikking heeft
Over deze tinten kan ik urenlang doorgaan, want er lijken veel meer soorten in te bestaan dan in de gelige bloemen. Ook hier voeg ik vrouwenmantel toe, en flox en margrieten, uit voorliefde voor de vroegere boerderijtuinen. Waar de border het huis raakt, staan nog stokrozen.
Ik zou dit alles in de toekomst ook graag met mooie foto’s willen spijzen, maar dat is nog even wachten. Ik kan jullie alleen  meegeven hoe zielig zo’n pas aangeplant bordertje eruit ziet. De meeste mensen kiezen een zone voor bloemen in hun tuin, en kopen dan zoveel plantjes als ze nodig hebben. Maar planten groeien, en na een jaar of twee heb je teveel. Zelf begin ik met een klein stukje grond en van elke plant één potje. Naarmate alles groeit, vergroot ik mijn borders. Dat is niet alleen een ietsie goedkoper, dat spaart mij vooral veel werk in tijden van verbouwingen, kleine kinderen, enz. En tegen deze zomer zal dit er toch al helemaal anders uitzien:
pas geplant mèt compost

Nog meer onprofessionele informatie over de ecologische siertuin:

Deel 1: Diep nadenken

Deel 2: De binnentuin

Deel 4:  De schaduwtuin

Deel 5: Siergrassen

Read Full Post »

Naarmate het weer beter wordt, gaat het aantal reacties op mijn blog achteruit (;-) (hierover en over andere kijkcijferdruk later overigens meer)), maar ik ga dapper door met mijn queeste: de wereld een beetje natuurbewuster maken.

We zijn ondertussen april, en het wordt dus tijd om het eens over de siertuin te hebben. Terwijl er voor de ‘klassieke’ siertuin (met cultivars, hybriden, enz.) een Antwerps Bouwcentrum vol boeken bestaat, is het met de literatuur over ecologische siertuinen nogal magertjes gesteld. Jawel, er bestaat wel één en ander, dat weet ik, maar dat is niets in vergelijking met het aantal klassieke tuinboeken dat zelfs in het kleinste boekhandeltje of boekenfabriekje àla De Standaard te verkrijgen is. In mijn persoonlijke missie om de mensheid te bekeren, zal ik jullie dus (in meerdere delen dan nog wel!) eens grondig vervelen met standplaats, plantenkeuze en schemaatjes allerlei (in paintshop, hoera!) van min of meer inheemse planten.

Vandaag deel 1: Diep Nadenken, al dan niet bij een potje koffie.

Zullen later nog op de agenda verschijnen: 

Deel 2: De binnentuin

Deel 3: Borders

Deel 4:  De schaduwtuin

Deel 5: Siergrassen

 

Het nadenken dus. Dat volgt in zekere mate een stappenplan: (a) Waar moeten de bloemen komen? (b) Wat zie ik graag? (c) Wat is ecologisch? (d) Hoe bouw ik het op?

(a) Waar moeten ze komen?

Eén van de belangrijkste regels in het ecologisch tuinieren is dat je de juiste plant op de juiste plaats zet. Logisch: een schaduwplant in de zon zal het minder goed doen dan een schaduwplant in de schaduw. En als een plant het minder goed doet, is de verleiding om met busjes en korreltjes allerlei aan de slag te gaan natuurlijk al iets groter. Beperk je dus tot het gamma dat geschikt is voor de plaats die je in gedachten hebt. En stel je daarbij de twee voornaamste vragen: Is deze plaats zon, halfschaduw of schaduw? En is de grond droog, normaal of vochthoudend? Je zou je ook kunnen bezig houden met types grond (leem, zand, klei, enz.) en plaats (bosrand, winderig, veel stenen, enz.) en dan verhoog je de kans op succes nog een beetje. Maar je bezig houden met die eerste twee vragen is al heel wat.

(b) Wat zie ik graag?

Je kunt het geluk hebben alle bloemen op je duimpje te kennen en uit het hoofd de leukste planten te kunnen kiezen, maar veel waarschijnlijker is dat je toch graag een houvast hebt in de vorm van fotootjes. Een site die ik graag gebruik om bloemen te kiezen, is die van Atuin.  Het is een beetje misbruik, want ik heb er nog nooit iets gekocht. Maar aan hun zoekfunctie is moeilijk te weerstaan: je vinkt het type grond en de hoeveelheid zon aan, en atuin geeft je binnen de minuut een heel scala aan mogelijkheden. Je kan ook beperken op kleur, bloeiwijze, bloeitijd, enz. en zo uiteindelijk een lijst aanleggen van wat je mooi vindt, èn wat geschikt is voor de plaats waar je wil planten.

3) Is het ecologisch?

Een nadeel van Atuin is natuurlijk dat het geen ecologische kwekerij is. Eens ik mijn lijstje van mooie planten heb, zoek ik die dan ook op in de database van ecoflora of de fantastische site van de kulak.  Blijkt daaruit dat de planten die ik mooi vind inheems  zijn (of dat er een inheemse vulgaris-versie bestaat van de cultivar op mijn lijstje) dan neem ik die. En dan zijn er meestal nog enkele gecultiveerde planten waar ik moeilijk afscheid van kan nemen, omdat ik ze mooi vind, omdat ze met leuke momenten verbonden zijn, enz. Voor die paar planten sla ik aan het zoeken: van waar komen ze, hoe leuk vinden de beestjes hen, hoe resistent zijn ze voor ziekte, wat is hun verwilderingsdrang, enz. Als ze daarbij een beetje goed uit de verf komen, koop ik ze ook. En dan aarzel ik zelfs niet om een heel bijzondere variant te kopen die eventueel wat duurder is. Het oog wil tenslotte ook wat. Japanse en chinese dingen gooi ik er bijna onmiddellijk uit, met uitzondering van de Japanse anemoon, die mij altijd weer door de knieën doet gaan (idioot, want hij palmt al de rest in). En al zoekend bij ecoflora en de kulak komen er altijd ook nog wat bloementjes bij die ik op atuin niet had gezien.

(4) Hoe bouw ik het op?

Ecologische siertuinen zien er meestal een beetje als pluktuinen of wilde tuinen uit. Daar hou ik ook van, maar het spijtige is dat een heleboel mensen daar wat minder enthousiast voor zijn, en er zo een groot deel van de bevolking niet overtuigd kan worden van de keuze voor inheemse planten. Die inheemse bloemen durven inderdaad verwilderen, maar ik ben wel zeker dat je ook met autochtoon plantengoed een zeer strakke, moderne tuin zou kunnen aanleggen (en dan zou er misschien een groot deel van de bevolking erbij gewonnen zijn). Streven naar eenheid van kleur en soort kan strakheid in de hand werken, de bloemen min of meer hun gang laten gaan werkt meer het type wilde boerderijtuin in de hand. Een tussenweg is om een beetje te plannen (de hoge achteraan, de lage bloemen vooraan) en de wildgroei slechts met gematigde hand tegen te houden; elk volgens eigen smaak natuurlijk.

Dit moet zowat de basis zijn vooraleer aan de concrete beplanting te beginnen. Het klinkt nogal betuttelend, vind ik persoonlijk, maar je weet maar nooit wie er iets aan heeft natuurlijk…

Read Full Post »