Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Dieren’

De onthaalmoeder schrok een beetje. In al die jaren kinderzorg was het haar nog niet eerder overkomen dat ze een kindje even uit het oog verloor en het vervolgens terugvond met paarsroze vlekken op handjes, T-shirt en mond.  Gelukkig zag ze snel waar die vlekken vandaan kwamen toen twee piepkleine handjes zich door het gaas van de omheining wurmden en daar handenvol frambozen van de struik rukten om ze in recordtempo in hun mond te proppen. Juist, onze kroost.

Bovenstaande inleiding brengt mij naadloos bij een onderwerp waar Eigenwijze Tuin en Annetanne Kruidenklets eerder al heel mooi over schreven: kinderen en tuin.  Ze hebben het beiden over dieren, spannende plekjes, spelletjes en snoepen in de tuin. En ik, luiwammes, doe dat dus ook, maar ik ga er wel nog iets aan toevoegen: het buitenleven.

SNOEPEN

PICT0586Wel, wat dat snoepen betreft hebben onze kinderen de weg toch al gevonden. Nochtans heb ik hen nooit gewezen waar de bessen hangen, precies omdat ik net als Bart niet zo enthousiast word van het idee dat ze overal alle struiken gaan kaalplukken en proeven. Maar ze hebben duidelijk zelf de link gelegd tussen wat ze op hun bord krijgen en wat in de haag hangt, en lopen nu dagelijks rondjes tussen de zandbak en de bessenstruiken, giechelend en gierend omdat ik (lodderig moederoog dat haar kinderen altijd in de gaten wil houden) hen laat geloven dat dat eigenlijk niet mag en ze het tòch doen, met sap dat tussen hun vingers tot op hun armen druipt van danige haast bij het plukken. Allemaal geweldig om te zien, maar toch met voorbehoud. Er werd ook al eens een besje van de krentenboom geproefd, en ook al weet ik dat er in de hele tuin niets staat dat giftig is, en ook al werd het uiteindelijk terug uitgespuwd, toch ben ik niet fantastisch blij dat ze zomaar bessen plukken. Later wel, als ze een beetje onderscheid gaan maken, maar nu ze nog zo klein zijn toch nog niet (al schijnen de spoedartsen zelden of nooit een kindje te zien dat werkelijk moet worden opgenomen wegens (ik zeg maar iets) te veel goudenregen gegeten).

 

DIEREN

PICT0549Zeker doen! Geen kind dat niet straalt als het lammetjes kan aaien, kippen kan voeren, eitjes mag roven, enz.  En waar je voor een schaap nog plaats nodig hebt, is dat voor een kip helemaal niet het geval. Er is dus, met andere woorden, geen excuus om geen kippen te hebben.

 

SPANNENDE PLEKJES

Opnieuw speelt leeftijd natuurlijk een rol. Als wij heel even uit het zicht verdwijnen, is dat voorlopig al spannend genoeg, dus aan kronkelwegjes, wegduikbosjes, struikgewas of verstopte picknickplekjes moeten we nog niet denken. Maar het wordt wel voorzien voor de toekomst: wat ongemaaide stukken gazon, een wegje, struikgewas onder bomen, en een volledige achterzijde die we wild laten en waarop geen dieren komen zodat ze daar in de toekomst quasi onzichtbaar en toch ‘veilig’ (de al dan niet misplaatste angst van de hedendaagse ouder voor ‘op straat’, ‘buiten’, ‘elders’) kampen kunnen bouwen, indiaan kunnen spelen, enz.

 

PICT0622SPELEN

Kampen bouwen, ik zei het al. Geen kant en klaar huisje, maar een hoop opgespaarde paletten, vrachten sprokkelhout, meters touw, nagels, oude hamers, enz. Het ligt allemaal klaar voor wanneer ze het nodig hebben. Op dit ogenblik zijn onze kinderen daar nog niet aan toe en zijn zandbak, wipplank en glijbaan meer dan voldoende. We hebben zelfs plaats gemaakt voor wat plastiek in de tuin, omdat houten glijbanen met metaal alleen maar herinneringen aan verbrande billen opriepen. Maar in de toekomst mag er naar lieve lust worden geravot. En het belangrijkste daarbij is, denk ik, de ouder: wees asjeblief niet te proper en laat die steenhoop daar liggen. Laat dat terras besmeuren met stoepkrijt, laat tenten bouwen over de wasdraad, leer ermee leven dat bloemen kapot gaan omdat er ballen in vallen, vind het normaal dat kleren groen worden en scheuren.  Kinderen moeten een beetje opletten en respect hebben voor de omgeving, zeker en vast, maar de ouders ook voor de kinderen medunkt.

HET BUITENLEVEN

Wat voor ons de grootste vraag is bij het ‘leven op den buiten’, is de vraag of we hen geen overdosis gaan geven.  Daarom proberen we het met de tuin te doen zoals met de andere tekenen van onze hobbies in huis: het is er, en tonen ze interesse, dan is dat ok, maar tonen ze geen interesse, dan is dat ook ok. Gebruiken ze dat geheime plekje tussen de bomen om lekker ongezien boeken te lezen in plaats van kampen te bouwen: waarom niet? En zeggen ze op hun 15de: “Ma, waarom ben je in godsnaam in dit achterlijk gat komen wonen, hier is gewoon niets te doen”, dan is dat ook normaal. Daarom is het op dit ogenblik gewoon de achtergrond van hun bestaan, zoals wij zelf zijn opgegroeid: zonder dwang, maar met pruttelende potten confituur op het vuur, met altijd buiten eten, met de geur van rijpend fruit in de schuur, met een mama die over bloemen sprak waardoor astrantia en echinacea even normale woorden werden als tafel en stoel, met een papa die zei dat we onder de beuk gingen eten, ipv onder de boom, waardoor ook dat bekend werd enz. Kortom: een aanwezigheid van natuur waar ze mee mogen doen wat ze willen, maar die er onmiskenbaar is. Onze kinderen zullen in elk geval nooit zeggen ‘bah, een kikker’, of ‘eek, er zit een rot blad aan die sla’. Ze zullen appelmoes uit een bokaal nauwelijks herkennen als de appelmoes van thuis, en als ze yoghurt met aardbeien kopen zullen ze zich afvragen waar de aardbeien zijn en yoghurt met brokken toch lekkerder vinden. En dat, vinden wij persoonlijk, is al heel wat.

Read Full Post »