Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘eekhoorn’

Benieuwd hoe lang het gaat blijven duren. De aardbeien worden zeldzamer, maar de herfstframbozen en doornloze braambessen lijken nog maar pas aan hun zegetocht begonnen te zijn.

Na dit kwartiertje plukken werd het gespan al weer zwart. Ik gritste nog snel wat bloemen mee naar binnen.

Daarna brak de bui los. Hoewel het eigenlijk geen bui was. Meer alsof de wind waaide met regen.  En toen ook dat weer gedaan was, sprong ik recht uit mijn livingzetel en juichte naar het kleinste appeltje: “Kijk! De ijsvogel is terug!” En in hetzelfde ogenblik waarin ik rechtsprong hipte de groene specht verschrikt onder het livingraam vandaan, stopte halverwege om mij nog een misprijzende blik toe te werpen, en koerste het eekhoorntje zomaar recht naar het kuikenpark, bezorgde Ma Hen een knal van een beroerte, en trippelde toen onaangedaan het bloemenperk in. Heb je wel geteld? Een ijsvogel, een groene specht en een eekhoorntje (zelfs niet hét eekhoorntje van altijd, want het was kleiner en bleker), in zowat één seconde? Die hebben mijn vorig stukje gelezen zeker?

PS Ja, ik mankeer een statiefke. Of ik had op een stoel moeten staan ipv op mijn wankele tenen voor die bessen…

Advertenties

Read Full Post »

Van lichaam en geest

Het moet zo’n 10 jaar geleden zijn dat ik een in mijn ogen Groot Schrijver een briefje stuurde met de vraag of hij eens een tekstje van mij kon lezen en het beoordelen. Ik wou, voor eens en altijd, weten of ik het een beetje kon, dat schrijven, of helemaal niet. Want ondanks de grote belezenheid van mijn ouders, vreesde ik toch dat hun positieve kritiek (en later die van meneer onderdeappelboom) iets teveel door liefde, en iets te weinig door zin voor objectiviteit zou zijn ingegeven. Maar de Groot Schrijver schreef niet terug, en ik probeerde mijn vraag aan hem een beetje te vergeten. Ik had ook een andere Schrijver kunnen schrijven, maar er was er in mijn ogen maar één waarvan ik de goedkeuring wou. Als de anderen het goed zouden vinden: fijn, maar niet goed genoeg. Het was die Grootste die het goed moest vinden; anders was het niet wat ik zou willen dat het is.

Drie maanden later zat er een excuusbriefje van de Groot Schrijver in mijn mailbox. Dat de uitgever (via dewelke ik mijn smeekbede had verzonden) mijn briefje te lang had laten liggen en hij nu pas mijn vraag had gezien. Dat ik ja, zeker, iets mocht sturen, maar dat hij wel eerlijk zou zijn en geen blad voor de mond zou nemen in zijn oordeel. Maar ook dat hij voorzichtig zou omgaan met mijn tekst.

Waaw, en mooi, en ik stuurde iets terug. Schreef nog wat foute dingen over zijn loopbaan tot dan toe en kreeg enkele kwinkslagen terug gestuurd. En enkele uren na het opsturen van mijn tekstje kwam zowaar een compliment mijn richting uit. Dat hij het allemaal nog eens op zijn gemak moest lezen, maar dat het zo op het eerste zicht zijn goedkeuring had.

Toen ik van mijn verbazing en katzwijm bekomen was, schreef ik op mijn beurt terug, en toen hij weer, en zo’n tien jaar later bestaat de mailcorrespondentie nog steeds. Er werd ook al eens een koffie gedronken samen. Ik ging al eens ten huize van de Schrijver. En zat er eens een jaar of langer storing op de lijn, dan liep die na een tijd toch weer vanzelf in orde. Het spreekt voor zich dat al dat getater al lang niet meer alleen over schrijven ging, al heb ik door aan de zijde te lopen van iemand die Schrijver is wellicht meer over schrijven geleerd dan wat ik ooit expliciet op papier zag staan.

Dankzij de commentaren op deze blog, en jullie immer immense geduld met en dulding van mijn vrijdag-vertelselkesdag-stukjes, bedacht ik dat ik misschien toch nog maar eens een stukje ter beoordeling naar de Groot Schrijver moest sturen. Om te zien of ik in die 10 jaar iets bijgeleerd heb, en of ik iets van alles wat hij verteld of getoond had begrepen heb. En dus begonnen we weer van voren af aan: of ik iets mocht sturen, en ja, maar dat het even kon duren, maar dat ik wel zou wachten, maar dat hij het ook niet al te lang zou laten duren, enz. enz. En meer nog dan de vorige keer voelde ik de wereld min of meer vergaan van stress, omdat ik nu niet alleen een droom/hoop/wens kon verliezen, maar ook een Groot Schrijver in wie ik de mens was gaan liefhebben.

En kijk, dan viel er onlangs toch een commentaar in de bus, die niet eens negatief was. Dat ik moest doorgaan, was het advies, met de tekst waaraan ik bezig ben.

‘Prachtig’, riep meneer onderdeappelboom uit. ‘Wanneer doe je verder?’

‘Wanneer kan ik?’ vroeg ik.

‘Wat ben je bereid ervoor op te geven?’ vroeg hij.

‘Alleen mijn werk,’ wist ik direct. Want al zit ook daar een passie, hoe zou ik de tuin kunnen laten voor wat hij is? Want hoe zou ik anders de deugd van het bureauwerk met de deugd van de fysieke arbeid kunnen combineren? Want dat is wat telkens weer terugkomt: dat plezier van fysiek moe worden, van handen in de aarde, van bloemen zien groeien en groenten kunnen oogsten die ooit als zaad door je handen gingen. En nee, natuurlijk kan ik mijn werk niet opgeven. Brood op de plank enzo. Dus we gaan ons wellicht nog wat meer laten verscheuren, behalve door werk en gezin nu ook nog door verschillende hobby’s. Fijn hé 😉

Ter compensatie van al deze tekst snel nog wat beeld en klank uit de natuur. Kijk, daar zat het eekhoorntje weer op onze schuur:

En toen het mij zag, bleek het te kunnen springen als een hinde, over de gehele afstand tussen schuur en eik.

Dat wist ik niet, dat eekhoorns zo goed kunnen springen. Straf beestje.

Read Full Post »

Ze wegen soms zwaar, die laatste loodjes van de winter, en niet alleen voor de mens. Ook de vogels moeten nog even doorbijten vooraleer het lente wordt. Want al fluiten ze ’s morgens al alsof het voorjaar al is aangebroken, toch valt tijdens de dag nog maar weinig te bikkelen. Zelfs onze pot voorjaarsbloeiers bood aan deze hongerige mus maar een magere troost.

Daarom wagen de vogels zich ook steeds dichter bij huis: op zoek naar die laatste rozenbottels, die verloren kruimeltjes, of natuurlijk ook gewoon de laatste vetbollen van het jaar.

Zelfs het winterkoninkje kwam even vanuit zijn schuilplaats tevoorschijn om te eten.

Dat niet alleen de vogels hun angsten in deze laatste koude weken opzij zetten, bewijst ook onze pluimstaart. Het was pas toen we al een half uur naar onze uitgebroken ‘kip’ zaten te kijken, dat we door kregen dat de kip een eekhoorntje was.

Meer dan een half uur zat het daar te knabbelen aan de eikels; en zelfs op zijn vluchtroute nam het nog even de tijd om mij uit te lachen omdat ik er niet in slaagde een scherpe foto van hem te nemen.

En terwijl ik naar boven staarde om te zien waar hij naar toe was, kwam hij me nog eens extra plagen door beneden aan de stam van koekepiep te doen.


Maar als mens heb je dan het voordeel dat je niet bij de pakken moet blijven neerzitten, maar gewoon kunt rechtstaan om aan de lente te beginnen. Ik weet het, er zijn zaaikalenders, teeltoverzichten en zelfs maankalenders, maar er is ook nog gewoon onze eigen kalender. En daarin was deze voormiddag tijd voor de eerste zaadjes, traditioneel door de kinderen uitgevoerd.

Als eerste de tomaten; struiktomaten dit keer, omdat die wellicht makkelijker telen in pot, en al bij al toch acht soorten.


In de kweekruimte staan sla, peterselie, basilicum en juffertje in ‘tgroen te wachten op de zon.


En in de berging liggen de aardappeltjes te wachten op hun eerste verschot.


Ja, ’t wachten weegt plots wat lichter nu…

Read Full Post »

Want we hebben er geen foto van.

En toch is het waar.

Er woont een ijsvogel in onze tuin. Of toch in onze buurt. Nadat mevrouw onderdeappelboom al vier keer een vogel met een okerkleurige buik over het huis richting vijver zag scheren, zag meneer onderdeappelboom hem vandaag in vol ornaat. Hij had trouwens al veel langer beweerd dat er een ijsvogel in de tuin zat, maar mevrouw onderdappelboom vond dat nogal ongeloofwaardig. En meneer onderdeappelboom eigenlijk ook. Maar nu zijn we het dus allebei zeker. En het zegt misschien veel meer over onze omgeving dan over onze eigen tuin, maar toch zijn we er blij mee. Of zien jullie dagelijks ijsvogels vanuit jullie luie zetel in de living voorbijvliegen?

Wie we dan weer wel op foto hebben, is de bewoner van onze lindeboom. Hoewel, op foto… Zie je het?

Hier beter?

Sja, het was ochtend, en de ramen waren bedampt (ja, op goed dubbel glas komt ook condens bij bepaalde weertypes). En we durfden ze niet opendoen uit schreek de eekhoorn helemaal weg te jagen. Vandaar deze foto’s vanachter glas.

IJsvogel en eekhoorn. En dat op één dag. Dat het een schoon najaar is!

Read Full Post »

Dan vindt een mens eindelijk nog eens de tijd om zich tot verschrompeld weekdier om te vormen in een veel te heet bad, dan stormt meneer onderdeappelboom al na 2 minuten binnen: “je moet komen kijken!”  Lap, daar zat ik dan met al mijn voornemens. Er was iets te zien in de tuin! Om 22u ’s avonds dan nog wel! Zou jij dan binnen kunnen blijven? Ik niet in elk geval; zelfs niet als het weer 2 jaar duurt vooraleer ik nog eens het vooruitzicht op een uur lang badderen heb. En dan zegt meneer onderdeappelboom nog: ‘als ze niet zo aan het snuiven waren geweest, dan had ik ze nooit gezien’. Ja, dan moet ik weten waarover het gaat natuurlijk. En ik moet meneer onderdeappelboom dankbaar zijn: ik ben heel blij dat hij me komen halen is, want het was mooi om te zien:

egeltjes

Natuurlijk is het weer geen mooie foto, maar we wilden maar één keer flitsen (niet dat ze er last van schenen te hebben) en zonder flits lukte het niet. Maar kom, twee egeltjes dus, huizend in de hoop van snoeithout die we dit voorjaar opgestapeld hebben, die lustig toertjes rond elkaar draaiden terwijl ze snurkten en snoven dat het een lieve lust was. Of eigenlijk: eentje bleef zitten, en de andere kwam voortdurend snuiven, liep dan terug zijn holletje in, kwam terug, enz. We gokken dan maar op een paringsritueeltje zeker?

En om het helemaal mooi te maken: gisterenmorgen zag ik plots een beestje over het gras rennen, met een pluizige staart. Help! dacht ik. Fretten! Marters! Kippenverslindendeeierenuitslurpende wezens! Maar nee: toen zag ik dat het een eekhoorntje was, dat vliegensvlug onze linde in snelde (niet de eik ernaast, gek genoeg).  En dat vinden wij allemaal fantastisch natuurlijk, dat dierenbezoek. En verrassend ook, want al bij al is onze tuin nog een veel te grote vlakte met veel te weinig hoekjes, kantjes, plekjes, struikjes, boompjes. Wat zal dat geven als de tuin ooit zo boeiend is als we zouden willen?

Read Full Post »