Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘eenden’

De familie Klepkens

“Mogen ze niet gewoon 100 keer schrijven: ‘Ik zal geen kikkertjes meer opeten’? ” vroeg de meelezende nonkel toen hij vernam dat onze pekingeenden tijdelijk gestraft waren in het kippenhok.

“Goed idee”, vond meneer onderdeappelboom. “Of 50 keer pompen!”.

Maar ondertussen zat mevrouw pekingeend wel te broeden. Dus konden we haar maar beter laten zitten waar ze zat. Dachten we.

De plaatselijke vos moet dezelfde gedachte zijn toegedaan en roofde haar 2 nachten later al van haar nest. Om de treurigheid compleet te maken ligt er tussen de hoop pluimen in de schapenweide (ze moet dus wel nog even weerwerk hebben geboden) nog een ei dat als het ware tijdens de strijd nog uit haar * * moet zijn gevallen. Brrrrrr.

We voelen ons dus wel even heel slecht met onze strafexpeditie, al zou de eend natuurlijk sowieso op het droge hebben gebroed en ook naast de vijver een makkelijke prooi voor de vos geweest zijn. Maar de treurige blik van de overgebleven eend maakt ons er toch al niet blijer op…

Deze heeft zelf een serieuze schram op haar buik, maar lijkt wel te herstellen. We zijn ons nog even aan het informeren of we de eenzaten een nieuwe partner moeten bezorgen, of beter nieuwe eenden zouden aankopen. We moeten dit keer vooral de juiste soorten kiezen om de vijver zo natuurlijk mogelijk te houden, want we willen ook het koppel wilde eenden dat dagelijks onze vijver bezoekt niet wegjagen natuurlijk.

En dan waagden we ons ook nog eens aan kippen!

De arme haan kan er ook niet aan doen dat ik zo’n lelijke knalfoto van hem genomen heb (ik heb hem een gratis tweede sessie beloofd). Hij kreeg 3 vriendelijke, bruine legkipjes om voor te zorgen, en behalve het feit dat hij op de eerste dag nog een zetje van mevrouw onderdeappelboom moest krijgen om zich wat meer met zijn vrouwvolk te bemoeien, begint hij nu door te hebben dat de hennen naar hem luisteren en daar ook wat meer op in te gaan. Maar verder braaf volk: dat krabt de grond mooi los, dat laat zich aaien door dochter onderdeappelboom, dat gaat ’s avonds schoon z’n kotje binnen en dat eet tafelrestjes op. Vanaf nu geen speciale kippenrassen meer onderdeappelboom, maar alleen nog brave, volkse families!

Read Full Post »

Zomer is…

… de moestuin langzaam zien groeien.

… een hele hoop plastic buitensleuren tot eindeloze vreugde van de kinderen.

… met de buren staan praten die op een gegeven moment met een eend onder de arm staan en die met de boodschap “niet te veel vragen stellen” gewoon bij je op de vijver zetten.

Verder is er ook gewerkt, wees gerust. Een kruiwagen of 5 onkruid werd op de composthoop gekieperd; een bewijs van hoe de tuin tot onze spijt bij momenten ook compleet verwaarloosd wordt door chaotische werkweken, een dringend schoon te maken huis, of door ikweeteigenlijknietwatnogallemaal. Rond de vijver werd weerom gezeisd, maar we blijven onze strijd tegen de duizenden netels verliezen. Ook het water is teleurstellend: bruin, in plaats van het heldere water dat er vroeger was. Wellicht een gevolg van de eenden, maar die houden dan weer de netels een klein beetje tegen. En zo is het wikken en wegen, organiseren, plannen, werken en stresseren, maar, wees gerust, toch ook volop genieten van het mooie zomerweer. En blij zijn dat we geen last van hooikoorts hebben, want het sneeuwt hier (zonder overdrijven!) weer kilo’s wilgenpluis.

Read Full Post »

Het is weer gelukt: weerbericht in de gaten houden, verlof voorzien voor de dag waarop het op z’n warmst gaat zijn en waarna het zou moeten regenen, en dan nog geluk hebben dat het weerbericht uitkomt ook. Vandaar: ik was thuis vandaag!

Tegen de tijd dat ik mijn gereedschap uit de garage had gehaald, kreeg ik al de eerste buurman op bezoek. Dat ik toch al schone tomatenplanten had, zeg! Dat was een compliment om min of meer van omver te vallen. Niet alleen omdat ander bezoek de dag ervoor gezegd had dat ik dringend meer water moest geven omdat ze veel te geel waren (terwijl ik vind dat ze geel zijn van de zon omdat ze tegen de ochtend altijd weer mooi donkergroen worden), maar bovenal omdat deze mens geen complimentjes geeft. Nog nooit gebeurd in de afgelopen 5 jaar. Maar, zo moest hij ook kwijt: ik had toch wel een eigenaardige manier van tuinieren. Ah ja? ‘Ja, zo in bakskes’. Mijn groentetuin dus. Ik heb het hem een beetje proberen uitleggen. Ook vaagweg laten vallen dat we nogal te vinden zijn voor biologische teelt. ‘Ja, dat zou ik nu nog wel kunnen begrijpen, maar daarom moet dat toch niet in bakskes?’ Ik onthou mij in zo’n geval liever van de ecologische boodschap, ik ben niet zo’n bekeerder, en heb gezegd dat ik gewoon een rare ben die dit soort groentetuin leuker vind. Hij leek dat bijzonder aannemelijk te vinden. En hoe staat het met mijn bakskes?

Wel, dankzij een sproeibui van de waterslang en de hogere temperaturen beginnen erwtjes en peulen er nu toch wel mooi uit te zien.

Zelfs de bladgewassen durf ik laten zien. Op de eerste rij in het midden radijzen en rechts ervan raketsla. Erachter een tweede rij radijzen en daarnaast 2 rijtjes spinazie. Helemaal links is snijbiet gezaaid en achteraan nog kropsla en een derde rij radijzen.
Ook pastinaak ging de grond in, achter de worteltjes die langzaamaan toch boven lijken te komen. En de blootliggende bedden werden volledig van restanten gras ontdaan. Nog een weekje of 2, en dan mogen kolen, vruchtgewassen en boontjes ook buiten.

De aardbeien staan er allemaal zeer goed bij. Vorig jaar deed ik er stro tussen, maar dat zat het wieden toch een beetje in de weg. Naar het schijnt houden aardbeien van zure grond. Zou ik er dennenschors durven rond leggen?

Het viel me dit jaar ook voor het eerst op dat verschillende rassen een verschillend aantal bloemblaadjes hebben.

Ik prutste ook heel even in de bloementuin, maar daar was eigenlijk geen werk behalve het uitknippen van de helleborusbloemen. Die zien er nog niet uitgebloeid uit, maar als je ze nu laat staan steekt de plant al zijn energie in zaadvorming, en komt hij volgend jaar niet meer zo mooi terug.

En kijk eens hoe dichtbij ik al raak met het fototoestel?

Ik deed ook ontdekkingen in de ‘wilde’ tuin. Er komen overal boshyacinthen op, er groeit plots citroenmelisse naast de linde, de vergeetmenietjes zijn terug èn achteraan in de tuin staat de daslook half in bloei. Meer van dat!

De dieren werden evenmin vergeten.  Uit angst dat de eksters er net als vorig jaar met de kuikens vandoor zouden gaan, spande ik een net rond het broedhok van de eend. Baat het niet, schaadt het niet. Rondomrond werden ook heel wat netels gezeisd. We zijn nog altijd voorstanders van het gebruik van de tuinklauw, maar het is te tijdrovend op dit ogenblik.

En ja, ook de schaapjes kwamen aan bod, maar dan in een bijzonder treurige vaarwel. Mama Laura ging gisteren al de deur uit naar een schapenboer 2 km verderop. Vriendelijke man, direct aangeboden dat we nog naar het schaap mochten gaan kijken bij hem, en een zoontje dat zonder enig aarzelen stokstijf bleef staan toen 2 angstige schapen op hem afdonderden, coolweg zijn handen uitstak om hen tegen te houden, en vervolgens de tijd nam om ze nog te strelen ook. Laura, je krijgt volgens mij een fantastische nieuwe thuis.

Voor Julia en Gusta is de afloop treuriger. Niet omdat ze gekocht zijn voor de slacht, want dat is wat alle kandidaat-kopers voor ogen hadden. Maar wel omdat de opkoper geen greintje respect voor hen had. Bij het horen van hun naam moest hij een goed lachen. ‘Juliake, juliake, maar op die manier ga je ze niet vangen hoor. Ga jij weg en geef mij dat brood’. Je ziet van hier dat ik zou weggegaan zijn: I stand by my sheep! Met de nodige godverdommes kreeg hij ze te pakken, en we namen elk een schaap aan een touw. Hij hinnikte al van het lachen voor hij kon zeggen: ‘En wat gaan we nu zien? Gaat het meisje het schaap meenemen, of gaat het schaap met het meisje gaan lopen?’ Zijn lachen verging gelukkig snel toen ik met Julia gezellig keuvelend richting kar wandelde, terwijl hij nog in geen honderd jaar kon bijbenen met zijn godverdommes. Ondanks mijn binnenpretjes daaromtrent ga ik straks toch nog wat misprijzende blikken oefenen voor de spiegel, en dan liefst van de doodbliksemende soort. Waarom we de schapen dan toch met hem lieten meegaan? Omdat ik het achter de rug wilde hebben. Schapen wegdoen is niet leuk. En de weide is nu héééél leeg.

Maar we moeten niet in treurnis eindigen. Ik heb ook nog karton tussen de bessenstruiken gelegd en er houthaksel opgelegd. Iemand enig idee waar je makkelijk aan grote stukken karton kunt raken? Ik heb maar 80 m² meer nodig 🙂 En misschien interesseert het u wel te weten dat ik ondertussen 5 machines was heb gedraaid, buiten gehangen, èn de versgewassen lakens allemaal al terug op bed liggen? Ik denk dat het tijd wordt dat ik er ook tussen kruip, nog even de buitenlucht opsnuiven die er altijd maar zo kort in blijft hangen.

Read Full Post »

Eitjes rapen

Dat gaan we volgende week doen. In een natuurdomeintje in Vlaams-Brabant (maar liever nog in een nabijgelegen parkje, want het natuurdomeintje was zozeer natuur dat menig kind niet alleen z’n eerste zomerbroekje, maar ook z’n been aan de bramen en ander doorngespuis heeft opengehaald)  en de dag daarna ook nog eens bij oma en opa. Dat zijn dan de eitjes van de paashaas, of van de klokken. Ik zou eens moeten opzoeken hoe dat zit en of de klokken nu de paashazen hebben uitgestrooid die op hun beurt dan eitjes rondbrengen of omgekeerd.

Maar dat waren eigenlijk niet de eitjes waarover ik het wil hebben.

Bovenstaande eieren zijn van de eenden. Of beter: waren. Want na een al zeer aarzelende start waarbij de mama van mevrouw onderdeappelboom onmiddellijk met kennis ter zake oordeelde dat het ‘zwalp-eieren’ zouden zijn, heeft ze ze nu helemaal in de steek gelaten. ’t Was nochtans mooi om waar te nemen, hoe hun hele doen en laten veranderde, meneer eend plots met allerlei bescherm-het-vrouwtje-technieken op de proppen kan en mevrouw eend alleen nog rond en dromerig in het rond hotste. Maar het instinct was blijkbaar toch niet sterk genoeg. Elf eitjes zijn nu verlaten.

En toch waren het eigenlijk niet die eitjes waarover ik het wou hebben.

Dit zijn twee kruiwagens vol aardb-eitjes. Of toch de plantjes ervan. Buurmeisje had ze vorig jaar laten verwilderen, en ik mocht in de overdaad gaan uitspitten wat ik nodig had. Samen met de kinderen heb ik eigenlijk veel te veel meegenomen, waardoor zelfs mijn 5m² al vol aardbeienplanten stond en ik nog  6 potten kon vullen. Maar dat was niet erg, want je zag nauwelijks dat ik iets had weggehaald. En bovendien nam ik de potten aardbeien in de namiddag mee naar ecoflora om uit te delen aan eventuele andere aanwezige bloggers. Maar die waren niet te zien. Of beter, niet te herkennen; want dat heb je wel met anoniem bloggen natuurlijk…

En ook het buurmeisje werd bedankt, want ik liet plant-uitjes in ruil bij haar achter. En komende maand gaan we de draad op de scheiding tussen haar en onze tuin met reukerwten laten begroeien. Iedereen tevreden.

Maar ook dat waren niet de (aardb)eitjes waarover ik het wou hebben.

Eigenlijk wou ik het zelfs helemaal niet over eitjes hebben. Maar over kikkers. Ik zag namelijk heel mooie kikkers op het net. En ook wel padden. En ik wou dus wel eens wat kikkers gaan spotten deze avond. Maar nog voor ik dat kon doen, kwam meneer onderdeappelboom met de boodschap dat er zéker 100 kg kikkerdril in onze vijver ligt. En dat leek zo op het eerste zicht niet eens helemaal overdreven.

Zelfs dieper op de bodem zie je overal kikkerdril als je goed kijkt.

Dus in plaats van over hun kikkers, moet ik het over hun eitjes hebben. De dril dus. En daar weet ik eigenlijk bijzonder weinig over te vertellen. Behalve dat het er vééél zijn. En drillerig. Hééél drillerig.

Read Full Post »

Hoezo overdaad? We gaan toch niet klagen over de sneeuw zeker?! 😉 Al lijkt het aan onze vijver wel alsof de winter in het water valt. Letterlijk dan…

Er gaat ondertussen wel héél véél maïs door. En bieten die we al gekocht hebben. En voederwortels. En mezenbolletjes. En schapenkorrels. En extra emmers om water te voorzien. En een schop om het ijs van de vijver ’s morgens mee kapot te schoppen. En een nieuwe muts, omdat de andere op een sneeuwman was beland. Dure winters, die van vroeger. Maar al bij al: nog veel goedkoper dan een fitnessabonnement, en plezieriger en gezonder bovendien. En een pak minder absurd dan de benen vanonder je lijf lopen terwijl je naar (stel je voor!) desperate houswives moet staan kijken of zoiets.  Ze zouden flyers moeten uitdelen aan fitnesscentra: ‘Get real: koop u een beest dat buiten leeft!’.  Maar ’t zou ook kunnen dat minstens de helft van de bevolking zich geschoffeerd voelt nu …

Read Full Post »

Het blijkt nog maar eens dat een blog de realiteit niet weerspiegelt. Was dat wel het geval, dan zou hier namelijk al veel meer over het weer zijn geleuterd. Het weder, om het wat mooier te zeggen, met zijn onversaagbare tempeesten, zijn gesels van wind en striemen van schier eindeloze nattigheid. Níet over het weder met zijn bijtende koude en zijn diepgaande vries, want deze winter vindt blijkbaar dat hij ons vorig jaar al genoeg van die plezierige koude heeft geschonken en we het nu dus maar eens met een ver buiten zijn maand-einden uitdijende november moeten doen. Eén avond herinner ik me, begin deze week, dat het een hele dag droog is geweest en de lucht zo rond 8u ’s avonds eindelijk zo vrij van vocht leek te zijn dat we wel tot middernacht buiten hadden kunnen blijven om die plotse zeeën van zuurstof in te ademen. Allemaal inbeelding natuurlijk, maar met dat pak van regen weg leek de lucht plots onnoemelijk vrij en open te zijn.

Gelukkig zijn de beestjes er nog; die dwingen ons dagelijks buiten te gaan en te ontdekken dat het ook in regenweer deugddoend is om eens van bij de stoof weg te gaan. Omdat de hele regio hier ondertussen zompt alsof het een moeras was en we de schaapjes niet meer droog konden voederen, timmerde meneer onderdeappelboom een voederbak in elkaar. (Ik laat het schrijnwerk ondertussen wijselijk aan hem over). Dat scheen hen wel te bevallen.

(Toch een talent apart, denk ik, om een foto bij donker stormweer toch overbelicht te krijgen 🙂 )

De eendjes stellen het ook prima, en dat is niet moeilijk, want hun vijver is met een derde toegenomen, ondanks het feit dat één van onze bronnetjes de weg naar de drainagebuis niet meer vindt en ondertussen 10 meter vóór de vijver lustig uit ons gras opwelt.

Het water komt normaal tot even vóór die stok tussen die 2 biezen. (En 2 jaar geleden nog tot een meter daarvoor). Links op de foto zie je wat bamboestokjes. Daar zijn in het najaar allerlei ‘modderplanten’ gezet: planten die met hun voeten graag nat staan, maar voor de rest niet al te graag in het water zitten. Sja, die hebben hun zaakjes helaas niet meer op het droge…

De eendjes zelf doorstaan de kou alsof het niets was, slapen nog steeds op het water, en krijgen ook regelmatig gezelschap van een koppel wilde eenden. Hopelijk weer eendenkuikens volgend jaar (maar dan wel met een beter einde…)

Links zie je nog wat witte dovenetel bloeien, en rechts onderaan een ondergronds gangenstelsel dat door de eetlust van de beestjes is blootgelegd.

Verder moet je ook altijd een keer naar boven kijken, want er zijn méér vogels om je heen dan je wel zou denken.

Ik zou gedacht hebben dat ze net als de koeien met hun achterste naar de wind gingen staan/zitten, maar het blijkt net andersom: ze blikken in het oog van de storm.

En nu we toch over vogels bezig zijn, kijk eens wie we daar hebben:

En het zijn ondertussen echt wel hele zwermen koolmeesjes, die zigzaggend uit de lucht komen vallen en tot nog toe door merels en mussen met rust gelaten worden. De zonnebloemen zijn populairder dan de mezenbolletjes.  En verder passeerden ook al een winterkoninkje (‘een okkernoot met een pluimpje erop’, leerde ik hem ooit te herkennen) en ‘een ijsvogel’, zei meneer onderdeappelboom. Dat zou wel mooi zijn, natuurlijk. Meneer onderdeappelboom weet wel hoe die eruitzien, maar het ging blijkbaar zeer snel. ‘Het zal wel de specht zijn geweest’, dacht de papa van mevrouw onderdeappelboom. Maar het was een vogel met een mooi gekleurde (geel? oranje? lichtgroen?) borst, daar waren ze het er over eens. En zeldzaam, uiteraard zeer zeldzaam.

Read Full Post »

Gisteren had ik toch graag een fototoestel gehad. Een goed. Met micro, en macro en de hele santeboetiek. En oog voor fotografie, ja, dat misschien ook 🙂 In elk geval: had ik met òns toestel een foto genomen, dan had je niet méér gezien dan een zeer grijze lucht met een heel vage streep erdoor. En als je heel goed keek: twee strepen. Maar dan had ik je er wel al op moeten wijzen.

In realiteit ging het als volgt: ik ga bij valavond nog even naar de dieren kijken en hoor vaag, in de verte, het gekwaak van eenden. Terwijl ik omhoog zoek waar die beestjes zitten, zwelt hun geroep langzaam aan, maar ik zie er geen enkele. Mijn vermoeden rijst dat het dit keer toch geen 2 wilde eenden of 4 vriesganzen zijn, maar ik vind ze niet. Tot ik het verstand heb wat hoger in het luchtruim te gaan kijken. En daar tekent zich een immense V met in elk beentje toch zeker 30 eenden af. En daarachter nog een V. Dubbel zo lang, lijkt het wel. En dan nog 4 kleine V-tjes. En elk van die benen en V’s gaat op geregelde tijdstippen uit elkaar om op andere plaatsen nieuwe V’s in nieuwe samenstellingen te vormen, gepaard met luid gekwaak en duidelijk coördinerende communicatie.

Meneer onderdeappelboom wordt er snel bijgehaald (de kleintjes lagen al in bed) en terwijl de eerste vier V’s langzaamaan in de ondergaande zon verdwijnen, komt er een nieuwe sliert zwevende V’s boven het dak uit, terwijl het gekwaak stilaan zo luid geworden is (ondanks de grote hoogte van hun vlucht) dat we elkaar nog moeilijk kunnen verstaan. Minstens 200 eenden verdwijnen zo gracieus richting zuidwest aan de hemel.

Toen de notaris bij het voorlezen van onze verkoopacte met nadruk meldde dat we onder een trekroute van vogels wonen en dat daar bij verbouwingsplannen en dergelijke meer rekening mee zou worden gehouden, klonk dat – in dat financiële kader van lederen fauteuils en geparfumeerde mannen – als een onnozele grap van een notariaatsmedewerker.  Ondertussen weten we dus aan den lijve wat ermee werd bedoeld.

Read Full Post »

Zomer, verlof, zon en kindjes: moet er nog meer uitleg worden gegeven om het gebrek aan tijd te verklaren? Nee hé. En zalig dat dat is, zo zonder tijd en structuur leven. Maar kom, ondertussen gebeurt er toch het één en het ander op tuinvlak, en vandaar een kleine foto-impressie:

 

citroenmelisse

 Toen ik op een avond op handen en kniëen zat om een kip van onder de netels te halen (ja, dat vinden wij ondertussen normaal), viel mijn oog op een rare netel. Dat wil zeggen, het blad leek er wel op, en de bloemetjes leken ook enigszins op een dovenetel, maar het was duidelijk geen van beide. Even met duim en vinger over het blad gestreken en jawel: citroenmelisse! Een superleuke ontdekking, die ik naar mijn toekomstige kruidentuin ga verplanten (ooit). En als één mug het nog waagt onder onze muskietennetten te kruipen, kan hij zich verwachten aan een weelde van citroengeur waar hij niet goed van zal zijn!

 

 

Pekingeenden

 

De pekingeenden hebben wat je noemt een gedaanteverwisseling ondergaan. Na hun eerste doodschuwe week zijn ze nu zo aan ons vertrouwd dat ze geen milimeter meer van onze voeten wijken wanneer we binnen de omheining zijn en ons bijna zouden bespringen om toch maar een beetje van het kippenvoer te krijgen dat ik dan meestal bij heb. Ze vallen daar dan zo uitzinnig op aan dat we ons beginnen afvragen of die beestjes wel genoeg hebben aan gras. Maar wellicht is het een gewoonte (bij de kweker was zeker geen gras genoeg, dus waarschijnlijk zijn ze groot geworden op graan).  Maar veel informatie over pekingeenden vinden we niet (behalve dan recepten…) O ja, deze heten Jozef en Jozefien (naar Jozefien kwebbeleend, voor de kenners). De manengansjes beginnen nu ook door te hebben dat er iets bij ons te rapen valt en beginnen zich nu min of meer in onze buurt te vertonen, hoewel nog niet dicht genoeg voor een mooie foto. Eén van de beestjes zakte regelmatig af naar de buren, waar het zich tussen de parelhoenen begaf. Ik vermoed dat het dacht dat ze van dezelfde soort zijn. Na het dichtspijkeren van het gat waar de manengansje altijd doorheen kroop, heeft het een paar dagen echt treurig rondgelopen, maar nu is het weer ok.

Bresse kippen

De kippen, de kippen… Wel, waar zal ik beginnen. Deze twee beestjes zijn ons verkocht als zijnde Bretoense kippen, maar die soort blijkt niet te bestaan. Na enig uitzoeken denk ik dat het Bresse kippen moeten zijn. En wat weet het internet mij te vertellen? Dat het goede vliegers zijn… Welke avonturen hebben we al achter de rug: kippen vangen en opsluiten; kippen opnieuw in de boom zien vliegen; tak uit de boom zagen; kippen een tak hoger (5 meter!!!) zien kiezen; kippen opnieuw vangen en 3 dagen opsluiten; alle takken beneden de 7 meter uit de boom zagen, ‘ollekesdraad’ spannen boven het hek waar ze altijd op vliegen; nest eieren ontdekken en er één in het hok leggen waar we willen dat ze eieren leggen en waar ze nog steeds opgesloten

eitjes

zitten; alle netels, struikgewas en verbergplekjes wegmaaien, de composthoop omdraaien en een gezellig woelplekje creëren, aarde loshakken om stofbad te vergemakkelijken, kippen terug vrijlaten en afwachten. En jawel hoor: daar gaan ze zowaar hun hok terug in die avond! En de avond daarna ook! Hoera! En eergisteren zie ik ze op hun trapje omhoog gaan, er met veel gekakel terug afkomen, en daarna doodstil. Hé, waar zijn de kippen? Nergens geen meer te bespeuren. Eerlijk waar, ik heb in alle bomen en hokjes van zowel wij als de buren gekeken, en ze waren wég! Maar gisterenmorgen: terug! Hé???  Gisterenavond hetzelfde liedje, deze morgen om 6u15 al terug aanwezig. De grote kippenverdwijntruc… En ze gebruiken hun hokje nochtans wel, want er worden elke dag flink eitjes gelegd (bereid u alvast voor op een nieuwe reeks zoetigheid… :-))

Brakels zilverhoen

Het kipje dat we van mijn nonkel cadeau kregen is een Brakels zilverhoen. Ook een goede vlieger, zegt het internet. Sja 🙂 Toen de buurman mij dit kipje voor het eerst hielp vangen, hoorde ik hem fluisteren: ‘kipje toch, ze hebben jou veel te vroeg van bij je mama weggehaald hé’. Behalve extra sympathie voor de buurman leverde mij dat ook extra medelijden voor het kipje op. Volgens de nonkel heet het kipje ‘Fientje’, maar ik noem het altijd ‘Klein Boontje’. Nog meer dan de Bresse kippen is Klein Boontje gespecialiseerd in de ‘ik-lijk-wel-dood’-truuc: ze gaan op de grond liggen, duwen zich helemaal plat, en draaien hun kop zo danig dat ze echt dood lijken. En in een weide met 10 cm hoog gras zie je ze gewoon niet meer liggen. Soms wandel ik er 3 keer voorbij vooraleer ik ze zie. Domme kiekens? Niets van: slimme kiekens! Alleen de netels en bramen zijn soms wat weerbarstiger dan voorzien, en dan moet het gezin onderdeappelboom Klein Boontje wel eens ter hulp komen. Gisteren is het ook voor het eerst ’s nachts verdwenen, en deze morgen teruggekeerd…

schaapje

De schaapjes hebben een nieuwe wei gekregen, in de zone waar we in de toekomst een bloemenweide willen, maar daar hebben we voorlopig geen tijd voor (er staan allerlei plannen op stapel…) Het gat tussen oude en nieuwe wei hadden we wel niet zo goed dichtgemaakt als we dachten, met als gevolg dat er mij gisterenmorgen een schaap blij tegemoet kwam lopen toen ik door de achterdeur kwam. We zijn dan samen wat eten in de garage gaan halen en gezellig keuvelend en kwispelstaartend is het gewoon als een trouwe hond naast mij terug naar de weide gewandeld. Braaf beest.

 

moestuin

En dan is er nog een groententuin, waaruit de boontjes, tomaten en komkommers naar buiten stromen. De suikermais vind ik niet zo speciaal, maar ze doet het goed, en de laat gezaaide snijbiet is ook bijna klaar. Verder komen paarse boontjes, andijvie en keukenraapjes boven; alleen de winterspinazie komt nog altijd niet piepen. Op één van de lege bedden heb ik phacelia gezaaid, en verder staat het vol met prei. Sja, ik dacht dat dat moeilijk kiemde, en heb dan ook nog het zakje omgekieperd. Gevolg: zo’n 70 preiplantjes om te verspreiden over het kleine lapje grond. De aardbeien vormen nu ook volop uitlopertjes en de gezaaide lupinen bloeien, hoewel ik dacht dat dat pas het tweede jaar het geval zou zijn. Alleen met sla ben ik de mist ingegaan: nog altijd geen enkel kropje plukklaar. Gelukkig zijn er karrenvrachten raketsla.

lucht

 

En dan geniet een mens ’s avonds van de mooie lucht, en komt een onverlaat de stilte, het uitzicht en de foto storen…

Read Full Post »