Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘kikker’

O kwak kwak kwak

Deze morgen vond meneer onderdeappelboom kikkerdril in de vijver. Mevrouw onderdeappelboom vond dat een schitterende aanleiding om vreselijk onverantwoord te gaan doen: met 2 enthousiaste kinderen, in hurkhouding, én met een peperduur fototoestel aan de rand van de slipperige vijver gaan zitten en wachten. In stilte. Tot er een kikker zou komen.

En warempel: ons geduld werd beloond! (best even klikken want ik ben nu ook niet zó dicht gaan zitten dat ik een fatsoenlijke close-up kon maken)

Deze 2 vonden blijkbaar zelfs dat er nog niet genoeg kikkerdril is, en gaven mevrouw onderdeappelboom meteen ook de gelegenheid om het even pedagogisch-gewijs  te hebben over het maken van kikkerdril 🙂

Een klein uurtje later ging meneer onderdeappelboom ook nog eens kijken en zag nog net hoe een volledige, volwassen kikker verdween in de likkebaardende bek van één van onze pekingeenden. Gevolg van het verhaal: pekingeenden verbannen naar het kippenpark. En maar hopen dat de vos ze ondertussen niet pakt…

Read Full Post »

Eitjes rapen

Dat gaan we volgende week doen. In een natuurdomeintje in Vlaams-Brabant (maar liever nog in een nabijgelegen parkje, want het natuurdomeintje was zozeer natuur dat menig kind niet alleen z’n eerste zomerbroekje, maar ook z’n been aan de bramen en ander doorngespuis heeft opengehaald)  en de dag daarna ook nog eens bij oma en opa. Dat zijn dan de eitjes van de paashaas, of van de klokken. Ik zou eens moeten opzoeken hoe dat zit en of de klokken nu de paashazen hebben uitgestrooid die op hun beurt dan eitjes rondbrengen of omgekeerd.

Maar dat waren eigenlijk niet de eitjes waarover ik het wil hebben.

Bovenstaande eieren zijn van de eenden. Of beter: waren. Want na een al zeer aarzelende start waarbij de mama van mevrouw onderdeappelboom onmiddellijk met kennis ter zake oordeelde dat het ‘zwalp-eieren’ zouden zijn, heeft ze ze nu helemaal in de steek gelaten. ’t Was nochtans mooi om waar te nemen, hoe hun hele doen en laten veranderde, meneer eend plots met allerlei bescherm-het-vrouwtje-technieken op de proppen kan en mevrouw eend alleen nog rond en dromerig in het rond hotste. Maar het instinct was blijkbaar toch niet sterk genoeg. Elf eitjes zijn nu verlaten.

En toch waren het eigenlijk niet die eitjes waarover ik het wou hebben.

Dit zijn twee kruiwagens vol aardb-eitjes. Of toch de plantjes ervan. Buurmeisje had ze vorig jaar laten verwilderen, en ik mocht in de overdaad gaan uitspitten wat ik nodig had. Samen met de kinderen heb ik eigenlijk veel te veel meegenomen, waardoor zelfs mijn 5m² al vol aardbeienplanten stond en ik nog  6 potten kon vullen. Maar dat was niet erg, want je zag nauwelijks dat ik iets had weggehaald. En bovendien nam ik de potten aardbeien in de namiddag mee naar ecoflora om uit te delen aan eventuele andere aanwezige bloggers. Maar die waren niet te zien. Of beter, niet te herkennen; want dat heb je wel met anoniem bloggen natuurlijk…

En ook het buurmeisje werd bedankt, want ik liet plant-uitjes in ruil bij haar achter. En komende maand gaan we de draad op de scheiding tussen haar en onze tuin met reukerwten laten begroeien. Iedereen tevreden.

Maar ook dat waren niet de (aardb)eitjes waarover ik het wou hebben.

Eigenlijk wou ik het zelfs helemaal niet over eitjes hebben. Maar over kikkers. Ik zag namelijk heel mooie kikkers op het net. En ook wel padden. En ik wou dus wel eens wat kikkers gaan spotten deze avond. Maar nog voor ik dat kon doen, kwam meneer onderdeappelboom met de boodschap dat er zéker 100 kg kikkerdril in onze vijver ligt. En dat leek zo op het eerste zicht niet eens helemaal overdreven.

Zelfs dieper op de bodem zie je overal kikkerdril als je goed kijkt.

Dus in plaats van over hun kikkers, moet ik het over hun eitjes hebben. De dril dus. En daar weet ik eigenlijk bijzonder weinig over te vertellen. Behalve dat het er vééél zijn. En drillerig. Hééél drillerig.

Read Full Post »

ietsiepietsie ieniemienie

Ik ging even wat hout halen voor de kachel, want die kunnen we in het oudste stuk van ons huis ’s morgens toch nog wel gebruiken met dit koude weer. En toen zag ik een kikkertje. Hoera! En terwijl ik er naar keek: nog eentje! Hoezee!!!! En toen voelde ik me plots als die twee zandkorrels in de woestijn waarvan de één tegen de ander zegt: “hei, psst, we zijn omsingeld”: Ooooooooooooveral kikkertjes! Ik durfde bijna geen stap meer verzetten want in alle richtingen was het een gehuppel en gehos van jewelste. In de buurt van de schapen idem, vooraan bij het huis nog een paar op de hop, en bij het buurmeisje eveneens, dat blijkbaar welgezind haar best doet om ze sneller dan haar kippen te ontdekken terug over de draad bij ons te gooien. Uiteindelijk toch nog eens terug geweest met het fototoestel, en ja, één kikkertje toch wel een beetje gepest omdat ik het op de foto wou krijgen, vrees ik. En nee, ik kan geen kikkertje in bedwang houden, èn de kroost educatief toespreken, èn met mijn vrije hand nog een scherpe foto trekken tegelijk, dus het is een wazig beestje:

untitledEn nu denken onze kinderen dat alle grasvelden altijd vol kikkers zitten, zoals madeliefjes en klaver er ook zijn 🙂

Read Full Post »

Er zijn zo van die mensen die altijd maar op het laatst aan alles denken, en ik ben er één van. Koploper zelfs. Want nu zijn we al anderhalf jaar aan het denken aan welk soort beestjes we op het grasland rond de vijver zullen zetten, en ben ik nu pas op het idee gekomen mij eens af te vragen of dat wel zo goed is voor de kikkers en padden. De twee manengansjes die we zouden willen kopen, zitten dan wel weinig op het water, maar eten wel het gras (en netels!) kort. Maar waar moeten de kikkers zich dan nog verschuilen? En zullen ze onze bloemen en planten ook niet opsmullen? De echtgenoot bedacht ook dat kippen wellicht wel naar kikkers pikken, en de echtgenote zag in gedachten al hele regimenten kikkers en padden wanhopig tegen de omheining opspringen waar ze (in geval er kuikentjes komen) niet meer door geraken omwille van de gaasdraad (‘kiekegaas’, ‘ollekesdraad’, of hoe heet dat officieel?). Dan maar een mailtje gepleegd naar de hylawerkgroep van natuurpunt en terstond een antwoord gekregen. Dat het inderdaad ‘dingen zijn die toch eigenlijk niet te best samengaan’, en het dus ‘vaak een kwestie van kiezen of delen is’. Lap, daar gaan we: wééral kiezen. Maar ik wil het allemáál!

Read Full Post »

In onze tuin is niet alleen veel gedagdroomd, maar ook al hard gewerkt. Aan de vijver bijvoorbeeld. Bij aankoop van ons huisje waren we gezegend met twee diepe kuilen, waarvan de ene 5 meter diep was (en zo’n 10 op 20 meter groot) en vol stond met bramen, half opgeschoten populieren, en twee zieke meidoorns die helaas zijn moeten sneuvelen. Deze kuil is min of meer gedempt en moet in de toekomst bloemenweide worden. De andere kuil bevatte behalve modder en bladeren ook wat water, kikkers, salamanders en een hysterische gans. De gans is naar andere oorden verwezen, omdat ze de straat in het algemeen en ons in het bijzonder terroriseerde. Het water daarentegen heeft alle mogelijke kansen gekregen om uit te groeien tot een heuse poel, tot meerdere eer en glorie van het amfibieënrijk.

Over een ideale vijver valt veel te schrijven, en ik heb dat weer eens prachtig in paint-shop geillustreerd (niet dus, maar ik heb geen tijd om het fatsoenlijker te doen).

vijver-11

Eén algemene regel voor een goede poel: grilligheid. Een grillige oeverlijn, grillige overgangen van meer naar minder diep in het water en grilligheid (diversiteit) in de beplanting zowel in als buiten het water.

HET WATER

– De ideale vijver zou tussen de 50 à 250m2 groot moeten zijn. Maar laat het duidelijk zijn dat dit een oppervlakte is die een maximale diversiteit van dieren op het oog heeft. Ik heb al vijvertjes van 1 vierkante meter gezien waar ook jaarlijks een kikker naar toe kwam, en alle beetjes helpen natuurlijk (om van het plezier nog maar te zwijgen).

– De ideale diepte is 1,5 à 2 meter, maar dat is dan wel de diepte voor het allerlaagste punt. Het is erg belangrijk om traag aflopende oevers te hebben, omdat het water daar sneller opwarmt en de eitjes er dus beter kunnen ontwikkelen. Amfibieën leven tussen land en water, dus die zijn ook niet gebaat met een plotse plons in de Grote Diepte. Voorzie dus eerst een ploeterbadje, dan een Kleine Diepte, en dan pas de grote. Onze vijver is één keer uitgebaggerd om min of meer de juiste diepte te hebben. Ondertussen is de hoeveelheid water toegenomen waardoor we nu ook die traag aflopende oevers hebben.

– Het waterpeil: dat schommelt natuurlijk, maar het is zaaks een minimum te garanderen. Na een verrassende avonturentocht langsheen kapotte gewelfjes en stenen buizen in onze tuin hebben we uiteindelijk 3 natuurlijke bronnen en de overloop van twee regenwaterputten naar onze vijver kunnen leiden. Zelfs zo zakt het peil in de zomer nog, maar het verdwijnt tenminste niet. Bijkomend voordeel van dat permanent stromende water: het bevriest nooit helemaal in de winter, en daar zijn bepaalde kikkersoorten erg blij om. (welke soorten en dergelijke, dat laat ik aan de biologen over om uit te leggen)

DE OEVER

– Een grillige oever is het best. Op de illustratie staat de vorm van onze vijver, maar dat is eigenlijk nog te rond. Ik hoop er met planten hier en daar nog een knauw te kunnen aan geven. De vorm van een lotusblad is geen slechte vorm voor een vijver.

– Door de combinatie van oevervorm, planten en lichtinval creëer je een heel scala aan biotoopjes, kweekplekjes, paarzones en schuiloorden. Voor elke diersoort wat wils dus. Er wordt aangeraden om vooral aan de noordwestelijke zone een goede hellingsgraad te hebben. Door de natuurlijke glooiing van ons terrein is dat min of meer zo, al is de hellingsgraad noordoost iets groter.

– Salamanders zouden dan weer blij zijn met een kleine ophoging van modder langs de oevers. Ik heb de indruk dat planten en begroeiing daar eigenlijk van nature voor zorgen, maar je kan het ook opzettelijk gaan toevoegen natuurlijk.

DE PLANTEN

– Planten in het water zijn mooi, en ze dienen de beestjes. Sommige kikkers zetten er hun eitjes tegen af, andere gebruiken het dan weer om op te zitten en elkaar te beloeren. De juiste planten verdringen ook algen en houden het water zuurstofrijk.

– Op de schuine hellingen moeten ook planten komen, om de aarde van de oevers vast te houden en verzanding van de vijver te voorkomen. Vergeet geen houterige heesters. Een vijver in de buurt van een haag kan goed werken.

– Verder in de omgeving is lang gras belangrijk, want daar schuilen ze graag in. Een maailand in de buurt van de vijver is dus een aanrader. (Ik heb, o wee, ooit één kikker met de grasmachine tot moes vermalen…)

– Op het plannetje heb ik ook ‘de actieradius’ van sommige amfibieën genoteerd. Daar weet ik zelf niets van, dat leer ik uit ‘de boekskes’. Maar als je ziet hoever sommige dieren zich maar wagen, dan besef je beter hoezeer ze afhankelijk zijn van de planten in de directe omgeving van de vijver.

Rest mij nu nog de juiste planten te kopen, en daar is nog grote besluiteloosheid aanwezig. Maar ik heb nog wat tijd. Eigenlijk wou ik van die zuurstofplantjes kopen tegen het kroos, maar de laatste maanden zie ik maar heel weinig kroos meer op de vijver. Doodgevrozen, dachten we, maar ik lees dat kroos winterhard is? In de plaats van dat kroos zie ik wel een ander plantje (naast het gras dan), dat ik niet ken. Iemand die het wel weet?

waterplantje1

Read Full Post »