Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘ligustrum’

Het was maandagavond. Na – nog maar eens – een perfect gekozen dagje verlof voor tuinwerk, keek ik uit over mijn net gemaaid graslandje en dacht overweldigend onbeschaamd: ‘Verdomd, ik heb een schonen hof.’

Ik keek ook naar de andere kant, waar ik die ochtend de eerste stap richting ‘opkuis van voorkant en oprit’ zette door middel van de aanplant van een haag (en genoeg stenen uit de grond haalde om een half voetpad aan te leggen, inclusief twee heuse stoepdallen). De kasseien liggen er nog maar dwaas bij en er is nog heel wat op te kuisen. Maar ik dacht toch: ‘Verdomd, daar heb je goed en hard gewerkt vandaag’.

Daarna stapte ik mijn kweekkotje binnen dat ik die middag volledig had opgeruimd, zaadjes gesorteerd, gereedschap schoongemaakt, enz. En ik dacht: ‘Verdomd, precies alsof ik al aan het nieuwe seizoen begonnen ben!’ (Met uitzondering van dat saharazand dat ik nog van de ramen moet wassen…)

En net voor het donker was keek ik ook nog eens naar ons bessenpark en dacht: ‘Verdomd, dat is toch eigenlijk goed gelukt!’ (Hoewel ik ze ben vergeten snoeien, maar ik wacht dan eigenlijk ook heimelijk op de Ultieme Snoeigids van Bessengoeroe Supermasj ;-)).

Werken in de tuin, daar kan je toch zo content van worden.

Verdomd nog aan toe.

Read Full Post »

U wilt natuurlijk weten wie nu de groentezaden in ontvangst mag nemen, maar de jury had het te druk om daar over na te denken. Ik moest bijvoorbeeld dringend eens in de cornus alba schieten.

Deze was uitgewoekerd tot een twintig-armige tentakel die met een grijns de nabijgelegen meidoorn en het krenteboompje verstikte. De regel zegt wel dat je de plant best in het voorjaar snoeit voor een extra mooie kleur van de takken, maar het is nu niet dat die bij najaarssnoei plots blauw worden ofzo. Het voordeel is bovendien dat je die najaarstakken gewoon in de grond kunt steken. Met een beetje geluk (en water) pakken ze mooi aan en heb je cornus-kloontjes. Zo heb ik er toch al enkele kunnen vermeerderen.

De jury had ook geen tijd om te jureren omwille van de ligustrumhaag. Die is bijna aan zijn derde jaar bezig, en voor het eerst snoeide ik de haag niet alleen in het voorjaar, maar ook in het najaar. Zo’n ligustrumhaag is een snelle groeier die dat wel kan hebben. Sommigen snoeien ze zelfs drie keer per jaar.

Eigenlijk zou de jury ook geen tijd mogen hebben om te jureren omwille van het lange gras, waar ik blijkbaar ooit eens ben beginnen hooien, maar dat nu verworden is tot een samengeplakte pluk jutte. Werk aan de winkel voor komend weekend dus.

De borders dan, jawel, die ben ik ook aan het vergroten. Op dit ogenblik voornamelijk door het verplaatsen van planten, maar één dezer komt ook daar nog wat nieuws bij.

’s Avonds dan, is er evenmin tijd. Ik moet bijvoorbeeld genieten van het beetje herfstzon dat we krijgen.

En als ik ook dat weer gedaan heb, moet ik de jongste zoon gaan zoeken. Die kan zich uitermate effectief verstoppen…

Read Full Post »

In het voorjaar plantte ik een haag van inheemse ligustrum.  Over hagen zijn de meningen nogal verdeeld, en gelukkig mag iedereen gewoon planten wat hij wil. Nu ik onze overgebleven haagbeukplantjes zie staan, compleet verschrompeld en bruin, ben ik nog blijer met onze keuze voor ligustrum, want die blijkt veel wintergroener dan ik had verwacht. Zeker van ver zie je de – toch nog zeer jonge- haag ondertussen al echt staan, zelfs na onze gure decembermaand.

(niet op die blauwe bak letten die ooit nog terug in de garage moet raken…)

Ook van dichtbij valt het aantal blaadjes best wel mee.

En de besjes blijken bijzonder mooi (in de regen):

Alleen in de schaduw van esdoorn en linde wil uiteraard niets groeien. De haag staat er, kreeg blaadjes, en hield vervolgens op met groeien. Gewoon in leven blijven is eigenlijk al een hele prestatie voor die kleine plantjes. Omdat we nog altijd graag afgeschermd willen zijn van onze propere buren, gooide ik daar in het najaar al het digitalis-zaad uit dat ik van de andere (en zoals iedereen in de straat gelukkig veel minder propere) buurvrouw kreeg. En zie nu toch eens:

Dat wordt een leuke privé-zomer dit jaar!

 

Read Full Post »

’t Was dus zonnig weer donderdag. Speciaal voor die eerste lentezon zou iedereen een treurwilg moeten staan hebben, want er is geen andere boom die zo vroeg uitloopt en waarin de zon zo mooi haar klatergoud laat spelen.

En hoewel de sneeuwklokjes nog maar net uitgebloeid zijn, staan de tulpen al te pronken.

En na die 2 vroege foto’s was het tijd om aan de slag te gaan: de haag aanplanten.

Aan de scheiding met de buren hadden we een gemengde haag aangeplant: cornus, hazelaars, hondsroos, meidoorn, enz. Vanalles wat dus. En ver genoeg uit elkaar om groot te kunnen worden.

Maar dat voordeel bleek al snel een nadeel. De gemengde haag zou in de eerste jaren nog niet direct een echte haag worden, en de nood aan een dichtere begroeiing drong zich op.  Na enig beraad, en mede dankzij de commentaren op deze blog, kozen we voor de inheemse liguster. Hij is iets meer bladverliezend dan de alom gebruikte, japanse variant, maar je krijgt in ruil een (in mijn ogen) mooier blad, met een diepere kleur, en bloemen en bessen waar de beestjes rondom méér aan hebben.

Het aanplanten zelf kan je perfect op een lijn doen (touwtje spannen), maar ik vond dat het niet op een paar centimeter steekt, en heb het dus gewoon op het zicht in de lijn gezet. Eén grote, langgerekte put maken en daar dan je plantgoed inzetten is niet handig. Je spit niet alleen meer grond open dan noodzakelijk, maar de wortels van elk haagplantje zijn ook verschillend. Je past je putje dus beter elke keer aan aan de vorm van de wortels; geen enkele plant houdt ervan als zijn wortels in een verkeerde plaats gedwongen worden.

Het gat vul je op met losse aarde. In ons geval moesten de dikste, meest leemachtige kluiten met de handen rul gewreven worden. Wie op zandgrond woont zou teelaarde kunnen toevoegen, maar het is natuurlijk altijd beter om gewoon wat bosgrond uit de buurt te gaan zoeken. Dat is minder ‘geforceerde’ grond, en dus beter voor je planten. In ons geval was de grond al mooi los door het jaarlijks laten liggen van bladeren en grasmaaisel. Dit ‘afval’ wordt afgebroken, en de rijkdom van de afbraak wordt aan je grond teruggegeven. Ik heb met grote ogen staan kijken hoe mooi donker en los de grond geworden was sinds de aanplant van de gemengde haag 2 jaar geleden. Het aantal wormen, pieren, larven, enz. was bij momenten zelfs weerzinwekkend. Maar wel een bewijs van hoezeer de natuurlijke grondafbraak leeft natuurlijk.

Nadat er voldoende losse grond tussen de wortels zit, kan je de oppervlakte aarde er terug op doen en lichtjes aandrukken. Klaar.

Treurige foto, ik weet het. Maar er staan nu eenmaal nog niet veel blaadjes aan.

Aan het begin en einde van de ligustrumhaag zijn een aantal planten van de gemengde haag teruggezet, en de beuk is er blijven tussenstaan. De rest van de planten is verpreid in de tuin terechtgekomen, als beschutting voor ons, voor de groenten, voor de eenden en de schapen. Ik kijk met name uit naar de meidoorn die nu in het eendenpark helemaal zijn eigen ding zal mogen doen en niet meer gesnoeid zal moeten worden. En ik hoop ook dat de takken zonder blaadjes die ik voor hondsroos heb aanzien, effectief hondsroos blijken te zijn. Een beuk nabij een bloemenpark zou er namelijk maar onnozel uitzien. Wordt vervolgd.

Het enige nadeel aan de huidige haag is dat de haagstruikjes veel smaller zijn dan wat er eerder stond. Gevolg: veel blote grond. ik denk dat ik daar dus best nog iets zou planten. En ik overweeg dat bij ecoflora te gaan zoeken. Dit weekend bijvoorbeeld. Maar ik vraag mij af: zullen daar nu nog andere bloggers zijn ook? En zo ja, wanneer?

Read Full Post »

Beste buren,

Wat lijkt het lang geleden dat ik jullie nog heb gezien! Zou het van oktober geleden zijn? Ik denk het wel. En dat is natuurlijk ook geen wonder, met die maandenlange koude winter die we achter de rug hebben. Als je geen dieren hebt, kom je niet buiten. Zelfs de was ophangen kostte heel veel zelfoverwinning deze winter. En als je elkaar niet in de tuin, over de haag heen ziet, dan ontmoet je elkaar helemaal niet. Zo gaat dat op de boerenbuiten. En zo komt het dat we elkaar deze winter nauwelijks hebben gezien.

De laatste weken moet je me echter toch regelmatig eens buiten hebben gezien. Nee, niet om 6u ’s morgens als we de dieren verzorgen, maar tijdens de weekends, als de kindjes in bed zitten en we snel nog even buiten gaan. Ik denk wel dat je me vanuit jullie veranda kan zien, want ik wandel dan altijd vlak naast jullie tuin. Ik kijk de bloemen uit de grond. Echt waar, ik ben er zeker van dat sneeuwklokjes sneller gaan groeien als je ze dagelijks gaat bekijken. Er is al een wit bloempje te zien, en bij de krokussen een zweem van paars of geel. Ik denk zelfs, maar dat durf ik niet met zekerheid beweren, dat de bostulpen al boven komen. Bostulpen! Je kunt je niet voorstellen hoe bijzonder dat is, want ze moeten helemaal op de juiste plaats staan om te willen groeien. Maar ik heb dus goede hoop dat het bij ons gelukt is. Nog even wachten tot ze groter zijn, en dan weten we het zeker. Ik vind het wel erg jammer voor jullie dat je ze niet zult kunnen zien, omdat ze verscholen zitten achter jullie groene bak en jullie tuinbeeldje met kindjes die net op die plaats staan.

Nu ik er aan denk, veel plezier van onze tuin hebben jullie eigenlijk tout-court niet. Onze bloemen zijn dus onzichtbaar, en van onze bomen heb je alleen de bladeren. Véééél bladeren. En allerlei vormen van zaad en stuifmeel. Zoveel zelfs dat jullie van juni tot diep in oktober genoodzaakt zijn dagelijks de stofzuiger boven te halen om ze allemaal op te zuigen. Jullie groene bak is maar net groot genoeg om ze allemaal op te vangen. Dat is natuurlijk niet leuk. Ik denk dat het daarom is dat jullie zelf geen bomen hebben.

De vorige bewoners van het huis waren ook al geen succes. Lang geleden was ons huis nog een koeien- en paardenstal, en de eerste eigenaar die er een soort huisje van maakte, liet het al snel volledig verkommeren. De volgende eigenaars hebben het wel redelijk mooi opgeknapt, maar zochten hun geluk helaas al snel in andere verslavingen dan huis en tuin. En toen kwamen wij. Stelletje natuurliefhebbers. Die direct begonnen te verbouwen. Nu, dat verbouwen duurde niet zo heel erg lang, en het siert jullie dat je nooit over al het lawaai hebt geklaagd. Dan zijn wij minder beleefd, als we komen vragen om de radio op jullie terras wat stiller te zetten. Maar die natuurliefde, die is blijven duren. Neem nu de haag…

Je was zo blij toen die grote sparren uit de grond gingen en jullie eindelijk weer zon hadden. Maar in plaats van een mooie rechte haag, begonnen we toen een gemengde haag te planten. Zo vreemd zag die er uit, dat je hem eerst zelfs niet als haag had herkend. Maar toen ik het zei, voelde je het al snel dagen. Jullie tuinarchitect heeft het jullie trouwens ook gezegd: ‘Een bessenhaag, dat zal veel ongedierte aantrekken. Je zal veel moeten spuiten’.

Op zich ben ik tevreden van onze gemengde haag. Daar bougeert tenminste iets in. Dat bloeit, dat maakt bessen, dat verkleurt, dat lokt de vogels, enz. Maar ze groeit wel traag. Erg traag eigenlijk. En nu zal je wel met ons lachen, maar ik denk dat we een stuk van die gemengde haag naar elders gaan verplaatsen en ligustrum gaan planten in de plaats. Ik wou eigenlijk de wilde ligustrum. Sja ‘wild’, dat zal je misschien verontrusten; laat ons zeggen: ‘europees’.  Die bloeit met een heerlijke geur en de vogels lusten de bessen graag. Maar helaas, die bessen zijn wel giftig. Daarom dat ik misschien toch de Japanse zal moeten nemen. Ze lijken sterk op mekaar, maar het blad van de Japanse ligustrum is net iets minder lang. En ze zijn beide snelgroeiend. En ze vormen een dicht takkenwerk waardoor je zelfs bij bladverlies (dat bij de ligustrum gering is) toch nog afgescheiden blijft van elkaar. Je moet het ons maar niet kwalijk nemen, dat we zo’n snelgroeiende scheiding willen. Ik ben zeker dat het voor ons allebei goed zal zijn, die nieuwe haag. Wie weet houdt hij wel wat bladeren voor jullie tegen…

Beste groet,

Uw buren onderdeappelboom

Read Full Post »