Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘muziek’

Gewoon bèregoed

Terwijl mij in de winter altijd, nog meer dan in de zomer, de zin besluipt om jullie met vrijdagvertelseldagstukjes lastig te vallen, is dat sinds anderhalve week niet meer het geval. Meer nog: ik kamp met acuut writer’s block. En met plezier, omdat ik er iets beeldschoons voor in de plaats heb gekregen. De kans is klein dat u er naast hebt kunnen kijken, met al die lovende woorden in de kranten, de aandacht op de radio en ja, zelfs een passage in De Laatste Show. Maar stel dat u toch even op Mars was en nog van niets wist, dan zeg ik het u nu: Ploegsteert, de nieuwe CD van Het Zesde Metaal, is gewoon bèregoed. En beelschoon. Wat zeg ik? Het woord beeldschoon is uitgevonden speciaal voor hen. En in het bijzonder voor het liedje ‘Ge zwiegt’.

Wannes Capelle zingt in het zachte dialect van de Westhoek. Met reminiscenties aan Vermandere, toetsjes van Jan Dewilde, maar even goed heel wat blijken van moderne muziek en arrangementen. En dan heb ik het nog niet over de teksten gehad. Buitengewone teksten. Eenvoudig maar raak, zoals het mooiste Nederlands hoort te zijn. Of wacht dat u van deze: ‘Je vraagt of ik je nog graag zie. Ik zeg ja, maar ’t is zo simpel nie. Mijn hand kan ik wel geven, maar mijn hoofd is nog graag thuis.’ of deze: ‘Ik kan er niet tegen, die vragen waarom. ’t Is zoeken  naar redens; hoe dat het komt. Je zwijgt omdat je de dingen niet kan benoemen of van verdriet. De woorden zijn met veel te veel, je krijgt ze door je keel niet.’ Of het nog veel simpelere ‘Ge krijgt er een broer bij. Laat jouw maten ook zijn maten zijn. Leer hem binnenbaantjes kennen.’  Kortom: ik sta helemaal paf. Lang geleden dat ik nog zo’n mooie muziek mocht ontdekken. En na een keer of 10 luisteren, zijn ze er alleen nog maar mooier op geworden. Luister gerust ook even. En koop misschien de plaat. Of een liedje op aaitjoens.

het-zesde-metaal-met-3

O, u dacht dat dit een tuinblog was? Ja hoor, meestal wel. Maar af en toe ook niet 🙂

Read Full Post »

De Groote Oorlog

Jullie zullen straks nog gaan denken dat de herfst mij volledig in het hoofd en gemoed geslagen is, maar niets is gelukkig minder waar. Nu de dagen te kort zijn om de tuin bij daglicht te zien (en het dus wachten wordt tot het weekend vooraleer er nog eens tuinfoto’s gemaakt kunnen worden), heb ik gewoon alle gelegenheid en tijd van de wereld om jullie eens met wat andere, niet tuin-gerelateerde stokpaardjes lastig te vallen. En als er eentje is waarvoor herfst en winter het ideale seizoen zijn, dan moet het wel de Westhoek met zijn oorlogsverleden zijn. Vooral van de eerste WO dan.

Het is wellicht de papa van mevrouw onderdeappelboom die de eerste kiemen van interesse bij zijn dochter heeft gezaaid. Door de boeken die op tafel lagen. Door de reportages die hij bekeek. En door enthousiast te beginnen vertellen als mevrouw onderdeappelboom op school iets over de beide wereldoorlogen leerde. En dat ik het niet mocht doorvertellen, maar dat de eerste wereldoorlog veel interessanter is dan de tweede. Getuige daarvan de frontdagboeken in de boekenkast, regionale publicaties over WO I en, als kers op de taart, het boek van Sophie De Schaepdrijver (‘De Groote Oorlog’). Volgden later nog: de familieverhalen over oorlog en dienstplicht, en enkele ritjes door de westhoek (met minstens evenveel aandacht voor de eindproducten van de lokale hoppe-teelt als voor de eindeloze rijen witte zerken).

Van de mama van mevrouw onderdeappelboom kwamen er weer andere oorlogsverhalen, over honger en verzaken aan de dienstplicht (wat nog eens in een nieuw stukje ‘waar komt het vandaan’ terecht zou moeten komen), en natuurlijk ook poëzie, Vlaams en Engels. De poëzie was de doodsteek; eens er gedichten bij zijn, is mijn liefde terminaal: afstevenend op totale overgave. En dan moet ik het jullie toch even vertellen, hoe dat zat met die oorlog en die dichters, en waarom het zo mooi (hoewel natuurlijk geromantiseerd) is.

De eerste wereldoorlog was, zoals bekend, nooit gepercipieerd als groote oorlog. Het was ‘the war to end all wars’ en zelfs de Duitsers reden rond in tanks waarop ‘zurück zum Frühstuck’ was gekalkt. Oorlog was in die mate een technische aangelegendheid dat met Kerst zelfs een staakt-het-vuren werd gehouden om geschenken uit te wisselen, naar verluidt zelfs tussen de vijandelijke legers (maar dat zou ik toch nog eens moeten nalezen, hoe historisch correct dat wel is). In een dergelijk, van alle strijd ontdaan oorlogsbeeld is het niet verwonderlijk dat heel wat mannen met romantische inborst zich aangesproken voelden om hun eigen lichaam in de strijd te gaan werpen voor de goede zaak. Niet alleen vechtlustige jongemannen, maar ook kostschooljongens uit de betere families voelden de oorlogsroep aan hun lijf trekken. In het Verenigd Koninkrijk klonk de roep blijkbaar het hardst, en mannen die op het ene ogenblik nog een gedegen carrière in de betere middenklasse voor ogen hadden, liepen de volgende dag op het front, met in hun rugzak Keats, Byron en Wordsworth. Niet zonder resultaat: enkelen onder hen schreven merkwaardig mooie poëzie over de strijd. De bekendste van deze zogenaamde war poets zijn Siegfried Sassoon, Wilfried Owen en Rupert Brooke. En het meest bekende gedicht is ‘the Soldier’ van Brooke:

If I should die, think only this of me:
That there’s some corner of a foreign field
That is for ever England. There shall be
In that rich earth a richer dust concealed;
A dust whom England bore, shaped, made aware,
Gave, once, her flowers to love, her ways to roam,
A body of England’s, breathing English air,
Washed by the rivers, blest by suns of home.

And think, this heart, all evil shed away,
A pulse in the eternal mind, no less
Gives somewhere back the thoughts by England given;
Her sights and sounds; dreams happy as her day;
And laughter, learnt of friends; and gentleness,
In hearts at peace, under an English heaven.

Gezwollen van vaderlandsliefde, maar knap in structuur en beheersing. En dat dat niet evident was, blijkt uit de grote psychologische problemen die de jonge soldaten van het front mee naar huis namen. Shellshock was maar één van de vele namen voor hun veelal verwoeste geesten. Ook de war poets raakten geestelijk en fysiek gewond, en werden naar het fameuze Craiglockheart gestuurd waar ze alleen maar hulp en genezing kregen om vervolgens terug naar het front te kunnen worden gestuurd. Lees, lees asjeblief de Regeneration Trilogy van Pat Barker; gruw mee in de modder van Passendale en de Somme, geniet van de fenomenale dialogen en kijk voor altijd anders rond in de Westhoek.

Met de war poets zelf ging het niet altijd beter. Sommigen overleefden het niet. Anderen werden tijdelijk verliefd op elkaar. En één ervan mocht voor het tribunaal verschijnen omwille van zijn beklijvende aanklacht tegen de oorlog:

Siegfried Sassoon: Declaration against the War

I am making this statement as an act of wilful defiance of military authority, because I believe that the War is being deliberately prolonged by those who have the power to end it. I am a soldier, convinced that I am acting on behalf of soldiers. I believe that this War, on which I entered as a war of defence and liberation, has now become a war of aggression and conquest. I believe that the purpose for which I and my fellow soldiers entered upon this war should have been so clearly stated as to have made it impossible to change them, and that, had this been done, the objects which actuated us would now be attainable by negotiation. I have seen and endured the sufferings of the troops, and I can no longer be a party to prolong these sufferings for ends which I believe to be evil and unjust. I am not protesting against the conduct of the war, but against the political errors and insincerities for which the fighting men are being sacrificed. On behalf of those who are suffering now I make this protest against the deception which is being practised on them; also I believe that I may help to destroy the callous complacency with which the majority of those at home regard the contrivance of agonies which they do not, and which they have not sufficient imagination to realize.

Dit is al weer een heel lang stuk aan het worden, en ik ben nochtans belange nog niet klaar. Nog even melden dat een aantal war poets de band met literatuur bleef behouden, en de gruwelen te boven probeerde te komen in the Orchard, waarvan ik de foto’s bovenaan deze blog geleend heb. En dan is er muziek. Véél muziek. En dat was eigenlijk de reden waarom ik dit stukje wou schrijven, met name om jullie een concertje aan te raden. Hoewel ik natuurlijk verschrikkelijk geschandaliseerd ben dat jullie niet allemaal aan het juichen sloegen bij Nick Drake heb ik toch de moed om nogmaals jullie muzikaal niveau bij te schaven 😉

Oorlogsmuziek dus. En dat er veel van is. Frontliederen; thuisblijfliederen, treurliederen en bevrijdingsliederen. De Westhoek heeft lange tijd de traditie van ‘Passchendaele vredesconcerten’ gehad. Het ene jaar een concert in een kerk, het andere jaar een bustocht van de ene oorlogsplek naar de andere, met overal muziek en toneel aangepast aan de locatie (het front, de school, de wasvrouwen, enz.). Het was op zo’n tocht, op een ijskoud doorblazen grasveld dat vanuit de verte drie mannenstemmen dichterbij kwamen. Ze zongen dit:

Je moet van a capella houden, maar als je dat doet zal je al snel versteld staan van hun stem en hun arrangementen, die een pak moeilijker te ontrafelen zijn dan bijvoorbeeld die van de meisjes van Laïs (met dank aan broer en zus onderdeappelboom die altijd bereid zijn zo’n dingen eens uit te proberen).

Deze vredestochten bestaan nu niet meer, maar de traditie van oorlogsmuziek wordt hoog gehouden in Zonnebeke. En op 11 december kan je Coope Boyes en Simpson nog eens live horen. Ik besef, je moet er Kristien Hemmerechts bijnemen, maar toch: ga er naar toe!

En mocht je denken dat het 3 saaie oude mannen zijn: ze houden ook van Nirvana…

Tot slot (jaja, ik ga uiteindelijk nog afronden), moet je, als je dan toch naar dat concert gaat (uiteraard doe je dat), ook een toer langs de oorlogskerkhoven doen. Vergeet vooral Tyne Cot niet (en doe geen poging dat op z’n Engels uit te spreken; geen mens die weet wat je bedoelt) en woon de Last Post bij in aan de Menenpoort in Ieper. Nog tijd over? Bezoek In Flanders Fields. En voor komend weekend en voor al die koude dagen die eraan komen: verdrink in Godenslaap van Erwin Mortier, tot nader order nog altijd de beste auteur van ons taalgebied.

(Nog eentje om het af te leren:)

Read Full Post »

Hevig herfstig

Ik ben jullie de laatste tijd schromelijk aan het verwaarlozen. Een oeverloze drukte op het werk gecombineerd met een najaarsziektje hier en daar maakt dat er bij thuiskomst meestal niet veel meer gebeurt dan eten, opruimen, en met een boek naar bed, om vervolgens volstrekt niet uitgeslapen terug wakker te worden. Maar er komt beterschap, dat beloof ik plechtig. En in afwachting van wat meer ‘reply’ van mijn kant hier toch al even een prachtige herfstsong om jullie bezig te houden… (idiote video erbij, maar ik vond er geen mooiere)

Read Full Post »