Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘regen’

Homemade carnavalsduo

Althans, dat hoop ik. Niet dat het carnaval zal zijn, want dat is van te moetens. Maar dat het een draagbaar kostuum zal worden, ooit, dat hoop ik wel. En dat het voldoende compromis zal blijken tussen mijn en hun principes. Dat hoop ik ook.
Zie je ’t al komen?

En ik wil heus wel over de tuin bloggen hoor, maar wil dat weer dan eens een béééétje meewerken asjeblief? Is het nu zoveel gevraagd van die weergoden om eens een minibeetje compassie te hebben met de overwerkte, overstresste maar o zo bewuste buitenmens die het verstand heeft om in de aarde te wroeten in plaats van als een half gestoorde idioot op een loopband te gaan hangen? Hé? ’t Feest is weer te plezant zeker, Thor, Zeus, Jupiter, Donar en alle andere goden? En ook nog nooit van monotheïsme gehoord zeker?  Ja, dat zeggen ze dan allemaal…

Advertenties

Read Full Post »

Het werd zomer…

 

Zo’n dag waarvan je denkt, die gaat nooit meer voorbij…

Het werd zomer…

En hij duurde tot eind mei…

Maar al zou de herfst nu al begonnen zijn, we trekken er ons niets van aan. Daarvoor hebben we het veel te druk, overigens…

Read Full Post »

Mevrouw onderdeappelboom en de mama van mevrouw onderdeappelboom hebben nogal wat planten gemeenschappelijk. Van zodra een plant te groot wordt, de knolletjes zich te enthousiast vermenigvuldigen of we persé vinden dat de ander ook die mooie variëteit in zijn border moet hebben, delen, enten en stekken we tot er hele groentebakjes vol halve planten van de ene tuin naar de andere verhuizen en we geleidelijk aan dezelfde borders beginnen te hebben. Ook naar broer onderdappelboom verhuizen al eens wat stekjes, en als zus onderdeappelboom straks een tuin heeft zal daar ook wel het één en ander in terecht komen.

Tijdens familiediners slaan we dan aan het vergelijken: “Mo, staat bij jou die heuchera al in bloei?Ik heb alleen nog maar blad!”; “Maar kijk toch eens naar die monarda! Ik kan dat niet houden; dat verdwijnt altijd bij mij”; “Heb jij geen anemonen? Hoeveel anemonen moet ik je geven? Mijn hele tuin zit al vergeven van de anemonen!”.

En dan worden er ook naar redenen gezocht natuurlijk, want met ouders in West-Vlaanderen, en 3 kinderen in respectievelijk Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen is het alsof we allemaal een beetje in het buitenland wonen: “Ah, maar bij jou in Vlaams-Brabant, daar regent het wel veel meer dan aan de kust!”. “Dat is door jullie vruchtbare leemgrond”. “O, maar wij hebben hier een beetje een microcklimaat.” “Da’s van al die goede kippenmest.”, …

Vooral onze ‘vruchtbare leemgrond’ komt telkens weer aan bod om te argumenteren waarom groenten bij ons beter groeien en waarom heel wat planten er beter bij staan. Tot dit jaar. Dit jaar is het jaar van de woestijn. Want terwijl er overal toch wel eens één buitje viel, kreeg onze vruchtbare leemgrond nog geen nanodruppel te zien (ja, sinds eergisteren wel, maar de foto’s dateren van 3 dagen geleden…). En nu moet je toch eens zien hoe de borders er bij de mama van mevrouw onderdeappelboom bij staan:

En dit zijn nagenoeg dezelfde planten bij ons thuis (tenminste, dat deel van de planten dat nog de moed had om zijn kopje boven de aarde zand te steken…)

De mama van mevrouw onderdeappelboom heeft gaura staan.

En ik heb dat ook… (ja, daar in het midden)

De mama van mevrouw onderdeappelboom zette gypsofilia in een pot…

En ik deed hetzelfde…

En om het geheel mooi af te sluiten: Als je je al had afgevraagd hoe de Kalmthoutse heide er tegenwoordig zou uitzien, zo na die brand; wel, kom dan gerust een kijkje nemen in mijn ‘bloemenweide’ (foto van vandaag)…

En dan vragen ze of ik dat zie zitten, zo’n blogmeet in onze ‘tuin’… Maken we er een Sahara-party van?

Read Full Post »

Gortdroge groensels

Zo langzamerhand laat de tol van de dikke buik zich zien: de paadjes tussen de moestuin krijg ik niet meer onderhouden; het onkruid onder de haag dreigt de zonnebloemen te verstikken; het terras is half opgeveegd maar verder doen is te lastig; de kasseien zijn bijna overgroeid maar ik heb de moed niet om daar iets aan te doen; er zou vanalles moeten bijgezaaid worden maar ik zie het bukken niet meer zitten, enz.

En dan is er nog de droogte die alle zaden in de moestuin nog voor het kiemen schijnt lam te leggen. Voor sommige zelfs heel letterlijk: de bonen, die bijna 3 weken geleden in de grond gingen, blijken bij inspectie in de grond nog droger te zijn geworden dan een pak linzen dat 10 jaar over datum is. De courgette-plantjes zijn verbrand, de butternuts willen van geen kiemen weten. Van de 60 zomerbollen die ik in de grond stak, steken er maar 4 de kop op. En radijzen, wel, het is niet dat we nog geen radijzen hebben gegeten, maar van een geslaagde oogst kan je toch ook niet meteen spreken.

Gelukkig dat de zottigheid van Moeder Natuur toch ook altijd weer goed is voor iets anders.

De eerste aardbeien van het jaar uit eigen tuin! Ze waren zalig zoet en lekker (altijd véél zoeter dan de aardbeien uit de winkel – hoe komt dat toch?), en de perfecte afsluiter van een mooie moedertjesdag. Aan alle mama’s die moedertjesdag op de juiste datum vieren (niet die van Antwerpen dus ;-)) trouwens een heel gelukkige moedertjesdag gewenst.

En dan mag het wel eens regenen. De donkere wolken schoven hier alweer voorbij zonder een druppel voor ons neer te plenzen. Maar de curryplant ruikt sterk en de rozen wiegen in de wind. Volgens mij krijgen we vannacht toch eindelijk nog eens een buitje…

Read Full Post »

Après moi le déluge

En na de zondvloed een nog grotere zondvloed: die van modder en watersporen.

De lokale radio had niet gelogen: de Vlaamse Ardennen zijn massaal overspoeld dit weekend. En dit keer niet door toeristen, maar door regen. Het leek nochtans echt niet zo enorm te gieten, maar de gezapige regen hield wel urenlang aan. Met als gevolg: waterkeringsmuren die het niet hielden, rivieren die buiten hun oevers traden en zelfs hele gezinnen op 300 meter van onze eigen woonst die werden geëvacueerd. 2 bakkers in de buurt kregen een hele gulp binnen, met voor één ervan, nauwelijks een half jaar aan het werk, vernielde elektriciteit en kapotte machines tot gevolg. Zijn wij even blij dat we boven op de berg wonen, waar we door het raam het hele weekend lang de modderslierten naar beneden zagen gutsen over straat.

Vandaag gingen we even poolshoogte nemen bij de gevolgen van de overstromingen.

Dit veld pompoenen en/of siervruchten zou sowieso een apart zicht geweest zijn, maar nu lijkt het alsof de stroom een wel heel grappig sinterklaasgeschenk heeft achtergelaten.

De straten zijn weer begaanbaar, maar de brandweer – die we op meerdere plaatsen bezig zagen – heeft nog zijn werk…

En waar deze ‘rivier’ nu stroomt had ik vroeger zelfs nooit een beek opgemerkt.

Je moet maar eens in je huis rond kijken om te weten hoeveel schade 2cm water al teweeg kan brengen, laat staan de ruim halve meter die in onze buurt het geval was.

En ook dit nog: tijdens onze tochtje hebben we ook nog een grote vogel gezien, maar hij was te snel weg voor mijn ongeoefende oog en de camera om te weten wat het is. Geen buizerd, daarvoor was hij te spits. Een slechtvalk? Maar leeft die op de velden? Een gewone valk dan maar?

Read Full Post »

Woehoehoe doet de wind

Pokkepokkepokke, doen de regendroppels

Woehoehoe doet de wind.

Het was het eerste liedje dat de kleine onderdeappelboompjes konden zingen, geleerd van oma, gebaartjes inclusief.

Enigszins verdrongen door de honderden andere liedjes die hen op school worden bijgebracht, kwam dit liedje vorige week weer bovenborrelen. Geen wonder ook, met dit druilweer midden in de lente. Op de ramen klettert regelmatig een bui, en de lucht is zwaar van regenwolken. De belofte van zomer die in het speelgoed op het gras lag, is tijdelijk terug in de grond gekropen. Geen acrobatentoeren op de glijbaan, want die is nat. De zandbak: nat. Het gras: kliedernat. En de lucht: koud. Zeer koud. Met tegenzin verhuisden de winterbroeken dit weekend vanuit de voorraadkast terug naar de schuifjes met kleertjes voor elke dag. De onderappelboompjes kijken ’s morgens zelfs al niet meer uit het raam: ze doen hun jas aan,  zetten hun kap op, en gaan in rillen-van-de-koude-houding klaar staan om de auto in te duiken.

Dankzij het voorzaaien van groenten is het binnen gelukkig toch ook een beetje lente. ‘Jouw plantage’, noemt meneer onderdeappelboom het ondertussen. En er begint inderdaad al een heel bos te groeien in de living, van tomatenplanten, spruiten, rode kool, komkommer, pompoen, courgettes en herfstprei. Die moeten tijdens de dag eigenlijk al buiten staan, maar ik durf dat wel eens vergeten, zo in de haast voor het werk.  ’s Avonds strelen de kleine onderdeappelboompjes de tomaten, omdat dat goed schijnt te zijn. Ze strelen ook wel al een een paar kolen de verdoemenis in, maar er zijn er genoeg om daar niet van wakker te liggen. Over genoeg gesproken: ook de pompoenen en courgetten komen allemaal op, waardoor ik nu zo’n plantje of 20 heb voor een bed van 5m2 vruchtgewassen. En ik ben ze vergeten markeren, en zie nu dus het verschil tussen pompoenen en courgetten niet meer.

Buiten genieten de planten van het onverwachte vocht: voor het eerst komen wortels boven de aarde, de spinazie groeit, de radijzen zijn bijna oogstklaar en ook schijnbaar dode, nieuwe planten van dit voorjaar, zoals de kardinaalsmuts, blijken onverwachte levenslust tentoon te spreiden. Natuurlijk hebben ze na de regen nu ook zon nodig, maar vooralsnog lijken zij minder last te hebben van de koude dan wij. Na de inspectieronde door de tuin, spurten ook wij snel terug naar binnen.

En als het echt heel koud is, dan gaan we gewoon vroeg naar bed, met een hoop boeken mee. Vlak voor ze gaan slapen, kruipen we dan nog even bij de kroost in bed. Dan moet mama vertellen. Waarover? Gewoon, vertellen. Dus dan verzinnen we iets, over de dieren, of papa’s werk. Over wat we de volgende dag zullen doen, of wat we die dag allemaal al hebben gedaan. En in plaats dat de oogjes dan dichtvallen, gaan ze steeds meer open, steeds gretiger, en met alsmaar meer sterretjes erin. En als mevrouw onderdeappelboom klaar is, dan fluistert de kroost: ‘Nog een keer…’ En daarna: ‘nog een keer’. En als het aan hen lag: nòg een keer. Is het louter de aanwezigheid van mama in bed? Of is het de verrukking dat met woorden werelden tevoorschijn kunnen komen die je in realiteit niet ziet? Dat laatste is projectie van eigen jeugdherinneringen natuurlijk. En toch, hun vreugde om de verhaaltjes lijkt een diep genot te zijn, groter dan dat van simpel voorlezen. En als mama de kamer uit is, zie ik ze door het sleutelgat hun boekjes nemen en hun eigen verhaaltjes voorlezen aan hun knuffeldieren.

En dat doet me eraan denken dat ik me een jaar geleden had voorgenomen om tuinnieuws af te wisselen met stukjes over boeken. Schoon voornemen dat geen werkelijkheid werd. Maar misschien moet ik er, gezien het koude weer, toch maar eens werk van maken. Morgen Arthur Japin?

PS De brahmakippen zijn ondertussen herleid tot een paar hoopjes pluim, souveniertjes van de passage van een vos. Maar verder gaat het schitterend met onze dieren en tuin.

Read Full Post »

Het blijkt nog maar eens dat een blog de realiteit niet weerspiegelt. Was dat wel het geval, dan zou hier namelijk al veel meer over het weer zijn geleuterd. Het weder, om het wat mooier te zeggen, met zijn onversaagbare tempeesten, zijn gesels van wind en striemen van schier eindeloze nattigheid. Níet over het weder met zijn bijtende koude en zijn diepgaande vries, want deze winter vindt blijkbaar dat hij ons vorig jaar al genoeg van die plezierige koude heeft geschonken en we het nu dus maar eens met een ver buiten zijn maand-einden uitdijende november moeten doen. Eén avond herinner ik me, begin deze week, dat het een hele dag droog is geweest en de lucht zo rond 8u ’s avonds eindelijk zo vrij van vocht leek te zijn dat we wel tot middernacht buiten hadden kunnen blijven om die plotse zeeën van zuurstof in te ademen. Allemaal inbeelding natuurlijk, maar met dat pak van regen weg leek de lucht plots onnoemelijk vrij en open te zijn.

Gelukkig zijn de beestjes er nog; die dwingen ons dagelijks buiten te gaan en te ontdekken dat het ook in regenweer deugddoend is om eens van bij de stoof weg te gaan. Omdat de hele regio hier ondertussen zompt alsof het een moeras was en we de schaapjes niet meer droog konden voederen, timmerde meneer onderdeappelboom een voederbak in elkaar. (Ik laat het schrijnwerk ondertussen wijselijk aan hem over). Dat scheen hen wel te bevallen.

(Toch een talent apart, denk ik, om een foto bij donker stormweer toch overbelicht te krijgen 🙂 )

De eendjes stellen het ook prima, en dat is niet moeilijk, want hun vijver is met een derde toegenomen, ondanks het feit dat één van onze bronnetjes de weg naar de drainagebuis niet meer vindt en ondertussen 10 meter vóór de vijver lustig uit ons gras opwelt.

Het water komt normaal tot even vóór die stok tussen die 2 biezen. (En 2 jaar geleden nog tot een meter daarvoor). Links op de foto zie je wat bamboestokjes. Daar zijn in het najaar allerlei ‘modderplanten’ gezet: planten die met hun voeten graag nat staan, maar voor de rest niet al te graag in het water zitten. Sja, die hebben hun zaakjes helaas niet meer op het droge…

De eendjes zelf doorstaan de kou alsof het niets was, slapen nog steeds op het water, en krijgen ook regelmatig gezelschap van een koppel wilde eenden. Hopelijk weer eendenkuikens volgend jaar (maar dan wel met een beter einde…)

Links zie je nog wat witte dovenetel bloeien, en rechts onderaan een ondergronds gangenstelsel dat door de eetlust van de beestjes is blootgelegd.

Verder moet je ook altijd een keer naar boven kijken, want er zijn méér vogels om je heen dan je wel zou denken.

Ik zou gedacht hebben dat ze net als de koeien met hun achterste naar de wind gingen staan/zitten, maar het blijkt net andersom: ze blikken in het oog van de storm.

En nu we toch over vogels bezig zijn, kijk eens wie we daar hebben:

En het zijn ondertussen echt wel hele zwermen koolmeesjes, die zigzaggend uit de lucht komen vallen en tot nog toe door merels en mussen met rust gelaten worden. De zonnebloemen zijn populairder dan de mezenbolletjes.  En verder passeerden ook al een winterkoninkje (‘een okkernoot met een pluimpje erop’, leerde ik hem ooit te herkennen) en ‘een ijsvogel’, zei meneer onderdeappelboom. Dat zou wel mooi zijn, natuurlijk. Meneer onderdeappelboom weet wel hoe die eruitzien, maar het ging blijkbaar zeer snel. ‘Het zal wel de specht zijn geweest’, dacht de papa van mevrouw onderdeappelboom. Maar het was een vogel met een mooi gekleurde (geel? oranje? lichtgroen?) borst, daar waren ze het er over eens. En zeldzaam, uiteraard zeer zeldzaam.

Read Full Post »

Older Posts »