Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘salamander’

Meestal onstaat er tussen mezelf en het onkruid in de loop van de maand augustus een officieus staakt-het-vuren. Het onkruid, van zijn kant, belaagt me niet meer zo talrijk en overmoeibaar, en ik, van mijn kant, laat datgene wat toch opkomt vreedzaam staan. Omdat het herfst wordt, en bijna winter. Omdat ik al 6 maanden aan het tuinieren ben en zin heb om aan de 6 maanden niet-tuinieren te beginnen. Omdat ik gigantisch lui ben uiteraard, zoals de ecologische tuinier betaamt.

Maar dit jaar zijn we de kluts kwijt, mijn onkruid en ik. Begin augustus stonden de anemonen en sedums erbij alsof het september was, en leek ook het onkruid te vinden dat we vroegtijdig vreedzaam gingen samen leven. Mij was dat goed. Maar begin september besloten de weergoden nog wat zomer over ons heen te gooien, en toen ging de regelmaat der natuur op z’n bek. Planten die in herfsttooi kwamen, doen daar mee verder, maar andere planten, die gewoon aan stilletjes verdwijnen hadden gedacht, kregen de indruk dat de lente onverwacht vroeg is dit jaar, en zijn dus aan een derde bloei begonnen. En toen liet ook het onkruid zich niet kennen uiteraard. En mevrouw onderdeappelboom evenmin.

Voor het eerst ben ik begin september dus tegen hele stroken gras, distels (distels, distels!) en allerlei ander onheil aan het vechten. En ik knip oude bloemen af, omdat ze de bloemen die nog mooi staan anders zo lelijk maken. Dat is fel tegen mijn principes, maar als de weergoden daartegen mogen ingaan, dan ik ook. Ondertussen is het merendeel van de tuin in netjes opgeruimde zomerse herfsttooi.

DSC_0701

DSC_0721

DSC_0724

Op die laatste foto valt nog behoorlijk wat onkruid te ontdekken, maar we werden even opgehouden door wat ik naast die losliggende kasseien vond.

DSC_0711

Die vangst moest uiteraard door menig kinderhandje worden gedeeld.

DSC_0719

Als wiki mij niet in de steek laten, vonden we een gewone watersalamander en twee alpenwatersalamanders.

DSC_0712

Ze werden uiteraard netjes terug op hun vindplaats gezet.

Daarna moest ik alleen nog mijn kruiwagen leegmaken. Hebben jullie dat ook, dat je maar werkt en werkt, en beseft dat je de kruiwagen eens zal moeten leegmaken, maar ach, dat is zo’n tijdverlies, nog dat ene onkruidje eerst, en misschien ook dat nog, en dat, en voor je het weet eindig je met een kruiwagen waarvan je weet dat je geen stap vooruit zal raken zonder dat minstens de helft er links of rechts integraal van valt.

DSC_0696

Na de opruimwerken, lag de tuin er properkes bij, en waren de kinderen verdwenen.
DSC_0725

Zolang er frambozen groeien, weten we echter waar we moeten zoeken

DSC_0726

Blijkbaar maakt ons bessenpark met grassenborder eindelijk zijn doel als verstopplek waar; en zo zien we het graag!
DSC_0727

Read Full Post »

In onze tuin is niet alleen veel gedagdroomd, maar ook al hard gewerkt. Aan de vijver bijvoorbeeld. Bij aankoop van ons huisje waren we gezegend met twee diepe kuilen, waarvan de ene 5 meter diep was (en zo’n 10 op 20 meter groot) en vol stond met bramen, half opgeschoten populieren, en twee zieke meidoorns die helaas zijn moeten sneuvelen. Deze kuil is min of meer gedempt en moet in de toekomst bloemenweide worden. De andere kuil bevatte behalve modder en bladeren ook wat water, kikkers, salamanders en een hysterische gans. De gans is naar andere oorden verwezen, omdat ze de straat in het algemeen en ons in het bijzonder terroriseerde. Het water daarentegen heeft alle mogelijke kansen gekregen om uit te groeien tot een heuse poel, tot meerdere eer en glorie van het amfibieënrijk.

Over een ideale vijver valt veel te schrijven, en ik heb dat weer eens prachtig in paint-shop geillustreerd (niet dus, maar ik heb geen tijd om het fatsoenlijker te doen).

vijver-11

Eén algemene regel voor een goede poel: grilligheid. Een grillige oeverlijn, grillige overgangen van meer naar minder diep in het water en grilligheid (diversiteit) in de beplanting zowel in als buiten het water.

HET WATER

– De ideale vijver zou tussen de 50 à 250m2 groot moeten zijn. Maar laat het duidelijk zijn dat dit een oppervlakte is die een maximale diversiteit van dieren op het oog heeft. Ik heb al vijvertjes van 1 vierkante meter gezien waar ook jaarlijks een kikker naar toe kwam, en alle beetjes helpen natuurlijk (om van het plezier nog maar te zwijgen).

– De ideale diepte is 1,5 à 2 meter, maar dat is dan wel de diepte voor het allerlaagste punt. Het is erg belangrijk om traag aflopende oevers te hebben, omdat het water daar sneller opwarmt en de eitjes er dus beter kunnen ontwikkelen. Amfibieën leven tussen land en water, dus die zijn ook niet gebaat met een plotse plons in de Grote Diepte. Voorzie dus eerst een ploeterbadje, dan een Kleine Diepte, en dan pas de grote. Onze vijver is één keer uitgebaggerd om min of meer de juiste diepte te hebben. Ondertussen is de hoeveelheid water toegenomen waardoor we nu ook die traag aflopende oevers hebben.

– Het waterpeil: dat schommelt natuurlijk, maar het is zaaks een minimum te garanderen. Na een verrassende avonturentocht langsheen kapotte gewelfjes en stenen buizen in onze tuin hebben we uiteindelijk 3 natuurlijke bronnen en de overloop van twee regenwaterputten naar onze vijver kunnen leiden. Zelfs zo zakt het peil in de zomer nog, maar het verdwijnt tenminste niet. Bijkomend voordeel van dat permanent stromende water: het bevriest nooit helemaal in de winter, en daar zijn bepaalde kikkersoorten erg blij om. (welke soorten en dergelijke, dat laat ik aan de biologen over om uit te leggen)

DE OEVER

– Een grillige oever is het best. Op de illustratie staat de vorm van onze vijver, maar dat is eigenlijk nog te rond. Ik hoop er met planten hier en daar nog een knauw te kunnen aan geven. De vorm van een lotusblad is geen slechte vorm voor een vijver.

– Door de combinatie van oevervorm, planten en lichtinval creëer je een heel scala aan biotoopjes, kweekplekjes, paarzones en schuiloorden. Voor elke diersoort wat wils dus. Er wordt aangeraden om vooral aan de noordwestelijke zone een goede hellingsgraad te hebben. Door de natuurlijke glooiing van ons terrein is dat min of meer zo, al is de hellingsgraad noordoost iets groter.

– Salamanders zouden dan weer blij zijn met een kleine ophoging van modder langs de oevers. Ik heb de indruk dat planten en begroeiing daar eigenlijk van nature voor zorgen, maar je kan het ook opzettelijk gaan toevoegen natuurlijk.

DE PLANTEN

– Planten in het water zijn mooi, en ze dienen de beestjes. Sommige kikkers zetten er hun eitjes tegen af, andere gebruiken het dan weer om op te zitten en elkaar te beloeren. De juiste planten verdringen ook algen en houden het water zuurstofrijk.

– Op de schuine hellingen moeten ook planten komen, om de aarde van de oevers vast te houden en verzanding van de vijver te voorkomen. Vergeet geen houterige heesters. Een vijver in de buurt van een haag kan goed werken.

– Verder in de omgeving is lang gras belangrijk, want daar schuilen ze graag in. Een maailand in de buurt van de vijver is dus een aanrader. (Ik heb, o wee, ooit één kikker met de grasmachine tot moes vermalen…)

– Op het plannetje heb ik ook ‘de actieradius’ van sommige amfibieën genoteerd. Daar weet ik zelf niets van, dat leer ik uit ‘de boekskes’. Maar als je ziet hoever sommige dieren zich maar wagen, dan besef je beter hoezeer ze afhankelijk zijn van de planten in de directe omgeving van de vijver.

Rest mij nu nog de juiste planten te kopen, en daar is nog grote besluiteloosheid aanwezig. Maar ik heb nog wat tijd. Eigenlijk wou ik van die zuurstofplantjes kopen tegen het kroos, maar de laatste maanden zie ik maar heel weinig kroos meer op de vijver. Doodgevrozen, dachten we, maar ik lees dat kroos winterhard is? In de plaats van dat kroos zie ik wel een ander plantje (naast het gras dan), dat ik niet ken. Iemand die het wel weet?

waterplantje1

Read Full Post »