Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘schapen’

… twee soay-schaapjes!

(enfin, op de foto nog maar eentje, maar het andere was er ook)

Eerder hadden we het nochtans over ouessants gehad, een dwergschaapje dat veel gehouden wordt op kleine stukjes weide. Maar mevrouw onderdeappelboom ging naar enkele ouessants in de buurt kijken en stelde vast dat ze geen bijzondere affectie voor die diertjes voelde. Meneer onderdeappeloom had geen probleem met zo’n emotioneel argument, maar raadde mevrouw onderdeappelboom dan wel vriendelijk doch beslist aan om snel met een beter alternatief op de proppen te komen. Zo gezegd zo gedaan: het soayschaapje.

Soays komen net als ouessants van een eiland, maar dit keer een Schots ipv een Bretoens, en ze zien er toch wel anders uit. Meer schaap dan een ouessant, meer hert dan een schaap, minder geit dan een euh geit. Ze kunnen bovendien met weinig gras tevreden zijn, eten occasioneel wel eens een distel op, en verliezen zelf hun vacht.  En bovenal: mevrouw onderdeappelboom was direct weg van de diertjes; liefde op het eerste gezicht! Omdat soays niet zo veel voorkomen, vonden we ze helaas niet in de buurt, maar alleen 50 km verder. En dus ging meneer onderdeappelboom deze avond na het werk om schaapjes, die tot ons verdriet een uur lang met vastgebonden pootjes in de (weliswaar koel gehouden!) koffer hebben moeten liggen, terwijl meneer onderdeappelboom in elke bocht stierf van de stress bij de gedachte aan verschuivende schapenlijfjes. Maar ze doen het goed, hier thuis. We konden ze makkelijk in onze armen naar de weide dragen èn de kindjes vonden ze fantastisch. Omdat ze nogal schichtig zijn, kreeg ik er nog maar eentje op de foto, maar deze avond gingen ze al samen de stal binnen, dus hopelijk wennen ze ook snel aan ons.

De kinderen mochten ook namen bedenken. Of toch eentje, want omdat het metekindje van mevrouw onderdeappelboom zo gek is van schapen dat er in haar kamer meer schapenknuffels staan dan op alle waddeneilanden samen, daarom dus lag het al lang vast dat het ene schaapje Annabel zou heten. De andere naam mochten de kindjes wel kiezen, en daar moest en zou het dochtertje onderdeappelboom voor ‘Emma’ kiezen. Meneer Eigenwijze Tuin zal weten waar die naam vandaan komt, maar meneer onderdeappelboom kan zich niet voorstellen dat een kind het een compliment vindt dat een schaap naar haar vernoemd wordt. Of vergissen we ons?

Advertenties

Read Full Post »

Het is weer gelukt: weerbericht in de gaten houden, verlof voorzien voor de dag waarop het op z’n warmst gaat zijn en waarna het zou moeten regenen, en dan nog geluk hebben dat het weerbericht uitkomt ook. Vandaar: ik was thuis vandaag!

Tegen de tijd dat ik mijn gereedschap uit de garage had gehaald, kreeg ik al de eerste buurman op bezoek. Dat ik toch al schone tomatenplanten had, zeg! Dat was een compliment om min of meer van omver te vallen. Niet alleen omdat ander bezoek de dag ervoor gezegd had dat ik dringend meer water moest geven omdat ze veel te geel waren (terwijl ik vind dat ze geel zijn van de zon omdat ze tegen de ochtend altijd weer mooi donkergroen worden), maar bovenal omdat deze mens geen complimentjes geeft. Nog nooit gebeurd in de afgelopen 5 jaar. Maar, zo moest hij ook kwijt: ik had toch wel een eigenaardige manier van tuinieren. Ah ja? ‘Ja, zo in bakskes’. Mijn groentetuin dus. Ik heb het hem een beetje proberen uitleggen. Ook vaagweg laten vallen dat we nogal te vinden zijn voor biologische teelt. ‘Ja, dat zou ik nu nog wel kunnen begrijpen, maar daarom moet dat toch niet in bakskes?’ Ik onthou mij in zo’n geval liever van de ecologische boodschap, ik ben niet zo’n bekeerder, en heb gezegd dat ik gewoon een rare ben die dit soort groentetuin leuker vind. Hij leek dat bijzonder aannemelijk te vinden. En hoe staat het met mijn bakskes?

Wel, dankzij een sproeibui van de waterslang en de hogere temperaturen beginnen erwtjes en peulen er nu toch wel mooi uit te zien.

Zelfs de bladgewassen durf ik laten zien. Op de eerste rij in het midden radijzen en rechts ervan raketsla. Erachter een tweede rij radijzen en daarnaast 2 rijtjes spinazie. Helemaal links is snijbiet gezaaid en achteraan nog kropsla en een derde rij radijzen.
Ook pastinaak ging de grond in, achter de worteltjes die langzaamaan toch boven lijken te komen. En de blootliggende bedden werden volledig van restanten gras ontdaan. Nog een weekje of 2, en dan mogen kolen, vruchtgewassen en boontjes ook buiten.

De aardbeien staan er allemaal zeer goed bij. Vorig jaar deed ik er stro tussen, maar dat zat het wieden toch een beetje in de weg. Naar het schijnt houden aardbeien van zure grond. Zou ik er dennenschors durven rond leggen?

Het viel me dit jaar ook voor het eerst op dat verschillende rassen een verschillend aantal bloemblaadjes hebben.

Ik prutste ook heel even in de bloementuin, maar daar was eigenlijk geen werk behalve het uitknippen van de helleborusbloemen. Die zien er nog niet uitgebloeid uit, maar als je ze nu laat staan steekt de plant al zijn energie in zaadvorming, en komt hij volgend jaar niet meer zo mooi terug.

En kijk eens hoe dichtbij ik al raak met het fototoestel?

Ik deed ook ontdekkingen in de ‘wilde’ tuin. Er komen overal boshyacinthen op, er groeit plots citroenmelisse naast de linde, de vergeetmenietjes zijn terug èn achteraan in de tuin staat de daslook half in bloei. Meer van dat!

De dieren werden evenmin vergeten.  Uit angst dat de eksters er net als vorig jaar met de kuikens vandoor zouden gaan, spande ik een net rond het broedhok van de eend. Baat het niet, schaadt het niet. Rondomrond werden ook heel wat netels gezeisd. We zijn nog altijd voorstanders van het gebruik van de tuinklauw, maar het is te tijdrovend op dit ogenblik.

En ja, ook de schaapjes kwamen aan bod, maar dan in een bijzonder treurige vaarwel. Mama Laura ging gisteren al de deur uit naar een schapenboer 2 km verderop. Vriendelijke man, direct aangeboden dat we nog naar het schaap mochten gaan kijken bij hem, en een zoontje dat zonder enig aarzelen stokstijf bleef staan toen 2 angstige schapen op hem afdonderden, coolweg zijn handen uitstak om hen tegen te houden, en vervolgens de tijd nam om ze nog te strelen ook. Laura, je krijgt volgens mij een fantastische nieuwe thuis.

Voor Julia en Gusta is de afloop treuriger. Niet omdat ze gekocht zijn voor de slacht, want dat is wat alle kandidaat-kopers voor ogen hadden. Maar wel omdat de opkoper geen greintje respect voor hen had. Bij het horen van hun naam moest hij een goed lachen. ‘Juliake, juliake, maar op die manier ga je ze niet vangen hoor. Ga jij weg en geef mij dat brood’. Je ziet van hier dat ik zou weggegaan zijn: I stand by my sheep! Met de nodige godverdommes kreeg hij ze te pakken, en we namen elk een schaap aan een touw. Hij hinnikte al van het lachen voor hij kon zeggen: ‘En wat gaan we nu zien? Gaat het meisje het schaap meenemen, of gaat het schaap met het meisje gaan lopen?’ Zijn lachen verging gelukkig snel toen ik met Julia gezellig keuvelend richting kar wandelde, terwijl hij nog in geen honderd jaar kon bijbenen met zijn godverdommes. Ondanks mijn binnenpretjes daaromtrent ga ik straks toch nog wat misprijzende blikken oefenen voor de spiegel, en dan liefst van de doodbliksemende soort. Waarom we de schapen dan toch met hem lieten meegaan? Omdat ik het achter de rug wilde hebben. Schapen wegdoen is niet leuk. En de weide is nu héééél leeg.

Maar we moeten niet in treurnis eindigen. Ik heb ook nog karton tussen de bessenstruiken gelegd en er houthaksel opgelegd. Iemand enig idee waar je makkelijk aan grote stukken karton kunt raken? Ik heb maar 80 m² meer nodig 🙂 En misschien interesseert het u wel te weten dat ik ondertussen 5 machines was heb gedraaid, buiten gehangen, èn de versgewassen lakens allemaal al terug op bed liggen? Ik denk dat het tijd wordt dat ik er ook tussen kruip, nog even de buitenlucht opsnuiven die er altijd maar zo kort in blijft hangen.

Read Full Post »

Het jaar van het schaap…

De één begint pas aan schapen-houden, de ander houdt er mee op. ‘De ander’, zijnde: het gezin onderdeappelboom. En niet omdat we dat zo graag willen, maar uit noodzaak en liefde voor de dieren. Dat zit zo:

Vorig jaar bekeken we met toenemende gretigheid de weide van de buren, die vol sappig gras stond, en waar de boer die er in de jaren daarvoor nog schapen neerzette dat nu blijkbaar niet meer deed. Het kriebelde al snel om de taak van de boer over te nemen, en we vroegen de buren of wij zelf schapen mochten houden op hun grond. Dat mocht. Zij blij, wij blij. We vroegen bijstand aan schapenkenners Buikberg, en kregen vele lange mails lang uitleg en raad, maar bovenal ook liefde over het schapenhouden mee. Meneer Buikberg rekende voor ons uit hoeveel schapen er op de grond konden zonder bijvoeding te moeten geven (2,5 schaap) en we gingen van start (3 schapen, maar dan namen we er nog wel een stukje achter onze vijver bij).

Schapenhouden beviel zo veel als we hadden gehoopt, en zelfs tijdens de winter was het nog leuk. Maar toen kwam het voorjaar. Het huidige voorjaar. En we ontdekten dat het gras niet terugkwam. Dat is niet zoiets als een beetje zeuren over een tekort aan hoge sprieten; nee, je stelt je best een beukenbos voor met onder die dikke bomen… niets. Want dat hadden we ons niet gerealiseerd toen we aan schapen begonnen: de weide is eigenlijk geen weide. Het is een pseudo-bos van canadese populieren. En in de berekening van het aantal dieren per hectare, hadden we die grond nooit als volwaardig mogen meerekenen.

Gevolg: de ‘weide’ was eigenlijk de hele zomer overbegraasd, waardoor we redelijk vroeg met bijvoederen moesten beginnen. De hele winter werd hij verder uitgeput en platgelopen, en nu het lente is, raakt het gras helemaal niet meer hersteld. Dat het voorjaar en de winter zo koud waren, heeft zeker tot het gebrek aan gras bijgedragen, maar ook met een voorjaar als vorig jaar zou er nog niet voldoende gras per beestje zijn.

En dus hebben we teveel medelijden met de schaapjes om ze te kunnen houden. Ze blaten de hele dag om extra voer, wij slepen nog steeds zeer veel bieten, voederwortels en korrels aan, en desondanks raakt het gras niet hersteld. We hebben even gezocht naar andere weides in de buurt, maar zonder transport is het moeilijk de schapen naar daar te brengen, en het is in combinatie met job en gezin ook niet makkelijk om elke avond naar een andere weide te rijden om daar de dieren te verzorgen en van water te voorzien (als daar al een aanvoer is). Daarom moeten we het pijnlijke besluit nemen de schaapjes te verkopen. Eén schaap is ideaal voor de ruimte die we hebben, maar dat is dan weer te zielig. En dus, met veel spijt in het hart, moeten we onze schaapjes te koop aanbieden…

Read Full Post »

We hadden een dagje vrij zonder kinderen, en genoten daarvan zoals ouders dan doen: even het stadse leven induiken, een (heel klein beetje) shoppen, (heel veel) op een terrasje zitten, samen gaan zwemmen, een wandelingetje doen en dan een gezellig etentje met z’n tweeën met verse asperges en een Chileens wijntje uit de vallei waar we enkele jaren geleden maar met moeite afscheid van konden nemen om ons vliegtuig te halen (een carmenère, voor de liefhebbers; een druivensoort met merlot-achtige smaak die ze in Frankrijk zijn kwijtgespeeld omdat ze na de doortocht van de druivenluis Amerikaanse stammen importeerden om hun druiven op te enten – ze zijn er nog altijd niet goed van dat de Chilenen als enige wèl nog de carmenère hebben èn op eigen stammetjes dan nog, en hebben dan ook vele jaren lang Franse wijnkenners naar Chili gestuurd die moesten beweren dat de carmenère geen carmenère was maar Merlot; tevergeefs gelukkig). Maar het was dus een lekkere wijn, het eten was rijk en gezellig, en toen kwamen we, nog steeds kinderloos, samen thuis en gingen naar bed. En daar zei mevrouw onderdeappelboom bij het plat kloppen van haar kussen: ‘Als een schaap de keuze had, zou het dan op een matras slapen?’.

De logica die aan die vraag vooraf gaat, is evident: je ligt in bed, en dat doet deugd. En je denkt: ‘wij hebben toch eigenlijk al veel standbeelden opgetrokken voor de uitvinder van het bed. Maar is daar eigenlijk een uitvinder van? Nee, tuurlijk niet. Het bed is, zoals de meeste zaken, een geleidelijke evolutie, die vermoedelijk begonnen is met de matras, in de vorm van wat hooi, uit de behoefte wat zachter te slapen. En wanneer zou die behoefte gestart zijn? Zou dat met een zeer prehistorische mens geweest zijn? Dan zou je eigenlijk moeten weten of er ook dieren zijn die een behoefte aan een zachte slaapplaats hebben?’  Dat dacht ik dus in die seconde van in bed kruipen, en meneer onderdeappelboom moet dat stilzwijgend ook gedacht hebben, want toen ik vroeg: ‘Als een schaap de keuze had, zou het dan op een matras slapen’, antwoordde meneer onderdeappelboom zonder verpinken: ‘Van een schaap denk ik het niet, maar als je het vergelijkt met het nestgedrag van andere dieren lijkt het me niet onwaarschijnlijk’, en hij vervolgde met een uiteenzetting over ratten en zette een boompje op over territorium-drang bij kat-achtigen. We vonden ook dat kippen die op stokken slapen een tegenvoorbeeld van de zoektocht naar een zachte slaapplaats zijn, en besloten dat we het eigenlijk bij zoogdieren moesten houden. Dat kennen we ook best, want hoe slaapt een vis bijvoorbeeld? Dat een schaap op een matras zou slapen leek dan weer onwaarschijnlijker dan dat het schaap de matras zou opeten, maar wie weet wat een schaap met een schuimrubberen matras zou doen?

En zo ging er een uur voorbij en zei meneer onderdeappelboom: ‘Weet je wat, vraag het morgen gewoon eens op je blog’. En toen vielen we moe van het nadenken in slaap. Oké, een kroostrijk gezin zal daar niet meteen van komen, maar interessant, mensen, interessant dat wij dat vonden 🙂 En hoe zit het nu, met dat schaap en die matras?

Read Full Post »

Dag kindjes met de snotjes op de wantjes aan een lint

plint plint

dag vorst op het gras

dag eendjes op de plas

dag schapeschaapjes in de kou

en

dag schapeschaapjes zonder gras

kou en gras

van de schapeschaapjes

goeiendag

Daa-ag schaapje

dag lief schaapje
dag klein schaperaapje

Read Full Post »

Het blijkt nog maar eens dat een blog de realiteit niet weerspiegelt. Was dat wel het geval, dan zou hier namelijk al veel meer over het weer zijn geleuterd. Het weder, om het wat mooier te zeggen, met zijn onversaagbare tempeesten, zijn gesels van wind en striemen van schier eindeloze nattigheid. Níet over het weder met zijn bijtende koude en zijn diepgaande vries, want deze winter vindt blijkbaar dat hij ons vorig jaar al genoeg van die plezierige koude heeft geschonken en we het nu dus maar eens met een ver buiten zijn maand-einden uitdijende november moeten doen. Eén avond herinner ik me, begin deze week, dat het een hele dag droog is geweest en de lucht zo rond 8u ’s avonds eindelijk zo vrij van vocht leek te zijn dat we wel tot middernacht buiten hadden kunnen blijven om die plotse zeeën van zuurstof in te ademen. Allemaal inbeelding natuurlijk, maar met dat pak van regen weg leek de lucht plots onnoemelijk vrij en open te zijn.

Gelukkig zijn de beestjes er nog; die dwingen ons dagelijks buiten te gaan en te ontdekken dat het ook in regenweer deugddoend is om eens van bij de stoof weg te gaan. Omdat de hele regio hier ondertussen zompt alsof het een moeras was en we de schaapjes niet meer droog konden voederen, timmerde meneer onderdeappelboom een voederbak in elkaar. (Ik laat het schrijnwerk ondertussen wijselijk aan hem over). Dat scheen hen wel te bevallen.

(Toch een talent apart, denk ik, om een foto bij donker stormweer toch overbelicht te krijgen 🙂 )

De eendjes stellen het ook prima, en dat is niet moeilijk, want hun vijver is met een derde toegenomen, ondanks het feit dat één van onze bronnetjes de weg naar de drainagebuis niet meer vindt en ondertussen 10 meter vóór de vijver lustig uit ons gras opwelt.

Het water komt normaal tot even vóór die stok tussen die 2 biezen. (En 2 jaar geleden nog tot een meter daarvoor). Links op de foto zie je wat bamboestokjes. Daar zijn in het najaar allerlei ‘modderplanten’ gezet: planten die met hun voeten graag nat staan, maar voor de rest niet al te graag in het water zitten. Sja, die hebben hun zaakjes helaas niet meer op het droge…

De eendjes zelf doorstaan de kou alsof het niets was, slapen nog steeds op het water, en krijgen ook regelmatig gezelschap van een koppel wilde eenden. Hopelijk weer eendenkuikens volgend jaar (maar dan wel met een beter einde…)

Links zie je nog wat witte dovenetel bloeien, en rechts onderaan een ondergronds gangenstelsel dat door de eetlust van de beestjes is blootgelegd.

Verder moet je ook altijd een keer naar boven kijken, want er zijn méér vogels om je heen dan je wel zou denken.

Ik zou gedacht hebben dat ze net als de koeien met hun achterste naar de wind gingen staan/zitten, maar het blijkt net andersom: ze blikken in het oog van de storm.

En nu we toch over vogels bezig zijn, kijk eens wie we daar hebben:

En het zijn ondertussen echt wel hele zwermen koolmeesjes, die zigzaggend uit de lucht komen vallen en tot nog toe door merels en mussen met rust gelaten worden. De zonnebloemen zijn populairder dan de mezenbolletjes.  En verder passeerden ook al een winterkoninkje (‘een okkernoot met een pluimpje erop’, leerde ik hem ooit te herkennen) en ‘een ijsvogel’, zei meneer onderdeappelboom. Dat zou wel mooi zijn, natuurlijk. Meneer onderdeappelboom weet wel hoe die eruitzien, maar het ging blijkbaar zeer snel. ‘Het zal wel de specht zijn geweest’, dacht de papa van mevrouw onderdeappelboom. Maar het was een vogel met een mooi gekleurde (geel? oranje? lichtgroen?) borst, daar waren ze het er over eens. En zeldzaam, uiteraard zeer zeldzaam.

Read Full Post »

Tijdens onze 2 weken afwezigheid zijn de beestjes goed verzorgd door de buren; een beetje overeten, dat wel, maar dat is snel genoeg weer in orde. De Bresse-kippen komen nu helemaal niet meer tot bij ons, en laten zich welgezind lastigvallen door de goudbrakel-haan van de buren.  De kuikens zijn ondertussen ook goed gegroeid, en zitten nu al 2 dagen te wachten in het kippenhok tot ik ze verlos en van het grote kippenpark laat proeven.  De eenden zijn groot en dik geworden; vooral de peking-eenden zien ondertussen geel van de vele maïs die ze kregen. En de schapen… wel, de verbazing van meneer onderdeappelboom was redelijk groot toen hij richting schapenwei wandelde, geen enkel schaap zag, maar uiteindelijk achter zijn rechterschouder een langgerekte ‘mèèèèèè’ hoorde.  Bleek dat de beestjes op de laatste dag van de vakantie ontsnapt waren (en de hele buurt gemobiliseerd met de woorden ‘haar bloemen, haar bloemen, we moeten zorgen dat ze haar bloemen niet opeten!’ 🙂 ), waarna ze in de tweede weide geplaatst waren. Maar gisteren huppelden ze ons ook al tot aan de garage tegemoet, want ook de tweede weide was niet meer goed afgesloten. De ontsnappingsroutes werden verkend en gesaboteerd, maar we weten nu toch al wat ons deze winter te doen staat: nieuwe draad spannen. En zo snel mogelijk een voorraad bieten en hooi bij onze buur-boer gaan halen.

De groentetuin is een puinhoop: opengebarsten tomaten, prei en spruiten die niet verder lijken te groeien en opgeschoten spinazie. Gelukkig had ik de dag voor vertrek nog rode kool, keukenraapjes en warmoes ingevrozen. En die grote schaal frambozen, die ik de dag na onze thuiskomst kon plukken, was ook een festijn.

De bloemen doen het wel goed. Tot mijn grote plezier heb ik bloei tot ver in de herfst; de aster van mijn overgrootvader opent nu zelfs pas zijn eerste knopjes. Er moet alleen nog veel bijkomen. En verplaatst worden. En ik hoop dus eigenlijk dat de mevrouw van het regionaal landschap snel eens langskomt om ons te vertellen wat in het kader van hun projecten mogelijk is en wat niet. De aquarelverf ligt in elk geval al klaar om de vele plannen die we op reis hebben gemaakt verder vorm te geven op papier. En het jeukt om dat allemaal snelsnel in praktijk om te zetten!

Read Full Post »