Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘tomaten’

En ik mij maar suf piekeren welke bloemen in mijn binnentuintje een dusdanige expansiedrang hebben dat ze in het najaar nog nieuwe plantjes doen ontstaan.

Valeriaan?

Dat ene wilde rozenstruikje?

Astrantia?

Of een andere wilde bloem?

Neut, niks van dat alles. En toch ken ik dat blad…

Natuurlijk is jullie frank al lang gevallen, maar de mijne deed er lang over: het is zowaar een tomatenplant; op één of andere manier tot in het binnentuintje gewaaid. En dat kiemt zo moeilijk, zeggen ze dan…

Maar: bij deze is mijn moestuinjaar dus officieel gestart. Doen we omtereerst voor de eerste tomaat? 🙂

Read Full Post »

… is kleurrijk.

Wat je van het weer niet kunt zeggen.

Of net wel natuurlijk; het is maar hoe je het bekijkt.

Read Full Post »

Van weelde en tekort

Kijk eens?!

Serre-oogst! Het eerste rijpe tomaatje en de eerste rijpe komkommer! En die komkommer is niet mislukt: het is een lichtgele soort, en naar het schijnt moet je die niet veel langer dan 10 cm laten worden. Het smaakte in elk geval. De tomaat hebben we in 4 gesneden, want alle reeds groenten etende gezinsleden keken al lang uit naar die eerste tomaat. Dat er aan de achterkant van die tomaat een immense rotte plek zat (tomatenrot, ook dat nog…) hoeft niemand te weten. Dat het nog altijd de enige enigszins rijpende tomaat is, en dat er aan elke struik nog niet meer dan 4 tomaten hangen (in het beste geval), houden we ook geheim.  En we zwijgen ook over bobbels op de tomatenstammen en abnormaal gekrulde bladeren. Gelukkig zijn er nog kleine paprikaplantjes die wel een mooie oogst lijken te beloven…

En verder? Oogst alom!

De rode biet was al bereid (we eten die graag puur, zoals je ziet), en de raketsla was zoals steeds klaargemaakt met nootjes, fetakaas en een dressing van olijfolie, balsamico-azijn en honing. Verder dagelijks een immense bos radijzen. Als er radijzenrecepten zouden bestaan: graag! De dagelijkse avondboterham met kaas en radijzen komt ondertussen een beetje onze neus uit, en je kun ook niet dagelijks lauwwarme aardappelsalade met peultjes en radijzen eten (wel heel lekker!). Dus alle inspiratie is welkom! Verder elke week een paar courgetten, een kropje sla, boontjes die eindelijk groeien en bloeien, venkel die mooi staat te wezen en nog een wortel of 50 die wachten om geoogst te worden. En dan vergeet ik nog het uitgebreide boeket driekleurige warmoes dat ook dringend moet geoogst worden en dan opnieuw zal groeien tot een tweede oogst.

Ik moet daarbij niet vertellen dat ik die rode biet onder een wild uitgeschoten buddleia heb gevonden; dat de venkel tussen de sla opgeschoten is; dat de radijzen onzichtbaar zijn onder het blad van de pompoenen en dat je nooit zou denken dat onder dat gele pluis, in die immense wildernis van distels en gras, genaamd ‘bloemenweide’, echte heuse raketsla staat.Ik zwijg eveneens over het feit dat alle zaaigoed van eind juni geweldig mooi opkomt, maar dat het onkruid ernaast nog veel sneller groeit. Om maar te zeggen: de tuin is een puinhoop, en de oogst louter toeval. “Maar trek je dat toch niet zo aan,” zei meneer onderdeappelboom liefdevol. “De bloemen komen nog altijd hoger dan het onkruid!” En ik zag hem de “wel, voorlopig toch…” nog net inslikken…

Ach ja, gelukkig zijn er nog eitjes, die ter wereld komen zonder onkruid! Onze 3 kippetjes legden op 5 dagen tijd maar liefst 21 eitjes. Eén en ander lijkt me niet normaal, maar ze zijn welkom en worden tot allerlei heerlijks verwerkt. Na de geslaagde brownies werden gisteren ook 3 cakes gebakken en zo dadelijk gaan we chocolade-ijs maken. Dat ik van dat alles beter afblijf wegens de moeilijke strijd tegen spruw, zullen we er maar bijnemen zeker? (Met dank aan mevrouw Buikberg die mij inlichtte over alle aspecten van spruw, hoewel ik dat van ‘gedijt goed in suikerige milieus’ liever niet had geweten 😉 Geen alcohol, geen medicijnen tegen keelpijn en migraine, geen nachtrust, geen tijd voor jezelf, geen normaal ondergoed en nu ook nog ‘geen suiker’. Moeder, waarom geven wij eigenlijk borstvoeding?…)

Maar kom, gelukkig mag ik nog altijd een tas venkelthee drinken 🙂 En is het geen weer voor een lekker heet en ontspannend bad? Ja hé… Ah nee, dat mag ook niet in de eerste 6 weken na de bevalling… Euh, een radijs dan maar… weer…

Read Full Post »

We waren wel al wat gewoon van onze egel: liggen snurken en snuiven in de houtschors, onbekommerd wandelingetjes maken richting groentetuin, rond 8u ’s morgens even op het gazon komen paraderen voor de kroost,… Maar dat hij plots voor het livingraam zou staan om samen met ons naar Vive le Vélo te kijken, daar schrok hij zelf duidelijk even veel van als wij.

Meneer onderdeappelboom ging er zo snel mogelijk met het fototoestel achterna, en meneer de egel voelde zich niet eens gejaagd om te verdwijnen. Zijn egels zoals merels tam aan het worden?

Verder nog nieuws van het tomatenfront: een nonkel kwam op bezoek en oordeelde dat er veel te veel blad was en dat dat mede de oorzaak van het gebrek aan vruchten was. Dus snoeischaarde ik er een kruiwagen vol bladeren af, en zowaar: een dag later is er al een tomaat aan het rijpen! Nu weer de routine van dieven en tikken krijgen (was verwaarloosd sinds de geboorte…), en misschien komt het dan nog in orde!

Read Full Post »

Belofte maakt schuld

Ik beloofde plechtig om weer gewoon te komen zeuren over de moestuin, en ik doe dat meteen met een veeg uit de pan naar een gemeen klein beestje (behoorde jij niet weg te lopen van die trilstaaf in de grond?!?!) en een afschrikwekkend maar krachtig beeld van onze aardappeloogst:

En dit zijn dan nog herkenbare aardappelen. De kleine onderdeappelboompjes visten ook gewoon lege schillen op uit de grond! Laag, zéér laag!

Maar we moeten eerlijk zijn: eigenlijk was maar 10% van de oogst aangevreten. De rest zag er voorbeeldig uit. Niet zo talrijk, dat niet, maar wel voor het eerst echt grote patatten, sommige zelfs groot genoeg om met ons 4 van te eten.

En voor de rest begint de halfslachtig onderhouden moestuin ook eindelijk oogst op te leveren. Zowel de gele als de baby-wortels zijn stuk voor stuk mooie exemplaren geworden, de radijzen komen plots allemaal uit, heel wat erwten en peultjes gingen al in het vriesvak, en bij de courgetten is het bos al weer niet door de bomen te zien. Overigens, in de voor veel moestuinierders bekende reeks ‘creatief-met-courgette’ vonden wij en de peter van het kleine appeltje dit een heel lekker en simpel receptje (waarbij we voor de gelegenheid de kip door quorn vervangen hebben).

Maar omdat ik dus beloofde te zeuren: onze tomaten zijn nog steeds geen succesverhaal. Nu heb ik al het hele repertoire van The Dannan, Tara, Mary Black en Enya ‘geharpt’ op het snarenspel van de touwen waarmee de tomaten opgebonden zijn, en nog altijd is het aantal – al dan niet rijpende – tomaten erg miniem. En over rijpen gesproken: moet je misschien dagelijks op je blote knieën de stenen trap van de schuur opklimmen en hen aldus smeken om te rijpen alvorens er eens eentje rood gaat willen worden?

Read Full Post »

De tomaten in de pseudo-serre staan prachtig in bloei. Bij de meeste planten wordt de derde tros momenteel zelfs al gevormd. Conclusie: succes!

Nu zijn tomaten zelfbestuivend, en volstaat een zuchtje wind om het stuifmeel van de meeldraden los te maken en op de stamper te krijgen. Omdat in een serre niet veel wind waait, wordt de tomatenkweker aangeraden om de planten/bloemen dagelijks zacht aan te tikken. Op die manier valt het stuifmeel zeker van de meeldraden, en krijg je mooie vruchtvorming.

Tenminste: dat is de theorie. Want van zo’n piepklein, groeiend tomaatje zoals op bovenstaande foto, heb ik er in totaal maar twee. En alle andere, laat ons zeggen bijna 100 bloemen, zijn er zonder enige vruchtvorming het loodje bij aan het neerleggen…

De één daarbij al wat doder dan de ander…

Nu kan de vruchtvorming wel eens mislopen als het in een serre te warm is (35 graden), maar zo warm is het in onze schuur nog nooit geweest. Ook vochtigheid is een probleem, omdat het stuifmeel erdoor kan samenklitten. Maar ik vergeet vaker water te geven dan toegestaan is, en door de houten wanden is het nooit broeierig warm en vochtig in de schuur. Wat dan? Te enthousiast aangetikt en daardoor het stuifmeel gewoon op de grond gemikt? Een beest dat alle stuifmeel ’s nachts uit de bloemen komt likken? Alle suggesties van u, alwetend leespubliek, zijn van harte welkom, want wat een oogst gaat hier verloren!

PS Nee, we hebben het even niet over 40 weken zwangerschap en bevallingen enzo. We doen gewoon even alsof er geen uitgerekende data bestaan. Trouwens, volgens het vrouwvolk alhier in de gemeente stad “zie ik er nog veel te goed uit om al te bevallen.” Huh? Goed? Tors ik daarom al weken die zwangerschapsacné? Zien ze dan die wallen door nachten vol voorweeën niet? Kan iedereen asjeblief even zeggen dat ik er verschrikkelijk uitzie?

Read Full Post »

Moeswoestijn

’t Is tegenwoordig een harde dobber, die moestuin. En dan vooral in de letterlijke zin van het woord. Ik zou niet weten hoe ik uit die keiharde aardkorst een wortel zou moeten krijgen en ik weet al helemaal niet hoe ik mijn nieuwe rozenboogje IN de grond zou moeten krijgen. De radijzen worden niet dik,venkel en rode biet komen niet uit, en toen een collega hoorde hoe mijn bonen eraan toe waren, merkte hij op: “Dus als ik je goed begrijp, heb je ze eigenlijk gewoon begraven… Staat er al een kruisje bij?”

Maar zo zijn we niet! Wij geloven in de Eeuwige Kiemkracht der Zaadheid en Ooit zullen ze kiemen, die bonenzaden! En Optimism is a Moral Duty! Dus die ene bui die ze morgen verwachten zal zeker boven onze tuin komen sproeien! En we hebben zelfs geen buien nodig, want kijk eens hoe schoon mijn désiréekes al bloeien!

En als je houdt van binnenpiepen in andermans huis, kijk dan ook maar eens via een kiertje onze schuur binnen:

2 à 3 keer per week krijgen ze een kleine 3 gieters in hun gietschaaltje. Dat is dus telkens zo’n 20 liter water voor ongeveer 30 tomatenplanten. Zo’n groot verbruik is dat ook weer niet, waardoor er in de regenput gelukkig genoeg overblijft voor mijn terraspotten en de wasmachine. En de talrijke knoppen en occasionele eerste bloemen beloven een geslaagde oogst!

Dus je ziet, zelfs in een woestijn raak je nog aan patatten en tomatten. Als dat geen smakelijke zomer zal zijn!

Read Full Post »

Van worstjes en tomaten

In een heel kort moment van totale zinsverbijstering heb ik eens overwogen om psychologie te gaan studeren, in de ijdele hoop de mens beter te gaan begrijpen (een verlangen dat voor een mens op het einde van de middelbare school nog redelijk realistisch lijkt te zijn). Gelukkig ben ik vrij snel gaan inzien dat voor mijn doelstellingen betere richtingen (zij het niet noodzakelijk met meer resultaat ;-)) bestaan en ben ik die dan maar gaan volgen, zonder ooit nog spijt te hebben van mijn afwijzing van psychologie. Tot op het ogenblik dat ik aan het tuinieren sloeg… En zeker sinds het moment dat daar een moestuin bij kwam… Sinds dat ogenblik heb ik mezelf al meermaals vervloekt dat ik niet meer van psychologie snap om het gedrag van mijn medemens te verklaren (en zo mogelijk enigszins bij te sturen).

Want kijk, ik begrijp mijn medemens vaak niet.  Ik snap niet waarom ze me fronsend aankijken en zeggen dat dat toch wel onnozel is dat ik geen compost op mijn bed van wortelgewassen wil doen. Om enkele weken later te zeggen dat mijn uien er toch altijd zo goed bij staan. Om het jaar daarop weerom te zeggen dat ik veel meer compost op mijn bed met wortelgewassen moet doen…

Ik begrijp ook niet waarom zo velen mij schouderkloppend zeggen dat ze deze herfst mijn groentetuin eens goed zullen omspitten voor mij, er daarbij blijkbaar vanuit gaand dat ik niet spit omdat ik het niet kan (?) en zonder te kunnen antwoorden op mijn vraag wat er dan wel zoveel beter zou zijn aan mijn groentetuin als hij eens omgespit zou zijn?

Evenmin begrijp ik alle gezeur over mijn graspaadjes en hoeveel plaats die wel innemen, terwijl tussen die graspaadjes toch ook 54 m² moestuin ligt, waarvan de bedden zonder die paadjes anders gewoon dichter bij elkaar zou liggen (en alsof je aarden paadjes tussen moestuinbedden NIET moet onderhouden) en terwijl mijn groentebedden tegenwoordig ook volledig grasvrij zijn.

Toppunt van wederzijds onbegrip is de tomatenteelt:

In maart begin ik te zaaien. En dan zegt mijn medemens: ‘Gho, je zult ze toch warmer moeten zetten hoor’.

Ik doe dat niet, en eind maart blijken ze toch gekiemd te zijn. Dan zegt mijn medemens: ‘O maar bij X staan die al veel hoger hoor!’

Eind april blijken mijn tomatenplanten alsnog volop gegroeid en verspeend en zegt de medemens: ‘Het zal je nog wel tegenvallen als je straks moet beginnen dieven. Ze zullen rap veel te groot en wild worden!”‘

Tegen begin mei staan de tomatenplanten in grote potten, stralend gezond te wezen, met een proper stammetjes en duidelijke blaadjes links en rechts. Daarop zegt de medemens: ‘Ah, maar dat zijn stamtomaten. Dat gaat je nooit lukken hoor in potten.’

Enkele dagen later blijken de planten al een pak gegroeid te zijn en staan ze mooi donkergroen te blinken: ‘Gho, maar je moet veel meer water geven’, zegt de medemens. “Dringend!”

Nu, halverwege mei, met het ritme van 3 keer per week water geven en regelmatig dieven, stellen meneer en mevrouw onderdappelboom vast dat de planten met hun halve meter hoogte nog steeds verbazend sterk op hun stam staan en zegt de medemens ons: ‘Oeioeioei, ge moet ze dringend vastbinden!’.

Verder moeten we veel meer verluchten, zijn onze stokken te klein, moeten het touwen zijn ipv stokken, hadden we al lang moeten bemesten, enz. enz. Nu zijn wij van de vredelievende soort, en altijd bereid om bij te leren, en dus vragen we na elk van die opmerkingen beleefd waarom dat dan wel zo is. Maar meer dan een “dat wordt zo gedaan” of “ge zult wel zien waarom dat moet als je straks geen tomaten hebt”, is daar nog nooit als antwoord op gekomen. Let wel, er zijn mensen die toegeven dat andere methodes misschien ook werken (net zoals bij het niet aanaarden van aardappelen, het niet spitten, het laat zaaien van wortels, enz.), maar de meerderheid lijkt ons toch maar domme jonge mensen te vinden die niet bereid zijn naar de goede raad van ervaren kwekers te luisteren. Nochtans vragen wij hen wel waarom zij het anders zouden doen, en vragen zij zelden waarom wij het anders doen. Zou dat leeftijdsgebonden zijn? Of mag ik hopen dat ik later, als ik een grijs en sukkelachtig besje van 90 ben, nog op mijn stokje tot bij het buurmeisje ga wandelen en daar gewoon nieuwsgierig ga vragen waarom ze haar groenten zus of zo kweekt en dan blij zal zijn als ik nog iets bijleer?

De mens heeft het blijkbaar moeilijk om zijn gedachten te laten aanpassen en open te staan voor nieuwe inzichten. Niet alleen in opvoeding, maar bovenal in de tomatenteelt blijkt de macht van de gewoonte veel sterker dan de drang naar het nieuwe. Nochtans ontstaan de mooiste dingen als je creatief durft na te denken en alert bent voor de dode sporen van je eigen gedachten. Daar heeft meneer onderdeappelboom beroepshalve een leuk verhaaltje over, dat ik toch eens in veelvoud ga kopiëren en uitdelen aan al wie ongefundeerde tomatenkritiek heeft:

Op een dag zitten zoontje en mama in de keuken en mama gaat worst bakken. Voor ze de worst in de pan doet, snijdt ze de uiteinden van de worst af.

“Waarom doe je dat?” vraagt het zoontje.

“Sja,” zegt de mama, “ik heb dat altijd zo geweten. Mijn mama deed dat ook al zo.”.

Niet veel later ziet het zoontje de mama van de mama, en hij vraagt haar: “Oma, waarom snijden jullie de eindjes van de worst?’

De oma zegt: “Dat wordt gewoon zo gedaan. Ik heb dat zo van mijn moeder geleerd.”

Daarop gaat het zoontje naar het rusthuis waar zijn overgrootmoeder is. “Moeke,” vraagt het zoontje aan zijn overgrootmama. “Mama en oma snijden alletwee de eindjes van de worst en ze zeggen dat ze dat van jou geleerd hebben. Maar waarom moet dat eigenlijk?”

Waarop overgrootmama uitroept: “Maar mannekes toch, zeg me niet dat jullie nu nog altijd worstjes bakken in dat veel te klein panneke?”

Read Full Post »

Tijdens het voorjaar van 2010 bouwde meneer onderdeappelboom een schuur. Het moest een soort schuilhok worden, maar het werd al snel veel meer dan dat, met verschillende compartimenten, een annex alias kweekruimte, extra stevige muren en een doorzichtig dak. En voor we het wisten hadden we een heuse schuur met serre-allures. Want ondanks de aanwezigheid van bomen rondomrond, blijkt het een heerlijk warm bouwsel te zijn waarin mijn zaailingen het prachtig doen. En als de zaailingen het al zo goed doen, hoe zou dat dan met volledige planten gaan?

Dat wordt dan ook ons experiment van 2011: tomaten kweken, in pot, in onze serre-schuur.  Voor de kweek van tomaten zijn er 3 aan te raden blog-pagina’s:

1) De basisinformatie op eigenwijze tuin: hier zo

2) Zowat alle info op ‘Grow for it’ maar in het bijzonder: deze pagina

3) Op ‘Diana’s mooie moestuin’: deze omstandige info

Voor tomaten in pot heb je extra info nodig, en die is er beduidend minder te vinden op het wereldwijde web. En de info die ik vond, is teleurstellend: je zou enkel de speciale struiktomaten (in serres zie je meestal stamtomaten) in pot kunnen kweken. Je zou ze toch met pot en al op volle grond moeten zetten en ze door de gaatjes in de pot heen moeten laten wortelen van zodra er bloemen zichtbaar zijn. Het zou nooit helemaal goed zitten met water en mest. Het zou dus min of meer vanalles zijn, maar daar trekken wij ons niets van aan. Ziehier onze eigen handleiding voor het kweken van tomaten in pot (en binnen enkele maanden dan het resultaat):

1) Zo groot mogelijke potten. Deze zijn nog iets groter dan emmers (die heb ik ook; daar staan de peperplantjes in).

2) Voldoende ruimte laten tussen de potten zodat je er kunt rond wandelen om te dieven enzo (de verleiding is groot om ze tegen elkaar te schuiven)

3) Aarde: wij mengden de helft potaarde onder de helft aarde uit eigen tuin. Uit de potaarde hopen we de nodige vitamientjes voor de planten te halen, en met de aarde uit onze leembodem hopen we wat water vast te houden (je moet zo’n beetje de 2 bereiken met tomatenteelt: waterdoorlaatbaarheid èn water vasthouden)

4) Voornemen: 3 keer per week water geven. Niet méér, want ook met de zaailingen blijkt dat een goed aantal te zijn. En langs onder water geven, via dat schoteltje. (en weerstaan aan al die ervaren mensen die fronsend zeggen dat je dringend meer water moet geven. En mest. Véél mest. En véél water!)

5) Onmiddellijk een stok erbij in de pot; touwen alleen omdat meneer onderdeappelboom dat een mooi zicht vindt 🙂

6) Voornemen 2: maximum 5 trossen per plant laten staan. Dit is ter compensatie van de kleinere wortel die de tomaat kan vormen in pot. Liever 5 rijpte trossen per plant dan 7 onrijpe. (En als aan elke tros 5 tomaten komen, dan zullen we nog altijd 500 tomaten kunnen eten komende zomer).

7) Afwachten: hoe dat zal gaan met die pseudo-serre. De houten muren hebben als voordeel dat de kans op verbranding van de planten nogal klein is, maar zal het bovenlicht wel voldoende zijn? Zullen de planten niet te veel naar boven groeien? Zullen we voldoende kunnen ventileren? Wait and see! (en die voorspelde nachtvorst mag ook achterwege blijven…)

Read Full Post »

’t Is nog maar een schamele hoeveelheid plantjes op de foto hierboven, maar het beeld dateert dan ook al van een paar dagen geleden. Ondertussen staan alle planken van mijn kweekkotje (ooit moet er een fatsoenlijke ‘plantwerkbank’ van gemaakt worden) afgeladen vol:

Piepen al boven de aarde: zonnebloemen, 2 soorten sla, reukerwten en peterselie. De potjes basilicum zijn gekocht in dendelais en vervolgens verpot; de pot bieslook is een stuk van een plant die ik buiten heb staan en die jaarlijks terugkomt.

Gezaaid en blij verwacht: rode kool, spruiten, maïs, prei, pompoenen (butternut en red kuri ) en courgette (tondo de nice en black zucchini).

Verspeend: tomaten en pepers. Dat wil zeggen: selectief verspeend, want hoe graag ik ook in de tuin werk en hoe meditatief sommige mensen verpotten misschien ook vinden:  ikkendoe da nie gèren. Van de tomaten behield ik van elke soort dus maar 3 plantjes. Ik had die zeker al 2 weken eerder moeten verspenen, want ze waren op sterven na dood en in de aarde zat duidelijk niets meer waarmee ze eventueel nog hadden kunnen groeien. Na die 45 plantjes had ik het wel gehad met verpotten, dus rukte ik van de pepers gewoon zoveel zaailingen uit tot ik er in elk potje maar ééntje meer staan had. Vervolgens deed ik er een laagje potaarde op om de schijn van grondig werk te wekken 🙂  Maar nu heb ik dus nog 6 plantjes mini-paprika en 6 plantjes sweet cayenne. En ik denk niet na over al die zonnebloemen en sla enzo die ik nog zal moeten verpotten… Bijkomende vreugde: de living is weer zaailingenvrij, want ik heb het erop gewaagd de tomaten en pepers ook al in de kweekruimte te zetten. Hopelijk vriest het dus niet meer…

Buiten staan erwten, peultjes, wortels, radijzen en uien boven de aarde. De rode uien doen het niet zo goed, maar ik geef ze nog een kans. Samen met de kinderen zaaide ik nog rode biet, raketsla en een nieuwe rij radijzen. Tot nog toe liet ik de kinderen helpen op een manier dat ik hen de illusie gaf iets te doen, maar uiteindelijk bijna alles zelf deed. Omdat ik dat toch een beetje laag en onopvoedkundig van mij vond, mochten ze dit keer echt zelf zaaien. Dat ging – met uitzondering van een omgevallen zakje en wat vreugde toen ze bij elkaar in het – verkeerde – rijtje gingen zaaien – al bij al nog goed, dus weer een wijze opvoedingsles voor de mama (laat je kinderen de dingen echt zelf doen) en we kijken verwachtingsvol uit naar wat het zal opbrengen!

Voor de radijzen heb ik meneer onderdeappelboom ingeschakeld. Hij vond dat ik elk jaar te weinig zaaide, maar dat komt omdat ik er telkens maar aan dacht om nieuwe te zaaien als de vorige op waren. Hij heeft dit jaar beloofd mij er aan te herinneren, en dus krijg ik nu om de week een mail of sms van hem met de boodschap: ‘Denk je aan de radijzen?’ 🙂

Niet gezaaid maar wel geplant: aardbeienplantjes. Vorige week 50 stuks die we recupereerden van vorige jaren, en gisteren 20 nieuwe stuks die ik samen met de kinderen plantte (ik maak de gaatjes, zij zetten er de plantjes in, doen er aarde op en geven water). Nu nog elektriciteitsbuizen gaan kopen om er een net over te kunnen spannen en er opnieuw stro tussen leggen, want zonder dat stro had ik toch veel meer rotte aardbeien aan de planten.

Nog te doen: een eindeloze hoeveelheid zomerbollen planten. Maar daar kijken we uiteraard naar uit.

Niet gezaaid, maar wel geplaatst: een heidemat achter onze haag. ’t Is een lelijke foto (ik was eigenlijk kindjes aan het fotograferen die net even uit beeld liepen), maar ondanks de liefde voor open natuur genieten we buitengewoon van de toegenomen privaatheid. De pessimist in sommigen zegt dan direct dat onze haag nu scheef gaat groeien, maar dat zien we dan ook wel weer als het zover is. ..

Read Full Post »

Older Posts »