Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Tuin’

En jawel, de tuin

En met de tuin, zeer goed, danku. Een half jaar geleden zag die er nog zo uit:

DSC_0034En (op vraag van zij die toen om een zomerfoto vroegen), vandaag is dat zo:

DSC_0098Eigenlijk nog steeds angstwekkend leeg, terwijl er in werkelijkheid toch heel wat natuurlijks gebeurt daar beneden.

Meer in detail herkennen we bijvoorbeeld een border

DSC_0003Eigenlijk twee borders

DSC_0002

Drie borders, zo je wil…DSC_0043

Of vijf, om precies te zijn.DSC_0010

O nee, da’s juist ook: zes:DSC_0050

Hoewel vanop de foto bovenaan er enorme graspartijen lijken te zijn, valt dat vanop de begane grond best mee. Men merke op de foto hieronder mijn zonnebloemenexperiment op. Tijdens een zonnige voorjaarsdag kon ik het niet laten wat gras weg te plaggen om een dwarsdoorsnede op de border te maken. “Out of the box-denken, dat kan ik appreciëren”, zei meneer onderdeappelboom peinzend. “Maar zo out-of-the-border-denken,….”DSC_0052

Er is uiteraard ook een schommel, al mag ik het circus/podium van hun dagelijkse show zo niet noemen.DSC_0067

Voor die gelegenheid wordt het gras ook driftig versierd…

DSC_0068

En dan zijn er nog de grassen rond het bessenpark, waarover ik nog steeds schaamteloos tevreden ben en waarvan de schijnbaar overbelichte foto’s pas goed het lichtspel tonen waarvan wij elke mooie avond van eind augustus tot eind oktober kunnen genieten. DSC_0092

DSC_0093

We hebben ook groenten, op enigszins onverwachte plaatsen

DSC_0048

En op meer georganiseerde plekken…DSC_0014

En uit dat bessenpark stroomt het heerlijks nog altijd toe. DSC_0036

Ondanks het feit dat de kinderen de halve tuin leeggeroofd hadden om het gras te versieren, kon ik gelukkig toch nog een boeketje plukken om ons vaasje van de Franse rommelmarkt op te vullen.DSC_0021

Waarna de drie kleine appeltjes besloten hetzelfde te doen…DSC_0023

Read Full Post »

Ik durf niet met zekerheid beweren dat het zo geschreven wordt, maar het klonk in elk geval wel zo: ‘vasloopplekkie‘. Het is Afrikaans. Zeg niet: Zuid-Afrikaans, want ook al wordt het in Zuid-Afrika gesproken,  de taal heet toch gewoon ‘Afrikaans’. En zeg ook niet ‘dat het toch zo’n aardig taaltje is’, want dat is wat ze benoorden de Moerdijk ook wel eens over ‘ons’ Vlaams plachten te zeggen, en daar worden we dan een beetje kriebelachtig van. De Afrikaner mens, zo heb ik begrepen, wordt daar eveneens een beetje kriebelachtig van. Meer nog: boos, want de verschillen tussen grondwet en praktijk willen in Zuid-Afrika al eens treuriger uitvallen dan in ons Belgenlandje. Maar ik wil het hier niet hebben over taal, want zoals ik van mijn Zuid-Afrikaanse gespreksgenoot vernam:  ‘die tale is e morsige situatie’. Afblijven dus, en terug naar mijn ‘vasloopplekkie’: een plekje om je in vast te lopen.

Voor meneer en mevrouw onderdeappelboom is natuur een late roeping. Of eigenlijk: het was een zeer vroege roeping, maar dat beseften we niet. Het was pas toen we een appartementje in Gent gingen bewonen, dat we beseften dat we vaker de fiets namen dan naar de film gingen (min of meer), daarbij elk een eigen richting uitrijdend, om drie uur later terug thuis te komen en te ontdekken dat we nagenoeg hetzelfde parcours hadden afgelegd: Zomergem, Nevele, Hansbeke, Afsnee, Zevergem, en zelfs tot het bos van Ursel (maar dan raakte ik niet meer terug :-)). En dan ook overal de bos- en landweggetjes die zo verlaten mogelijk waren. Niet echt een stadsleven dus, maar een beetje vlucht naar ‘den buiten’.

Bij een terugblik beseften we dat onze jaren daarvoor eigenlijk van hetzelfde laken een broek waren: veel genieten van de stadsgeneugten, ja, maar dan toch telkens weer wegvluchten naar zoete waters, beernemse bossen, abdijparkjes en kruidtuinen. En als je dan een huis gaat zoeken, dan besef je al snel: het zal er eentje op het platteland moeten zijn.

We vonden wat we zochten. Dat ‘platte’ valt wel een beetje tegen (;-)), maar qua ‘land’-elijk zit het helemaal goed. We bevinden ons tussen de koeien en de schapen, kijken uit op meerdere weiden, en leven ver weg van de ergernissen van autosnelwegen en landingsbanen.  We proberen vogels en dieren blij te maken met onze tuin, beginnen eigen groenten te kweken en halen datgene wat we tekort hebben zoveel mogelijk ’s zondag op de markt, met de fiets.  En wat het mooist van al is: onze eigen kleine bengels kunnen hun hart ophalen aan het buitenleven. Geen stadspark of weekenduitstapje op betonnen paadjes door het bos voor hen, maar dagelijks de tuin in van zodra het maar even droog is en ze er zin in hebben. Kortom: elke dag een beetje vakantie in ons eigen huis.

Maar wat zijn nu de statistische cijfers van al dat geluk? Wel:

Waterverbruik: zeer zuinig, met eigen regenwater.

Warmteverbruik: geen aardgas mogelijk bij ons, maar we proberen te compenseren met de immer brandende haard en diverse energiebesparende maatregelen kunnen er in de toekomst altijd nog bijkomen.

Elektriciteitsverbruik: eigenlijk niet zo laag, met al dat brood bakken, confituur maken, enz. Daar staat tegenover dat dat voedsel dan tenminste geen transport aflegt, en dus een lagere ecologische voetafdruk heeft.

Tijdsgebruik: ahum…

Qua tijdsgebruik is ons leven op het platteland eigenlijk niet het allerbeste wat je kan bedenken.  Je kan bijvoorbeeld maar best een grote diepvries hebben of je rijdt je een ongeluk aan boodschappen. En dat verbruikt natuurlijk ook. En als je omwille van je opleiding eigenlijk enkel leuk werk in de hoofdstad vindt, dan rijd je je ook nog eens horendol van en naar het werk. Met de trein, natuurlijk, allemaal quality-time, buffer tussen werk en huishouden, gelegenheid tot eigen ontplooiing met boek of krant, enz. maaaaaar: toch 2 uur per dag kwijt aan transport èn door middel van rare uren, schoolgaande kinderen enz. ook nog eens 2 auto’s nodig :-(.  Dus in ons geval, met werk in de stad en ziel op het platteland, is een huisje op de buiten eigenlijk een domme, en lang niet zo ecologische keuze als ik had gehoopt.

Wat zou het worden met een huisje in de stad?

Statistisch:

Waterverbruik: wellicht leidingwater en dus niet positief

Warmteverbruik: misschien een rijhuis en dus warmer dan een vrijstaand huis, minder brandstof nodig, en vermoedelijk aardgas.

Elektriciteitsverbruik:  lager.

Transport: gereduceerd tot een minimum. Maximum één wagen, en wie weet zelfs cambio.

Tijdsgebruik: oneindig veel positiever, want vlakbij werk, school en hobby.

Dus, denk ik dan: als ik een ecologisch correct wezen wil zijn, zou ik beter naar de stad verhuizen. Dan lever ik wel geen concrete bijdrage door het cultiveren van tuin en grond, maar ons verbruik zou een pak lager liggen. Nu betalen we ons genot op den buiten met twee vervuilende auto’s, veel kilometers, en een zeer ingewikkelde agenda om toch zoveel mogelijk bij de kinderen te kunnen zijn. Op naar Brussel dus!

Maar moeten we dan elke avond, vakantiedag of weekend doorbrengen in een plaats waar we eigenlijk niet willen zijn omdat dat toevallig praktischer en ecologischer is op de dagen dat we wèl werken? Als we nu, na onze veel te lange verplaatsingstijd eindelijk met de kinderen thuis zijn, zijn we tenminste op een plek waar we echt graag zijn en waar niets ons nog herinnert aan het werkleven dat we daarvoor hadden.
Niet dat onze job ons geen plezier bezorgt, integendeel. Maar het universum daarbuiten is wel bijzonder uitgebreid en heel vaak aantrekkelijker. En het leven op het platteland, met alle wijze levenslessen die daar bij horen, is zeker een deel van dat universum dat we aan onze kinderen willen meegeven: thuiskomen met de was die klappert tussen de bomen, de geur van een brood in de oven, en enkele mussen die tussen de struiken voor het raam hoppen.

Wat me naar mijn Zuid-Afrikaanse gespreksgenoot terugbrengt: we hebben ons vasloopplekkie gevonden.  We zijn er langzamerhand aan het wortelen; het zal de plaats zijn waar onze kinderen hun jeugdherinneringen vandaan halen, en het is de plek waar na het werken dagelijks naar toe gespurt wordt. En nee, ons buitenleven is niet zo ecologisch als eigenlijk zou moeten. Ik hoop dat de onbespoten groentjes die binnenkort weer gezaaid zullen worden, ter compensatie mogen tellen…

Read Full Post »

Een paar maanden terug maakte ik schaamteloos gebruik van de mij sterk overstijgende kennis van ‘mijn lezers’ (als dát niet verwaand klinkt!). Ik vroeg hen advies, en werd overstelpt met deskundig commentaar, prachtige tips, en leuke ideeën. Eén en ander bleef hangen: het S-vormig pad van de groentenconfituurmeneer bijvoorbeeld.  En de bessenhaag bij de groenten, van Dieter-zonder-blog, die ik dus niet kan linken, zo zonder blog. En de oproep tot méér fruitbomen, van meneer Specht, ook al zonder blog.

Er werd veel gebabbeld met meneer onderdeappelboom, en het probeer-setje aquarelverf werd erbij gehaald. De aquarelborstel was helaas wel verdwenen, maar zo erg is dat ook weer niet, want ik kan toch niet aquarellen/aquarelleren, en met een gewoon klein verfborsteltje kon ik ook duidelijk maken wat ik bedoelde. Eén en ander resulteerde in wat vage schetsen.

Nu is het behoorlijk stom te schilderen op een enigszins vette tafel; daar krijg je vette plekken van 😦 En als je fout bent, kan je niet gommen, of er gewoon bovenop schilderen (zoals bij olieverf). Dan moet je daar als een kleuter een stukje papier bovenop plakken. Maar kom, de ideeën groeiden gaandeweg, de aangereikte voorstellen bleken fantastisch, en meneer onderdeappelboom en ik begonnen elkaars inwendige beelden van de toekomstige tuin eindelijk ook te snappen. Omdat bepaalde dingen toch nog niet helemaal duidelijk werden, scheurde ik nog wat papier uit een schetsboek en nam er een potlood bij.

Zo zou de toegang tot de moestuin er in de toekomst ooit moeten uitzien. Het paadje vertrekt van aan het terras en zal dus S-vormig zijn. Het muurtje moet er eentje zijn met stapelstenen, waar plantjes en beestjes ongestoordhun gang in kunnen gaan. Rond de appelboom (nu nog een sprietje) moet een stenen bank komen. Nu zijn mijn tekeningen geen kunst, maar een ronde bank tekenen lukt mij nog wel. Als je deze bank krom en ovaal vindt, dan is dat dus ook de bedoeling. Ik wil oude, uitgesleten stenen die simpelweg op andere stenen rusten. Dat betekent a) dat ik dat nergens zal vinden en b) dat als ik het vind, dat het dan onbetaalbaar zal blijken.

Naast de zandbak moet een klein rond terrasje komen met ouderwetse stoeltjes. Daarrond een heleboel planten (dat wordt nog een moeilijke opdracht, zo onder die bomen). De houtkant zal helaas moeten worden vervangen door een echte haag, om – laat ons zeggen – diverse redenen van isolerende aard waar we maar niet verder zullen op ingaan. De houtkant zou dan een plaats moeten krijgen achteraan, waar al dan niet een boomgaard komt. Maar een aantal struiken moeten ook een plekje krijgen vooraan, dicht bij het huis, want ons oog wil wel wat meer dan zo’n groene blokhaag.

En toen had ik helemaal geen zin meer in tekenen, en moesten enkele snelle lijnen volstaan. Achter ons huis hebben we een restmuurtje, op het westen. Dat houdt de avondzon tegen, maar ook de wind; dus daar zouden we een pergola willen plaatsen om in het voorjaar al snel buiten te kunnen zitten. Het hoogteverschil tussen terrasje en gras wou ik opvullen door gemetselde bakken met kruiden, maar nu ik dat zo getekend heb, vind ik het er toch een beetje dwaas uitzien. Dat moet dus nog eens bekeken worden.

Maar hoe het ook zij: een mens wordt wel enthousiast van plannen maken. Nu alleen nog de lotto zien te winnen. En voor mijn nieuwjaar vraag ik tijd; dat mag gerust in groothandelsverpakking zijn.

Read Full Post »

De onthaalmoeder schrok een beetje. In al die jaren kinderzorg was het haar nog niet eerder overkomen dat ze een kindje even uit het oog verloor en het vervolgens terugvond met paarsroze vlekken op handjes, T-shirt en mond.  Gelukkig zag ze snel waar die vlekken vandaan kwamen toen twee piepkleine handjes zich door het gaas van de omheining wurmden en daar handenvol frambozen van de struik rukten om ze in recordtempo in hun mond te proppen. Juist, onze kroost.

Bovenstaande inleiding brengt mij naadloos bij een onderwerp waar Eigenwijze Tuin en Annetanne Kruidenklets eerder al heel mooi over schreven: kinderen en tuin.  Ze hebben het beiden over dieren, spannende plekjes, spelletjes en snoepen in de tuin. En ik, luiwammes, doe dat dus ook, maar ik ga er wel nog iets aan toevoegen: het buitenleven.

SNOEPEN

PICT0586Wel, wat dat snoepen betreft hebben onze kinderen de weg toch al gevonden. Nochtans heb ik hen nooit gewezen waar de bessen hangen, precies omdat ik net als Bart niet zo enthousiast word van het idee dat ze overal alle struiken gaan kaalplukken en proeven. Maar ze hebben duidelijk zelf de link gelegd tussen wat ze op hun bord krijgen en wat in de haag hangt, en lopen nu dagelijks rondjes tussen de zandbak en de bessenstruiken, giechelend en gierend omdat ik (lodderig moederoog dat haar kinderen altijd in de gaten wil houden) hen laat geloven dat dat eigenlijk niet mag en ze het tòch doen, met sap dat tussen hun vingers tot op hun armen druipt van danige haast bij het plukken. Allemaal geweldig om te zien, maar toch met voorbehoud. Er werd ook al eens een besje van de krentenboom geproefd, en ook al weet ik dat er in de hele tuin niets staat dat giftig is, en ook al werd het uiteindelijk terug uitgespuwd, toch ben ik niet fantastisch blij dat ze zomaar bessen plukken. Later wel, als ze een beetje onderscheid gaan maken, maar nu ze nog zo klein zijn toch nog niet (al schijnen de spoedartsen zelden of nooit een kindje te zien dat werkelijk moet worden opgenomen wegens (ik zeg maar iets) te veel goudenregen gegeten).

 

DIEREN

PICT0549Zeker doen! Geen kind dat niet straalt als het lammetjes kan aaien, kippen kan voeren, eitjes mag roven, enz.  En waar je voor een schaap nog plaats nodig hebt, is dat voor een kip helemaal niet het geval. Er is dus, met andere woorden, geen excuus om geen kippen te hebben.

 

SPANNENDE PLEKJES

Opnieuw speelt leeftijd natuurlijk een rol. Als wij heel even uit het zicht verdwijnen, is dat voorlopig al spannend genoeg, dus aan kronkelwegjes, wegduikbosjes, struikgewas of verstopte picknickplekjes moeten we nog niet denken. Maar het wordt wel voorzien voor de toekomst: wat ongemaaide stukken gazon, een wegje, struikgewas onder bomen, en een volledige achterzijde die we wild laten en waarop geen dieren komen zodat ze daar in de toekomst quasi onzichtbaar en toch ‘veilig’ (de al dan niet misplaatste angst van de hedendaagse ouder voor ‘op straat’, ‘buiten’, ‘elders’) kampen kunnen bouwen, indiaan kunnen spelen, enz.

 

PICT0622SPELEN

Kampen bouwen, ik zei het al. Geen kant en klaar huisje, maar een hoop opgespaarde paletten, vrachten sprokkelhout, meters touw, nagels, oude hamers, enz. Het ligt allemaal klaar voor wanneer ze het nodig hebben. Op dit ogenblik zijn onze kinderen daar nog niet aan toe en zijn zandbak, wipplank en glijbaan meer dan voldoende. We hebben zelfs plaats gemaakt voor wat plastiek in de tuin, omdat houten glijbanen met metaal alleen maar herinneringen aan verbrande billen opriepen. Maar in de toekomst mag er naar lieve lust worden geravot. En het belangrijkste daarbij is, denk ik, de ouder: wees asjeblief niet te proper en laat die steenhoop daar liggen. Laat dat terras besmeuren met stoepkrijt, laat tenten bouwen over de wasdraad, leer ermee leven dat bloemen kapot gaan omdat er ballen in vallen, vind het normaal dat kleren groen worden en scheuren.  Kinderen moeten een beetje opletten en respect hebben voor de omgeving, zeker en vast, maar de ouders ook voor de kinderen medunkt.

HET BUITENLEVEN

Wat voor ons de grootste vraag is bij het ‘leven op den buiten’, is de vraag of we hen geen overdosis gaan geven.  Daarom proberen we het met de tuin te doen zoals met de andere tekenen van onze hobbies in huis: het is er, en tonen ze interesse, dan is dat ok, maar tonen ze geen interesse, dan is dat ook ok. Gebruiken ze dat geheime plekje tussen de bomen om lekker ongezien boeken te lezen in plaats van kampen te bouwen: waarom niet? En zeggen ze op hun 15de: “Ma, waarom ben je in godsnaam in dit achterlijk gat komen wonen, hier is gewoon niets te doen”, dan is dat ook normaal. Daarom is het op dit ogenblik gewoon de achtergrond van hun bestaan, zoals wij zelf zijn opgegroeid: zonder dwang, maar met pruttelende potten confituur op het vuur, met altijd buiten eten, met de geur van rijpend fruit in de schuur, met een mama die over bloemen sprak waardoor astrantia en echinacea even normale woorden werden als tafel en stoel, met een papa die zei dat we onder de beuk gingen eten, ipv onder de boom, waardoor ook dat bekend werd enz. Kortom: een aanwezigheid van natuur waar ze mee mogen doen wat ze willen, maar die er onmiskenbaar is. Onze kinderen zullen in elk geval nooit zeggen ‘bah, een kikker’, of ‘eek, er zit een rot blad aan die sla’. Ze zullen appelmoes uit een bokaal nauwelijks herkennen als de appelmoes van thuis, en als ze yoghurt met aardbeien kopen zullen ze zich afvragen waar de aardbeien zijn en yoghurt met brokken toch lekkerder vinden. En dat, vinden wij persoonlijk, is al heel wat.

Read Full Post »

Sport versus tuinwerk

Het moet toch al een jaar of 10 geleden zijn dat ik de buurvrouw/boerin op het veld rechtover ons huis al mopperend tussen de aardappelen aan het werk zag. Het was zo’n dag dat je de hitte een meter boven de grond ziet trillen en alles lichtelijk naar asfalt begint te ruiken. De buurvrouw/boerin had daar ondanks T-shirt, schort, laarzen, en een persoonlijk volume zoals buurvrouw/boerinnen dat horen te hebben klaarblijkelijk geen last van.  Terwijl ze met de schoffel het onkruid te lijf ging, fulmineerde ze tegen sport en fitness-hypes.  “Ze moeten tegenwoordig allemaal persé naar de fitness”, zei ze.  Die ‘ze’ in haar uitspraak, dat is dan ‘de jeugd van tegenwoordig’.  “Dat moesten wij vroeger eens gevraagd hebben, we zouden het nogal hebben mogen horen. ’t Is omdat ze niet meer werken, de gasten, dat ze nu aan sport moeten doen”. En terwijl ze hoofdschuddend verder werkte: “Fitness, fitness. Dat ze eens een schuurborstel vastpakken en ons erf komen schuren,  ‘tzal rap gedaan zijn met die fitness”.
De buurvrouw/boerin is, voor alle duidelijkheid, een zeer vriendelijk mens. Altijd massa’s snoep van haar gekregen (terwijl haar echtgenoot/boer dan de lucht uit onze fietsbanden deed lopen of koeiestront op het zadel legde). Nog altijd heel erg welkom daar.

Maar hoe zit het dan met sport en werk? Ik heb inderdaad nog nooit een joggende boer ontmoet, of een boerin geweten die zich klaarmaakte voor haar wekelijkse sessie step-aerobic. Sport en tuinwerk gaat in die zin inderdaad niet zo goed samen. Na een dagje werk in de tuin storten wij ons ten huize appelboom meestal op de fles martini en hangen dan nog een uurtje met ons glas en een zakje chips (vanaf nu: radijsjes!) op ons terras rond. Misschien dat dat voor anderen anders is, maar na een dagje moestuin aanleggen, denk ík er in elk geval niet aan om nog snel even de loopschoenen aan te binden en een toertje te doen. Wij heeft er in godsnaam sport nodig als je een tuin hebt?

En toch (je wist dat dit zou komen): helemaal hetzelfde voelt het niet.  Getuige daarvan het ongunstige gevoel waarmee ik deze morgen ben opgestaan: al twee weken niet meer gesport, en deze morgen eindelijk weer zon: ik wil lopen! Niet dat dat veel voorstelt hoor. Na 5 km sta ik netjes terug aan onze achterdeur. Maar het is ontspannend op een andere manier dan tuinwerk. Het gevoel achteraf is even zelfvoldaan, maar ik ben bijvoorbeeld al niet geneigd om na het lopen direct aan de martini te beginnen. Het is zeker ook niet gezonder dan tuinwerk, want zo ongeveer de helft van alle lopers loopt vroeg of laat een knie of enkel in de prak (maar dan doen ze meestal wel meer dan 5 km :-)). Tuinwerk is echter ook weer niet het toppunt van lichaamsvriendelijkheid. Het aantal lumbago’s dat elk voorjaar in Vlaamse tuinen wordt opgelopen, is niet van de poes.  Tuinwerk is nuttig. Sport is dat niet. Integendeel. Toertjes lopen voor de lol is in wezen vrij belachelijk. Ik ben zeker dat ik alle boeren die ik passeer vol onbegrip zie grijnzen. En toch hunker ik naar mijn toertje lopen. Misschien omdat het vollediger is. Omdat het nog net iets meer dan tuinwerk een kwestie van uitwaaien is. Of misschien gewoon omdàt het zo nutteloos is. Dat vond Aristoteles in elk geval al de hoogste wetenschap: het nutteloze om het nutteloze.

Read Full Post »

Dit is ‘m dan, de tuin die ik vanonder mijn appelboom wil begapen:

Een tuindroom, in zijn prille begin

Hij heeft het al allemaal in zich, onze tuin, maar hoe het er zal uitkomen, daar mogen wij nog helemaal zelf over beslissen. En laat dat nu precies zijn wat we graag doen! Een snuifje ecologie, een vleugje bloemen, een levendige plas en liefst ook nog wat groenten, dat zou op dit terrein allemaal nog moeten verrijzen. En o ja, ook een appelboom, want die hebben we nog niet…

Read Full Post »