Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vijver’

Picknick

Omdat jullie toch ook een beetje ademruimte moeten krijgen tussen de communieverhalen door: zondag gingen we picknicken!

We vulden een rugzak met broodjes, fruit, een stuk kaas en wat drankjes en gingen met z’n allen door de achterdeur naar buiten.

Al gauw lonkte een gezellig uitziend terrasje

DSC_0401[1]

Maar daar verzaakten we heldhaftig aan. Eerst zouden we nog wat wandelen!

Al gauw zagen we enkele beloftevolle borders

DSC_0396[1]

Maar ook hier hielden we ons sterk. Verder wandelen was de boodschap!

Na verloop van tijd maakte het landschap ruimte voor meer onverwachte uitzichtjes. We naderden een bessenpark, waar vreemde spinnenwebben hingen, waar aan elk net een etiketje ‘ikea, wassen op 30 graden’ hing.

DSC_0395[1]

En nogmaals op luttele afstand verderop vonden we zelfs een vijver, verscholen onder het gele lis

DSC_0392[1]

Dat leek al meer op een picknickplaats. Nog even doorzetten, en jawel hoor, wat vonden we daar?

DSC_0390[1]

Een heuse echte picknicktafel! Deze werd uiteraard met vreugde begroet, en de picknick smaakte uitstekend.

De terugweg is altijd wat langer dan de heenweg, en deze ging zelfs bergop. We namen dan ook nog even een pauze in een minimoestuintje dat op een zijpaadje lag.

DSC_0405[1]

En de kinderen vierden hun vreugde bot op een amateuristisch aardbeienplantageke dat we ontdekten.

DSC_0402[1]

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we ook verwaarloosde borders vonden. Zevenblad dat de bessenstruiken op het oog heeft. Netels. Distels. Enfin, heel veel werk in feite nog. Maar wij zeggen daar niets van. De eigenaren, denken wij dan, zijn misschien wel mensen zoals wij, met goede bedoelingen, en veel falen in praktijk. En af en toe vinden wij dat zo erg niet.

Read Full Post »

De laatste van de verborgen plekjes onderdeappelboom is de vijver. Die is natuurlijk allesbehalve verborgen, want al meermaals, met of zonder pluimvee, in winter of zomer op deze blog verschenen. Maar laat ik het toch allemaal maar eens samenvoegen tot een geheel eigen vijverstukje.

Om te beginnen, laat ons de vijver in het late voorjaar:

DSC_0407

maar eens vergelijken met de vijver midden (natte) winter:

DSC_0688

DSC_0836

Een verschil in debiet, en geen klein beetje. De verste oever deint al vlug één tot twee meter uit, het gras wordt een modderpoel, planten verdwijnen diep onder het water, en de eenden eten het lis op. We overwegen al een tijdje om de meest fluctuerende vijverrand toch maar eens te verstevigen, en er een steigertje boven te maken zoals de biodiverse tuin dat heeft. Maar voorlopig laten we het nog, letterlijk, aanmodderen. We probeerden alleen de nabijgelegen bodem wat te verstevigen door de aanplant van een rijtje knotwilgen:

DSC_0089

Ik toonde u de vijver ook al eens bij diepgevrozen winter.

DSC_0889

Zo’n ononderbroken pak ijs zal er nu niet meer liggen, gezien de aanwezigheid van de eenden en ganzen, voor wie we altijd een zwemplek (tegen de vos) vrij houden. (ook de eerste foto dateert uit de tijd dat er nog geen (of onvoldoende) eenden en ganzen waren).

Maar om één of andere reden neem ik de foto’s altijd vanuit hetzelfde oogpunt. Ik nam daarom speciaal voor jullie in de loop van het voorjaar ook eens foto’s van aan de zuidelijke kant van de vijver (de kant waar je normaal op uitkijkt vanuit mijn standaard perspectief), waarbij je een beter beeld krijgt hoe de vijver in de helling ligt ingeplant.

DSC_0091

DSC_0092

Het enorme pak groen bestond lange tijd uit zevenblad. Alleen maar zevenblad. Kan je je voorstellen hoeveel vierkante meter zevenblad dat is? En ter afwisseling: netels. Zucht… Maar zo langzamerhand verliest het zevenblad zijn strijd tegen onze zeis. Meer en meer nemen andere ‘bodembedekkers’ zoals stinkende gouwe en hondsdraf de plaats van het alomtegenwoordige zevenblad in. Deze twee nieuwkomers zijn ook woekeraars, maar minder agressief. En vooral: waar je ze uittrekt, blijven ze (toch een jaartje) weg. Dat kan van zevenblad niet worden gezegd.

Daarom kijk ik ondertussen al wat vrolijker rond naar de grond rond de vijver. En wie weet zal het ooit een echt gazonnetje worden, met hier en daar wat wilde bloeiers. Wie weet hé, binnen een jaar of 40 ofzo 🙂

Voor wie geïnteresseerd is in de verandering van de vijver, plaatste ik hier ooit al eens een stukje. Je leest er onder meer waar het water vandaan komt. Verder grijpen we eigenlijk niet in. Er worden geen bladeren van de bodem weggehaald, zelden kroos geschept, niets aangeplant. Twee keer per jaar wordt de vijver gigantisch groen, geel en bijna brak. Dat kan weken duren. En van de ene dag op de andere is dan al het kroos verdwenen en is het water weer kraakhelder.

Dat de str*nt van de eenden niet zo goed is voor de waterkwaliteit en de kikkers en salamanders die er leven, kan ik me wel voorstellen. Maar die eenden houden door hun beweging wellicht ook het kroos wat in toom, en – zeer belangrijk – werken samen met onze zeis tegen de opwas van netels, zevenblad en onkruid, en houden het gras kort. En dat is dan ook weer werk voor ons gespaard. En van alle voordelen van de vijver, vind ik het gesnater van de eenden bij hun ochtendbad nog altijd één van de mooiste geluiden om ’s morgens mee wakker te worden.

DE VERBORGEN PLEKJES ONDER DE APPELBOOM

deel 1: de perceelsgrens

deel 2: de ‘dreef’

deel 3: het boomgaardje

Read Full Post »

Wij hebben vandaag hard gewerkt. Zo hard, dat het niet eens in één blogstukje kan (ik heb jullie al genoeg lange epistels bezorgd de laatste tijd ;-).  Dus laat ik maar beginnen waar ik deze morgen ook begonnen ben: aan de vijver.

Zoals al in den treure gezegd: de vijver is omringd door distels en netels. Na een jaarlijkse zeisbeurt gingen we over op twee keer per jaar zeisen, en ten slotte gingen we deze lente+zomer zelfs over tot 4 keer zeisen. Edoch en helaas: de netels blijven terug komen. De distels ook. Om van het zevenblad nog maar te zwijgen.

En dus was het tijd voor de grovere middelen. Tijdens het voorbije voorjaar gingen we al met de tuinklauw tekeer, en dat heeft resultaat opgeleverd:

Maar er waren toch ook nog een paar taaie stukken waar zelfs de tuinklauw het moeilijk had. Daar hebben we hulp gevraagd aan een niet zo ecologisch middel. De schuldgevoelens liepen samen met de herbiciden uit het tuitje, maar deze netels hadden al lang genoeg in ons gezicht staan lachen. Zo secuur, zo zuinig en zo gericht mogelijk hebben we dus deze grote netelpartij met verkeerde middelen bestreden. Haal me gerust uit uw rss; the evil deed is done…

Daarna haalden we alle dode plantenresten en alle wortels zoveel mogelijk uit de bodem. En dan… ging ik naar de Bock.  Om véééééél plantjes.

Een halve dag later was de blote aarde weer beplant:

Vinca maior, vinca minor, cimicifuga, lelietje van dalen, vergeet-me-nietje, astilbe en rodgersia werden massaal aangeplant. Lelietje-van-dalen, dat ideale moederdaggeschenk formerly know as ‘mugetje’, is zo’n plant waarvan mensen zeggen: haal dat niet in huis, want het kruipt je hele tuin rond. Maar dat is dus exact wat wij in de strijd tegen de netels nodig hebben. Enkele astilbes en cimicifuga plantte ik ook aan in het strookje prairietuin waar prairietuinplanten niet willen groeien omdat er teveel schaduw is. Maar het past samen, als je het mij vraagt. En de plant der planten is voor mij nog altijd rodgersia. Onder meer in de chocoladevariant. Samen met de slagroomwolken van de astilbe wordt dat een culinair weelde, daar onder de bomen.

Verder stonden ook de moestuin en ons eigenwijze experiment op het programma. Maar om dat nog te vertellen, beste lezer, ben ik vééél te moe 🙂

Read Full Post »

Sneller dan z’n schaduw, zegt meneer onderdeappelboom.

’t Is te zeggen:  boven de grond zou ik het niet weten, maar ónder de grond groeit een wilg aan een gemiddelde van 2 meter per jaar. Kijk, het zat zo:

Twee jaar geleden gooiden we heel ons gazon open, en zochten van alle oude putten (2), van alle nieuwe regenputten (2), van de salamanderput (1), van de putten van de buren (2) en van de opgemetste natuurlijke bronnen (2) de herkomst, overloop en staat van verbinding. Dat deden we goed, want toen onze drainageman een stuk kluwen uit één van de gemetste putten trok, spoog die plots een halve tsunami omhoog, waarop het buurmeisje riep: ‘Hé, er staat plots geen 2 meter water meer in mijn kelder!”. Onze ondergrondse waterlopen waren dus in kaart gebracht, en onze vijver groeide aan.

Tot we deze winter een groeiende plas water in ons gazon ontdekten. Ter hoogte van één van de buizen.  Een drainagelek, concludeerden we al snel, wellicht ten gevolge van het verschuiven van de grond waardoor buizen soms niet meer zo goed op elkaar aansluiten.  We belden drainagespecialisten Martens, en lieten hen graven. En toen vonden ze dit:

Nu weet ik niet of je op de hoogte bent van hoe een drainagebuis er normáál uitziet, maar dat is dus een witte buis met kokosdraad errónd. NIET erín. Maar in ons geval was er 40 meter drainagebuis die vol zat met een combinatie van kokosvezel en wilgenwortel.

Zoals je ziet: nog niet eens zo’n hele fijne worteltjes ook. En lánge:

We hebben dus in totaal zo’n 20 meter wilgenwortel uit die buizen gehaald, verspreid over diverse stukken die er in nog geen 2 jaar tijd zijn ingegroeid. Oké, wilgen zoeken water, maar om dat dan in een drainagebuis te gaan zoeken. Zelfs de broers Martens hadden dat in hun toch al enige decennia durende werkervaring nog niet gezien.

Maar het minste dat we nu kunnen zeggen, is dat het water richting vijver wel weer zeer goed stroomt.

Maar ook: dat er weer een ganse ravage is achtergebleven in onze tuin.

En niet alleen ravage, maar ook nog eens 250 euro aan werkuren (die buizen zitten 5 meter diep, dat doe je niet zomaar met de hand) èn 175 euro aan nieuwe, speciale buizen, want we willen ons gazon (in de toekomst bessenpark) natuurlijk niet meer elk jaar opengooien. Dus krijgen we dit jaar nog steeds geen houten terras èn we kunnen weer grond egaal gaan trekken en wachten op een hersteld tuinleven.

En daar kan ik dus niet tegen. Want ik wil best wel geëmancipeerd zijn enzo, vlot multitasken, een soortement carrière opbouwen tussen de ideale gezinsmomenten door, en dan nog manhaftig verzaken aan allerlei idiote schoonheidsidealen ook. Maar als het op de tuin aankomt, dan wil ik een mietje zijn. Mijn tuin moet barstenvol leven en machineloos zijn. En als ik dan zo’n woestenij zie, voor het derde jaar op rij, dan wil ik snotteren als een kind. En dan wil ik een stevige schouder om op te huilen. En terwijl ik dat zo dacht, passeerde De Schouder zowaar net langs mij. En hij bekeek mij even van top tot teen, trok zijn wenkbrauw op en zei: “Ik stel voor dat je even naar binnen gaat en pas weer buiten komt als het over is.”

Schoon hé, de liefde?   😉

Read Full Post »

Het nadeel van ecologisch geïnspireerde blogs is dat we op een gegeven moment allemaal hetzelfde schrijven: de eerste bloei op het eind van de winter, de eerste zaai voor groenten in maart, en nu het Grote Maaimoment eind mei/begin juni. Ja, op de betere blog kon u al lezen hoe het moet, maar kijk eens hoe wij dat doen:

PICT0619

Met de zeis natuurlijk! Dat was, geloof me, geen makkelijke opdracht, en meneer en mevrouw onderdeappelboom waren beiden dankbaar dat ze elkaar regelmatig konden afwisselen.  Het feit dat een zeis bot wordt door hem te gebruiken was een dankbaar excuus om hem regelmatig eens op zijn kant te zetten, bij te slijpen, en steunend op de handgrepen een beetje bij te komen. Bij één van die Bekomt-en-Begint-Opnieuw-momenten stond ik zo’n beetje naar de vijver te turen, en was toch heel even overtuigd dat ik een zonneslag te pakken had: in plaats van 2 eenden, telde ik er plots 3. Even in de ogen wrijven, me ervan gewissen dat het geen weerspiegeling in het water was, en opnieuw kijken: jawel, een derde eend op onze vijver! En wat had die voor ons meegebracht?

PICT0629      PICT0636

 

 

 

 

 

 

Jawel, een hele reeks kuikentjes, volgens mij pas uit het ei gekropen! Nu hadden we af en toe wel eens wilde eenden zien landen op onze vijver, maar aangezien ook wel eens een reiger en een barberie komen aangevlogen, en we blijkbaar onder een trekroute van trekvogels wonen, stonden we daar niet al te lang bij stil. Maar meneer en mevrouw eend hebben blijkbaar meer gedaan dan pootje baden! Hoera natuurlijk! Maar wel grappig: dan denkt een mens zo diep na of kikkers en eenden wel te combineren zijn, dan geeft een mens 50 euro uit aan een koppel manegansjes, en komt er zomaar vanzelf een eend nest maken aan de vijver en brengt die nog eens 12 kuikentjes mee ook! Nu maar hopen dat ze lang blijven zitten! Met de manengansjes zijn ze alvast verbroederd (al wisten die even ook echt niet wat hen overkwam) En weet iemand of het waar is dat eenden terug komen naar hun broedplaats?
Maar terug naar ons werk dan maar: laat op de avond was 800 m² tegen de vlakte gezeisd. Nu nog alles oprapen, al dan niet tot hooi laten drogen, eventueel nog bloemen zaaien, enz. En in september opnieuw van datte? Daar moeten we ons nog even over bezinnen. Want zoals meneer onderdeappelboom in de loop van de namiddag zei: “Zeg, zijn we nu niet een beetje té authentiek bezig?”

PICT0640

Read Full Post »

De vijver, de vijver… Onze plannen waren mooi, maar de praktijk blijkt de fantasie al eens onderuit te halen. Want al had ik de koude februarilucht (of was het al maart?) en vooral de net opduikende brandneteltjes nog zo moedig getrotseerd om 20 mooie oeverplanten te planten, mijn (on)kruid had geheel andere plannen. Waar de aangeplante bloemen nog druk bezig waren met uitbreiden van wortelstelsel en voorbereiden op de groei, stond dat onkruid al helemaal gepakt en gezakt klaar om uit te breiden naar alle beschikbare regionen van de oever. Gevolg: van de totale begroeiing telde ik een kwart netels, een kwart ‘dokkestalen’ (wilde zuring?) en voor de andere helft boterbloemen, fluitekruid en koolzaad. Ons zwarte riet is ondertussen een bruine bodembedekker geworden, en van alle andere planten heeft maar 1 darmera peltata de plaats gehad om uit te groeien tot een bloem.

darmera peltata

 

Nu zijn we best te vinden voor een verwilderd stuk tuin, maar dan áchter de vijver, waar nog wel tussen de 5 en 10 are overblijft voor plaatselijke weidebloemetjes. Binnen de omheining van de vijver moeten echter eendjes komen, en die kunnen niet tegen kniehoge netels (al eten ze gelukkig wel de uitkomende jonge neteltjes op). Bovendien werden de schuin aflopende oevers ook min of meer ingepalmd door al dat woekerend groen, waardoor de vijver al gauw een vijvertjé zou worden. En dan heb ik het nog niet over het water zelf, dat langzaamaan aan het verdwijnen was onder kroos…

kroos

 

Voor dat kroos hadden we eerder al een schepnet gekocht in de gespecialiseerde totaalzaak met aanbiedingen die beginnen op woensdag (en uitverkocht zijn diezelfde woensdag rond 10u). Bijna 10 meter lang bleek dat schepnet toch nog redelijk kort, maar meneer onderdeappelboom heeft uiteindelijk alle kroos toch weggekregen (en we hopen van harte dat we geen kikkerdril of kikkervisjes hebben meegevist, want eigenlijk moet je dat in februari of begin maart al doen).

Voor het onkruid hebben wij: De Zeis. De hoofdletters staan er opzettelijk, want ik kan wel enkele boekdelen vullen over onze liefde voor de zeis en het zeisen. Toen we pas in ons huis woonden, zijn we de tuinravage eens met een bosmaaier te lijf gegaan. Oké, de netels waren weg, tot kort bij de bodem, maar de tijd die we ervoor nodig hadden was gigantisch, het lawaai ontzettend storend en enerverend, en je rug heeft daar ook al geen deugd van. Nee, geef ons maar een zeis. Ik kan hem nog niet zo vlot slijpen, en ik doe het nog niet zo efficiënt als meneer onderdeappelboom, maar beiden hebben we na enig zoeken nu toch de techniek beet waardoor wij op zomeravonden kunnen zeggen: ‘Weet je wat ik nu graag zou doen? Een uurtje gaan zeisen!’. Pure ontspanning!  ’t Was wel een beetje omslachtig om het gele lis te vermijden en op die schuine wanden doe je niet altijd wat je wil, maar als je weet dat er letterlijk metershoog onkruid stond, dan zie je toch resultaat:

zeis

 

Vanaf nu is het wachten op onze manegansjes. Ergens in Vladslo lopen een klein maneganskuiken-jongetje en maneganskuiken-meisje rond die voor ons zijn gereserveerd, maar we moeten nog even wachten tot ze groot genoeg zijn om bij hun ouders weg te kunnen. Binnen een week of twee zullen we ze wellicht mogen verwelkomen, en we moeten er dus eens namen voor zien te vinden. Onze nichtjes stelden Oscar en Pascalleke voor, maar dat pascalleke vinden we toch niet zo best. Eerder hadden we al een Rosa de Gans, dus  die naam komt niet meer in aanmerking. En we krijgen ook regelmatig bezoek van Henri de Barberie (met dank aan mijn mama voor de klinkende naam), dus dat kan ook niet meer. Alle andere suggesties zijn welkom!

Read Full Post »

Er zijn zo van die mensen die altijd maar op het laatst aan alles denken, en ik ben er één van. Koploper zelfs. Want nu zijn we al anderhalf jaar aan het denken aan welk soort beestjes we op het grasland rond de vijver zullen zetten, en ben ik nu pas op het idee gekomen mij eens af te vragen of dat wel zo goed is voor de kikkers en padden. De twee manengansjes die we zouden willen kopen, zitten dan wel weinig op het water, maar eten wel het gras (en netels!) kort. Maar waar moeten de kikkers zich dan nog verschuilen? En zullen ze onze bloemen en planten ook niet opsmullen? De echtgenoot bedacht ook dat kippen wellicht wel naar kikkers pikken, en de echtgenote zag in gedachten al hele regimenten kikkers en padden wanhopig tegen de omheining opspringen waar ze (in geval er kuikentjes komen) niet meer door geraken omwille van de gaasdraad (‘kiekegaas’, ‘ollekesdraad’, of hoe heet dat officieel?). Dan maar een mailtje gepleegd naar de hylawerkgroep van natuurpunt en terstond een antwoord gekregen. Dat het inderdaad ‘dingen zijn die toch eigenlijk niet te best samengaan’, en het dus ‘vaak een kwestie van kiezen of delen is’. Lap, daar gaan we: wééral kiezen. Maar ik wil het allemáál!

Read Full Post »

Sommige weekends zou je wel willen omarmen. Het voorbije weekend was er zo eentje: aangenaam warm, lekker geurend lentebriesje en enkel op zondagavond wat mini-dropjes regen. Ja, het zonnetje leek soms meer op ‘zie de maan schijnt door de bomen’, maar áls hij dan eens door de wolken heen brak, was het opperbest genieten. En werken geblazen natuurlijk. Hoera!
 
 
1) Update van de vijverbeplanting
 
Het was er nog niet eerder van gekomen te melden wat er bijgeplant is aan de vijver. Dat zijn eupatorium atropurpureum (7 stuks), darmera peltata (5 stuks) en veronicastrum (2 stuks). Dat zijn gecultiveerde cadeautjes van de milde schenkster die ons eerder al planten voor de gemengde haag bezorgde. Eupatorium en veronicastrum worden beiden erg hoog en hun paarsroze pluimen/aren zouden voor wat kleur moeten zorgen op de steile wand van de vijver. Darmera staat aan de waterrand omdat haar dikke (lees: loodzware) wortels de oevers goed vasthouden. Darmera groeit eerst met een roze bloem en krijgt pas na de bloei een blad. Het lijkt nogal op groot hoefblad., maar is het dus niet.
Daarnaast is er ook nog één plantje Phyllostachys nigra geplant. Dit is een bamboe-achtig riet met zwarte stengels. En eigenlijk vind ik dat het niet zou mogen planten, omdat het duidelijk niet inheems is (chinees) en door zijn grote woekergehalte de inheemse planten gaat verdringen. Anderzijds: het is een zaailingetje dat we zelf hebben uitgespit, en dat dus niet door middel van groot vrachtvervoer zeeën heeft vervuild. Bovendien is het bamboe en dus sterk. Als ik nu altijd de uitlopertjes uitspit en er de blaadjes van haal, dan heb ik mijn eigenste zelfgemaakte bamboestokken om kruisbessen en frambozen op te binden. Ecologische voetafdruk = nul. Nee?
Mocht je denken dat ik nu mijn ecologie helemaal overboord heb gegooid: deze planten beslaan misschien 2 procent van de oevers. Voor al de rest van de grond wil ik inheemse planten. Ecoflora, here I come!
 
2) Bomen
 
reinette-de-chenee2Op zaterdag togen we vol verwachting naar Boomkwekerij De Bock. Fruitbomen kopen! Na zorgvuldig wikken en wegen waren we tot een akkoord van 3 bomen gekomen. Meer exemplaren zou ons uitzicht misschien belemmeren, en een groot deel van de grond is eenvoudigweg te nat. Maar de romance van Sylvia en Jonathan, dat kon nog steeds! Helaas, van zodra de dame van de kwekerij de woorden ‘natte leemgrond’ hoorde, moesten mijn hooggespannen verwachtingen plaatsmaken voor zinsneden als ‘harde soorten’, ‘veilige keuze’ en ‘sterke rassen’. Daar gingen Sylvia en Jonathan, en in hun plaats kwamen Gloster, Reinette de Chênée (voor de appels) en Hedelfinger (voor de kers). Al goed dat de weg naar Mullem onderbroken was, of we waren in Kaffee In De Kroon ons verdriet gaan verdrinken. Verder alle lof voor de hulp van de mensen van De Bock. Zelfs in mijn verroeste wagentje hebben ze nog netjes plastic gelegd ‘om de zetels te beschermen’.
De bomen zijn met veel zorg geplant (danku eigenwijze boomplanter voor de goede instucties), de aarde rondom de wortels is goed losgemaakt, maar ik durf er toch niet vanuit gaan dat ze zullen pakken, laat staan dat ze het goed zullen doen, want de grond is toch wel heel erg zwaar.
 
3) Haag
 
Ze zouden in tuincentra geen catalogi mogen leggen. En als ze het wel doen, dan zouden ze van die zwarte vierkantjes over namen en kleuren moeten plakken. Foei, zo de mensen verlokken! Geheel tegen mijn vrije wil en bedoeling in stond ik daar plots buiten met nog 4 haagbeuken, 2 meidoorns en een eglantier. Dat komt er dus van hé. Ah, en dan ook die cornus nog. Maar die is geheel vanzelf in de auto gekropen, daar ben ik zeker van.
 
4) Omheining
paaltjes3Over het plaatsen van omheining hadden we heel wat onheilstijdingen ontvangen, en we verwachtten dan ook niet veel van ons simpele doe-het-zelf-grondboortje. Maar zie: voor we er erg in hadden, stonden al 3 palen recht! Dat was wel geluk hebben, want tijdens het volgende gat ontdekten we al weer dat er in België 50 cm onder het grondoppervlak bakstenen groeien en mochten zo regelmatig eens opnieuw beginnen. En sommige soorten grond (dikke leem, blauwachtige klei, enz.) krijg je dan weer nauwelijks van die grondboor af. Maar toch, met een schone duotaak voor echtgenoot en echtgenote stonden tegen zondagavond 30 paaltjes in de grond. Nog 8 te gaan en dan kan de omheining ertegen.
 
5) Tot slot
Nog eens 40 zaailingen van Helleborus uitgeplant. Als die het allemaal doen, heb ik binnen 3 jaar een winterbloei van jewelste!
lente1

 

(dat veiligheidslint ligt er van toen de plantjes nog maar nauwelijks boven kwamen en moest er voor zorgen dat we er niet per ongeluk met een kruiwagen vol brandhout overheen reden. Een mens vraagt zich af waarom het daar nu eigenlijk nog altijd ligt…)

Read Full Post »

Prutser (ikke)

Vanavond om 6u nog allerlei nieuw gekregen planten (waarover later meer) aan de vijver geplant. Slecht idee! Want

1) De oevers gaan bergaf (en een zwaar beladen kruiwagen ook)

2) als je enkele putten graaft, vervolgens je planten haalt, en dan je schop wil nemen voor de volgende reeks, zie je die NERGENS meer staan

3) als het nog schemeriger wordt, zie je ook je versgegraven putjes nergens meer en kan je helemaal opnieuw beginnen

4) je kunt geheel ongewild dikke kikkers uit hun winterslaap heffen (ik heb het beest teruggezet, maar toch)

Zie je hem?

Zie je hem?

Bij nader inzien eerder een pad...

Bij nader inzien eerder een pad...

 

5) de aarde in de late winter is nog verrekte koud om mee te werken maar de jonge neteltjes prikken al verrekte fel

Dan ga ik nu dus een beetje mokken om deze mislukte onderneming en zielig doen over mijn handen.

Read Full Post »

In onze tuin is niet alleen veel gedagdroomd, maar ook al hard gewerkt. Aan de vijver bijvoorbeeld. Bij aankoop van ons huisje waren we gezegend met twee diepe kuilen, waarvan de ene 5 meter diep was (en zo’n 10 op 20 meter groot) en vol stond met bramen, half opgeschoten populieren, en twee zieke meidoorns die helaas zijn moeten sneuvelen. Deze kuil is min of meer gedempt en moet in de toekomst bloemenweide worden. De andere kuil bevatte behalve modder en bladeren ook wat water, kikkers, salamanders en een hysterische gans. De gans is naar andere oorden verwezen, omdat ze de straat in het algemeen en ons in het bijzonder terroriseerde. Het water daarentegen heeft alle mogelijke kansen gekregen om uit te groeien tot een heuse poel, tot meerdere eer en glorie van het amfibieënrijk.

Over een ideale vijver valt veel te schrijven, en ik heb dat weer eens prachtig in paint-shop geillustreerd (niet dus, maar ik heb geen tijd om het fatsoenlijker te doen).

vijver-11

Eén algemene regel voor een goede poel: grilligheid. Een grillige oeverlijn, grillige overgangen van meer naar minder diep in het water en grilligheid (diversiteit) in de beplanting zowel in als buiten het water.

HET WATER

– De ideale vijver zou tussen de 50 à 250m2 groot moeten zijn. Maar laat het duidelijk zijn dat dit een oppervlakte is die een maximale diversiteit van dieren op het oog heeft. Ik heb al vijvertjes van 1 vierkante meter gezien waar ook jaarlijks een kikker naar toe kwam, en alle beetjes helpen natuurlijk (om van het plezier nog maar te zwijgen).

– De ideale diepte is 1,5 à 2 meter, maar dat is dan wel de diepte voor het allerlaagste punt. Het is erg belangrijk om traag aflopende oevers te hebben, omdat het water daar sneller opwarmt en de eitjes er dus beter kunnen ontwikkelen. Amfibieën leven tussen land en water, dus die zijn ook niet gebaat met een plotse plons in de Grote Diepte. Voorzie dus eerst een ploeterbadje, dan een Kleine Diepte, en dan pas de grote. Onze vijver is één keer uitgebaggerd om min of meer de juiste diepte te hebben. Ondertussen is de hoeveelheid water toegenomen waardoor we nu ook die traag aflopende oevers hebben.

– Het waterpeil: dat schommelt natuurlijk, maar het is zaaks een minimum te garanderen. Na een verrassende avonturentocht langsheen kapotte gewelfjes en stenen buizen in onze tuin hebben we uiteindelijk 3 natuurlijke bronnen en de overloop van twee regenwaterputten naar onze vijver kunnen leiden. Zelfs zo zakt het peil in de zomer nog, maar het verdwijnt tenminste niet. Bijkomend voordeel van dat permanent stromende water: het bevriest nooit helemaal in de winter, en daar zijn bepaalde kikkersoorten erg blij om. (welke soorten en dergelijke, dat laat ik aan de biologen over om uit te leggen)

DE OEVER

– Een grillige oever is het best. Op de illustratie staat de vorm van onze vijver, maar dat is eigenlijk nog te rond. Ik hoop er met planten hier en daar nog een knauw te kunnen aan geven. De vorm van een lotusblad is geen slechte vorm voor een vijver.

– Door de combinatie van oevervorm, planten en lichtinval creëer je een heel scala aan biotoopjes, kweekplekjes, paarzones en schuiloorden. Voor elke diersoort wat wils dus. Er wordt aangeraden om vooral aan de noordwestelijke zone een goede hellingsgraad te hebben. Door de natuurlijke glooiing van ons terrein is dat min of meer zo, al is de hellingsgraad noordoost iets groter.

– Salamanders zouden dan weer blij zijn met een kleine ophoging van modder langs de oevers. Ik heb de indruk dat planten en begroeiing daar eigenlijk van nature voor zorgen, maar je kan het ook opzettelijk gaan toevoegen natuurlijk.

DE PLANTEN

– Planten in het water zijn mooi, en ze dienen de beestjes. Sommige kikkers zetten er hun eitjes tegen af, andere gebruiken het dan weer om op te zitten en elkaar te beloeren. De juiste planten verdringen ook algen en houden het water zuurstofrijk.

– Op de schuine hellingen moeten ook planten komen, om de aarde van de oevers vast te houden en verzanding van de vijver te voorkomen. Vergeet geen houterige heesters. Een vijver in de buurt van een haag kan goed werken.

– Verder in de omgeving is lang gras belangrijk, want daar schuilen ze graag in. Een maailand in de buurt van de vijver is dus een aanrader. (Ik heb, o wee, ooit één kikker met de grasmachine tot moes vermalen…)

– Op het plannetje heb ik ook ‘de actieradius’ van sommige amfibieën genoteerd. Daar weet ik zelf niets van, dat leer ik uit ‘de boekskes’. Maar als je ziet hoever sommige dieren zich maar wagen, dan besef je beter hoezeer ze afhankelijk zijn van de planten in de directe omgeving van de vijver.

Rest mij nu nog de juiste planten te kopen, en daar is nog grote besluiteloosheid aanwezig. Maar ik heb nog wat tijd. Eigenlijk wou ik van die zuurstofplantjes kopen tegen het kroos, maar de laatste maanden zie ik maar heel weinig kroos meer op de vijver. Doodgevrozen, dachten we, maar ik lees dat kroos winterhard is? In de plaats van dat kroos zie ik wel een ander plantje (naast het gras dan), dat ik niet ken. Iemand die het wel weet?

waterplantje1

Read Full Post »