Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vogels’

Zwart op wit

Gezeten aan onze keukentafel kijkt iedereen dezelfde kant op: richting voederplank.

DSC_0608‘Een kraai komt alleen; kauwen komen in groep’, werd mij geleerd. Maar deze zwarte vogels komen in massale groepen, en zijn toch geen kauwen.

DSC_0611DSC_0610

Met excuus voor de slechte foto hierboven, maar zoals je ziet jagen ze de kleinere vogels niet weg.  Die vechten vaker met elkaar, doen daarbij eerst de kepen opvliegen, dan de vinken en als laatste pas de mezen. Daarna wisselen de troepen en komen de houtduiven, dan weer enkel mussen, een roodborstje, enkele merels en een lijster. Dan weer het zwarte geschut, dan komen de vinken als eerste terug, enz. Het winterkoninkje dribbelt er al eens tussen, en het fazantenpaar waarover ik op facebook al eens kond deed, komt ondertussen dagelijks langs. “Al goed dat het dit weekend geen vogeltelweekend is”, zuchtte meneer onderdeappelboom, kijkend naar het ontelbare vlieggeweld. Waarna we weer als een kind zo content uit het raam naar de voederplank zaten te gapen.

DSC_0604En zeggen dat al dit moois nu gaat smelten…

Read Full Post »

Knabbelaars

Ik kan helaas  soorten noch kwaliteitsfoto’s voorleggen zoals elders. Maar toch ben ik heel content, want er is eindelijk een roodborstje als vaste bewoner in onze tuin.

DSC_0918

En het is zelfs niet bang van de kippen!

DSC_0921

De mezen fourageren als vanouds. Zelden houden ze rust, lijkt het. Ik zie ze voortdurend van de ene uitvalsbasis naar de andere vliegen (van boom, naar haag, naar tak) en dan heel even knabbelen alvorens weer weg te vliegen. Ondertussen kijken ze schichtig om zich heen, en bijna altijd hebben ze mij en en mijn fototoestel gezien, hoe ver ik ook ven hen vandaan sta.

DSC_1013

De vinken (maar nu ik ze ‘vink’ noem, zullen ze wel weer ‘mus’ blijken te zijn’ ;-)) kunnen wel wat langer op hun plekje blijven zitten. Ik had ze zelfs nauwelijks gezien tussen de afgevallen bladeren.

DSC_0011

Wat je van de duiven dan weer niet kunt zeggen. Zij laten zich met plezier even zien, terwijl de mezen met opmerkelijke tegenzin de voederplank verlaten…
DSC_0984
en in het binnentuintje wat eten gaan zoeken.
DSC_0973

Ondertussen voel ik zelf ook wat fourageergedrag opkomen. Even zien wat er in de koekenkast te bikkelen valt 🙂

Read Full Post »

De goot

Wel ja, een goot dus, zoals u al las.

Maar de oudste zoon zei: “O, dat is mooi! O, ik zie dat echt graag. Amai, ik zie dat graag!”. En hij nam een stoel en bleef terstond een kwartier zitten kijken.

Read Full Post »

Ze wegen soms zwaar, die laatste loodjes van de winter, en niet alleen voor de mens. Ook de vogels moeten nog even doorbijten vooraleer het lente wordt. Want al fluiten ze ’s morgens al alsof het voorjaar al is aangebroken, toch valt tijdens de dag nog maar weinig te bikkelen. Zelfs onze pot voorjaarsbloeiers bood aan deze hongerige mus maar een magere troost.

Daarom wagen de vogels zich ook steeds dichter bij huis: op zoek naar die laatste rozenbottels, die verloren kruimeltjes, of natuurlijk ook gewoon de laatste vetbollen van het jaar.

Zelfs het winterkoninkje kwam even vanuit zijn schuilplaats tevoorschijn om te eten.

Dat niet alleen de vogels hun angsten in deze laatste koude weken opzij zetten, bewijst ook onze pluimstaart. Het was pas toen we al een half uur naar onze uitgebroken ‘kip’ zaten te kijken, dat we door kregen dat de kip een eekhoorntje was.

Meer dan een half uur zat het daar te knabbelen aan de eikels; en zelfs op zijn vluchtroute nam het nog even de tijd om mij uit te lachen omdat ik er niet in slaagde een scherpe foto van hem te nemen.

En terwijl ik naar boven staarde om te zien waar hij naar toe was, kwam hij me nog eens extra plagen door beneden aan de stam van koekepiep te doen.


Maar als mens heb je dan het voordeel dat je niet bij de pakken moet blijven neerzitten, maar gewoon kunt rechtstaan om aan de lente te beginnen. Ik weet het, er zijn zaaikalenders, teeltoverzichten en zelfs maankalenders, maar er is ook nog gewoon onze eigen kalender. En daarin was deze voormiddag tijd voor de eerste zaadjes, traditioneel door de kinderen uitgevoerd.

Als eerste de tomaten; struiktomaten dit keer, omdat die wellicht makkelijker telen in pot, en al bij al toch acht soorten.


In de kweekruimte staan sla, peterselie, basilicum en juffertje in ‘tgroen te wachten op de zon.


En in de berging liggen de aardappeltjes te wachten op hun eerste verschot.


Ja, ’t wachten weegt plots wat lichter nu…

Read Full Post »

Gek…

… hoe je in eerste instantie alleen maar takken ziet.

Terwijl die bij nader inzien volgepakt zitten met vogels…

En wat ziet mijn lodderig oog nog meer?

Plastic! Plastic ten huize onderdeappelboom gademme! De vervuiling van de wereld en de teloorgang van de beschaving doorgedrongen tot in mijn eigensten hof! Oooooooooooooooooh!

(PS : sorry, heel wat foto’s noodgedwongen van achter glas gemaakt)

(maar als je erop klikt zijn ze wel nog net ietsje beter…)

Read Full Post »

Dood vogeltje

Woensdagochtend, net voor vertrek naar school:

Zoontje onderdeappelboom: ‘O, kijk mama, een dood vogeltje!’.

Dochtertje onderdeappelboom: ‘Mag ik zien? Mag ik zien?’

Duw en trek voor het raam.

Dochter: ‘Oooo, een dood vogeltje!’

Zoontje: ‘Maar waarom is dat vogeltje dood?’

Mama onderdeappelboom: ‘Dat weet ik ook niet, jongen. Misschien was het vogeltje ziek. Of al heel oud; dan gaan vogeltjes soms ook dood.’ (het leek zo wreed om toe te geven dat het door onze ruiten komt…)

Dochter: ‘Maar kan het vogeltje dan nooit meer vliegen?’

Mama: ‘Neen kindje, het zal niet meer kunnen vliegen.’

Dochter: ‘Maar misschien moet jij het strijken mama? Misschien gaat het dan wel weer kunnen vliegen?’

Mama: ‘Neen kindje, dat gaat niet helpen. We zullen het vogeltje laten rusten, en straks als we terug uit school komen kunnen we het samen begraven.’

*

Die middag na de schoolbel; eerste vraag:

Zoontje: ‘Mama, waar is het dode vogeltje?’

Mama: ‘Het ligt nog thuis op de steentjes, jongen. We gaan het direct samen begraven.’

Zoon: ‘Ik denk dat het vogeltje ‘toenk’ tegen onze ruit gevlogen is!’

Mama: ‘Ja, dat denk ik ook.’

Dochter: ‘Nee, ik denk dat er een andere grote vogel is die onze vogel op de grond gegooid heeft!’

Bij thuiskomst wordt er ijverig mee gegraven voor een mooi kuiltje.

Samen leggen we het vogeltje erin.

Zoontje: ‘Nu is het vogeltje veilig hé mama, in de aarde?’

Mama: ‘Ja hoor.’

Dochter: ‘En nu kan het altijd bij ons blijven slapen.’

Zoon en dochter met ernstig gezicht in koor: ‘Oooo, lief vogeltje…’

Stilte.

Zoon: ‘En zijn dan nu de patatjes klaar?’

Read Full Post »

Dit is de voederplank. Leeg:

Dit is de grond onder de voederplank op exact hetzelfde ogenblik:

En het zijn er nog weinig; meestal tel ik er 30.

Waarom doe ik eigenlijk nog moeite?

Read Full Post »

Het blijkt nog maar eens dat een blog de realiteit niet weerspiegelt. Was dat wel het geval, dan zou hier namelijk al veel meer over het weer zijn geleuterd. Het weder, om het wat mooier te zeggen, met zijn onversaagbare tempeesten, zijn gesels van wind en striemen van schier eindeloze nattigheid. Níet over het weder met zijn bijtende koude en zijn diepgaande vries, want deze winter vindt blijkbaar dat hij ons vorig jaar al genoeg van die plezierige koude heeft geschonken en we het nu dus maar eens met een ver buiten zijn maand-einden uitdijende november moeten doen. Eén avond herinner ik me, begin deze week, dat het een hele dag droog is geweest en de lucht zo rond 8u ’s avonds eindelijk zo vrij van vocht leek te zijn dat we wel tot middernacht buiten hadden kunnen blijven om die plotse zeeën van zuurstof in te ademen. Allemaal inbeelding natuurlijk, maar met dat pak van regen weg leek de lucht plots onnoemelijk vrij en open te zijn.

Gelukkig zijn de beestjes er nog; die dwingen ons dagelijks buiten te gaan en te ontdekken dat het ook in regenweer deugddoend is om eens van bij de stoof weg te gaan. Omdat de hele regio hier ondertussen zompt alsof het een moeras was en we de schaapjes niet meer droog konden voederen, timmerde meneer onderdeappelboom een voederbak in elkaar. (Ik laat het schrijnwerk ondertussen wijselijk aan hem over). Dat scheen hen wel te bevallen.

(Toch een talent apart, denk ik, om een foto bij donker stormweer toch overbelicht te krijgen 🙂 )

De eendjes stellen het ook prima, en dat is niet moeilijk, want hun vijver is met een derde toegenomen, ondanks het feit dat één van onze bronnetjes de weg naar de drainagebuis niet meer vindt en ondertussen 10 meter vóór de vijver lustig uit ons gras opwelt.

Het water komt normaal tot even vóór die stok tussen die 2 biezen. (En 2 jaar geleden nog tot een meter daarvoor). Links op de foto zie je wat bamboestokjes. Daar zijn in het najaar allerlei ‘modderplanten’ gezet: planten die met hun voeten graag nat staan, maar voor de rest niet al te graag in het water zitten. Sja, die hebben hun zaakjes helaas niet meer op het droge…

De eendjes zelf doorstaan de kou alsof het niets was, slapen nog steeds op het water, en krijgen ook regelmatig gezelschap van een koppel wilde eenden. Hopelijk weer eendenkuikens volgend jaar (maar dan wel met een beter einde…)

Links zie je nog wat witte dovenetel bloeien, en rechts onderaan een ondergronds gangenstelsel dat door de eetlust van de beestjes is blootgelegd.

Verder moet je ook altijd een keer naar boven kijken, want er zijn méér vogels om je heen dan je wel zou denken.

Ik zou gedacht hebben dat ze net als de koeien met hun achterste naar de wind gingen staan/zitten, maar het blijkt net andersom: ze blikken in het oog van de storm.

En nu we toch over vogels bezig zijn, kijk eens wie we daar hebben:

En het zijn ondertussen echt wel hele zwermen koolmeesjes, die zigzaggend uit de lucht komen vallen en tot nog toe door merels en mussen met rust gelaten worden. De zonnebloemen zijn populairder dan de mezenbolletjes.  En verder passeerden ook al een winterkoninkje (‘een okkernoot met een pluimpje erop’, leerde ik hem ooit te herkennen) en ‘een ijsvogel’, zei meneer onderdeappelboom. Dat zou wel mooi zijn, natuurlijk. Meneer onderdeappelboom weet wel hoe die eruitzien, maar het ging blijkbaar zeer snel. ‘Het zal wel de specht zijn geweest’, dacht de papa van mevrouw onderdeappelboom. Maar het was een vogel met een mooi gekleurde (geel? oranje? lichtgroen?) borst, daar waren ze het er over eens. En zeldzaam, uiteraard zeer zeldzaam.

Read Full Post »

Een goede twee jaar geleden maakte ik voor het eerst een voederplank. Ik dacht dat dat niet moeilijk kon zijn, en probeerde het op een avondje klaar te spelen. Het resultaat was onwaarschijnlijk goed: elke zijde van het zadeldak golfde volgens geheel eigen breedtegraden naar beneden en maakte van het afdakje een peperkoekenhuisje van schoonheid in de bittere winterkou. Van de ruim 30 nagels die ik erin had geklopt, waren er toch wel 8 die ook echt een functie hadden en bijvoorbeeld twee stukken hout bijeenhielden. En door al dat overschot aan kromgeklopte nagels waren er ook legio mogelijkheden om bolletjes op te hangen. Bovendien: al wie via de tuin bij ons naar binnen kwam, had een grote grijns op zijn gezicht. Dat dat wel lollig was, vogels eten geven. Dan vraag ik je: wat kan je nog méér wensen van een voederplank? Het was dan ook des te treuriger toen hij dit voorjaar de geest gaf…

Vanzelfsprekend zou ik me ook weer geheel alleen aan een tweede poging wagen, en zou mijn voederplank-editie-2 een pareltje van jewelste worden. Bij Bart vond ik het hilarisch goede idee om van een wijnkistje een voederplank te maken, maar daar zou ik me dus niet aan wagen: míjn voederplank zou groter worden. En beter. Vééél beter 🙂 Wel…

Met het dakje ging het dit keer redelijk goed. Ik gebruikte weer restjes planken (van het kippenhok), maar het waren fatsoenlijke, en ik kreeg ze goed genageld. Daarna zaagde ik m’n eerst pootje op 45 graden. Dat zag er zo uit:

PICT0001

Niet zo erg, denk je; lijkt redelijk goed. Tot je dat onder je dak zet; dan krijg je een voederplank op bambi-pootjes.

Gevolg: wanhoop, want hoe zou ik dat terug goed krijgen? Wel, wat je in zo’n geval NIET doet, dat is wanhopen. En OOK NIET: het boek ‘klussen voor vrouwen’ kopen (de IDIOTEN!, alsof een boormachine plots achterstevoren draait als een vrouw hem vasthoudt, grrr). Nee, in zo’n geval roep je meneer onderdeappelboom. Die weet dat hij je niet mag helpen. Maar wel tips mag geven. En dan zegt hij: “Je moet een vierkant met een diagonaal tekenen. En dan moet je die lijn ook doortrekken op de zijkant.” Dat is dan zoiets: (de foto is flou, maar ons toestel is gevallen en ik kan niet meer checken hoe mijn foto’s eruitzien…)

PICT0002

Omdat een zaagblad een zekere dikte heeft, maak je de aanzet vervolgens met een ijzerzaag. Daarmee kan je exact het lijntje van je potlood of balpen volgen. Eens er een goede inkeping is, ga je verder met de handzaag (de zjef-zaag, voor brabanders). En hetzelfde geldt voor de hoeken van 90 graden, want anders zien die er al gauw zo uit:

PICT0005

Laat het dus duidelijk zijn: ik kan niet zagen. (Hoezo, je bent toch een vrouw? hahahaha! Jamaar, dat is omdat ik maar 4 hersencellen heb: 1 per kookplaat. Woehahaha!). Nagels slaan kan ik gelukkig wel, maar dat zat dan ook in de opleiding (tot schoondochter, want het is mijn schoonpapa die mij daar voor het eerst mee naar toe heeft genomen…)

Desondanks: ik wist niet goed hoe ik die paaltjes met hoeken van 45 graden in dat dak moest kloppen. Daarom heb ik op elk paaltje een paar kleine latjes van onze onderparket geklopt (what’s in a name; er ligt bij ons helemaal geen vloer bovenop – maar als je geen onderparket-restjes hebt, dan kan een spelletje Jenga ook dienen…). Dat zag er langzamerhand al wat beter uit:

PICT0008

Samen met de kinderen stak ik dan een paaltje in de grond en nagelde daar een grondoppervlak op (met restjes van de grenen vloer uit ‘den bureau’.  En daarop klopten we dan het afdak. En toen werd dat een soort van voederplank:

PICT0024

En het mooiste komt nog: nu staat dat daar al een week, inclusief mezenbolletjes enzo, en nu heb ik nog maar twéé keer een zwerm vogeltjes zien komen! En dat terwijl ik mijn kroost had warm gemaakt voor het klusje met de boodschap dat er dan héééél véééééél vogeltjes zouden komen…

Slechte, slechte mama!

Read Full Post »

Gisteren had ik toch graag een fototoestel gehad. Een goed. Met micro, en macro en de hele santeboetiek. En oog voor fotografie, ja, dat misschien ook 🙂 In elk geval: had ik met òns toestel een foto genomen, dan had je niet méér gezien dan een zeer grijze lucht met een heel vage streep erdoor. En als je heel goed keek: twee strepen. Maar dan had ik je er wel al op moeten wijzen.

In realiteit ging het als volgt: ik ga bij valavond nog even naar de dieren kijken en hoor vaag, in de verte, het gekwaak van eenden. Terwijl ik omhoog zoek waar die beestjes zitten, zwelt hun geroep langzaam aan, maar ik zie er geen enkele. Mijn vermoeden rijst dat het dit keer toch geen 2 wilde eenden of 4 vriesganzen zijn, maar ik vind ze niet. Tot ik het verstand heb wat hoger in het luchtruim te gaan kijken. En daar tekent zich een immense V met in elk beentje toch zeker 30 eenden af. En daarachter nog een V. Dubbel zo lang, lijkt het wel. En dan nog 4 kleine V-tjes. En elk van die benen en V’s gaat op geregelde tijdstippen uit elkaar om op andere plaatsen nieuwe V’s in nieuwe samenstellingen te vormen, gepaard met luid gekwaak en duidelijk coördinerende communicatie.

Meneer onderdeappelboom wordt er snel bijgehaald (de kleintjes lagen al in bed) en terwijl de eerste vier V’s langzaamaan in de ondergaande zon verdwijnen, komt er een nieuwe sliert zwevende V’s boven het dak uit, terwijl het gekwaak stilaan zo luid geworden is (ondanks de grote hoogte van hun vlucht) dat we elkaar nog moeilijk kunnen verstaan. Minstens 200 eenden verdwijnen zo gracieus richting zuidwest aan de hemel.

Toen de notaris bij het voorlezen van onze verkoopacte met nadruk meldde dat we onder een trekroute van vogels wonen en dat daar bij verbouwingsplannen en dergelijke meer rekening mee zou worden gehouden, klonk dat – in dat financiële kader van lederen fauteuils en geparfumeerde mannen – als een onnozele grap van een notariaatsmedewerker.  Ondertussen weten we dus aan den lijve wat ermee werd bedoeld.

Read Full Post »