Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘werk’

Er zijn nog altijd mensen die deze blog bezoeken. Diehards, ongetwijfeld. Of verloren zielen die in de ondoorgrondelijke wegen van het internet per ongeluk op deze pagina’s verzeilen, terwijl ze eigenlijk een gedicht van Kopland zochten, of informatief advies over de aankoop van appelbomen wilden vinden. Helaas, ze zijn eraan voor de moeite.

Ze zijn met niet veel meer, die bezoekers, en dat is in alle opzichten logisch: het blogtempo is hier minstens gehalveerd, om niet te zeggen gevierendeeld. Hoe, wat en waarom? Daar is maar één antwoord op: de job. De tuin blijft even leuk. Het huishouden, de kinderen, de hobby’s, allemaal even aantrekkelijk. Maar in de job is iets veranderd. Zoals we het laatst aan de ouders van mevrouw onderdeappelboom vertelden: toen we dit huis kochten; toen we deze tuin aankochten; toen we beslisten om drie kinderen te hebben: toen waren we werknemer. En vandaag de dag zijn we manager. Op verschillende niveaus en van verschillende aard, en lang niet zo belangrijk als het woord klinkt (in mijn geval), maar qua tijdsbesteding niet anders. Thuiswerk is niet meer gelijk aan thuis werken tijdens kantooruren, maar is gelijk aan ’s avonds nog een uur of twee mails beantwoorden en vergaderingen voorbereiden. Weekends bestaan voor minstens één halve dag uit het opvolgen van werk uit de werkweek. En daarnaast is er dan nog het wakker liggen van fouten, onzorgvuldigheden (vaak precies omdat je ’s avonds zo laat nog aan het werk bent geweest). En tuinieren, laat staan bloggen over tuinieren, is daar op dit moment moeilijk in in te passen.

De job is leuk. Bijzonder leuk. Ik heb het buitengewone voorrecht om in de voetsporen van een aantal mensen te mogen meelopen; op dit ogenblik iemand die vrij hoge toppen scheert precies door anderen voortdurend kansen, ruimte en mogelijkheden te bieden. Zo’n mensen zij vrij uniek. Ik herinner mezelf er voortdurend aan wat een buitenkans het is om dit te kunnen observeren, en ben onafgebroken als een spons in de weer. Ik steel. Met mijn ogen. Met mijn oren. Met de zintuigen der diplomatie die mij vreemd waren maar zich in een nieuwe constellatie openbaren. Ik besef dat ik in de laatste acht maanden al meer geleerd heb dan in de voorbije acht jaar, en dat het kennis is die ook ver buiten de job van belang is. Aan de schoolpoort, in het gezin, in het leven en zijn sociale stelsels tout-court. En daarom wil ik er ook al die tijd aan besteden.

Tezelfdertijd weet ik heel goed: het is maar een job. En het kan niet blijven duren. Eén blik op de tuin, en de constellatie der sterren valt weer volledig in haar vorige plooi: ik wil die tuin in. Het hart dat hunkert, en de zich instant ontwikkelende wortelstelsels die voeten en handen de natuur in trekken. De boeken die gelezen moeten worden, de recepten die ik wil koken, de bedenkingen die ik op mijn blog zou willen zwieren. En mijn immer prachtige foto’s uiteraard 😉

Daarom is het goed dat we de job regelmatig uit ons leven verbannen. Af en toe blijven de laptops ’s avonds helemaal dicht. Soms checken we een dag lang geen mail. Op zondagochtend hangen we uren in pyjama rond. En elke zondagavond vragen de kinderen: “Gaat het weer zo heel gezellig zijn straks?”

DSC_0694 DSC_0697

Het was gezellig, denk ik. En lekker. En heel leuk, en babbelrijk, en giechelend. En de volgende keer ga ik die tuin weer in. En kom ik hier over de tuin schrijven. Eerstvolgende bericht. Beloofd.

Read Full Post »

De werkdag

Het mooie aan een lange vakantie is dat je in een staat van tijdloosheid geraakt. Ontbijten en avondmalen zijn niet meer aan uren gebonden; uren maken plaats voor het meten van warmte en de plaats van de zon; namen van de dagen worden genoegzaam vergeten, en weken worden wezenlijk eindeloos. Maar vakanties eindigen. Altijd. Ooit. Zo ook voor ons, op zondagavond rond 23u waarop we agenda’s openden, noodgedwongen in mailboxen piepten, en de komende week verdeelden in shiften voor hem en voor haar. Behalve het groot verlof zijn ook het aantal dagen waarop je kinderen in de vakantie van hot naar her moet sleuren in een poging om eind augustus een staat van ontspannenheid te bereiken redelijk eindeloos. Maar onze zaakjes waren geregeld: het kleinste appeltje kon terug naar de onthaalmoeder, en de oudste onderdeappelboompjes waren bij de grootouders langs mijn kant ondergebracht. Op dinsdagavond zou ik ze daar ophalen en op woensdagochtend zou meneer onderdeappelboom hen doorvoeren naar de grootouders langs zijn kant. Zo was de week waarin onze provinciestad geen opvang organiseert wegens kermisweek toch overbrugd.

Maadagochtend, 4u, worden we wakker gebeld. Oma laat weten dat dochter onderdeappelboom een astma-aanval heeft (het is niet echt astma, maar laat het ons daarop houden) en is een beetje ongerust. Ik probeer gerust te stellen, geef uitleg over puffer en aerosol, en ben verrassend goed in druppels, mg en namen van medicijnen voor slecht 4,5 uur slaap op de teller. Oma belooft terug te bellen als ze ongerust blijft, wat een slechte afspraak is van mij, want zo blijf ik liggen wachten op een telefoontje dat niet komt.  Als ik tegen 5u toch in slaap dreig te vallen, begint de gsm van meneer onderdeappelboom op de vensterbank te dansen; een geheel eigen manier van wekker zetten die perfect werkt (al overweeg ik hem zo’n appje cadeau te doen waarbij je eerst een wiskundig raadsel moet beantwoorden voor hij stopt met rinkelen :-)).  Eén van ons beiden begint de werkdag altijd zo vroeg mogelijk en werkt dan bijvoorbeeld van 7u tot 15u30, om tegen 16u30 aan de schoolpoort te kunnen staan. De ander brengt de kinderen tegen 8u30 naar school, en werkt dan van pakweg 10u tot 18u30. Ja, de kinderen zien mijn echtgenoot vaker dan ikzelf, maar in ruil daarvoor moeten ze maar minimaal naar de buitenschoolse opvang, een fantastische maar tezelfdertijd door mijn moederkloekenhart verwenste uitvinding.

Aldus raakt iedereen uiteindelijk op zijn werk en bij de onthaalmoeder en begin ik tegen 10u met het wegwerken van 500 maitljes, peanuts tegenover andere jaren; ik heb duidelijk verlof genomen op een ogenblik dat de rest van de wereld dat ook deed. Om 12u en om 14u blijk ik een vergadering te hebben. Vergaderingen zijn bijna dagelijkse kost voor het werk dat ik doe. Het nadeel is dat ze meestal tot nog meer gemail leiden; het voordeel ervan dat ze ook al eens tot beslissingen leiden. In het algemeen zijn er twee types vergaderingen: deze waarbij alles perfect is voorbereid, het verslag nauwelijks van de eerder opgemaakte agenda verschilt, en heel veel knopen worden doorgehakt. In het andere type vergadering hangt één en ander af van de inspiratie van het moment en is een resultaat veel minder gegarandeerd. Maar die tweede categorie is vaak wel leuker om bij te wonen. Gelukkig krijg ik van elk type vergadering één vandaag. De eerste efficiënt, de tweede met meer horten en stoten richting beslissing. Wat ikzelf voor zo’n vergadering doe, hangt sterk af van de voorzitter van de vergadering waar ik mee samenwerk. Er zijn vergaderingen waarbij ik nauwelijks meer doe dan notities nemen, andere waarbij ik regelmatig geconsulteerd wordt, en nog andere waarbij ik zelf quasi de leiding heb. En zo hoort het ook: ik werk dan wel voor de academische wereld, maar behoor er niet toe. De kennis en ervaring zit bij de academici zelf. Mijn taak is alleen om op te volgen, coherentie te verzekeren, en vragen te stellen: ‘weten jullie dat daar ook al zo’n initiatief bestaat?’ ‘heb je rekening gehouden met het feit dat je hier een eerdere beslissing tegenspreekt?’ ‘zouden die punten niet ook behandeld moeten worden,’ ‘wat vind je van dit en dit alternatief’, enz. De beslissingen zijn hun beslissingen, maar vanop de zijlijn zie je de dingen anders dan de mensen die er midden in staan, en dat blijkt vaak erg nuttig.

Ergens tussen vergadering 1 en 2 in (waarop ik overigens wonderwel wakker blijf ondanks de weinige uren slaap) is er een sms. De onthaalmama blijkt onverwacht ziek geworden te zijn en moet de opvang voor de rest van de week sluiten! Ik sms meteen de echtgenoot: ‘bel babysit voor di-woe-do – uitleg volgt’. Een minuut later een sms van de echtgenoot: ‘ze kan niet’. Sms terug: ‘zoek oplossing voor morgen aub – ben in verg’. Mijn gesms zal geen bijster professionele indruk geven, maar de deelnemers aan de vergadering zijn in een overleg gewikkeld waarin ik moeilijk kan onderbreken om te zeggen dat mijn jongste zoon geen opvang heeft morgen.  Dan een sms van meneer onderdeappelboom terug: ‘mijn pa komt morgen’. Dat dan toch al! (Later blijkt dat we geen andere opvang voor de andere dagen vinden, en moeten we beiden elk een dag spoedverlof aanvragen; nooit leuk, al raken onze tomaten dan eens opgebonden en de bessen gesnoeid).

Tegen 17u30 ben ik al 400 mails door (geen rekening houdend met de 30 nieuwe die erbij gekomen zijn – de hele wereld is ook terug uit verlof nu…). Dat is het voordeel als je achterloopt met e-mailverkeer: op den duur beantwoorden de berichten zichzelf wel 🙂 Oma antwoordt ook nog eens op mijn sms dat alles weer ok is met de dochter.

Op automatische piloot rijd ik van het werk rechtstreeks naar het stadpark/bos en loop daar tot mijn verbazing voor het eerst drie toertjes ipv de gebruikelijke twee. Meteen een kwartier extra gelopen (en ik houd sindsdien de 3 toeren met gemak vol :-)), en dat ondanks de weinige slaap en het ongezonde eten (lees: een twix en een doosje cecemel) dat ik om 16u nog naar binnen gooide! Maar het lopen doet goed . Het is dé plek waarop ik de dingen kan overdenken en waar de meeste tekstjes vorm krijgen. Hoe lang ze ook zijn, na een avondje joggen krijg ik ze probleemloos op papier.

Wanneer ik iets na 20u thuis kom, blijkt het jongste appeltje nog stralend wakker. Dus lezen we na mijn douche nog even boekjes en maken we puzzeltjes, steken we een paar ikea-schuifjes in elkaar voor het bureautje van dochter onderdeappelboom, profiteren een beetje van de exclusieve aandacht (hij dan 🙂 ) terwijl broer en zus er eens niet zijn, en wanneer het kleinste appeltje om 21u uiteindelijk besluit naar zijn bedje te willen, ploffen we in de zetel en beseffen plots: honger! Geen van beide heeft ook nog maar de geringste zin om eten te maken, maar gelukkig biedt onze diepvries standaard plaats voor het weldadige koninkrijk van dokter Oetker. Dat ook ons flessenwater op blijkt te zijn, is evenmin een probleem: de gedeelde karmeliet smaakt uitstekend. We passen onze weekplannen nog eens aan de nieuwe omstandigheden aan, beantwoorden allebei enkele mailtjes, en struinen tot slot nog eens door facebook en de standaard online. We verzaken ostentatief aan de lonkende mand was (strijk mij! strijk mij!,), het gazon (ik ben veel te lang!) en de vloer (red mij snel met een schuurborstel of dweil!). De overgang van vakantie naar werkleven moet nu ook weer niet al te heftig zijn. Of was het dat al?

En dan is het weeral 23u, moet de broodmachine worden ingesteld, vaatwas uit en ingeladen  (nachttarief bij ons),  en ontbijttafel klaar gezet (binnenkort ook weer boekentassen en brooddozen klaar zetten, zwemkalender checken, turnpantoffels kwijt zijn, en zien of er geen briefjes opduiken met ‘u mag morgen een klein plat kussentje meegeven’…) en tot slot: de wekker gezet. Om 5u50. Morgen is het mijn beurt om vroeg te beginnen werken.

Deze ‘werkdag’ kadert zowaar in een idee voor mijn echte werk. Dit is een test: heeft iemand er iets aan te lezen hoe andermans dag eruitziet? Is dat niet oeverloos saai? Zijn er dingen die er teveel of te weinig in staan? Krijg je zin om zelf ook eens je werkdag neer te pennen? Alle reacties van harte welkom!

Read Full Post »

Tussen negen en tien

Onder de appelboom. Zo heet deze blog natuurlijk niet voor niets. Het heeft behalve met een inval van het moment ook veel te maken met dat ene gedicht van Kopland. Niet alleen omwille van de bewondering voor zijn poëzie, maar ook en vooral om de bewondering voor het uur. Dat avonduur, zo tussen negen en tien ’s avonds in de zomertijd.

Sinds we kinderen hebben ontdekte ik dat ik niets leuker vind dan hun ravage buiten opruimen, wanneer iedereen allang naar bed is, of terwijl meneer onderdeappelboom eventueel nog met potten en pannen aan het rommelen is in de keuken. Het verzamelen van al de kleine prutsen die zich in de loop van de dag over het gazon hebben verspreid. De zandbak afdekken. Het badje wat proper maken. Kleren en sandalen en drinkbekers en kinderstoelen naar binnen brengen. Werkgerei terug naar de schuur dragen en de parasol toevouwen op het terras.

Het is iets met de stilte. Hoe de wind in die ogenblikken altijd even gaat liggen en alle grassen en bloemen roerloos rechtop staan in de avondzon. Hoe mussen en andere vogels nog snel alles willen vertellen wat ze in de loop van de dag vergeten waren te zeggen en de merels hun tai chi komen oefenen op het gazon.

In diezelfde ogenblikken ga ik tegenwoordig onkruid wieden. Vroeger werkten we eerst en aten daarna nog samen. Maar tegen die tijd was het al te koud en te donker voor een gezellige maaltijd op het terras, tijdens die enige twee avonden per week dat geen van beide iets te doen heeft en we eindelijk eens samen kunnen zijn. Nu eten we eerst en ga ik daarna nog even de moestuin in tot het te donker is om het verschil tussen zaaigoed en onkruid te zien. De kikker komt dan even piepen van achter de courgetten. De wilde eenden landen op de vijver en snateren van pret. Ik eet de eerste aardbei uit eigen tuin die tussen negen en tien nog zoeter smaakt dan midden op de dag. En terwijl mijn huid langzaam koud wordt van het invallende avondvocht voel ik tussen mijn tenen (niets leuker dan wieden op blote voeten) nog de warme aarde van de zon tijdens de dag.

Dat lukt niet altijd. Soms was de werkdag te lastig of van dien aard dat we alleen voor de tv willen hangen. Maar na een leuke werkdag als vandaag,  trek ik steevast nog even de tuin in voor mijn portie wieden en zaaien.

Als het echt zo donker is geworden dat mijn ogen pijn doen van het staren, hang ik de was nog op. Die hangt dan als een eerbetoon aan de zwaartekracht even roerloos als  de bladeren van de bomen naar beneden. Tegen de tijd dat ik normaal  ’s morgens een ogenblik vrij vind om de was op te hangen, is dat avondlijk wasgoed al voor de helft droog.

En zo voel ik mij dan thuis. In mijn onkruidweelde. Ergens ’s avonds tussen negen en tien.

Read Full Post »

De nadruk ligt op ‘doen’, en niet op ‘dat’, voor de slecht-menende zielen onder jullie die de originele vraagstelling graag verkeerd begrijpen 🙂 (hoewel, medunkt dat die andere vraag ook niet helemaal naast de kwestie zou zijn in onderstaand stukje, maar zover gaan we het niet drijven ;-))

Sinds deze week mag ik mezelf terug tot de werkende vrouwen rekenen. Of nee, zoals een vriendin het zo mooi zei: tot de job-uitoefenende vrouwen, want werken doet een huisvrouw ook (méér zelfs, als je het mij vraagt). En aldus is geschied wat velen onmogelijk leek: uit werken gaan met 3 kinderen. En er nog een soortement van vrije tijd op na houden. En de tuin niet negeren (dat is nu natuurlijk wel makkelijk praten, aangezien het seizoen er net op zit). Quality-time met de kinderen creëren. En groenten kweken.  “Wanneer doen jullie dat nog?” vragen familie en kennissen dan meestal met grote ogen. Waarop ik dan zo serieus mogelijk zeg: “Wij zijn het toonbeeld van de hedendaagse normverlaging. Wij laten alles verloederen. En ofwel is ons huis proper, ofwel onze tuin, maar nooit allebei. ” Waarop de vraagsteller dan wat schaapachtig staat te lachen, want een niet-proper huis klinkt hem maar angstwekkend in de oren. En hoe dat dan concreet in zijn werk gaat? Ewel, zo:

– 4 uur per week komt een poetsvrouw langs. Ten gevolge daarvan poets ik nooit meer. Natuurlijk vegen we wel de gemorste as van de houtkachel op, kruipen we onder tafel om daar het slagveld van gevallen rijstkorrels en pasta te beteugelen, en nemen we eens een dweil als er een glas wijn of bekertje melk wordt omgekieperd. Maar echt stoffen, dweilen of schuren doe ik nooit meer. Is het dan vuil bij ons? Ach, ’t kan properder, maar ik denk dat het leefbaar is (vraagt ze nu aarzelend aan de op bezoek-gekomen bloggers 🙂 (wel beoordelen op het ogenblik dat je binnenkwam, niet nadat 20 paar natte voeten hadden rondgelopen 🙂 )

– Opruimen: de moeder van mevrouw onderdeappelboom zal jubelen dat het mantra eindelijk is doorgedrongen: ‘alles op z’n plaats en een plaats voor alles’. We leren het met vallen en opstaan. Maar alleen door consequent op te ruimen lukt het de poetsvrouw om in 4 uur te doen wat ze doet en is het huis ook op andere dagen toonbaar.

– Ander huishoudelijk werk: ramen wassen zichzelf (één keer per jaar krijgen ze ook mijn spons te zien), strijken is minimaal (zeker niet de gemiddelde 2,5 uur per week die een onderzoeksbureau berekende; en ware het niet dat ik mannen graag met hemden zie, de strijktijd ware nog korter geweest!), kleine prul (sokjes, washandjes, enz.) gaat in de droogkast (de tijdswinst daarvan weegt niet op tegen het ecologisch nadeel) en de vaatwas draait overuren.

– Mevrouw onderdeappelboom werkt 4/5de. Maar dan werkt de onthaalmoeder ook niet, dus de mogelijkheden van die dag zijn beperkt. Toch wordt dan steevast naar de supermarkt gegaan, wat ons het aanschuiven  in de drukte op zaterdag bespaart.

– Verder: ORGANISATIE: Elke zondagavond zitten meneer en mevrouw onderdeappelboom met hun laptops in de zetel en bespreken wie wanneer vergaderingen heeft en wie op welke ogenblikken de kinderen brengt en haalt naar school. Eén iemand vertrekt dan om 6u naar zijn werk, de ander werkt tot 18u ’s avonds. Door die strakke organisatie lukt het om tijdens die week ook 3 zwemtrainingen voor meneer onderdeappelboom en één looptraining voor mevrouw onderdeappelboom in te voeren (we gaan dan rechtstreeks van werk naar sportactiviteit). In het weekend krijgen we zwempret voor de kinderen, tekenles en volleybal gewurmd, en gaan we beiden nog eens lopen. En zondagnamiddag is sowieso voor de kinderen gereserveerd: wandelen, spelletjes doen, enz.

De hobby’s zijn ook afgestemd op chronisch tijdgebrek. Mevrouw onderdeappelboom is in haar eerste jaar al gestopt met deeltijds kunstonderwijs (9 uur per week) wegens onhoudbaar in tijden van verbouwingen en kinderen. Ook muziekinstrumenten worden iets te veel genegeerd (gelukkig vragen de kinderen vaak of ik nog eens contrabas of dwarsfluit voor hen wil spelen; piano en didgeridoo doen ze zelf wel :-)). Lezen doen we alleen nog op de trein, en bloggen gebeurt tijdens de middagpauze en ’s avonds. Er is geen sprake van dat ik het bloggen zou opgeven 🙂

– Weekmenu: ik ben er eindelijk voor bezweken. Maar dan niet de resto-versie van madame zsazsa, maar de bescheiden ‘ik-kook-terwijl-3-kinderen-honger-hebben-en-moe-zijn’-versie. Dat wil zeggen: vlees en veggieburgers die snel bakken (bijvoorbeeld geen stoofvlees, wel worst), groenten die zoveel mogelijk bereid zijn (bijvoorbeeld rode kool en geen bloemkool met kaassaus) en één avond spaghetti. Die groenten worden in de zomer uit de tuin gehaald, bereid, en ingevroren.  Idem voor spaghettisaus en soep. Het menu plannen op voorhand maakt dat we ’s avonds niet staan te sukkelen met bevroren vlees of saus. En in het weekend is er dan tijd voor uitgebreide gerechten, samen pizza maken, taarten bakken, enz.

– Wat nog? Aha: voorbereiden: elke avond wordt de ontbijttafel gedekt en worden boekentassen en luiertas klaargezet. Kleertjes liggen klaar met schoenen erbij (en de onderdeappelboompjes doen die ondertussen gelukkig netjes zelf aan).

– En bovenal uiteraard de normverlaging: groenten groeien ook tussen (een beperkte vorm van) onkruid en van wat binnengewaaide bladeren gaat niemand dood. (waarmee ik bedoel dat ik ze buiten niet opkuis, binnen wel :-))

En dan heb je zo’n prachtig schema. En dan wordt er een kindje ziek. Of is de onthaalmoeder afwezig. En wil de jongste borstvoeding net als je het vlees in de pan gegooid hebt of de taart uit de oven had moeten halen. Of mis je de trein. En dan is het compleet om zeep 🙂

Maar zo doen wij het dus. En omdat er al lang geen stokjes meer rondgevlogen zijn, en het er nochtans de tijd van het jaar voor is, vraag ik het ook eens aan jullie, om hier of op eigen blog te beantwoorden: hoe regelen jullie het allemaal?

Read Full Post »