Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘winter’

Afgaande op wat ik lees bij collega-bloggers (nu ja, collega: zij bloggen; ik lees hun blogs ;-)) en elders in papieren en virtueel letterland zijn er heel wat mensen die ervan uitgaan dat ons nog een streepje strenge winter staat te wachten. Mij niet gelaten; ik zou heel graag nog even de vrieslucht ervaren die er tot nog toe niet of nauwelijks was. Tot dan lijkt de tuin zich toch ook maar aarzelend over de lentestreep heen te laten trekken.

DSC_0807

Dat de sneeuwklokjes boven staan, hoeft weinig verwondering te wekken in deze tijd van het jaar. Ook bloeiende rozen zijn normaal. Maar zo afgeladen vol met knoppen als ze vandaag staan, heb ik het nog tijdens geen enkele januarimaand gezien. En nieuwe blaadjes maken ze normaal maar eind februari (de rozen die ik staan heb, tenminste). En kijk:

DSC_0813

Sommige bolgewassen springen letterlijk van vreugde uit de grond (slechte foto)…

DSC_0820En bij de helleborussen is er een kleine klimaatverwarring waar te nemen. Want terwijl de witte zich momenteel nog maar statig uit de grond rolt (normaal voor deze tijd van het jaar)…

DSC_0819

Hebben de paarse hun vol ornaat al aangetrokken (waar ik dat anders maar eind maart zie).

DSC_0817

Tijd voor een dagje verlof, medunkt, om eens in de tuin te vliegen en meer van dat schoon te bestuderen…

Read Full Post »

Zwart op wit

Gezeten aan onze keukentafel kijkt iedereen dezelfde kant op: richting voederplank.

DSC_0608‘Een kraai komt alleen; kauwen komen in groep’, werd mij geleerd. Maar deze zwarte vogels komen in massale groepen, en zijn toch geen kauwen.

DSC_0611DSC_0610

Met excuus voor de slechte foto hierboven, maar zoals je ziet jagen ze de kleinere vogels niet weg.  Die vechten vaker met elkaar, doen daarbij eerst de kepen opvliegen, dan de vinken en als laatste pas de mezen. Daarna wisselen de troepen en komen de houtduiven, dan weer enkel mussen, een roodborstje, enkele merels en een lijster. Dan weer het zwarte geschut, dan komen de vinken als eerste terug, enz. Het winterkoninkje dribbelt er al eens tussen, en het fazantenpaar waarover ik op facebook al eens kond deed, komt ondertussen dagelijks langs. “Al goed dat het dit weekend geen vogeltelweekend is”, zuchtte meneer onderdeappelboom, kijkend naar het ontelbare vlieggeweld. Waarna we weer als een kind zo content uit het raam naar de voederplank zaten te gapen.

DSC_0604En zeggen dat al dit moois nu gaat smelten…

Read Full Post »

Ze wegen soms zwaar, die laatste loodjes van de winter, en niet alleen voor de mens. Ook de vogels moeten nog even doorbijten vooraleer het lente wordt. Want al fluiten ze ’s morgens al alsof het voorjaar al is aangebroken, toch valt tijdens de dag nog maar weinig te bikkelen. Zelfs onze pot voorjaarsbloeiers bood aan deze hongerige mus maar een magere troost.

Daarom wagen de vogels zich ook steeds dichter bij huis: op zoek naar die laatste rozenbottels, die verloren kruimeltjes, of natuurlijk ook gewoon de laatste vetbollen van het jaar.

Zelfs het winterkoninkje kwam even vanuit zijn schuilplaats tevoorschijn om te eten.

Dat niet alleen de vogels hun angsten in deze laatste koude weken opzij zetten, bewijst ook onze pluimstaart. Het was pas toen we al een half uur naar onze uitgebroken ‘kip’ zaten te kijken, dat we door kregen dat de kip een eekhoorntje was.

Meer dan een half uur zat het daar te knabbelen aan de eikels; en zelfs op zijn vluchtroute nam het nog even de tijd om mij uit te lachen omdat ik er niet in slaagde een scherpe foto van hem te nemen.

En terwijl ik naar boven staarde om te zien waar hij naar toe was, kwam hij me nog eens extra plagen door beneden aan de stam van koekepiep te doen.


Maar als mens heb je dan het voordeel dat je niet bij de pakken moet blijven neerzitten, maar gewoon kunt rechtstaan om aan de lente te beginnen. Ik weet het, er zijn zaaikalenders, teeltoverzichten en zelfs maankalenders, maar er is ook nog gewoon onze eigen kalender. En daarin was deze voormiddag tijd voor de eerste zaadjes, traditioneel door de kinderen uitgevoerd.

Als eerste de tomaten; struiktomaten dit keer, omdat die wellicht makkelijker telen in pot, en al bij al toch acht soorten.


In de kweekruimte staan sla, peterselie, basilicum en juffertje in ‘tgroen te wachten op de zon.


En in de berging liggen de aardappeltjes te wachten op hun eerste verschot.


Ja, ’t wachten weegt plots wat lichter nu…

Read Full Post »

Ten huize onderdeappelboom werd reikhalzend uitgekeken naar de sneeuw. Vrijdag rond 15u vernamen we dat het in West-Vlaanderen al aan het sneeuwen was, en op verzoek van de onderdeappelboompjes, beloofde oma om de sneeuwvlokken samen met opa in onze richting te blazen.

En jawel, nauwelijks een kwartier later viel ook uit onze lucht het eerste pluizige wit. Met luide kreten moedigden we de wolken aan, en weldra was een heuse sneeuwbui ons deel. “De tafel is al wit”, schreeuwden de onderdeappelboompjes! “De sneeuw blijft liggen op het gras!”. En toen het korte tijd later donker was, konden ze naar bed met de opwindende gedachte dat er een weekend lang in de sneeuw zou kunnen worden geravot.

Dat de sneeuw de volgende ochtend allerminst bleek te plakken (ze viel integendeel als poedersuiker tussen je vingers door) kon hen allerminst teleurstellen. Want behalve sneeuw, was er immers ook ijs!

“Je kunt altijd eens navragen bij de provincie waar je kunt gaan schaatsen”, wist men de avond tevoren te melden in het Journaal. Maar daar moesten wij eens goed mee lachen. Wij hebben immers dit:

Met een trekker en een schuurborstel trokken we het ijs op en na een dik uur joelen, glijden en op het ijs smakken (tedoemme, ik was vergeten hoe hard dat is), hadden we al dit:

Verder werd de vijver niet open gemaakt, want ondanks de lage temperaturen, blijven de ondergrondse bronnen de vijver voeden, en rond deze plaats is het water nog open. Hoewel we wellicht niet verder dan onze knieën in het water zouden zitten als we door het ijs zouden zakken, willen we dat risico toch liever niet nemen.

En aldus werden stoeltjes aangesleept. Werd er gegleden, geduwd en ‘geschaatst’. Echt schaatsen was dat niet, maar de beweging komt er langzaamaan in. Volgend jaar moeten we toch eens uitkijken voor schaatsen, want in hun Gentse periode waren meneer en mevrouw onderdeappelboom verslingerd aan de schaatspiste, en we willen het de kleine onderdeappelboompjes uiteraard graag leren.

Later trokken we er nog met de slede op uit en ontdekten een helling in de tuin die net steil genoeg bleek om er zonder hulp vanaf te glijden. Alleen moest mevrouw onderdeappelboom dan na het afduwen wel als een idioot achter de slee aanrennen en hem voorbij steken om de sleeënde kindjes te stoppen vooraleer ze in de takkenhoop beneden vlogen. En dan gingen we ook nog eens terug naar de vijver. Glijden, slieren, en kjken door het ijs (eat this, Bart ;-))

En zo kwamen wij na een weekend vol sneeuwpret uitgeput terug binnen. Werd er hete chocolademelk gemaakt. En moesten er voetjes worden opgewarmd.

De komende week nog meer van dat? Graag!

Read Full Post »

Koplandwinterdag

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van sneeuw, er stond een stoeltje
op het ijs en verweg in het huis
lachten de kinderen bij de haard
tot waar ik zat, aan het fornuis,
en chocolade smolt.

Read Full Post »

Eindelijk: vorst!

Ik wist het, toen ik ergens tussen 3 en 4 uur in de morgen met mijn kersenpitkussen naar de keuken trok omdat ik het maar niet terug warm kreeg na een nachtvoeding.

Ik wist het, toen ik nauwelijks 3 uur later met het kleinste appeltje naar beneden sloop en hij zijn ijskoude knuistjes onder de deken tegen mijn blote huid wrong.

Samen wisten we het, toen we bij het wachten op een boertje de zon over het gras zagen vallen en er het licht witte vorsttapijt onthuld zagen worden.

Nauwelijks enkele ogenblikken later stond de zon al vol achter de schuur en wisten we dat we ons voor het eerst in lange tijd op een ijskoude, maar o zo zuurstofrijke en zonnige dag mochten verheugen.

Ik nam nog een laatste foto van tussen de kier van het zuinig opengeschoven livingraam en vertrouwde het kleine appeltje toen heel even aan zijn park toe om naar buiten te gaan.

Daar stond de helleborus al te blaken in de zon…

… en stond de nog altijd bloeiende roos erbij alsof het zomer was.

Gelukkig is er dan nog de hamamelis, die in tegenstelling tot die in het arboretum van Kalmthout rustig zijn tijd afwacht om tot volle wasdom te komen.

En nee, in die 10 minuutjes foto’s nemen ben ik ons appeltje heus niet vergeten. Tussen elk kiekje door kwam ik zwaaiend voorbij het raam gelopen waar zijn park staat, en zelfs tijdens  het fotograferen riep ik hem half hysterisch toe dat ik hem echt niet vergeten was en mama er dadelijk terug aan kwam. Ach, moeders, wij hebben geen foltertechnieken nodig; wij vierendelen onszelf.

Read Full Post »

We zijn er klaar voor

Een laatste vogel vliegt z’n eenzame vlucht tegen de donkere einder. Tegen het glas van de grote livingruiten hangen kleine beukenbladeren waar ze er de afgelopen nacht door de storm tegenaan zijn gegooid, en het winterkoninkje gooit z’n kopje achterover in een grote plas op het terras.

Deze ochtend scheurden we nog wat prei uit de leemvaste grond en lieten de laatste rozetten Nieuw-Zeelandse spinazie knakken. De jongste keek verwonderd de natgrijze tuin in, terwijl de moeder haar koortsige oudste kindjes met drankjes en siroopjes in de zetel plaveide. De dag was herfstig. En zo was het binnen.

En toen, als bij toverslag, werden rode koortswangetjes wat bleker, wilden kleine babyjongetjes naar hun bedje en gooide de zon grinnikend een watertapijtje over de livingvloer. Start!, dachten de kleine onderdeappelboompjes. En binnen de minuut graaiden hun handjes in de beloftevolle dozen kerstspullen die enkele dagen geleden al van de zolder waren gekomen. En ze deden dat goed:

– cliché-krans met ergerlijk Engels ‘welcome’ aan de voordeur? check!

– veel te veel theelichtjes? check!

– foeilelijke raamstickers met nostalgische plaatjes? check!

– kerstmutsen? Check!

– Nep-ijsbloemen? check!

– Kerstboom vol ballen en figuurtjes tot op 104 à 110cm hoog? check!

– Overdaad? Check!

– Kitch? Checkerdecheckerdecheck!

Ha, zalig toch hé? We kunnen er weer voor een hele maand tegen!!! Tot 6 januari wentelen we ons weer dol van vreugde in kerstlichtjes en kaarsjes en krijgen we van de tingeling en tsjingtsjing maar geen genoeg. En dan kuist mevrouw onderdeappelboom het huis op. En o wee voor wie dan het huismet haar deelt, want na 6 januari begint de tuinmicrobe steevast te kriebelen, maar staan er wel nog heel wat ellenlange, tuinloze, koude weken voor de boeg… O jee…

Read Full Post »

Versgeplukt

Vandaag.

Op 4 december.

Moeten we dat normaal vinden?

(Je mag je zonnebril omwille van de lelijke flitsfoto nu afzetten…)

 

Read Full Post »

Belachelijk trots

De moestuin staat er behoorlijk wild bij. Gras, onkruid, recent opgeschoten peultjes en platgevallen buddleia overheersen de winterteelten die er nog staan. Maar dat mag. De wintergroenten lijken er geen last van te hebben, en in het voorjaar gaan we de grond toch eens frezen om definitief korte metten te maken met de telkens terug opduikende graspollen en dan ineens wat extra gras weghalen om er bloemen te zetten. Alle graspaden van de moestuin zijn deze zomer trouwens al met karton en hakselhout bedekt, waardoor het meeste onkruid wellicht gewoon in de laag hout geworteld is, en niet diep in de aarde staat. Geen zorgen dus. En wel integendeel…

Sinds een maand eet onze jongste spruit namelijk al groentepapjes. Met zijn looks van 6 maanden (terwijl hij er toen 4 was), was hij daar wel aan toe. En tegen alle verwachtingen in kan ik nu, eind november, nog elke ochtend de groentetuin in lopen en daar de groentjes kiezen die dat kleinste appeltje mag eten. We kozen al prei, en winterworteltjes. Hij at snijbiet, spinazie en pastinaak recht uit de grond. Alleen de spruitjes sla ik voorlopig nog voor hem over.  Vanuit de koele berging kwamen al pompoen en courgette in zijn patatjes terecht, en uit de diepvries halen we venkel, rode biet, boontjes en nog meer worteltjes.

En weet je wat nu het ergste is? Dat ik daar zo apetrots op ben. 5 maanden borstvoeding en het hele gedoe met kolven en uit werken gaan in combinatie met nog 2 kleuters in huis, lijk ik niet half zo indrukwekkend te vinden als het feit dat elk van de groentjes die mijn jongste zoon eet dit voorjaar in de vorm van zaad door mijn handen zijn gegaan. Idioot, nietwaar?

Gelukkig kan ook de rest van het gezin van de overvloed profiteren. Mocht het u interesseren:

– Gisteren aten we pastinaakpuree met gehaktbroodje

-Vandaag: snijbietquiche met rijst (snijbiet, okkernoten, spekjes en daarover een licht mengsel van één eitje, wat melk en veel guyèrekaas; jammie!)

– Morgen: vis, prei en een curryroomsausje met pijnboompitten en tagliatelle

En voor de komende werkweek volgen rode kool, appelmoes en spinazie (die eerder al ingemaakt werden), telkens met een veggieburger (vlees-zonder-vlees, in de woorden van de oudste onderdeappelboompjes).

En kijk, daar ben ik nu dus belachelijk trots op.

Read Full Post »

De Groote Oorlog

Jullie zullen straks nog gaan denken dat de herfst mij volledig in het hoofd en gemoed geslagen is, maar niets is gelukkig minder waar. Nu de dagen te kort zijn om de tuin bij daglicht te zien (en het dus wachten wordt tot het weekend vooraleer er nog eens tuinfoto’s gemaakt kunnen worden), heb ik gewoon alle gelegenheid en tijd van de wereld om jullie eens met wat andere, niet tuin-gerelateerde stokpaardjes lastig te vallen. En als er eentje is waarvoor herfst en winter het ideale seizoen zijn, dan moet het wel de Westhoek met zijn oorlogsverleden zijn. Vooral van de eerste WO dan.

Het is wellicht de papa van mevrouw onderdeappelboom die de eerste kiemen van interesse bij zijn dochter heeft gezaaid. Door de boeken die op tafel lagen. Door de reportages die hij bekeek. En door enthousiast te beginnen vertellen als mevrouw onderdeappelboom op school iets over de beide wereldoorlogen leerde. En dat ik het niet mocht doorvertellen, maar dat de eerste wereldoorlog veel interessanter is dan de tweede. Getuige daarvan de frontdagboeken in de boekenkast, regionale publicaties over WO I en, als kers op de taart, het boek van Sophie De Schaepdrijver (‘De Groote Oorlog’). Volgden later nog: de familieverhalen over oorlog en dienstplicht, en enkele ritjes door de westhoek (met minstens evenveel aandacht voor de eindproducten van de lokale hoppe-teelt als voor de eindeloze rijen witte zerken).

Van de mama van mevrouw onderdeappelboom kwamen er weer andere oorlogsverhalen, over honger en verzaken aan de dienstplicht (wat nog eens in een nieuw stukje ‘waar komt het vandaan’ terecht zou moeten komen), en natuurlijk ook poëzie, Vlaams en Engels. De poëzie was de doodsteek; eens er gedichten bij zijn, is mijn liefde terminaal: afstevenend op totale overgave. En dan moet ik het jullie toch even vertellen, hoe dat zat met die oorlog en die dichters, en waarom het zo mooi (hoewel natuurlijk geromantiseerd) is.

De eerste wereldoorlog was, zoals bekend, nooit gepercipieerd als groote oorlog. Het was ‘the war to end all wars’ en zelfs de Duitsers reden rond in tanks waarop ‘zurück zum Frühstuck’ was gekalkt. Oorlog was in die mate een technische aangelegendheid dat met Kerst zelfs een staakt-het-vuren werd gehouden om geschenken uit te wisselen, naar verluidt zelfs tussen de vijandelijke legers (maar dat zou ik toch nog eens moeten nalezen, hoe historisch correct dat wel is). In een dergelijk, van alle strijd ontdaan oorlogsbeeld is het niet verwonderlijk dat heel wat mannen met romantische inborst zich aangesproken voelden om hun eigen lichaam in de strijd te gaan werpen voor de goede zaak. Niet alleen vechtlustige jongemannen, maar ook kostschooljongens uit de betere families voelden de oorlogsroep aan hun lijf trekken. In het Verenigd Koninkrijk klonk de roep blijkbaar het hardst, en mannen die op het ene ogenblik nog een gedegen carrière in de betere middenklasse voor ogen hadden, liepen de volgende dag op het front, met in hun rugzak Keats, Byron en Wordsworth. Niet zonder resultaat: enkelen onder hen schreven merkwaardig mooie poëzie over de strijd. De bekendste van deze zogenaamde war poets zijn Siegfried Sassoon, Wilfried Owen en Rupert Brooke. En het meest bekende gedicht is ‘the Soldier’ van Brooke:

If I should die, think only this of me:
That there’s some corner of a foreign field
That is for ever England. There shall be
In that rich earth a richer dust concealed;
A dust whom England bore, shaped, made aware,
Gave, once, her flowers to love, her ways to roam,
A body of England’s, breathing English air,
Washed by the rivers, blest by suns of home.

And think, this heart, all evil shed away,
A pulse in the eternal mind, no less
Gives somewhere back the thoughts by England given;
Her sights and sounds; dreams happy as her day;
And laughter, learnt of friends; and gentleness,
In hearts at peace, under an English heaven.

Gezwollen van vaderlandsliefde, maar knap in structuur en beheersing. En dat dat niet evident was, blijkt uit de grote psychologische problemen die de jonge soldaten van het front mee naar huis namen. Shellshock was maar één van de vele namen voor hun veelal verwoeste geesten. Ook de war poets raakten geestelijk en fysiek gewond, en werden naar het fameuze Craiglockheart gestuurd waar ze alleen maar hulp en genezing kregen om vervolgens terug naar het front te kunnen worden gestuurd. Lees, lees asjeblief de Regeneration Trilogy van Pat Barker; gruw mee in de modder van Passendale en de Somme, geniet van de fenomenale dialogen en kijk voor altijd anders rond in de Westhoek.

Met de war poets zelf ging het niet altijd beter. Sommigen overleefden het niet. Anderen werden tijdelijk verliefd op elkaar. En één ervan mocht voor het tribunaal verschijnen omwille van zijn beklijvende aanklacht tegen de oorlog:

Siegfried Sassoon: Declaration against the War

I am making this statement as an act of wilful defiance of military authority, because I believe that the War is being deliberately prolonged by those who have the power to end it. I am a soldier, convinced that I am acting on behalf of soldiers. I believe that this War, on which I entered as a war of defence and liberation, has now become a war of aggression and conquest. I believe that the purpose for which I and my fellow soldiers entered upon this war should have been so clearly stated as to have made it impossible to change them, and that, had this been done, the objects which actuated us would now be attainable by negotiation. I have seen and endured the sufferings of the troops, and I can no longer be a party to prolong these sufferings for ends which I believe to be evil and unjust. I am not protesting against the conduct of the war, but against the political errors and insincerities for which the fighting men are being sacrificed. On behalf of those who are suffering now I make this protest against the deception which is being practised on them; also I believe that I may help to destroy the callous complacency with which the majority of those at home regard the contrivance of agonies which they do not, and which they have not sufficient imagination to realize.

Dit is al weer een heel lang stuk aan het worden, en ik ben nochtans belange nog niet klaar. Nog even melden dat een aantal war poets de band met literatuur bleef behouden, en de gruwelen te boven probeerde te komen in the Orchard, waarvan ik de foto’s bovenaan deze blog geleend heb. En dan is er muziek. Véél muziek. En dat was eigenlijk de reden waarom ik dit stukje wou schrijven, met name om jullie een concertje aan te raden. Hoewel ik natuurlijk verschrikkelijk geschandaliseerd ben dat jullie niet allemaal aan het juichen sloegen bij Nick Drake heb ik toch de moed om nogmaals jullie muzikaal niveau bij te schaven 😉

Oorlogsmuziek dus. En dat er veel van is. Frontliederen; thuisblijfliederen, treurliederen en bevrijdingsliederen. De Westhoek heeft lange tijd de traditie van ‘Passchendaele vredesconcerten’ gehad. Het ene jaar een concert in een kerk, het andere jaar een bustocht van de ene oorlogsplek naar de andere, met overal muziek en toneel aangepast aan de locatie (het front, de school, de wasvrouwen, enz.). Het was op zo’n tocht, op een ijskoud doorblazen grasveld dat vanuit de verte drie mannenstemmen dichterbij kwamen. Ze zongen dit:

Je moet van a capella houden, maar als je dat doet zal je al snel versteld staan van hun stem en hun arrangementen, die een pak moeilijker te ontrafelen zijn dan bijvoorbeeld die van de meisjes van Laïs (met dank aan broer en zus onderdeappelboom die altijd bereid zijn zo’n dingen eens uit te proberen).

Deze vredestochten bestaan nu niet meer, maar de traditie van oorlogsmuziek wordt hoog gehouden in Zonnebeke. En op 11 december kan je Coope Boyes en Simpson nog eens live horen. Ik besef, je moet er Kristien Hemmerechts bijnemen, maar toch: ga er naar toe!

En mocht je denken dat het 3 saaie oude mannen zijn: ze houden ook van Nirvana…

Tot slot (jaja, ik ga uiteindelijk nog afronden), moet je, als je dan toch naar dat concert gaat (uiteraard doe je dat), ook een toer langs de oorlogskerkhoven doen. Vergeet vooral Tyne Cot niet (en doe geen poging dat op z’n Engels uit te spreken; geen mens die weet wat je bedoelt) en woon de Last Post bij in aan de Menenpoort in Ieper. Nog tijd over? Bezoek In Flanders Fields. En voor komend weekend en voor al die koude dagen die eraan komen: verdrink in Godenslaap van Erwin Mortier, tot nader order nog altijd de beste auteur van ons taalgebied.

(Nog eentje om het af te leren:)

Read Full Post »

Older Posts »