Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘zwangerschap’

Tuinharnas

Als je als zwangere niet immuun bent tegen toxoplasmose (kattenziekte) moet je handschoenen dragen als je in de tuin werkt.

Omdat je niet zeker bent of je toevallig ook geen toxoplasmose via je tenen kunt krijgen, draag je botten ipv sandalen (en dat is natuurlijk sowieso beter als je in de tuin werkt, zij het wel verschrikkelijk warm).

Een lange broek is altijd aan te raden bij tuinwerk, voor al die keren dat je op je knieën gaat zitten, of tegen netels aanloopt, of langs rozen schramt,… Dus wurm je je nog maar eens in die al enkele maanden veel te krappe zwangerschapsjeans van H&M.

Omdat je met die zwetende voeten in je botten en natte handen in je handschoenen toch nog ergens aan enige verluchting moet zien te geraken, doe je het lichtste T-shirtje aan dat je nog kan vinden en dat zoveel mogelijk van de buikband van je jeansbroek bedekt.

Zonder bh werken is niet aan te raden en dus snoer je jezelf alvast in een foeilelijke voedings-bh omdat de gewone te klein geworden zijn en je het de moeite niet vindt om een grote maat te kopen die na de voedingstijd toch 10 maten te groot zal blijken, en omdat je ook geen heel dure voedings-bh’s wil kopen want die zitten niet beter en baby heeft er toch geen boodschap aan hoe het er daar uitziet qua kantjes en bloemetjes. Met als gevolg dat je foeilelijke breedbeeldvoedingsbandjes uit je dunne T-shirtje steken om je toch al flatterende geheel nog wat extra op te vrolijken.

Tot slot moet je als zwangere ook opletten voor zwangerschapspigment door de zon, waardoor je een hoed opzet, die elke keer als je je bukt om te wieden van je hoofd valt. En om dezelfde reden smeer je heel veel superfactorkinderzonnemelk van bodysol, wat dan wel weer het heerlijke voordeel heeft dat de meloentjesgeur van die zonnemelk de zweet-en plasticgeur van je handen en botten enigszins overstemt.

Het resultaat hiervan is een oeverloos elegante mevrouw onderdeappelboom in tuinharnas. En om mijn verdriet te verdrinken, kan ik dan nog alleen een fles waterklaarzetten…

En dat terwijl ik van een vriend net dit cadeau kreeg…

Read Full Post »

35 weken

Toen…                                                            En nu…

Toen in werkelijkheid zo’n immense buik dat vanaf 7 maanden zwangerschap de mensen in het zwembad zo gechoqueerd begonnen te kijken dat ik er niet meer in durfde (en ik zou er sowieso mee opgehouden zijn omdat mijn diepgang na verloop van tijd zo groot werd dat ze me een vaargeul hadden mogen graven). Nu toch ook al een heuse watermeloen (met zozeer alle kenmerken van het duidelijk ‘naar voor dragen’ dat er volop wordt gespeculeerd over het geslacht (voor zover wij of de kinderen het zelf niet verklapt hebben)), ook al lijkt dat niet zo in schaduwportret.

Toen twee baby’s in de buik en nu gewoon eentje.

Toen zowel als nu zegt iedereen: “Je kunt vanachter niet zien dat je zwanger bent”, wat vermoedelijk als compliment is bedoeld, maar waarbij ik nog steeds niet snap hoe je wèl langs achter zou kunnen zien dat iemand zwanger is. Bultje langs de ruggengraat ofzo?

Toen was er in totaal 5,5 kg baby in mijn buik. Nu hoop ik van harte dat het geen 5,5 kg moet zijn. Less is more, toch? Toch???

Toen bestond de hoop dat ik de 37 weken zou halen, de gemiddelde zwangerschapsduur bij een tweelingzwangerschap, maar moest de gynaecoloog op 40 weken en 1 dag uiteindelijk nog van prikballon doen om de zaak in gang te zetten en was ik statistisch dus 3 weken over tijd. Nu heb ik absoluut niet de behoefte om over tijd te gaan, statistisch noch reëel.

Toen zeiden alle mannen ‘amai!’ bij het horen dat het een tweeling zou zijn, waarbij hun ogen Bugs Bunny-gewijs het woord ‘vruchtbaar’ als een jackpot heen en weer lieten flikkeren, daaarbij onmiddellijk gepareerd door hun nuchtere echgenotes met een:  “allé, je bent er in één keer vanaf”. Nu zijn er 3 standaardopmerkingen die strijden om de eerste plaats: a) ” ’t Zijn er toch geen twee?!” (nee, het is er eentje, maar er was wel een kans van 1 op 80 dat het er weer twee zouden zijn en ik weet niet eens of we dat wel zo erg hadden gevonden); b)  “Is het wel gewenst?” (ja, en is het nu echt normaal dat zelfs vage kennissen dit soort vragen stellen?), en c) “Je gaat nu toch niet meer kunnen gaan werken?” (Toch wel. Niet ten koste van alles natuurlijk, maar met onze glijdende uren en hyperstrakke organisatie die we nu ook al toepassen willen we het toch proberen).

Toen was ik al serieus geschandaliseerd door het geringe aantal mensen dat zijn plaats op trein of metro aan je afstaat (op nummer 1 de allochtonen, vervolgens de autochtone mannen, en als laatste pas de vrouwen). Nu is het zo mogelijk nog erger, met als triest hoogtepunt de vertraagde stoptrein die wegens allemaal andere afgeschafte treinen overvol zat en waar niemand mij richting gang wou doorlaten. Pas toen een vrouw in een collère door de gang schreeuwde: “Laat dat zwanger madammeke nu toch eens door zodat ze minstens een muur heeft om tegen te leunen!” mocht ik, onder afkeurende blikken, doorwandelen tot aan een stukje muur. Maar rechtstaan deed niemand. Op zo’n moment ben ik beschaamd om mijn geslacht (want je mag toch veronderstellen dat 80 procent van de vrouwen op zo’n trein ooit eens zwanger is geweest en dus weet wat een hel het is om recht te staan?)

Toen geloofde ik tot op 37 weken zwangerschap nog in het effect van amandelolie. Nu zeg ik dat heel wat mensen een belangrijke gebeurtenis in hun leven markeren door een betekenisvolle tatoeage en dat ik de tatoeges van één van de belangrijkste gebeurtenissen in mijn leven tenminste helemaal gratis heb gekregen.  En ook al lijkt niemand dat te geloven: ik meen dat.

Toen had ik op 40 weken 14 van de gemiddelde 20 kg erbij. Nu heb ik er 7 van de verwachte 12 en eet ik me een ongeluk om wat reserve op te doen. (wel zalig anders, zo onbeperkt mogen schransen 🙂 )

Toen zowel als nu heb ik elk denkbaar zwangerschapskwaaltje minstens enkele dagen gehad (nee, je wil niet weten wat dat allemaal is; ‘Het leven zoals het is: de zwangerschap in al zijn aspecten’ en geen mens die nog naar de tweede aflevering wil kijken…), maar ben ik qua bloed, vitaminen, suiker enz. blijkbaar bij de gezondste zwangeren van West-Europa. Hoe schijn toch kan bedriegen.

Toen mocht ik op 20 weken al thuis blijven. Nu moet ik nog 2,5 weken naar Brussel ‘tjolen’ en lopen er ook al 2 kleine ukkies thuis rond, waardoor deze eenlingzwangerschap niet speciaal makkelijker is dan de vorige tweelingzwangerschap.

Maar toen kon ik daar nog niet tegen zoveel mensen elektronisch over zeuren, en nu dankzij de blog gelukkig wel, waardoor het al veel beter gaat, danku 🙂

Read Full Post »

Eindelijk is het februari! Als de temperaturen blijven stijgen zoals voorzien, dan zitten tegen het einde van deze maand de uien in de grond en zullen de eerste groentezaden zijn gezaaid. Juicht! Springt! Tuimelt en danst!: de jacht op het nieuwe tuinseizoen gaat nu officieel van start! Wiiiiiiiiiiiiiieeeeeeeeeeeeeehaaaaaaaaaaa!

Net zoals bij de siertuin moet ik ook bij de moestuin mijn plannen enigszins aanpassen aan het Principe van de Uitdijende Lichaamsproporties bij Zwangerschap. Nog meer dan bij de siertuin zelfs, want de opeenvolging van zaaien, wieden, oogsten èn nateelt staat garant voor een veelvoud van bukken en strekken dat niet aan de kortademige bollebuiken onder de mensheid is besteed. Een groentetuin vol aardappelen dan maar? Daar heb ik even aan gedacht, maar het zou al te jammer zijn van al dat lekkers en leuks dat een groentetuin te bieden heeft. Bovendien zou mijn wisselteelt-programma dan in de war zijn.  Daarom: een nieuw, aan verlaagde mobiliteit aangepast groenteplan (erop klikken komt de leesbaarheid ten goede…):


Vooreerst mogen de groenten eens een ander bed in duiken. Met z’n allen schuiven ze één bed op naar rechts. De peulen moeten daarmee de grote oversteek wagen naar de compleet andere zijde van de moestuin, en tegen dat ze nog eens zullen staan waar ze vorige zomer stonden, zijn we met z’n allen 8 jaar ouder. Vreemde gedachte…

Vervolgens werd duchtig in het aantal teelten gesnoeid: geen duizend soorten groenten met voor- en nateelt maar een minimum aan groenten die we graag eten en waarvan ik ervaren heb dat ze het goed doen bij ons.  Minder soorten betekent minder verschillende oogst- en zaaitijdstippen en dat is waar we op uit zijn.

Tot slot de concrete teelten, van links naar rechts:

9. Peulgewassen: hier komen erwten en peultjes. Die groeien omhoog, dus ze mogen à volonté worden gezaaid.

1. Vruchtgewassen: vorig jaar kwamen hier de tomaten, maar die gaan we nu in onze schuur/kweekruimte proberen kweken. Misschien zet ik hier nog een pompoen of twee, maar ik zou er ook wel zonder problemen wortelgewassen kunnen telen, denk ik. Nog even nadenken dus.

2. Aardbei: dat zal bij ons altijd een apart bed blijven. Ik moet wel wat planten bijkopen, maar dat is alleen maar leuk natuurlijk! Mocht ik toch plaats over hebben, dan wordt opnieuw aangevuld met bloemen.

3. Kolen: alleen bloemkool en rode kool, denk ik. Er zijn nog veel verleidelijke soorten, maar ik moet verstandig zijn…

4. Peulen: groene en paarse bonen. Ja, wij eten dat graag, peulvruchten, en’t zijn gemakkelijke planten.

5. Patatten: tijd voor een ander ras dit jaar. Suggesties?

6. Wortelgewassen: uien, wortels, rode biet, en later nog pastinaak. Allemaal jammie!

7. Vruchtgewassen: tondo de nice courgetjes! Butternutpompoenen! En nog wel een gewoon pompoentje ook.

8. Blad: Dit jaar wordt het vak bladgewassen vervangen door gladiolen, dahlia’s, zonnebloemen en andere moestuinbloemen. Bladgewassen vragen voor mij eigenlijk het meeste tijd: vogels die de sla opeten, spinazie die altijd weer opschiet, heel vaak opnieuw zaaien door de korte teelt, enz.  Te lastig in mijn ‘positie’. Ik ga dus gewoon hier en daar op de andere bedden een kropje sla zaaien en van dit bed een bloemenbed maken.

’t Zal moeilijk worden om me niet te laten verleiden door al die speciale soorten groentezaad die overal te verkrijgen zijn, maar ik zal volhouden. Meesterschap ligt in het beperken, wist Goethe al te vertellen.

Kill your darlings, zei Oscar Wilde daarover.

En tegenwoordig zeggen ze ‘less is more’.

‘k Zal u weten te zeggen of het waar is. Misschien begin ik van danige zen wel spontaan te zoemen…

Read Full Post »

Toen ik dit weekend de draad van de moestuin los vees van de paaltjes en vervolgens uit het wildgegroeide gras probeerde te trekken, mocht ik het al ervaren: dat gaat niet meer zoals in zwangerloze tijden. Meneer onderdeappelboom had mij al een hele tijd geleden gezegd dat ik het wat rustiger aan zou moeten doen, en tot mijn spijt ervaar ik dat ik mijn plannen inderdaad wat ga moeten temperen. Versta me niet verkeerd: we zijn verschrikkelijk dankbaar voor deze zwangerschap, weten maar al te goed dat het ook moeilijk kan gaan, genieten van de eerste schopjes enz. enz. Maar laat ons ook eerlijk zijn: het is een pak aangenamer om een tomeloos vat vol energie te zijn dan een immobiel nijlpaard dat bij de minste inspanning hijgt als een vieze oude vent die op een schone matroesjka loopt. Dit gezegd zijnde: een nijlpaard zal ik wezen, maar de tuin laat ik niet schieten. Conclusie: plannen aanpassen.

Tijdens de zwangerschap van de oudste twee onderdeappelboompjes stond ik nog niet voor dit probleem. De tuin bestond toen nog uit een lap grauwe aarde doorploegd met bulldozers en betonmolens. Ook tijdens het eerste levensjaar van de kindjes groeide alleen nog maar wild, penig gras in de tuin, in die mate on-kindvriendelijk dat de onderdeappelboompjes zelfs angstig terug op onze schoot kropen toen ze op éénjarige leeftijd voor het eerst hun voetjes op gras zetten in de tuin van oma onderdeappelboom. Maar kijk, dat is op amper twee jaar tijd toch ook allemaal goed gekomen.

Door dit alles weet ik nu ook des te beter wat ik die eerste zomers gemist heb, en nu zeker wèl wil hebben. Zijnde:

1. Hoekjes in de tuin.

Niet alleen een tafel op het terras, maar ook een plekje onder een boom en een ligzetel in de luwte. Dat alles wil ik niet verhuizen, en het moet bovendien van een kwaliteit zijn die ’s nachts mag blijven buiten staan, want je zeult al genoeg met tassen en baby en maxicosi die eerste maanden. Je wil dus overal wel een tafeltje en een stoel, zowel voor jezelf als voor het vermoedelijk te ontvangen bezoek (hoewel, dat schijnt bij een derde nogal tegen te vallen, en afgaande op hoe vaak men ons al gevraagd heeft “is het gewenst?”, zal het een zeer stille zomer worden ;-))

Oplossing: naar de weba en daar profiteren van toonzaalaanbiedingen en solden (en ze hebben daar fsc-hout): gebeurd!

2. Gezelligheid in de tuin

Nu ga ik eindelijk eens 3 maanden thuis zijn in de zomer, dus dan wil ik ook van de tuin kunnen genieten. Normaal zou ik dit aspect te lijf gaan met de aanleg van bordertjes, het toevoegen van planten, enz. maar we moeten dus naar arbeidsarme tuinverbeteringen op zoek gaan, en daar is het soms gewoon een kwestie van prulletjes kopen: een toffe gieter, wat extra terracotta potten, een vogelbad, … het zijn kleinigheden (op de grens van kitch, ik weet het) die de gezelligheid soms compleet maken.

Oplossing: de rommelmarkt. Ik kijk er naar uit!

3. Bloemen

Verstandig zijn: geen dingen meer aanleggen waarvoor je je moet bukken, maar zoveel mogelijk in potten kweken. En dan eenjarigen kopen die weinig zorg en wieden vragen. Die potten kan je ook op de verschillende tafeltjes in de tuin zetten, en da’s zowel voor mens als dier een extra vreugde.

Oplossing: plantjes kopen in de Aveve, want daar staat alles mooi op heuphoogte en moet er dus niet hijgend gebukt en rechtgestrompeld worden. Nog even wachten tot het lente is!

4. Borders

Sja, een mens moet zichzelf nu ook niet gaan verloochenen hé? 🙂 Natuurlijk ga ik toch nog een extra bloemenstrook aanplanten! Maar dat ga ik wel gematigd proberen doen: geen immense soortenrijkdom, maar een beperkt aantal insectenlokkende planten die we nu nog niet hebben en die ik online ga aankopen (geen voorjaarsgedrang van een mensenmassa in een plantenzaak, geen gesleur met potten naar de auto, enz.). Enkele zomerbollen ter aanvulling van de vorige ga ik gewoon bij bakker kopen (als iemand de gratis eend met lichtgevende kuikens die ik daarbij ga krijgen wil overnemen, geef vooral een seintje ;-)), maar voor de vaste planten ga ik dit keer integraal voor vivara. Je kunt er momenteel nog geen bloemen bestellen, maar ik kan het toch niet laten om alvast in mijn hoofd mijn winkelwagentje samen te stellen.

5. Brave kindertjes

Sja, we hopen natuurlijk op een mooie zomer met gelukkige kindertjes. Daarom bestaan de tuinplannen dit keer ook uit de aankoop van een echte schommel en een groter zwembadje. Eenvoudig maar effectief.

 

Conclusie: zwangere tuinplannen zijn blijkbaar tuinplannen die een beetje neerkomen op het aankopen van kant- en klare spullen, maar ik heb er toch een goed oog in dat het de tuin gezelliger zal maken èn dat ik het dan tenminste nog zelf zal kunnen uitvoeren ook komende voorjaar – – ook een nijlpaard heeft zijn trots :-).

Read Full Post »