Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2011

Ooit ga ik weer tomaten tikken en erwtjes doppen, bessen oogsten en bieten monsteren. Ooit word ik weer lyrisch over rozen en diepgelukkig van kiemende venkel. Maar nu houd ik een baby vast, de liefste van alle babies ter wereld, zoals de vorige twee dat uiteraard ook waren. Zo moet dat als je pas mama of papa geworden bent. Moestuinen moeten verwilderen, en babies moeten geknuffeld worden. En omdat er de vorige keer, met twee babies tegelijk, nooit tijd was om dat kleine mensje even heel gewoon te koesteren en te adoreren, doen we dat nu dubbel zo vaak en halen we onze schade in.

Snuif snuif, die haartjes…

En aai aai dat velletje…

Het moet wel de mooiste verslaving ter wereld zijn.

De bevalling zelf is ook al weer zo’n mooie herinnering. Maar omdat bevallingen natuurlijk nog persoonlijker zijn dan namen, zal hier geen uitgebreid verslag verschijnen. Voor de liefhebbers (ik ben er zo één die zich een ongeluk snottert bij andermans bevallingsverhalen en er nooit genoeg van krijgt) toch enkele weetjes:

– Wij wonen op exact 3 weeën van het ziekenhuis. Dat ontdekte ik toen ik zelf naar daar reed, onzeker of het nu dan toch echt begonnen was of niet.

– Als je achter het stuur begint te puffen, zorg dan best dat de autoruit dicht is; anders kijken de mensen op het voetpad nogal raar op.

– Een beetje roepen tijdens de bevalling mag (het kan de zaak zelfs vooruit helpen), behalve als de gyn van dienst verkouden is; dan vraagt ze je om even wat stiller te zijn omdat ze er anders niet boven raakt.

– Je kunt, ondanks de werken in Vilvoorde, in het spitsuur in anderhalf uur tijd vanuit Leuven naar de Vlaamse Ardennen rijden. Dat ontdekte meneer onderdeappelboom toen hij rond 16u vertrok in Leuven, en een uur en een kwartier later telefoon kreeg van de vroedvrouw met de mededeling dat zijn vrouw aan 8 cm zat…

– Vroedvrouwen moeten een dossier bijhouden over arbeid en bevalling. Je weet dat een bevalling snel gaat als je achteraf in de bevallingskamer een papieren servetje vindt met daarop haastig  gekrabbeld: 17u40: 8cm. 17u42 bad vol lopen. 17u43: gyn gebeld. 17u56: geboren.

-Als je de vroedvrouw ergens halverwege een knuffel vraagt, dan vindt ze dat niet raar. Ze geeft dat gewoon.

– Het boek van Beatrijs Smolders (veilig bevallen) is ècht een aanrader.

– De ellende van knip en aambeien zou zo geen taboe mogen zijn.

– Dat kleine wezentje dat je dan plots op je krijgt, blijft een ongelooflijk wonder. Ik ga er snel nog even van genieten.

Advertenties

Read Full Post »

Hij is er!

Zoals we stiekem hadden gehoopt, zwom onze jongste zoon enkele dagen geleden dan toch kerngezond de nieuwe wereld tegemoet! Met zijn 3,830 kg en 53 cm is hij al een hele flinke kerel, en de hele familie onderdeappelboom geniet er mateloos van!

Read Full Post »

Ik heb de neiging nogal vaak eens op deze blog te gaan kijken voor de foto’s. Geen echte natuurfotografie (of toch geen macro), maar vaak dingen uit de tuin, uit de keuken en uit het gezin. Kortom: datgene wat ik ook graag fotografeer en vooral: met een compositie en een licht die ik heel vaak bewonder.

Ik maakte een selectie van een drietal foto’s waarbij ik het kwijl op de lippen krijg en stuurde die door naar broer onderdeappelboom, die een opleiding fotografie achter de rug heeft. En jawel hoor, broer begreep wat ik er zo goed aan vond en legde me in enkele mailtjes uit wat ik zou kunnen doen om een soortgelijk effect te bereiken. Sluitertijden, diafragma’s, instellingen van het fototoestel,… het passeerde allemaal de revue. Èn, misschien nog het belangrijkste: broer nam ook enkele foto’s van mij ter hand en instrueerde mij hoe ik in Gimp aanpassingen aan het histogram kon doen en toonde mij zo hoe de foto beter had gekund. Maar, zoals broer mij ook op het hart drukte: “Gimpen is foei!”; het dient alleen om te tonen wat anders had gekund, maar het spreekt voor zich (aldus de broer tegen zijn kleine zus) dat je je toestel zo moet kunnen instellen dat je vooraf de juiste keuzes maakt en niet achteraf moet gaan prutsen. En daarom drukte broer onderdeappelboom ook nog snel even ‘Nikon D90 voor dummies’ in mijn handen. Toch schone broederliefde, niewaar?

Het dummies-boek zal echter nog even moeten wachten tot ik klaar ben met de natuurfotografiecursus van Rollin Verlinde (amusante lectuur trouwens). Die nadruk op natuurfotografie is wellicht ook de verklaring waarom onderstaande foto er veeleer als een staaltje vieze vijverbrij uitziet dan als de zelfgemaakte pesto die het in werkelijkheid is.

Nochtans, het is verschrikkelijk yummie! Het recept haalde ik bij natuurlijk-rijk, maar ik volgde het – zoals hij zelf aanraadt – nogal jamie-oliver-gewijs. Zo ging er wat minder look in (vergaderingen van meneer onderdeappelboom de volgende dag) en gebruikte ik oude brugse ipv pecorino (zwangere vrouwen en listeria)). De hoeveelheid pesto die je ziet is ongeveer een derde van wat het recept voorschreef, dus een 30 g basilicum, 30 g pijnboompitten en 40 g kaas. En 30 g basilicum blijkt op zijn beurt een chipskom (ruime soepkom) vol te zijn (mocht je je dat net als ik vooraf afvragen). Ik moet dieter-zonder-blog overigens gelijk geven dat zelfgezaaide basilicum erg te verkiezen is boven het potje gekochte bio-basilicum uit dendelais (zoals hij vorig jaar in één van de commentaren schreef). Enige tijd geleden kreeg je in diezelfde delais een potje met basilicumzaad gratis bij aankoop van 2 grote pakken petit-gervais. Ik kocht 1 mini-pak petit-gervais en nam 2 potjes met basilicumzaad (daar moet je je niet schuldig over voelen; als je weet hoeveel gratis producten verkopers vooraf al achterhouden ipv aan te bieden (ervaring vakantiejob) dan leer je snel dat dit ook een vorm van rechtvaardigheid is). De kindjes zaaiden de zaadjes en binnen de kortste keren hadden we een overdosis basilicum, die steeds maar uitbreidt, terwijl het potje gekochte basilicum er maar mager blijft bijstaan.

Maar bon: doen dus, deze pesto maken!

En voor dessert twijfel ik nog. Weer smokkeldessert? Of onderstaande eigen-kweek-bessen scrupuleloos met een kom slagroom naar binnen werken?

Read Full Post »

De tomaten in de pseudo-serre staan prachtig in bloei. Bij de meeste planten wordt de derde tros momenteel zelfs al gevormd. Conclusie: succes!

Nu zijn tomaten zelfbestuivend, en volstaat een zuchtje wind om het stuifmeel van de meeldraden los te maken en op de stamper te krijgen. Omdat in een serre niet veel wind waait, wordt de tomatenkweker aangeraden om de planten/bloemen dagelijks zacht aan te tikken. Op die manier valt het stuifmeel zeker van de meeldraden, en krijg je mooie vruchtvorming.

Tenminste: dat is de theorie. Want van zo’n piepklein, groeiend tomaatje zoals op bovenstaande foto, heb ik er in totaal maar twee. En alle andere, laat ons zeggen bijna 100 bloemen, zijn er zonder enige vruchtvorming het loodje bij aan het neerleggen…

De één daarbij al wat doder dan de ander…

Nu kan de vruchtvorming wel eens mislopen als het in een serre te warm is (35 graden), maar zo warm is het in onze schuur nog nooit geweest. Ook vochtigheid is een probleem, omdat het stuifmeel erdoor kan samenklitten. Maar ik vergeet vaker water te geven dan toegestaan is, en door de houten wanden is het nooit broeierig warm en vochtig in de schuur. Wat dan? Te enthousiast aangetikt en daardoor het stuifmeel gewoon op de grond gemikt? Een beest dat alle stuifmeel ’s nachts uit de bloemen komt likken? Alle suggesties van u, alwetend leespubliek, zijn van harte welkom, want wat een oogst gaat hier verloren!

PS Nee, we hebben het even niet over 40 weken zwangerschap en bevallingen enzo. We doen gewoon even alsof er geen uitgerekende data bestaan. Trouwens, volgens het vrouwvolk alhier in de gemeente stad “zie ik er nog veel te goed uit om al te bevallen.” Huh? Goed? Tors ik daarom al weken die zwangerschapsacné? Zien ze dan die wallen door nachten vol voorweeën niet? Kan iedereen asjeblief even zeggen dat ik er verschrikkelijk uitzie?

Read Full Post »

Smokkeldessert

Het is niet omdat dit het jaar wordt van ‘de-moestuin-als-lichte-aanvulling-op-de-dagelijkse-kost’, dat we niet genieten van de talrijke kleine beetjes die we eruit tevoorschijn halen. Gisteren aten we een mengsel van peultjes, erwtjes en patatjes uit eigen tuin (de 3 ingrediënten samen waren noodzakelijk om aan een voldoende grote portie te komen en ik – grrrrrrmbbbbbll – erger me vooral niet aan het feit dat de weinige patatjes die ik kon opdiepen nog aangevreten waren door de muizen (?) ook!).  En de dag daarvoor hadden we zowaar een klein koud schoteltje met 3 soorten sla, radijzen en geraspte gele worteltjes uit eigen tuin. Minimale porties, maar ze smaken zoooooooooooo verschrikkelijk lekker! En zelfs de kinderen blijken helemaal weg van die vroege-lente-aarde-smaken die in de eerste groenten zitten, want toen ik hen vandaag uit vermoeidheid/hoogzwangerschap/luiigheid spaghetti met saus uit een bokaaltje voorzette, haalden ze hun neus op en at geen van beide zijn bord leeg. Ongezien! En morgen dus noodgedwongen op zoek naar een nieuwe portie rijpe erwtjes of radijzen!

Een ander terrein waarop de kroost haar wetten laat gelden, is dat van de bessen. Als een stelletje ervaren moestuinierders lopen ze groentetuin en bessenpark in, en halen daar routineus alles wat rijp is uit de struiken. Terwijl hun mond nog aardbeitjes kauwt, gaan hun kleine handjes al de frambozenstruik in, druk commentaar leverend op elkaar of de geplukte bessen wel rood genoeg zijn, en welgemeend uitvarend tegen de vogels die het wagen om te dicht bij hún bessen te komen. Als meneer onderdeappelboom en ikzelf een bes willen, moeten we die tegenwoordig dus in het geniep gaan plukken. Dat wil zeggen: wachten tot de kleine onderdeappelboompjes helemaal opgaan in hun spel, en dan doen alsof we naar de kippen gaan. Als we merken dat ze ons niet in de smiezen hebben, dan moeten we met ons potje snel richting bessenpark snellen, om daar als een gek de rijpe bessen vanonder de bladeren te halen, om vervolgens dan weer met een blik-van-geen-kwaad-bewust, maar met het potje bessen verscholen achter T-shirt, buik of bovenbeen, zo argeloos mogelijk naar de keuken te wandelen en de bessen daar vliegensvlug op de hoogste plank van de frigo te zwieren (waar de kindjes ze niet kunnen zien). ’s Avonds doen we dan in onze kleinste kommetjes wat kersensiroop (gemaakt van het vele sap dat bij het ontpitten vrij kwam), daarbovenop enkele lepels plattekaas, en daar bovenop dan onze zo gewaardeerde miniportie smokkelbessen. En zo denken wij dan toch ook één of twee keer per week dat we gigantische porties bessen uit eigen tuin eten. De andere dagen mag de kroost plukken wat ze vindt. En in het najaar zetten we nog minimum 10 struiken extra in ons bessenpark…



Read Full Post »

Veelbelovend…

… zo zag de lucht er de voorbije weken al heel vaak uit: donker, dreigend, vol belofte van nakende storm en onweersbuien. Zo ook gisteren. Maar net zoals al de weken ervoor, voer de donkere lucht ook dit keer weer druppelloos verder en trok ons zwerk enkele minuten later alweer een azuurblauw hemelspan op.

Toch mogen we niet klagen. Met de buien van vorige week begint de moestuin er heel langzamerhand weer als een moestuin uit te zien.

De courgetten staan in bloei, de eerste aardappels werden geoogst en we aten al een keer of 5 een kleine portie peultjes. Het is niet zoals andere jaren, maar het is oogst.

Wat we dit jaar duidelijk maar in moleculaire portie zullen eten, zijn onze boontjes. Na twee verschillende zaaibeurten met in totaal toch minstens 100 zaden, kwamen er in totaal nog geen tien bonen uit. Ondertussen zaaide ik er wel binnen nog wat bij om de ontieglijk magere opkomst buiten enigszins goed te maken, maar het zal een minimale hoeveelheid blijven. De groenten die het wel goed doen, zoals de kolen en de sla, worden begrijpelijkerwijze grimmig verdedigd tegen de eveneens groenteminnende duiven en rupsen. Die beesten moeten serieus zijn: ze krijgen al bloemen, bessen en struiken bij de vleet, dan moeten ze toch niet zo persé op mijn kolen azen?

En niet dat er geen beestjes meer zouden te zien zijn ten huize onderdeappelboom. Op de wortels zag ik al de rups van een koninginnepage, we zagen dit weekend zowel een eekhoorn als een egel in de tuin, en de kikkertjes zijn weer massaal aan het uitzwermen in het lange gras en de houtschors nabij de vijver. Dat komt dus allemaal goed. En ’t is ook een kwestie van de focus verleggen: ok, de tuin is dit jaar geen noemenswaardig succes, maar ondanks tonneronde buik hebben we toch maar mooi een moestuin waar we af en toe de lunch uit kunnen samenstellen.

En als de groenten verder mislukken, dan laten we ons gewoon verblinden door de lavendel, want met de hoeveelheden die we dit jaar kunnen plukken, zal het nog een hele winter lang naar zomer geuren in huis.

Read Full Post »

Mevrouw onderdeappelboom en de mama van mevrouw onderdeappelboom hebben nogal wat planten gemeenschappelijk. Van zodra een plant te groot wordt, de knolletjes zich te enthousiast vermenigvuldigen of we persé vinden dat de ander ook die mooie variëteit in zijn border moet hebben, delen, enten en stekken we tot er hele groentebakjes vol halve planten van de ene tuin naar de andere verhuizen en we geleidelijk aan dezelfde borders beginnen te hebben. Ook naar broer onderdappelboom verhuizen al eens wat stekjes, en als zus onderdeappelboom straks een tuin heeft zal daar ook wel het één en ander in terecht komen.

Tijdens familiediners slaan we dan aan het vergelijken: “Mo, staat bij jou die heuchera al in bloei?Ik heb alleen nog maar blad!”; “Maar kijk toch eens naar die monarda! Ik kan dat niet houden; dat verdwijnt altijd bij mij”; “Heb jij geen anemonen? Hoeveel anemonen moet ik je geven? Mijn hele tuin zit al vergeven van de anemonen!”.

En dan worden er ook naar redenen gezocht natuurlijk, want met ouders in West-Vlaanderen, en 3 kinderen in respectievelijk Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen is het alsof we allemaal een beetje in het buitenland wonen: “Ah, maar bij jou in Vlaams-Brabant, daar regent het wel veel meer dan aan de kust!”. “Dat is door jullie vruchtbare leemgrond”. “O, maar wij hebben hier een beetje een microcklimaat.” “Da’s van al die goede kippenmest.”, …

Vooral onze ‘vruchtbare leemgrond’ komt telkens weer aan bod om te argumenteren waarom groenten bij ons beter groeien en waarom heel wat planten er beter bij staan. Tot dit jaar. Dit jaar is het jaar van de woestijn. Want terwijl er overal toch wel eens één buitje viel, kreeg onze vruchtbare leemgrond nog geen nanodruppel te zien (ja, sinds eergisteren wel, maar de foto’s dateren van 3 dagen geleden…). En nu moet je toch eens zien hoe de borders er bij de mama van mevrouw onderdeappelboom bij staan:

En dit zijn nagenoeg dezelfde planten bij ons thuis (tenminste, dat deel van de planten dat nog de moed had om zijn kopje boven de aarde zand te steken…)

De mama van mevrouw onderdeappelboom heeft gaura staan.

En ik heb dat ook… (ja, daar in het midden)

De mama van mevrouw onderdeappelboom zette gypsofilia in een pot…

En ik deed hetzelfde…

En om het geheel mooi af te sluiten: Als je je al had afgevraagd hoe de Kalmthoutse heide er tegenwoordig zou uitzien, zo na die brand; wel, kom dan gerust een kijkje nemen in mijn ‘bloemenweide’ (foto van vandaag)…

En dan vragen ze of ik dat zie zitten, zo’n blogmeet in onze ‘tuin’… Maken we er een Sahara-party van?

Read Full Post »

Older Posts »